Column

Ik ben moslim, maar ik krijg van best veel moslims de kriebels

Hoe kan het dat in Amsterdam een school wordt geopend die kinderen buiten de westerse samenleving houdt, vraagt Hayat zich af.

Beeld Eva Roefs

Wat gezellig, er is een salafistische school in Amsterdam gekomen. Daar zaten ontzettend veel mensen op te wachten. Of eigenlijk niet, want zelfs moslimorganisaties raden af om kinderen naar die school te sturen omdat - naast de bijzaak dat niemand er schijnt te kunnen lesgeven - het schoolbestuur weinig gecharmeerd is van de Nederlandse samenleving. Dat is lastig, want dat schoolbestuur woont toevallig in Nederland, dus eigenlijk hebben ze een beetje last van ons. Ik hoop dat hun ongemak wordt verzacht door de subsidie die ze krijgen. Gelukkig is er op dit moment weinig discussie over de islam en de vraag of die wel past in onze samenleving. Dus zo'n akkefietje over een salafistische school kan er wel bij. Al las ik ook een bericht over ondoorzichtige financiering uit Qatar en Koeweit, waarmee niet alleen stenen voor moskeeën worden betaald, maar ook religieuze invloed. Daardoor zou hier een versie van de islam worden gepredikt die wringt met onze westerse levenswijze. Ach, ook dat zal vast een incident zijn. Net als de terroristische aanslagen hier en daar. Puur toeval.

Vooruit, ik moet toegeven dat ik het verdomd ingewikkeld begin te vinden wat er aan de hand is. Zeg maar gerust: onmogelijk. Ik sta eigenlijk hard te vloeken bij al dat deprimerende nieuws. Maar dat zet ook geen zoden aan de dijk, want dan word ik weer zo'n boos mens terwijl we er daarvan al genoeg hebben. Dus ik zucht het weg en ga over tot de orde van de dag. Wat kan ik anders? Ik ben een van de velen die wel normaal meedoen en zich afvragen wat er met al die andere idioten aan de hand is. En waarom het zo moeilijk is absurde ideologieën de kop in te drukken. Vrijheid van godsdienst, heet het. Dus zo'n school waar kinderen buiten de samenleving worden gehouden, kan gewoon open.

Voor de duidelijkheid: er is niets mis met de islam. Er is wel iets mis met mensen die er politiek mee willen bedrijven. Die hun overtuiging aan anderen opdringen. Ik begrijp nooit waar dat vandaan komt. Zijn mensen zo onzeker over hun eigen identiteit dat ze die aan anderen moeten opleggen om 'm zelf niet te verliezen? Mijn vader zei eens tegen me: 'Het is makkelijk om een moslim te zijn onder moslims. Pas bij andersdenkenden word je uitgedaagd om na te denken over wie je bent.' Andersdenkenden zijn geen bedreiging, maar een geschenk.

Ik ben moslim, maar ik krijg van best veel moslims de kriebels. Mijn vriendinnen en ik vroegen ons vol medelijden af welke ouders hun kinderen op die salafistische school zullen inschrijven. Je schooltijd is belangrijk en zou leuk moeten zijn. In plaats daarvan luisteren die kinderen nu naar mensen die nooit een fatsoenlijke knipbeurt nemen.

In een tijd waarin we bedreigd worden door radicalisme en uit elkaar worden gespeeld door populisme, vind ik het onvergeeflijk dat we een nieuwe generatie kinderen blootstellen aan dit soort invloeden. Iedereen moet vrij zijn te geloven wat hij wil en zich te kleden hoe hij wil. Bedek jezelf van top tot teen in een nikab of laat je string uit je broek hangen; jouw leven, jouw keus. Maar als je anderen, kinderen nota bene, gaat wijsmaken dat er maar één waarheid is en iedereen zich op straffe van eeuwige verdoemenis daaraan moet houden, ben ik klaar. Dan stopt mijn nieuwsgierigheid om van een ander te leren. Mijn nieuwsgierigheid ketst namelijk af op keiharde afkeuring. Omdat ik geen hoofddoek draag. Omdat ik niet getrouwd ben met een moslim. Omdat ik mijn zoontje niet wil besnijden.

En dan is er van de andere kant afkeuring dat ik nog met de ramadan meedoe. Waarom ik niet aan de wijn ga. Waarom ik aan dat rare geloof vasthou. We zijn goed in afkeuren. Het geeft niet: ik kan al die afkeuring wel aan. Ik ben volwassen, zelfverzekerd en heb het goed. Dat beetje discriminatie waar ik tegenaan loop, glijdt van me af en hindert me niet in mijn verder gemoedelijke leventje.

Hoe anders is dat voor kinderen die nog zoeken naar een identiteit. Voor meisjes die geen kans krijgen ontspannen in hun vrouw-zijn te groeien omdat ze die van de één moeten verbergen en van de ander juist tonen. Hoe anders voor jongemannen die gefrustreerd raken van de afwijzing waar ze elke dag tegenaan lopen, die door iedereen argwanend worden bekeken? Laten we die kinderen vallen? En gaan we ze later verwijten dat ze alle kansen hadden, maar die niet hebben gegrepen? We zien het gebeuren, maar halen onze schouders op en wijzen beschaafd naar onze grondrechten. Ik schaam me kapot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden