COLUMNAaf Brandt Corstius

Ik besefte dat het drielandenlabyrint de enige plek in Nederland was waar je echt geen afstand kon houden

Van het drielandenpunt in Limburg herinnerde ik me uit mijn kindertijd dat het een paaltje was waar je omheen kon lopen. Soms was je dan in Nederland, soms in België, soms in Duitsland. De opwinding was groot.

Nu ik mijn gezin er in de herfstvakantie mee naartoe sleepte, was het drielandenpunt veranderd in een drielandenextravaganza: een man met een draaiorgel wachtte je op bij de ingang, dan was er een gigantische uitkijktoren, een waterspeeltuin, dingen die Frietkot en IJsboerke heetten, Herberg De Grenssteen, een winkel met drielandenparafernalia en een labyrint.

‘Leuk, een labyrint!’ joelde ik tegen mijn kinderen, en tegen mijn dochter zei ik: ‘Daar leer jij nu toch alles over op school?’ Ja, zei ze bedremmeld, en voor iedereen het wist, had ik kaartjes gekocht.

Al gauw wisten we niet meer waar we waren, en al helemaal niet hoe we bij het eindpunt in het midden moesten komen. Dat dit het hele punt van een labyrint was, was ik vergeten toen ik de kaartjes kocht. Naarstig bladerde ik door de folder die we hadden meegekregen. Reken erop dat u er een uur over kunt doen om het midden te vinden, stond erin.

Overal stond op bordjes dat we afstand moesten houden, maar dat was onmogelijk, want op elk pad renden in beide richtingen andere radeloze gezinnen rond. Dan waren er nog wegversperringen in de vorm van hoge fonteinen die uit de grond kwamen. Als die fonteinen een paar seconden ophielden, moesten vaak wel drie huishoudens tegelijk, plus hun oma’s, zich tussen twee beukhagen doorwurmen om door te kunnen met hun zinloze en uitzichtloze tocht.

Ik besefte dat ik op de enige plek van Nederland was waar je echt geen afstand kon houden, en waar geen looprichtingen waren.

Dat is het hele punt van een labyrint, zei ik opnieuw tegen mezelf.

Op een gegeven moment, we renden al een halfuur rond, gevoelstijd zes uur, zette ik Google Maps aan. Dit had ik niet zelf bedacht: ik had een jongen van een jaar of achttien, die ik net veel te nauw gepasseerd was tussen twee struiken, ook op Google Maps zien kijken. Het labyrint was goed te zien, ook met de satellietstand, maar hoe het midden te bereiken was, niet.

Na een uur besloot ik onszelf een andere uitdaging te stellen. ‘Als we nou eens proberen om terug te komen naar de ingang!’ zei ik tegen mijn kinderen.

Dat bleek makkelijker. Al gauw kwamen de Europese vlaggen van de toegangspoort in zicht en voor we het wisten waren we door het hek en stonden we hijgend buiten. We hadden niets bereikt, het had ons gevoelsmatig jaren van ons leven gekost, maar we waren zo gelukkig.

Zo zal het voelen als corona voorbij is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden