Interview

'Ik ben trots dat ik functioneer in zo'n land'

De tv-serie Onze man in Teheran werd onverwachts een groot succes. Niet de rondvliegende kogels, maar het dagelijks leven op twintig kilometer achter de frontlinie, fascineert Midden Oosten-correspondent Thomas Erdbrink.

Beeld Gerard Wessel

Thomas Erdbrink (39) is even in Nederland en het is heel anders dan de vorige keer dat hij hier was. Opeens wordt hij op de schouders geslagen, zomaar, op straat of in de supermarkt. Allemaal mensen die Onze man in Teheran hebben gezien en die iets kwijt moeten, meestal iets als: 'Goeie serie, man.' Thomas Erdbrink: 'Ik hou van praatjes maken. Dat is wat ik voortdurend doe. In Iran - dat heb je wel gezien in de serie -, in Nederland, op vliegvelden, in de bus, overal. Het is nu nog een stuk makkelijker geworden. Mensen komen uit zichzelf naar me toe.'

Een andere kant van Iran belichten, dat is wat Midden-Oostencorrespondent Erdbrink wilde met de vierdelige tv-serie die hij met regisseur Roel van Broekhoven maakte voor de VPRO. Tweehonderdduizend kijkers, daar mikten ze op. Zo'n toegankelijk onderwerp is het nu ook weer niet: schimmig land, ver van je bed, vol fundamentalisten in zwarte lappen die 'Dood aan Amerika!' roepen. Dat het volgens Erdbrink - getrouwd met een Iraanse fotografe, al twaalf jaar wonend in Teheran, de taal machtig en doorgaans genietend van het leven in Iran - zo zwart-wit niet is, dat moest tot uitdrukking komen in de serie. Tweehonderdduizend kijkers dus, dat zou mooi zijn. Het werden er vijf-, zeshonderdduizend. Op de zondagavond. 'Ik was echt boos toen ik erachter kwam dat we tegenover Boer zoekt vrouw stonden geprogrammeerd. Ik dacht: ik heb zo veel risico's gelopen voor deze serie en nu gaat niemand er naar kijken. Maar het bleek goed naast elkaar te kunnen. Dat Nederlandse gezellige, herkenbare naast die open blik op de wereld, die ook heel Nederlands is.'

Vanaf deze week zal de serie, inmiddels afgelopen in Nederland, in Amerika te zien zijn; delen uit de documentaire komen op de website van The New York Times, waaraan Erdbrink als correspondent is verbonden. Andere opdrachtgevers zijn de NOS en NRC. Het correspondentschap in Iran vergelijkt Erdbrink met een computerspel vol obstakels, valkuilen en elke dag de kans op 'game over'; buitenlandse journalisten zijn er nog maar op één hand te tellen. Hij wordt afgeluisterd, bekeken en al zijn stukken worden gelezen op het Ministerie van Islamitische Leiding en Cultuur, zij het achteraf. Schrijft hij iets wat de Iraanse autoriteiten niet bevalt, dan kan plots zijn perskaart afgenomen worden - Erdbrink maakte het al mee. Aan de andere kant, zegt hij, heeft hij relatief veel vrijheid; als een van de weinige overgebleven westerse journalisten doet hij er al twaalf jaar zijn werk. 'Kritische stukken, ja. The New York Times zou me echt niet betalen als ik aan zou komen met propaganda.'

Correspondent voor de Volkskrant

Binnenkort begint Thomas Erdbrink een nieuwe rubriek in Volkskrant Magazine: Onze man in Teheran. Net als in zijn veelgeprezen serie van dezelfde naam, die onlangs werd uitgezonden door de VPRO, zal Erdbrink persoonlijk verslag doen van het Iraanse leven. Daarnaast schrijft hij reportages en analyses als correspondent van de Volkskrant. Erdbrinks eerste opdrachtgever is The New York Times.

In een interview zei je: 'De Iraanse staat heeft ook baat bij mijn aanwezigheid. Zo kunnen ze doen alsof ze een gewoon, internationaal land zijn, waarover buitenlanders gewoon mogen schrijven.' Is er geen risico dat je voor het karretje wordt gespannen?

'Daar moet elke journalist voor uitkijken, ook in Nederland. De meeste mensen die je interviewt, hebben daar een bepaald belang bij. Een journalist in Den Haag of in de sportwereld zal ook wel eens iets weten over zijn contacten dat hij niet opschrijft, omdat het op dat moment niet handig is. Ik heb in Iran vooral geleerd veel geduld te hebben. Ieder verhaal kan worden verteld, als je het maar op het juiste moment doet.'

Joris Luyendijk, een tijd lang correspondent in Egypte, concludeerde dat je in zo'n land de waarheid geen recht kunt doen.

'Joris zegt dat je in een autoritair land geen journalistiek kunt bedrijven. Dan zeg ik: kun je in een land dat meer voorlichters heeft dan journalisten wel echte journalistiek bedrijven?

'Natuurlijk, de Iraanse autoriteiten zijn nerveus over hoe je het land portretteert. Daarin moeten wij laveren. Mijn vrouw Newsha ook, die fotografe is. Haar perskaart is al drie keer afgenomen, ze heeft maanden depressief en werkloos op de bank gelegen. Je moet tactisch opereren. Ik doe het door nóg meer hoor en wederhoor toe te passen dan je elders zou doen. Dus critici aan het woord laten, maar altijd ook voorstanders van de lijn van de staat.'

Beeld Gerard Wessel

In een stuk over hoofddoeken laat je een religieuze vrouw vertellen waarom losse zeden verwerpelijk zijn.

'Precies, ik ben gefascineerd door zo'n vrouw. Dat ben ik ook door de vrouwen die hun hoofddoeken willen afgooien, maar ik laat per se niet alleen hen aan het woord. Ik doe moeite met iedereen te praten. Ook met mensen met wie wij in het westen het niet direct eens zijn. Zo laat je zien hoe er in een samenleving als Iran wordt gedacht.'

Dat is overigens een stuk minder conservatief dan wij zijn geneigd te denken - dat is de strekking van de boodschap die hij in de serie uitdroeg. Zijn assistente werd geportretteerd - ja, gesluierd, maar óók gescheiden, single, levend in de grote stad. Lachende jongens met snelle auto's, moderne meiden, carrièrevrouwen, ze kwamen allemaal voorbij. Erdbrink: 'Als ik in Nederland ben, wordt me nog steeds wel gevraagd: woon je daar gewoon in een huis? En heb je een auto? Terwijl: Iran is een rijk, stabiel land waarvan de bevolking relatief hoog is opgeleid, heel anders dan landen eromheen als Pakistan, Irak, misschien zelfs wel Turkije. De grote middenklasse heeft andere, veel vooruitstrevender ideeën dan de staat waardoor ze worden bestuurd.'

CV Thomas Erdbrink
Geboren in 1976, in Leiderdorp.

Opleiding
Havo, Haags Montessori Lyceum;
School voor Journalistiek, Utrecht.

Carrière
1998 Begint als journalist bij het Leidsch Dagblad.

2000 Wint de Ton Hoogenboom-prijs voor beste Leidse journalistieke productie.

2000 Stapt over naar Nieuwe Revu.

2001 Vestigt zich in Teheran.

2002 Schrijft voor De Telegraaf, daarna voor NRC.

2007 Schrijft met NRC-redacteur Caroline Roelants Welkom Amerika, in jullie graf.

2008 Begint ook als correspondent voor The Washington Post.

2010 Nieuwe opdrachtgever: NOS.

2012 Stapt over van The Washington Post naar The New York Times.

2015 VPRO-serie Onze man in Teheran (vanaf deze week ook deels te zien in Amerika).

Thomas Erdbrink is getrouwd en woont in Teheran met zijn vrouw, fotografe Newsha Tavakolian (34).

Waarom komen ze niet in opstand?

'Omdat het uiteindelijk ook hún staat is, geen bezetter, dat maakt een groot verschil. Maar vooral omdat ze geen problemen willen, net als de meeste mensen in de welvarende middenklasse waar ook ter wereld. Ze willen een ijskast, een auto, een goede toekomst voor hun kinderen. Gewoon, gelukkig zijn.'

Door de kloof tussen de fundamentalistische islamitische autoriteiten en de hoogopgeleide, internettende en steeds meer reizende bevolking is het bestaan, schetst Erdbrink, tamelijk schizofreen. Iedereen doet de hele dag door dingen die eigenlijk niet mogen. 'O, ja, dat begint al bij het opstaan. Ik word wakker, dan komt onze huishoudster binnen en die doet haar hoofddoek af. Hoort niet. Vervolgens zet ik de tv aan en kijk ik naar CNN, een satellietzender, wat officieel niet mag. Ik loop de lift in, geef daar mijn buurvrouw een hand - verboden in dit land, waar je in een zeepreclame niet eens vrouwenhanden mag zien. Ze vraagt of ik 's avonds op bezoek kom en dan drinken we misschien wel wodka. In de taxi scheldt de chauffeur op bepaalde politici - daar kan hij voor opgepakt worden. Ik interview iemand die kritiek uit, ga lunchen... ach, ik kan zo uren doorgaan. Het is één groot spel. Als je me vraagt: waar ben je trots op, dan is het wel dat ik kan functioneren in zo'n land.'

Want dat spel bevalt je wel.

'Ja, natuurlijk. Het is een enorme uitdaging in zo'n land dit werk te kunnen doen.' Iets later: 'Natuurlijk word ik voortdurend in de gaten gehouden. Ik werk voor Amerika, de vijand.'

Ben je niet bang?

'Ik was bang toen Jason Rezaian, een vriend van me en een collega, correspondent voor The Washington Post, werd opgepakt. We weten nog steeds niet waarom hij is gearresteerd. Hij zit al maanden vast. Ik was in Nederland toen het gebeurde en ben meteen teruggegaan naar Teheran. Om te laten zien: hier ben ik, pak mij ook maar op als ik iets fout heb gedaan.'

Dat klinkt onverschrokken. Terwijl je bang was.

'Ja, het is de angst waarmee je in een achtbaan stapt. Je hebt wel het gevoel dat je leeft.'

Sleur is een schrikbeeld, zegt Thomas Erdbrink. Dat was het al toen hij bij het Leidsch Dagblad werkte, na de School voor Journalistiek. 'Nou, het begon eigenlijk nog eerder. Ik ben van de middelbare school in Leiden gestuurd.'

Waarom?

'Gewoon, omdat ik er een potje van maakte. Ik was bijna 17 en erg anti-autoritair.'

Wat had je dan gedaan dat je weg moest?

'Dat zeg ik liever niet in de krant, want het was een strafbaar feit. Nee, ik had niks gestolen en ook geen mensen schade berokkend, maar ik was gewoon heel lastig. Na de scheiding van mijn ouders op mijn 13de heb ik me een tijd lang tegen alles en iedereen verzet. Tegen leraren vooral - ik ben ze nu dankbaar dat ze het nog zo lang met me hebben uitgehouden, want ik was onmogelijk.'

Erdbrinks vader is jurist, zijn moeder studeerde kunstgeschiedenis, 'goede, geslaagde mensen', zegt hij, die zich flinke zorgen maakten om hun puberzoon. Er was slechts één school, buiten de regio, waar hij nog terechtkon, na een verplichte beroepskeuzetest. 'Die deed ik tegen heug en meug. Mijn moeder zat ernaast van: god, dat wordt nóóit wat.' Het werd wel wat. 'Als ik thuiskwam van school, deed ik nooit mijn huiswerk, maar ik ging de krant zitten lezen. NRC, Volkskrant, wat er maar lag. Zegt die vrouw van de beroepskeuzetest: misschien moet je journalist worden. Het klinkt heel suf, maar pas toen viel het kwartje. Ik ben naar die havo overgestapt en vanaf dat moment was ik een modelleerling. Ik ben met een acht gemiddeld geslaagd, omdat je dat nodig had om zonder loting op de School voor Journalistiek te worden aangenomen.'

Zijn eerste baan was bij het Leidsch Dagblad. 'Ik kreeg alle ruimte om de boel op te schudden. Twee wethouders, onder wie Alexander Pechtold, heb ik het flink lastig gemaakt. '

Hoe ging dat?

'Een andere wethouder, ook van D66, had voor vier miljoen aan parkeermeters besteld. Die bleken niet te deugen. Er komt een telefoontje van een Leidenaar op de redactie - hij doet het accent na: 'Je gooit er een gulden in en je krijgt maar tijd voor een kwartje.' Ik heb meteen vijftig gulden gewisseld en die overal in parkeermeters gegooid. Alles geturfd - dat was voor mij toen heel erg het journalistieke werk. De macht contoleren. En het klopte: die meters waren verkeerd aanbesteed en die wethouder was zijn baan kwijt. Met Pechtold gebeurde er ook zoiets. Hij kon ertegen. Hij zat later nog in de jury van een journalistieke prijs die ik won, dat was heel tof van hem.'

Erdbrink stapte over naar Nieuwe Revu, waar hij niet lang bleef. 'Het was hartstikke leuk, maar ik kon er gewoon niet tegen elke dag om kwart over zeven onder de douche te stappen, om acht uur in de trein naar Hoofddorp te zitten en dan op de redactie een verhaal over de paardenverkrachter in Enschede te gaan zitten tikken. Het voelde verkeerd. Ik heb mijn baan opgezegd, het ging uit met mijn vriendin - en een tijdje voelde ik me nogal slecht. Ik hing wat rond in mijn studentenhuis in Leiden. Ik weet nog dat ik tijdens een potje tafelvoetbal de Volkskrant belde, waar ik had gesolliciteerd. Kreten aan de andere kant van de lijn: er was een vliegtuig het WTC binnengevlogen. Met dat nieuws begon mijn echte carrière, op naar het Midden-Oosten.'

Het haperde nog even: de Volkskrant deed Erdbrink, die al een aantal buitenlandreportages had gemaakt, het aanbod om zich als correspondent in Beiroet te vestigen. 'Ik durfde niet. Later ben ik nog honderd keer in Beiroet geweest, een onwijs leuke stad, maar op dat moment durfde ik de stap niet te zetten. Ik was toen al eens in Iran geweest, daar wilde ik liever naartoe.'

Twee redenen had hij daarvoor: zijn journalistieke instinct dat hem zei dat hij dáár moest zijn voor verhalen, en Newsha, de jonge fotografe die hij eerder in Iran had ontmoet toen hij er een reportage over een zonsverduistering schreef. 'Ze kwam bij me logeren in Leiden, nadat ze naar Frankrijk was geweest voor haar werk. Het was Leidens Ontzet, we hebben enorm gefeest. Toen ze weer wegging, was ik zo verliefd dat ik geen woord kon uitbrengen.'

Mocht dat zomaar, een Iraans meisje dat bij een jongen in een Leids studentenhuis gaat logeren?

'Ja, dat verbaast je misschien, maar ouders in Iran geven hun kinderen steeds meer de ruimte. Niet dat we meteen bij elkaar in bed doken, natuurlijk. Het bleef bij handjes vasthouden. Dat vond ik ook wel mooi. Zij sliep in mijn bed en ik op de bank. Heel oncomfortabel trouwens, die bank hadden we op straat gevonden. Pas later, toen ik al in Teheran zat en we samen naar Noord-Irak reisden, hebben we voor het eerst gezoend.'

Twee maanden na de aanslagen op 11 september 2001 waagde Erdbrink de sprong. Hij vestigde zich in Teheran. Via een vriend van Newsha vond hij een huis, een van de eerste kranten die stukken van hem afnamen, was De Telegraaf. 'De oorlog in Afghanistan was net begonnen, het rommelde in Irak, ik dacht: dit is de plek waar alles gaat gebeuren. Toen de oorlog in Irak uitbrak, zijn Newsha en ik er samen vier maanden naartoe gegaan om verslag te doen.'

Twee jonge geliefden in oorlogsgebied, was het zo avontuurlijk als het klinkt?

'We zijn geen oorlogscorrespondenten. Westerse media willen graag verhalen waarin de kogels om je oren fluiten, maar ik ben juist altijd ook geïnteresseerd in het verhaal op twintig kilometer achter de frontlinie, waar het gewone leven doorgaat. En vergis je niet: oorlogsjournalistiek is vaak wachten tot er iets gebeurt. Maar het was ook spannend, we moesten altijd op onze hoede zijn.

'Op een dag reden we met Koerdische troepen naar het zuiden, naar een gebied in de frontlinie waar het echt gevaarlijk werd. Ik dacht: ik ben gek, voor een extra alineaatje in mijn stuk lopen we idiote risico's. We draaiden om - we spraken nog even met een vriend van Newsha, een cameraman voor de BBC, die wel naar het fort reed waar wij niet wilden komen. Hij gaat wel, opent het portier van zijn auto, stapt op een mijn en is op slag dood. Newsha wilde terug naar Teheran om zijn lichaam te begeleiden. Ik wilde blijven om mijn werk te doen. 's Avonds namen we afscheid. Ik herinner het me zo: zij verdween in de nacht en al heel snel daarna dacht ik: Thomas, je doet het fout, dit is niet waar het om draait in het leven. Ik ben als een gek achter haar aan gereden en mee terug naar Teheran gegaan. Vervolgens heb ik de val van Bagdad compleet gemist, maar dat is het me waard geweest. Op zulke momenten moet je bij elkaar zijn.'

Newsha Tavakolian (34) maakt vrij werk en fotoreportages voor The New York Times Magazine, National Geographic, Le Monde, Newsweek en Der Spiegel. Zij en Erdbrink trouwden nadat een vriend van hen in Teheran, een blogger, was opgepakt en ondervraagd. Ook over hun relatie. 'Toen Newsha dat hoorde, heeft ze me gebeld en gezegd: volgens mij kunnen we beter trouwen. Ik was op dat moment met mijn moeder een weekend in Luxemburg en zei meteen: ja, dat is goed.' Kinderen hebben ze - nog - niet. 'Newsha's carrière gaat momenteel zo goed en ze is toch bang dat ze dan een stapje terug zal moeten doen. Haar naam wordt steeds vaker in één adem genoemd met die van andere grote fotografen uit haar generatie. Dat is bijzonder voor een meisje dat zichzelf vanaf haar 16de het vak heeft geleerd. In Iran heb je altijd het idee dat dingen je zo weer kunnen worden afgenomen; ik snap wel dat ze nu voor haar carrière gaat. Zelf zie ik het probleem niet zo. Mijn schoonmoeder woont om de hoek en zou niets liever doen dan voor kinderen zorgen. Maar ik wil het pas als Newsha er ook aan toe is.'

Bij zijn schoonfamilie heeft Erdbrink gevonden wat hij misschien wel het meest waardeert aan zijn leven in Iran. 'Altijd mensen over de vloer, altijd eten, altijd warmte en gezelligheid. Ik eet elke middag bij mijn schoonmoeder - vaker dan Newsha. Door haar heb ik de taal geleerd. Ik vond mijn schoonmoeder altijd al een geweldig leuk mens, maar kon nauwelijks met haar praten. Tot ze op een dag zei: kom, zitten. Ze klopte op de tafel: miz. Ze wees naar de melk: shir. En ik zat dat allemaal fonetisch op te schrijven. Nog steeds is mijn Farsi verre van perfect en het lezen en schrijven kan ik heel slecht, maar het praten heb ik van mijn schoonmoeder geleerd.'

Zijn schoonfamilie behoedt hem ervoor de fout in te gaan in Iran; misschien wel een van de redenen waarom hij nog steeds in het land kan werken. In Onze man in Teheran zat een scène waarin Newsha en hij ruziën over wat je wel en niet kunt zeggen voor de camera. Newsha tikt hem op de vingers, zegt: pas je wel op je woorden?

Newsha Tavakolian Beeld ANP

Uit de serie rijst het beeld dat het er fel aan toegaat bij jullie. Je zegt ergens: het was makkelijker geweest als ik een relatie had met Mien uit Delfgauw.

'Ja, dan was alles duidelijk geweest. Maar ik vond het een uitdaging om verliefd te zijn op deze vrouw, no matter where she's from. In Nederland zijn we erg van het compromis: wat jij leuk vindt, schat. In Iran gaat om het winnen of verliezen. Gaan we naar links of gaan we naar rechts, naar een restaurant of de bioscoop? Ook in een relatie voer je die strijd. Dus ja, we hebben absoluut veel discussies. Maar dat maakt het óók leuk. Het houdt je scherp. We zijn er allebei niet de mensen naar om je dromen en wensen compleet aan te passen voor de ander. In ons leven hébben we niet eens agenda's om op elkaar af te stemmen - zij reist de hele wereld over, momenteel zit ze in noord-oost Syrië om peshmerga's te fotograferen, vrouwen die strijden tegen IS.

'Een pittige tante, hoor ik hier van mannen in Nederland, ze heeft zeker de broek aan bij jullie? Dat vind ik opmerkelijk. Blijkbaar hebben de mannen die dat zeggen diep in hun hart toch liever een volgzame vrouw. Newsha doet precies wat we in het westen willen van vrouwen uit het Midden-Oosten: voor zichzelf opkomen, haar doelen nastreven. En dan is het weer niet goed? Voor mij betekent een relatie gelijkwaardigheid. Als ik één ding ben geworden in Iran, is het wel feminist.'

Het leven is druk in Teheran, zegt Erdbrink. 'Het is hier donderdag en vrijdag weekend, maar dan gaat het werk voor mijn opdrachtgevers door. En zaterdag en zondag zijn gewone werkdagen. Ik heb al twaalf jaar geen vrij weekend gehad.' Bovendien hebben Newsha en hij een vol sociaal leven. 'Er zijn geen clubs of kroegen, dus je gaat naar mensen thuis. Drie, vier keer per week gebeurt dat: de ene avond een etentje met acht mensen, de volgende een feest met vijftig man. Als ik in Nederland ben, vind ik het 's avonds maar saai. Niemand doet iets door de week.'

Hoe zit het met vriendschappen in Iran? Joris Luyendijk schreef in Een goede man slaat soms zijn vrouw hoe moedeloos hij ervan werd als een Egyptische vriend opeens zei: homo's moeten dood.

'O, maar dat is heel anders in Iran. Ik heb er homo's in mijn vriendenkring. Echt, de mensen in Iran zijn veel progressiever. Ik zou het geen week uithouden in Egypte. Bedenk ook: Joris Luyendijk schreef vanuit het gevoel dat het mislukt was daar. Ik wil juist laten zien dat het geslaagd is voor mij.'

Zou je ooit nog terug willen naar Nederland?

'Daar hebben Newsha en ik het wel over gehad. Als we kinderen zouden krijgen, zou ik ze de eerste jaren in Iran willen opvoeden en laten delen in de warmte en de gemeenschapszin van de cultuur. Maar als ze naar school zouden gaan, zou ik denk ik toch naar Nederland willen. Ik ben zelf opgegroeid met het kringgesprek, Achterwerk in de kast en vanaf je 8ste zelf naar school fietsen. Je eigen mening vormen, niet alles doen wat een ander je oplegt, zoals Newsha op school meemaakte, dat maakt een ander mens van je. Die vrijheid is onbetaalbaar. Dat besef je elke dag in Iran.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden