Column

Ik ben dol op de ramadan

Wie katholiek vast of werelds gaat 'ontgiften', hoeft niks uit te leggen. Maar ramadanvolger Hayat beantwoordt elk jaar dezelfde vragen: 'Ja, drinken mag óók niet.'

Beeld Eva Roefs

Oók geen water?!

Dat is steevast de laatste vraag in het jaarlijks terugkerende gesprek met m'n tot dan toe geïnteresseerde collega over hoe dat zit met die ramadan. Tot dan toe, want na het bevestigende antwoord slaat de interesse om in verbijstering die rap wordt gevolgd door de vaststelling dat een dag niet drinken niet gezond kan zijn en heel erg is, echt héél erg. De afronding van het gesprek is dan gelukkig in zicht want de verbouwereerde collega sluit snel af met: 'Nou ik zou het niet kunnen hoor!'

Ik ben dol op de ramadan. Elk jaar kijk ik uit naar de meest bijzondere maand van het jaar, die dit jaar duurt van 6 juni tot 6 juli. Het is een maand waarin ik vaker bij mijn ouders ben om gezellig samen de hongerige dag af te sluiten met een zoete dadel en een kom dampende harirasoep van moeders magische hand. Het moet haar liefde zijn, want hoe nauwgezet ik het recept ook volg, zo lekker als die van haar wordt mijn harira nooit. Het is ook een maand waarin ik probeer nét wat liever, nét wat eerlijker en een nét wat betere versie van mezelf te zijn. Waarin ik probeer stil te staan bij hoe goed we het hebben en me bedenk hoeveel mensen een slechter lot hebben getroffen. Een maand van bewustwording.

Het is ook een maand waarin ik een ernstig slaaptekort opbouw, mezelf overdag vervloek als ik terugdenk aan dat ene broodje dat ik 's avonds toch had laten liggen en waarin ik strontchagrijnig naar de klok kijk die maar geen sprintje wil trekken richting etenstijd. Van tevoren heb ik een lieflijk plaatje voor me waarin ik in serene rust en gedisciplineerd door de maand dartel tot ik de ultieme kracht van het vasten heb bereikt. In werkelijkheid ervaar ik een wat minder galante voortschrijding van de maand en blijk ik de meeste discipline nodig te hebben voor het bewaren van warme gevoelens richting mijn medemens. Ik moet namelijk wat bekennen: die goedbedoelde vragen over de ramadan zijn het laatste waar ik mijn dorstige keel mee wil vermoeien. Als ik voor de 183ste keer moet uitleggen dat ik inderdaad ook geen water mag drinken, maar dat dat in de praktijk best te doen is - wat al blijkt uit het feit dat we niet massaal het loodje leggen tijdens de ramadan (en wat voor de islamofoob een reden zou zijn de maand heilig te verklaren) - moet ik mijn best doen mijn ergernis te onderdrukken. Ik heb geen zin weer een spreekbeurt te moeten geven. Trouwens, de sterkste Listerine is niet opgewassen tegen de meur die tijdens het vasten vanuit je maag opstijgt dus in dat kader is het voor iedereen beter als ik m'n mond houd.

Maar ja, ik begrijp het ook wel. Vasten is een raar ding geworden en niet meer van deze tijd. Tenzij het ontgiften wordt genoemd en je in een exotisch kuuroord voor veel geld niet te eten krijgt, dan heet het 'weer in balans komen'. Vroeger kende ik mensen die na het carnaval veertig dagen vastten naar Rooms-Katholiek gebruik. Er wordt dan weliswaar gegeten, maar sober, zonder vlees, vis of zoet. Een meisje bij mij in de klas bijvoorbeeld mocht haar traktaties thuis in een snoeppot stoppen die ze tijdens het paasfeest kon aanbreken. Ik vond dat een onmenselijke prestatie en was blij dat ik maar een half etmaal hoefde te wachten op een lekkernij. Ook bij het eerste kantoor waar ik werkte, volgden twee collega's de vastenperiode en lieten tijdens de lunch de kibbeling staan. Op de een of andere manier luchtte mij dat op: ik stond niet meer alleen, we waren maar liefst met z'n drieën!

Dit jaar ga ik het over een andere boeg gooien. Als de welbekende vragen komen, zal ik vriendelijk maar eerlijk zeggen: 'Sorry, maar ik heb geen zin om te kletsen als ik aan het vasten ben.'

Wat verschrikkelijk bot! Dat krijg ik echt niet over mijn lippen. Misschien dan een paar uitgeprinte pagina's van Wikipedia meenemen die ik met een zwijgende glimlach overhandig? Hmm, dat is gewoon raar en krijgt Jehova-achtige trekken. Het is verdomd lastig op een vriendelijke manier iemand het zwijgen op te leggen. Zo hebben we op kantoor een lieve maar o-zo-praatgrage collega bij wie we angstvallig de vraag 'Hoe gaat het?' vermijden, omdat die garant staat voor een monoloog van minstens twintig minuten. Haar reputatie is inmiddels zo erg, dat we haar überhaupt geen vragen meer stellen.

Misschien biedt deze column uitkomst. Dan mail ik 'm door met de tekst: 'Ik wil na de ramadan weer graag met je kletsen, maar laat me nu maar ff gaarkoken in m'n serene chagrijnigheid.'

Hayat is een pseudoniem in verband met het juridische werk van de schrijfster.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden