Interview Carola Schouten

‘Ik ben er erg gevoelig voor als er een ­beroep op mij wordt gedaan.’ Waar komt het plichtsbesef van Carola Schouten vandaan?

Carola Schouten. Beeld Oof Verschuren

Boerendochter Carola Schouten (41) van de ChristenUnie schopte het tot minister van Landbouw en vicepremier. Verantwoordelijkheids­gevoel is belangrijk in haar leven en ­carrière, en dat is nog zacht uitgedrukt. ‘Talenten moet je ten volle benutten.’

Nog elk jaar komt de ­jaarclub van Carola ­Schouten ­bijeen. Dan pakken ze het schriftje erbij waarin ze tijdens hun studie opschreven wat de essentie van hun leven was. Welke dingen vind je belangrijk? Welke idealen heb je?

Om elkaar scherp te houden, vragen jullie elkaar nu jaarlijks: leven we nog steeds het leven zoals we wilden leven, vertelde je studievriend Maarten Los. Wat staat er over jou in het schriftje? 

‘Willen afstuderen was een bepaalde periode een groot thema voor me. Omdat ik tijdens mijn studie ongepland zwanger werd en besloot mijn zoon alleen op te voeden, was ik al aan het werk gegaan terwijl ik nog moest afstuderen. De dingen die ik samen met mijn inmiddels 18-jarige zoon wilde gaan doen, zoals reizen, is ook een thema dat terugkomt. En werk natuurlijk. Maar eigenlijk gaat het schriftje vooral over wie je wilt zijn en wat je wilt betekenen voor je omgeving. ‘Dienen’ is een woord dat vaak terugkomt bij mij.’

Dienen was ook haar eerste ingeving in de zomer van 2015. Arie Slob besloot zich terug te trekken als fractievoorzitter van de ChristenUnie en zowel zij als Gert-Jan Segers werd gevraagd of ze bereid waren hem op te volgen. Segers dacht dat zijn collega Schouten zou weigeren, dat ze het vast te zwaar zou vinden, maar toen hij haar sprak bleek ze toch naar een ‘ja’ te neigen. ‘Als ze een beroep op me doen, zal ik het moeten doen’, zei ze. Zelf neigde Segers op dat moment naar een ‘nee.’ Ze spraken af het er even niet met elkaar over te hebben zodat ze onafhankelijk van elkaar tot een beslissing konden komen. Nadat ze het met hun dierbaren hadden besproken en ze hadden gebeden, kwamen ze weer bij elkaar.

‘Hoe sta je er nu in?’, vroeg Segers.

‘Ik ben toch niet beschikbaar’, zei Schouten. ‘En jij?’

‘Ik denk toch een ‘ja’, zei Segers.

Carola Schouten. Beeld Oof Verschuren

Twee jaar later wordt Schouten minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Een ingewikkelde ministerspost, met boerenbelangen en milieubelangen die botsen. Nederland is er dan wel in geslaagd om dankzij de ­ingenieuze landbouwtechnieken na Amerika het grootste exportland van agrarische producten van de wereld te worden – of zoals National Geographic het in een tv-­documentaire omschreef: How a tiny country feeds the world. The Netherlands are a global agricultural powerhouse – intussen putten we de grond uit en halen we ­Europese milieurichtlijnen niet omdat we te veel produceren, te grote veestapels hebben.

De boeren waren blij met een boerendochter als minister, milieuorganisaties met haar ambitieuze toekomstideaal de ‘kringlooplandbouw’, waarbij alles wat aan grondstoffen uit de bodem wordt gehaald uiteindelijk weer teruggegeven wordt. Ook haar persoonlijkheid helpt haar aan hoge populariteitscijfers. Boeren die in de problemen zitten, maar die ze niet kan helpen, brengt ze het slechte nieuws hoogstpersoonlijk.

Ze woont een kerkdienst in Urk bij om met de pulsvissers die gedupeerd zijn door EU-regelgeving te bidden. En zelfs toen ze boeren ten onrechte beschuldigde van kalverfraude, kreeg ze lof omdat ze als kersverse minister het aandurfde openlijk toe te geven dat ze spijt had van haar harde woorden en het anders had moeten verwoorden.

Carola Schouten. Beeld Oof Verschuren

Volgens Gert-Jan Segers had jouw beslissing om destijds niet voor het fractievoorzitterschap te gaan misschien te maken met je vrouw-zijn. Zij denken bij twijfel eerder: ik doe het toch maar niet. Vrouwelijke Kamerleden zouden zich ook grondiger voorbereiden, terwijl mannen meer bluffen. 

‘Dat laatste is sowieso waar. Ik overdenk alles drie keer voordat ik het doe. Het gebeurde dat Gert-Jan op zaterdag naar het radioprogramma Tros Kamerbreed ging en mij vrijdagavond opbelde. ‘Ik ben morgen te gast op Radio 1, het gaat over de arbeidsmarkt, wat vinden wij daarvan?’ ‘Jij gaat naar Kamerbreed zonder dat je weet wat je gaat zeggen?’, reageerde ik dan. Vervolgens praatte ik hem bij en ging hij dat in de uitzending vertellen.’

Je bent zijn strengste criticus, zei hij. Als hij door Powned geïnterviewd werd en te veel de populistische hoek in gleed, zei je daar meteen wat van. 

‘O, hij is wel heel open naar je geweest. Maar dat klopt. Al ben ik uiteindelijk de strengste criticus voor mezelf. Mensen hoeven mij meestal niet te vertellen dat ik iets verkeerd heb gedaan, dat heb ik dan zelf al twintig keer bedacht. Als ik een fout maak kan ik mezelf echt ­geselen. Ik ben genadeloos voor mezelf.

‘Maar ik denk niet dat het met gender te maken heeft dat ik niet voor het fractievoorzitterschap ben gegaan. Het lag er meer aan dat ik wat bestuurlijker ben ingesteld. Als fractievoorzitter moet je scherp aan de wind kunnen zeilen, uitvergroten wat je vindt. Ik ben daar iets te redelijk voor, denk ik. Ik denk veel meer in nuances dan in sweeping statements. Gert-Jan kan met programma’s als Pownews meegaan, ik zou dan voelen dat ik een toneelstukje sta op te voeren.’

Van campagne voeren word je ook heel ongelukkig, ­begreep ik. Tijdens het slotdebat duik je het liefst onder een deken, je kijkt dan ook totaal geen tv. 

‘Ja, bij campagne voeren gaat het helemaal om het uitvergroten van een kant van het verhaal, en ik zie altijd meteen alle mitsen en maren, weet wat er tegenin te brengen valt. En van slotdebatten word ik veel te zenuwachtig. ­Zometeen hebben we in de voorbereiding een fout gemaakt en wordt dat ook zo uitvergroot. Dan hoor ik liever achteraf hoe het gegaan is. Ik heb mezelf ook moeten leren om op podia te staan. Dat doe ik nu wel, maar het is niet zo dat ik er sta en denk: hier ben ik mensen, zie mij staan.’

Heeft dat met verlegenheid te maken? 

‘Ten diepste is het de angst om fouten te maken. En dat ook nog eens voor heel veel mensen.’

Het harde werken gaat bij jou soms heel ver, vertelde ­Segers. En je gaat daarbij behoorlijk zwaar door het leven. Je tilt zwaar aan dingen, hij gunde je dat het allemaal wat minder zwaar is. Hij vraagt zich soms af voor wie je het eigenlijk allemaal doet.

‘Dat zit in dat dienen, denk ik. Ik heb sterk de overtuiging dat we allemaal talenten hebben gekregen en dat je daar niet lichtzinnig mee moet omgaan. Die moet je ten volle benutten. En niet zozeer voor jezelf, maar je moet je dienstbaar maken. En soms heb je andere mensen die je daarop wijzen. Ik werkte als fractiemedewerker toen de verkiezingen van 2010 eraan kwamen en iemand ineens tegen me zei: ‘Zou jij niet op de lijst willen?’ Daar had ik nog nooit over nagedacht. Uiteindelijk zei ik: ‘Zet me er maar op’, ook wel een beetje denkend dat de kans dat ik daadwerkelijk in de Kamer zou komen niet groot was; ik verwachtte op plaats 10 of 12 te komen. Tot ik in de trein gebeld werd met de mededeling dat het bestuur me op plek 6 had gezet. ‘Wat?!’, zei ik. Dat had ik niet verwacht. Maar toen zat ik al in dat proces. Uiteindelijk kregen we vijf ­zetels, vertrok Rouvoet en belandde ik in de Tweede Kamer. Ik ben er gewoon erg gevoelig voor als er een ­beroep op mij wordt gedaan.’

Waar komt dat vandaan? 

‘Ik denk dat dat in mijn karakter zit, maar ik ben ook opgevoed met een groot verantwoordelijkheidsbesef. Mijn zoon gaat bijna examen doen voor het vwo. Wij hebben een ongelooflijk goede band, hij heeft nooit echt gepuberd, maar hij weet precies waar hij mij kan raken en dat is wanneer hij lichtzinnig met zijn schoolwerk omgaat. Op een gegeven moment hebben we een deal gemaakt. ‘Je moet je gewoon niet meer bemoeien met mijn schoolresultaten’, zei hij. ‘Als ik zeg dat ik het ga halen dan ga ik het halen, en jij mag daar niet meer over zeuren.’ Ik moet echt op mijn tong bijten, maar ik heb het sindsdien niet meer gedaan. Nou, misschien heel af en toe een keertje. Niet omdat ik vind dat hij de hoogste cijfers moet halen, maar je moet doen wat je naar vermogen kunt doen. Hij moet toegewijd zijn.’

Jij bent niet van: beter een 6 zonder stress dan een 7 zonder leven? 

‘Dat is hij, haha. En ik was die tweede.’

Volgens Segers zit er een dubbelheid in jou. Aan de ene kant heb je een sterk verantwoordelijkheidsbesef, aan de andere kant heb je een stille wens om te vluchten. Ook na de laatste verkiezingen was er weer twijfel bij je: moet ik wel doorgaan? 

‘Die vluchtneiging komt vaak doordat ik zo veeleisend ben. Wil ik dit nog wel, denk ik dan. En dan kan ik erover fantaseren om weg te gaan, naar het buitenland, om iets heel anders te gaan doen.’

Segers zei ook dat er soms iets fatalistisch in je toewijding zit. Zo van: als niemand het doet, doe ik dat wel weer. Hij koppelde dat aan de tragedie die je op je 9de meemaakte toen je vader op jullie boerderij verongelukte. 

‘Dat appèl op verantwoordelijkheid zit er door het overlijden van mijn vader wel erg in. Mijn moeder, mijn twee zusjes en ik moesten daarna met elkaar verder op de boerderij. We hadden een veehouderij met zeventig koeien, dus er moest gelijk gewerkt worden. Op zaterdag moesten wij de melktank schoonmaken, de hokken uitmesten, allerlei klusjes doen, terwijl vriendjes en vriendinnetjes op voetbal of zwemmen zaten. Dat zat er bij ons gewoon niet in. Ik had het niet over mijn hart kunnen verkrijgen om, als mijn moeder heel hard aan het werk was op de boerderij, te denken: ik heb er geen zin in. Dat kon ik niet en dat kan ik nog steeds niet. Dat is zó geen oog hebben voor de ander. Snap je? Als je mogelijkheden hebt om mensen te helpen of iets kunt waarmee je anderen kunt dienen, en je doet dat niet omdat het je niet uitkomt, of je doet het wel, maar puur voor jezelf, dat is uitgesloten in mijn hoofd. Dat plichtsbesef heb ik in die periode wel meegekregen. Maar het willen presteren, het de beste willen zijn, zat altijd al wel in mij. Ik was 3 toen ik naar school ging.’

3 jaar? 

‘Ja. Ik had al zo lang aan het hoofd van mijn moeder gezeurd dat ik naar school wilde, dat zij is gaan vragen of ik een toelatingstest mocht doen. Dat lukte, daarna mocht ik naar school. Ik wilde heel snel alle tafels kennen, alles weten en kunnen. Dat had ik dus toen al, terwijl dat nog in de onbezorgde tijd was. Na het overlijden van mijn vader is er wel plichtsbesef bij gekomen. Daarvóór was ik een meisje dat leergierig was vanuit mijzelf. Daarna was ik nog steeds een meisje dat het heel graag goed wilde doen, ­alleen niet meer voor mezelf ofzo. Het was een dieper besef dat je een verantwoordelijkheid in het leven hebt. Dat je voor het grotere geheel dienstbaar moet zijn. Vanaf de dag dat mijn vader overleed is er wel meer ernst in mijn leven gekomen.’

Het was ijskoud, die dag. De waterleidingen waren bevroren en haar vader was daar druk mee. Hij gaf zijn dochter die ochtend daardoor bij hoge uitzondering geen kus voordat ze naar school fietste. Later op die dag kwamen haar opa en haar tante naar school, ze moest meekomen. Bij haar opa en oma thuis vertelde de huisarts de zusjes dat hun vader was omgekomen bij een ongeluk. Hij was in een landbouwmachine gevallen. Wat er precies is gebeurd, heeft Carola nooit gevraagd.

Was het boerenleven daarna besmet? Bijvoorbeeld omdat je het eng vond om met landbouwmachines te werken, wetend dat je vader in zo’n machine was gevallen. 

‘Nee, het boerenleven was niet besmet. Ik werkte zelf ook niet met die machines. Het was wel verdrietig. Ik vond het vooral erg als ik zag hoe zwaar het voor mijn moeder was. Dat heb ik het ergst gevonden. Veel erger dan het voor mezelf was. Ik had natuurlijk ook verdriet, maar je moeder verdrietig zien, dat is wel... dat vind ik heel erg. Ondertussen was ze van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig, het boerenbedrijf gaat altijd door. Uiteindelijk werd ze ziek, en lag ze met enige regelmaat in het ziekenhuis. Ze heeft de boerderij moeten verkopen. Ik denk dat ze dat het zwaarst heeft gevonden, om het bedrijf van mijn vader weg te doen.’

Mis je de geur van koeien wel eens? 

‘Ik ben er nooit terug geweest.’

Waarom niet? 

‘Weet ik niet. Ik heb weleens op het punt gestaan. Maar wat hoop je er te vinden, dacht ik toen. Ja, daar liggen herinneringen, maar het is niet meer wat het was. Toen.’

Carola Schouten. Beeld Oof Verschuren

Je studievriend Maarten zag jou altijd meer als de gezellige Brabantse vrouw dan als een streberig iemand die in het kabinet zou belanden. Had jij in die tijd al wel vergezichten die kant op? 

‘Ik heb zelf ook nooit gedacht dat ik in het kabinet terecht zou komen. Echt nooit. Tijdens mijn studie bedrijfskunde was ik inderdaad niet zo streberig. Ik ontdekte dat er meer waardevolle dingen in het leven zijn dan alleen leren en hoge cijfers halen. Maar als ik het over all bekijk, denk ik dat mijn studententijd eerder een onderbreking van die houding is geweest in plaats van dat ik echt veranderd ben. De diepe angst om het fout te doen blijft. Ik kan het niet, denk ik dan. Ik ben niet goed genoeg.’

Als je zo bang bent om het fout te doen, lijkt het me een zware dobber om minister van Landbouw te zijn. Je hebt veel tegenstrijdige belangen te dienen, er is altijd wel ­iemand boos of teleurgesteld in je. 

‘Ja, het is een soort masochisme. Ik kan het mezelf daar soms wel moeilijk mee maken, inderdaad. Misschien dat Segers daarop doelt, dat ik dingen soms lichter kan nemen of laten gaan. De kunst is om te kijken waar belangen samenkomen, dat is de manier waarop ik altijd een weg probeer te vinden. Als ik moet onderhandelen, ben ik op mijn best.’

Agnes van der Ven, de boerin die bekend werd door haar deelname aan Boer zoekt Vrouw, zag dat ook zo en schreef de minister een brief toen ze in financiële problemen zat. Nadat ze het melkveebedrijf van haar vader had overgenomen, besloot de overheid de mestregels aan te scherpen waardoor ze minder dieren mocht houden dan ze had begroot. Ze stond op het punt failliet te gaan. Op Sinterklaasavond belde de minister haar om half 7 op. Ze wilde haar even laten weten dat ze haar brief had ontvangen. Ze kon niks beloven, maar ze ging het uitzoeken.

Boerin Agnes kon dat erg waarderen, ook al kon je haar uiteindelijk niet helpen en kwam haar bedrijf inderdaad in zwaar weer. Maar inmiddels stel je haar als minister toch teleur. ‘Schouten is erg van de dialoog, maar ze pakt niet door. Bijvoorbeeld op het gebied van de fosfaatproblematiek worden er maar geen knopen doorgehakt. Ook voor de pulsvissers ziet de toekomst er slecht uit. Ik mis bij haar de daadkracht dat er ook echt iets verandert’, zei ze. 

‘Het duurt lang om een manier van produceren die al vijftig jaar gewoon is, om te draaien. En we zitten ook nog in een Europees krachtveld. Niet om het te bagatelliseren, maar dat krijg ik niet zomaar omgedraaid. Soms kosten dingen ook meer tijd dan mij lief is, dat geef ik eerlijk toe.’

‘Ik ben eigenlijk nog mild over haar in vergelijking met wat ik van de boeren om me heen hoor’, zei boerin Agnes. 

‘Dat komt ook doordat de verwachtingen hoog waren. Die heb ik zelf nog geprobeerd te temperen. Bij een van de eerste bijeenkomsten als minister van Landbouw met iets van driehonderd boeren, zei ik: ‘Beste mensen, ik ga jullie teleurstellen. Wij gaan momenten krijgen dat we echt niet gelukkig zijn met elkaar. Maar ik zal jullie altijd recht in de ogen kijken en komen uitleggen wat ik aan het doen ben.’ Er zijn gewoon geen snelle en grote sprongen te maken in dit dossier. Het is zo’n omvangrijke klus, dat duurt langer dan een kabinetsperiode van mij.’

Stel dat Forum voor Democratie de grootste partij wordt, is dan al je werk voor niks geweest? 

‘Dat zou ­kunnen. Maar als andere partijen die nauw bij de voedselproductie betrokken zijn, langs die inmiddels gezamenlijke lijn van mij blijven denken, heb ik daar nog steeds invloed op. Ongeacht welke andere partijen er na mij in het kabinet komen.’

Als je moet kiezen, ga je dan eigenlijk liever op date met Mark Rutte of met Thierry Baudet? 

‘Allebei niet! Dan blijf ik veel liever vrijgezel, haha!’

Ben je wel aan het tinderen of op een andere manier op zoek naar een partner? 

‘Ik heb een zoon en ik ben aan het werk, daar vul ik mijn tijd prima mee. De liefde kan ik ook op een andere manier in mijn leven hebben. Ik heb mijn zoon van wie ik ongelooflijk veel hou, en er wordt van mij gehouden. Ik heb geen partner nodig om mijn leven invulling te geven. Dat lukt mij zelf wel. Ik ben niet zo romantisch, geloof ik. Jammer hè? Ik geloof ook niet in de prins op het witte paard, daar ben ik iets te nuchter voor.’

Had je vroeger als kind naast plichtsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel ook wel fantasieën over bijvoorbeeld een Kleine huis op de prairie-achtig leven of een gezin met man, kind en hond? 

‘Dat heb ik nooit gehad. Ik wilde wel graag weg. Achter onze boerderij lagen weilanden en daarachter liep een provinciale weg. Als ik de koeien moest gaan halen en daar als klein meisje liep en naar die weg keek, dacht ik: er komt een moment dat ik daar rij en dan ga ik de wereld in. Ons leven speelde zich altijd af op de boerderij, op vakantie gaan kon niet. Ik had een diep verlangen om de wereld buiten de boerderij te ontdekken.’

Ben je om die reden ook tijdens je studie in Israël beland? 

‘Ik vind reizen fijn ja, dat speelde wel mee. Dus toen ik in mijn laatste jaar in Tel Aviv een half jaar bijvakken kon volgen greep ik die kans met beide handen aan.’

Je raakte daar op je 22ste ongepland zwanger van een ­Israëlische jongen. Dacht je gelijk: ik kan het moederschap prima alleen of voelde je ook wel even paniek? 

‘Ik voelde zeker ook wel paniek. Niet zozeer omdat ik bang was dat ik het niet alleen zou kunnen. Ik heb gezien dat mijn moeder het ook alleen kon, terwijl zij het vele malen zwaarder had. De angst zat er veel meer in dat ik mijn toekomst kwijt was. Mijn toekomstidee was om na mijn afstuderen in het buitenland te gaan werken, dat leek me leuk. Nu was ik ineens niet afgestudeerd, woonde bij drie jongens in een studentenkamertje, had geen baan en kreeg een kind.’

Carola Schouten. Beeld Oof Verschuren

Je had zelf een sterke band met je vader, hij was altijd in je buurt. Denk je daardoor weleens: wat jammer voor mijn zoon dat hij zijn vader zo weinig om zich heen heeft? 

‘Die gedachte heb ik weleens, ja. Ik heb een keuze gemaakt, die ook zeer bepalend voor hem was. Maar ik wist dat die relatie niet goed genoeg was om samen een kind op te voeden. Ik heb bewust het contact altijd goed gehouden. De relatie met zijn vader in Israël is goed. En af en toe moet ik vader en moeder ineen zijn. Ik kan nooit de hele vaderrol overnemen, maar ik heb me sterk voor­genomen dat ik nooit iets uit de weg zou gaan omdat ik het te ingewikkeld vind om het alleen te doen. Toen mijn zoon nog jong was ging ik als moeder alleen met hem kamperen en stond ik in mijn eentje die grote tent op te zetten. Dan zag je die mannen altijd kijken en op een gegeven moment hoorde je: ‘Heb je hulp nodig?’ Dan was ik altijd net bij het zwaarste klusje beland. ‘Misschien kunt u die haringen er even inslaan?’ Dan waren die mannen weer blij dat ze hun mannelijkheid hadden kunnen tonen en had ik mijn tent staan.’

Je zoon is nu 18. Zie je er tegenop als hij straks op ­kamers gaat? 

‘Hoe heerlijk ik het ook vind om hem om me heen te hebben, ik weet hoezeer ik zelf heb genoten van het op kamers gaan; je eigen weg vinden. Maar vooralsnog is hij vaker thuis dan ik. Eigenlijk zit ik meer op ­kamers bij hem dan hij bij mij.’

Het lijkt me wel anders thuiskomen in een leeg huis.

‘Ja, dat is wel een beetje jammer. En ook een gevaar voor mij. Want dan ga ik nog meer werken omdat ik geen reden meer heb om iets anders te doen dan werken.’

En, de kernvraag die Gert-Jan Segers me meegaf, wanneer hoeft het niet meer? 

‘Haha, hij heeft gewoon uit allemaal heel vertrouwelijke gesprekken uit de school zitten klappen tegen jou! Uiteindelijk komt het erop neer dat ik talenten heb, die kennelijk nodig zijn op dit moment. Dus dan moet je wel. Dit is wat er nu op mijn pad is gekomen, dus dit is wat ik moet doen. Met alles wat ik in me heb, met het beste wat ik kan geven. Maar het heeft wel altijd iets engs in zich. Ik ben niet iemand die denkt: o, wat leuk, ik word minister, dat ga ik even doen. Ik denk: oké, ik word minister, pff, dat is best een opgave.’

Het is ruimschoots donker als ze in haar dienstauto stapt. Met een volle koffer huiswerk voor de nacht. Heeft ze dan wel eens fantasieën als: o, had ik maar een baan in de plantsoenendienst, lekker buiten papiertjes prikken, geen stress? ‘Nou, dat is ook toevallig, hè?’ zegt ze tegen haar chauffeur. ‘Dat zei ik vanmiddag nog. Ik zag een bord langs de kant van de weg waarop stond dat ze mensen zochten die pakketten met de bakfiets wilden bezorgen. ­

‘O, dat kan ik ook nog altijd worden,’ riep ik. Dat soort vluchtgedachten moet ik mezelf af en toe toestaan om weer door te kunnen gaan.’

Cv Carola Schouten

6 oktober 1977 Geboren in Den Bosch als Cornelia Johanna (Carola) Schouten.
1995-2006 Bedrijfskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam.
2000-2006 Beleidsmedewerker ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2006-2011 Medewerker ChristenUnie-fractie Tweede Kamer.
2011-2017 Lid Tweede Kamer.
2017-nu Vicepremier en minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Schouten is lid van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt, ze woont in Rotterdam en heeft een zoon. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden