Column Ibtihal Jadib

Ik ben toch niet de enige moslim die zijn kinderen een beetje normaal wil opvoeden?

Mijn kinderen zijn 2 en 3 jaar oud, voorlopig zijn ze nog gericht op kleurpotloden en chocoladekoekjes. Toch kan ik nu al onrustig worden van de vraag hoe ik ze moet grootbrengen tot prettige, weldenkende en evenwichtige mensen. Daarbij zit ik op dit moment vooral in mijn maag met het religieuze aspect: ikzelf ben moslim en wil mijn kinderen daarom kennis over de islam meegeven. Maar het aanbod van informatie over de islam is zo ongelooflijk beperkt dat ik daar nauwelijks mee uit de voeten kan.

Aan de kwantiteit ligt het niet: na een eenvoudige zoekopdracht op Google stuitte ik op een lange lijst van islamitische lectuur voor kinderen. De woorden prettig, weldenkend en evenwichtig vond ik echter weinig toepasselijk. Eerder wereldvreemd, simplistisch en ouderwets. Van de meeste boeken kreeg ik de kriebels.

Zo las ik Brieven in de Ramadan: een kinderboek waarin alle illustraties zonder gezicht zijn afgebeeld. Ik kan me niet herinneren ooit in Marokko een kinderboek te hebben gezien met gezichtsloze zombies, maar kennelijk zijn er tegenwoordig moslims in Nederland die allergisch zijn voor gelaatstrekken. Niet eerder vond ik de uitdrukking ‘dat is geen gezicht’ zo treffend. Overigens loste het 4-jarige zoontje van mijn vriendin het gebrek kordaat op, want toen hij die enge plaatjes zag, begon hij direct in elk poppetje een gezicht te tekenen.

Een ander aspect dat mij tegenstond was dat in vrijwel alle boeken de jonge meisjes van een hoofddoek zijn voorzien. Voordat de hoofddoekhaters mij nu gaan toejuichen, hold your horses: ik heb niets tegen de hoofddoek. Feminisme behelst ook de vrijheid van vrouwen om een doek op hun hoofd te dragen als ze dat willen. Maar dan heb ik het dus over vrouwen, niet over jonge kinderen. Een boek waarop een 7-jarig meisje met een hoofddoek staat afgebeeld, komt mijn huis niet in.

Gelukkig was er ook een lichtpuntje te midden van alle intellectuele armoede: de kinderkoran van Abdulwahid van Bommel. Wat een verademing. Daarin wordt niet chagrijnig opgesomd wat als haram en halal wordt beschouwd maar lees je teksten als: ‘Vragen over God of Allah beantwoorden is geen makkie. Eerlijk gezegd weet niemand de antwoorden.’

Het boek nodigt kinderen niet alleen uit om vragen te stellen, maar vooral om zelf na te denken en ook, tegenwoordig niet onbelangrijk, goed te luisteren naar andere opvattingen. Van Bommel schrijft: ‘Dit kan als gevolg hebben dat je je eigen ideeën minder snel als de enige juiste ziet. Daarmee leren we dat we vrijuit mogen spreken en geven we elkaar de ruimte.’ Kijk, daar kan ik wat mee.

Hoewel ik erg blij ben met de kinderkoran van Van Bommel blijf ik zitten met een ontgoocheld gevoel. Er zijn zoveel jonge ouders in Nederland die hun kinderen de islam willen bijbrengen: hoe pakken die dat aan? Ik ben toch niet de enige moslim die zijn kinderen een beetje normaal wil opvoeden? Zolang ik niet in Saoedi-Arabië woon, hoef ik ook niet te lezen hoe ik volgens de opvattingen van dat land zou moeten leven. Ik ben het monopolie van dat land op mijn religie meer dan beu. Waar zijn alle andere stromingen van de islam gebleven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden