columneva hoeke

Ik ben niet gemaakt om te baren, klaar, het is niet anders

Eva Hoeke. Beeld Aisha Zeijpveld
Eva Hoeke.Beeld Aisha Zeijpveld

Alle kleertjes zijn gewassen, de wieg staat klaar, en nu is het een kwestie van afwachten, koest houden en krachten sparen voor wat straks ongetwijfeld weer één grote veldslag zal worden, want na twee keer eerder te zijn bevallen weet ik dat elk ander scenario ronduit naïef is, om niet te zeggen onnozel. Nee, dat is niet somber, dat is realistisch: ook deze keer zal het niet makkelijk worden, ook deze keer wordt het waarschijnlijk niet mooi, en ik kan ernaast zitten, maar het wordt vermoedelijk ook niet magisch. En ja, ik weet dat de weg inmiddels is ‘vrijgemaakt’, dank u wel, maar staat u mij toe me ook daar niet al te veel op te verheugen, want dat zeiden ze de vorige keer ook en ik zie me nog liggen, daar in dat spiksplinternieuwe geboortepaviljoen, jammerend, volkomen verpletterd door het natuurgeweld, de man er in kosmische verbijstering naast. Het is te bidden dat de drukte op Koningsdag niet uitgerekend over twee weken voor een piek in de nabije ziekenhuizen zal zorgen, want het is onderhand wel duidelijk dat ik de oudste klus ter wereld niet op eigen kracht kan klaren, alle belijdenissen van oermoeders ‘Ik trok ’m er zelf uit!’ ten spijt. Ik ben niet gemaakt om te baren, klaar, het is niet anders.

Ooit dacht ik van wel.

O, wat was ik mans voordat ik mijn eerste wee had gehad!

Het zou ongetwijfeld niet leuk zijn, ik was niet gek, maar diep in mij wist ik dat ik dit zou kunnen, dat vrouwen zoals ik dit kunnen. Ferme vrouwen, vrouwen die niet van suiker zijn, vrouwen die in hun jeugd acht kilometer naar school fietsten, heen en weer, weer en wind, je bent niet van suiker. Duidelijke taal, volkorenbrood waarop je kauwen moest. Bollen pellen, nooit een bot gebroken, een meter bier zonder te wankelen, met brede schouders en niet snel uit het lood te krijgen, zeker niet door zoiets natuurlijks als een bevalling. Andere vrouwen, nee, díé konden dat niet aan, want die zaten in hun hoofd, die durfden niet los te laten, nooit eens te relativeren, vind je het gek dat het dan niet lukte, ze hielden zelf de poort dicht, als het ware. Ging mij niet overkomen. ‘Gewoon met de genade meewerken’, zei ik die eerste zwangerschap tegen iedereen die het horen wilde, en dan dacht ik tevreden aan mijn eigen moeder, kind uit een gezin van dertien kinderen, der-tien, zelf had ze mij er ook in 20 minuutjes uitgewerkt, mythisch verhaal inmiddels, mijn vader kon nog net een pakkie peuken kopen.

Maar dat viel dus tegen, met die genade. Ik zal u de details besparen, maar reken maar dat ik het beeld dat ik had van mezelf flink moest bijstellen na de bevalling. Verdwenen was de zelfgenoegzaamheid, weg de volkorenmentaliteit. Ik had het niet in mijn eentje gekund, al mijn hoogmoed ten spijt, en dat inzicht was taaier dan een huilend kind, gebroken nachten of een man die Nutrilon ging halen toen ik koffiemelk bedoelde. Het goeie nieuws is dat daar ook precies de verlossing zat: kinderen krijgen loutert, je komt jezelf opnieuw onder ogen en dat is niet altijd leuk, ik ken althans maar weinig mensen die dat kalm en waardig kunnen, maar aan de overkant wacht je meestal wel een leuker mens met wie je weer een tijdje vooruit kunt.

Dus kom er maar lekker bij, mijn kind. Want de Arnhemse actrice Nazmiye Oral zegt het goed: een baby wordt niet alleen geboren, maar ook ontvangen. In dit geval door mij, een moeder die niet baren kan, een vader die op het uur U ongetwijfeld nog drie deadlines heeft, en twee drukke zusters die nu al klaarstaan om je eindeloos te bedienen en te bedillen.

Maar wat zúllen we van je houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden