Column Aaf Brandt Corstius

Ik ben zo oud dat ik niet meer kan zien of iets echt is of op een computer is gemaakt

Het was weer eens de mooiste lentedag van de eeuw, of van de paasperiode, of van ooit, en wij gingen naar de film. Ik kan dat eigenlijk niet aan, naar de film met mooi weer, maar we hadden het beloofd en op een gegeven moment kom je in de modus dat je niet meer je hele leven in het teken van mooi weer wilt of kunt stellen. Dat je niet meer alsmaar aan het roepen bent: ‘En NU moeten we picknicken’, ‘En NU moeten we naar een terras’, ‘En NU moeten we iets met een waterpartij!’ Dat je gewoon in een verduisterde, koele zaal gaat zitten kijken naar Dumbo het olifantje.

Heerlijke film trouwens. Ik ben inmiddels zo oud, of de digitale wereld is inmiddels zo geavanceerd, of allebei, ja, zeker allebei, dat ik niet meer kan zien of iets echt is of op een computer gemaakt. Een vliegend olifantje, dat moet wel op de computer gemaakt zijn, maar het zag er zo echt uit dat ik steeds bang was dat Dumbo ergens tegenaan zou vliegen of neer zou storten, wat natuurlijk ook best vaak gebeurt in de film, want het is heus niet zo dat alle vliegende olifantjes meteen ook heel goed kunnen vliegen.

De film verloopt volgens het vaste stramien van tegenslag en verlossing, en halverwege – dit is geen spoiler, want zo gaan al die films – wordt Dumbo afgevoerd van het armoedige kleine circus naar het grote, indrukwekkende circus van de grote, indrukwekkende slechterik die hem volledig gaat uitbuiten.

In een enorme optocht wordt Dumbo daarheen gebracht, overal zijn prachtige attracties en lichtjes, de muziek tiereliert Disney-achtig, Michael Keaton kijkt doortrapt, en je weet dat dit geen goed plan is.

Waarop mijn zoon fluisterde: ‘Wel fijn dat niet alles misgaat in dit verhaal.’

Hij had de code van de Disneyfilm, of eigenlijk alle films, of eigenlijk alle verhalen, kennelijk toch nog niet helemaal in zijn vezels zitten. Dat je een heel schattig hoofdfiguurtje naar een gigantische commerciële onderneming afgevoerd ziet worden, en dan denkt: fijn dat het zo goed met Dumbo gaat, carrièregewijs.

Wat ik ook verrassend vond, en out of the box, was dat mijn zoon het prettig vindt als dingen goed gaan in verhalen. In verhalen hoort het per definitie slecht te gaan, en eventueel goed af te lopen. Maar er moet van alles tegenzitten. Hij vond echter dat het weleens tijd was voor een verhaal waarin het allemaal lekker liep. En dat vond ik dan weer voor mijn zoon pleiten (ik vind alles voor mijn zoon pleiten, maar goed).

Bij Dumbo’s entree in het enge circus komt zijn dompteur een knappe Franse acrobate tegen.

‘Worden zij verliefd?’, fluisterde mijn dochter in mijn andere oor.

Die heeft het script al door.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.