Grote verwachtingenSinan Can

‘Ik ben er na al die jaren wel achter dat sommige mensen gewoon slecht zíjn’

Sinan Can (vier jaar oud), met zijn moeder.Beeld Privé-archief

Wat dachten we, wie waren we, en hoe is het allemaal zo gekomen? Een gesprek aan de hand van veelzeggende jeugdfoto’s van een bekendere Nederlander. Deze week: tv-maker Sinan Can.

Naam Sinan Can

Leeftijd 42 jaar

Is programma- en documentairemaker

Maakte onder meer De Arabische Storm, Bloedbroeders, De verloren kinderen van het kalifaat

Met moeders op de stoep

‘Hier zit ik met mijn moeder Melek op de stoep van mijn geboortehuis, op de Burghardt van den Berghstraat 66 in Nijmegen. Ik denk dat ik hier een jaar of 4 ben. Melek betekent ‘engel’ in het Turks. Mijn moeder was meer een pittige engel, haha. In Nijmegen was ze actief in de vrouwenvereniging, en daarbij was ze heel strijdbaar. Mij nam ze vaak mee als kind, en hoewel ik er heel erg testosteron uitzie, weet ik zeker dat mijn empathische kant dáár is ontwikkeld. Ik zag er vrouwen met blauwe ogen, meisjes die waren weggelopen, mensen die bang waren voor eerwraak. En ik zag vooral hoe fel vrouwen streden tegen onrecht, zoveel feller dan mannen. Dankzij hen ben ik een mannelijke feminist geworden.

‘Op deze foto had ik dat natuurlijk nog allemaal niet in de gaten. Wij woonden in Bottendaal, een multiculturele, oude arbeiderswijk waar alles en iedereen door elkaar heen bewoog, studenten, volksfiguren, hoogopgeleide links idealistische mensen, homo’s, lesbiennes, alles. En in die prettige wijk en op die prettige school en in die prettige omgeving was er voor mij persoonlijk geen vuiltje aan de lucht. Ik leefde in een bubbel, iedereen was lief, de dood bestond nog niet. De wereld was klein, en de wereld was goed. Daarom hecht ik zo aan deze foto, uit een soort weemoedigheid: het is waarschijnlijk het meest onschuldige moment in mijn leven.’

Bij opa en oma in Oost-Turkije

Bij opa en oma in Erzincan, Oost-Turkije.Beeld Privé-archief

‘Mijn ouders komen allebei uit Erzincan, een arm stadje in Oost-Turkije. Ze hebben elkaar daar leren kennen, op de markt, maar ze mochten niet trouwen. Ze zijn toen uit elkaar gegaan, maar het lot wil dat zij elkaar jaren later op de markt in Nijmegen opnieuw zijn tegengekomen. Dat geloof je toch niet? Jaren zeventig, geen mobiele telefoons, geen internet, je weet niet eens of de ander nog leeft, en dan 4.000 kilometer verderop alsnog tegen elkaar aanbotsen. Ze zijn nog steeds samen, en nog altijd verliefd. Echt, die zijn gemáákt voor elkaar.

‘Elk jaar gingen wij op vakantie naar het dorp van mijn moeders ouders. Ik ben hier acht jaar oud, mijn broertje Volkan twee. Omdat ik toen nog niet zoveel wist over mijn afkomst en identiteit en ik überhaupt niet met mijn grootouders kon communiceren – zij spraken Koerdisch, wij Turks en Nederlands – heb ik pas jaren later begrepen dat zij overlevenden waren van de genocide uit 1938 door het Turkse leger. Maar ondanks die afschuwelijke gebeurtenis en hun enorme armoede, waren ze toch gelukkig. Met het leven zelf, en met elkaar, net als mijn vader en moeder. Terwijl: ze hadden kinderen in Europa, ze konden makkelijk zeggen, joh, stuur wat geld, dan bouwen we een nieuw huis. Maar dat deden ze niet. Ze hadden elkaar, en dat was genoeg.

‘Als ik naar deze foto kijk, zie ik twee dingen. Eén: een beginnend besef van identiteit, van mijn roots, van mijn ziel. En tegelijkertijd de realisatie dat mensen met dezelfde roots toch compleet anders kunnen zijn, elkaar soms zelfs letterlijk niet kunnen verstaan.’

Met de beste vriend

Sinan met beste vriend Barış Kuyucu.Beeld Privé-archief

‘Dit is mijn beste vriend Barış Kuyucu, die ik heb leren kennen toen ik op mijn 24ste, tijdens mijn opleiding journalistiek in Tilburg, stage ging lopen bij de afdeling Istanbul van CNN. Hij was een bekende sportpresentator, maar dat wist ik niet. We raakten aan de praat omdat we samen in de lift stonden en hij een Che Guevara T-shirt droeg. Omdat mijn ouders overtuigd socialisten waren hing er bij ons thuis altijd een poster van hem aan de muur, als kind dacht ik altijd dat hij een of andere knappe, omgekomen oom was ofzo. Hoe dan ook, wij raakten aan de praat en bléven praten. Barış heeft me zo niet alleen wegwijs gemaakt in een miljoenenstad, maar ook in het leven zelf, en dat maakt dat dat jaar in Istanbul één van de mooiste van mijn leven is geworden. Ik kocht toen bijvoorbeeld ook mijn eerste Rumi-bundel. Ik las het niet, maar kocht het wel, omdat hij het in mijn vizier bracht. Ik zocht mezelf en vónd mezelf, dankzij hem. Zo’n gids gun je iedereen. Of ik hem nu nog spreek? Jazeker: we bellen iedere dag.’

Met kinderen in Syrië

In Homs, Syrië, waar Sinan opnames maakte voor de documentaire In het spoor van IS. Beeld Privé-archief

‘Ik ben opgevoed met de overtuiging dat mensen goed zijn, dat ze deugen, en dat het de omstandigheden zijn die mensen slecht maken. Maar ik ben er na al die jaren wel achter dat sommige mensen gewoon slecht zíjn. Punt. En tuurlijk kan het zijn dat je moreel kompas in oorlogstijd niet helemaal functioneert, en ik snap ook hoe moeilijk verzoening kan zijn, hoeveel het van een mens vraagt om je voormalige vijand een handreiking te doen. Maar ik kan níet begrijpen hoe je een kind van acht onthoofdt. Een heel dorp neermaaien met een mitrailleur begrijp ik ook niet, maar kinderen onthoofden, dat is contact maken, angstzweet ruiken, het huilen horen. Als je dat dan nóg kan… Sorry, maar dan ben je gewoon evil. Het spijt me voor Rutger Bregman, maar het is niet anders.

‘Ik heb me er inmiddels bij neergelegd dat er altijd conflicten en gewetenloze mensen zullen zijn. Dat is een gehard, maar: er zullen óók altijd mensen zijn die zich tegen hen zullen verzetten. Die kom ik óók tegen. Voor mij persoonlijk geldt: kinderen zijn mijn achilleshiel, overal waar ik kom, raken ze me. Op deze foto was ik in Homs, Syrië, waar ik opnames maakte voor de documentaire In het spoor van IS. Deze broer en zus hadden geen moeder meer. Ik vond die kleine zó lief, zo’n ongelooflijk snoepie, dat ik haar het liefst onder mijn arm mee had genomen. Voor deze kinderen, de allerkwetsbaarste groep in elke oorlog, doe ik het. Dit jaar nog wil ik een stichting oprichten voor kinderen én vrouwen, want die gaan voor de verandering. En als je mij nou vraagt wat ik na wil laten, is dat niet nog eens tien documentaires, maar een kinderdorp in oorlogsgebied waar ik dan zelf zorg voor draag samen met familie en vrienden. Als dát lukt, heb ik de foto van mijn leven.’

Meer in deze serie

Albert Verlinde – ‘Ik wilde bewijzen dat ik méér was dan mijn geaardheid’

Hanneke Groenteman – ‘Na een leven ploeteren, proberen, mislukken en opstaan weet ik dat familie het dierbaarste in mijn leven is’

Wilfried de Jong – ‘Dat is het verhaal van mijn leven: dobberend op de golven, zonder een idee van waar het naartoe gaat’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden