Wilco van Rooijen.

Zin van het leven Wilco van Rooijen

‘Ik begrijp niet dat mensen zonder dromen kunnen leven’

Wilco van Rooijen. Beeld Jitske Schols

Een lawine op meer dan 8.000 meter hoogte in de Himalaya betekende bijna het einde voor Wilco van Rooijen. Hoe heeft dat zijn kijk op de dingen veranderd, wil Fokke Obbema weten.

Als jongetje van 10 glipt hij ongemerkt weg van de Zwitserse alpenweide om ‘nog een laatste topje’ te bereiken. Tot woede van zijn vader. ‘Ik was een lastig ventje, ik ging altijd mijn eigen weg.’ Bergbeklimmer Wilco van Rooijen verzet zich lang tegen alle verplichtingen die het leven hem oplegt: school, carrière maken of een gezin stichten. Die verhinderen hem ‘te dromen en te doen wat ikzelf wil doen’. Ook aan het ‘doe maar normaal’-gebod, gangbaar in zijn gereformeerde milieu, heeft hij een ­hekel. De hts rondt hij nog af, maar het komt nooit tot de vaste baan waar zijn ouders en de door hem bewonderde opa hem graag in zouden hebben gezien. ­Gesteund voelt hij zich door zijn klimvriend Cas van de Gevel, die hij als 18-­jarige in 1985 ontmoet. ‘Die had een heel andere kijk op het leven: Van Rooijen, je mot helemaal niks, alleen aan het einde van de rit tussen zes planken de grond in. Hij bracht onder woorden wat ik diep van binnen voelde.’

Tien jaar na hun eerste ontmoeting neemt het duo deel aan de beklimming van de K2, met hun idool Ronald Naar als expeditieleider. De berg in de Himalaya geldt als de Killer Mountain, één op de vier klimmers komt om het leven. Tijdens de klim wordt Van Rooijen geraakt door een vallende rots; met een gebroken jukbeen en arm moet hij de berg af. ‘Maar de mentale dreun was veel groter dan de fysieke pijn.’ Dertien jaar later brengt dezelfde K2 hem op de rand van de dood, wanneer zich daar een van grootste drama’s uit de geschiedenis van de bergsport voltrekt – ijslawines maakten een einde aan het leven van elf klimmers, onder wie zijn Ierse kompaan ­Gerard McDonnell. Zelf verblijft hij dan zo lang zonder extra zuurstof in de ‘zone des doods’, het gebied boven 8.000 meter, dat de buitenwereld ervan uitgaat dat hij is omgekomen. Zijn vrouw ­Heleen, moeder van hun dan ­zeven maanden oude zoon, heeft hun net aangekochte woonboerderij al in de verkoop wanneer hij toch naar het basiskamp weet terug te wankelen. Het avontuur bekoopt hij met het gemis van zijn tenen.

Dat weerhoudt hem er niet van om door te gaan. Inmiddels heeft de 51-­jarige Van Rooijen de Seven Summits (de hoogste berg op elk van de zeven continenten) en de Three Poles (de Noord- en Zuidpool plus de Mount Everest) gehaald. Dat laatste lukte hem zonder zuurstofflessen. Een ‘pelgrimstocht’ noemt hij die beklimming van de Mount Everest in 2004. ‘Mijn vader was het jaar ervoor overleden, ik dacht voortdurend: Mijn vader is in de hemel, ik moet naar hem toe.’

Sinds 2009 is hij bezig met ‘Antarctica 2048’, een project dat op de gevaren van de opwarming van de aarde wil wijzen. ‘De Zuidpool is een gebied anderhalf keer groter dan Europa. Als al het water daar smelt, heb je het over een stijging van de zeespiegel met zestig meter.’ ­Aanvankelijk doet hij het met Marc ­Cornelissen, totdat die in 2015 tijdens een klimaatmissie naar de Noordpool verdrinkt. Gesteund door de Technische Universiteit Eindhoven zet Van Rooijen het Antarctica-project door, met zijn overleden klimvrienden in gedachten.

Wat is de zin van ons leven?

‘Vroeger dacht ik: het gaat vooral om leuke dingen doen en grote dingen presteren. Almaar meer. Als iemand zei dat hij tien bier kon drinken, dan kon ik er twintig. Een halve marathon rennen? Dan deed ik een hele, of een triatlon. Ik voelde me fysiek oppermachtig, ook met klimmen. Als er iets van competitie was, dacht ik: Er kan er maar één winnen, dat moet ik zijn. Een alfamannetje dus. Inmiddels weet ik dat het aanjagen van competitie funest is op een expeditie – er komt altijd een dag dat je achteraan hangt. Dan is het heerlijk als iemand zegt: Kan ik iets overnemen?

‘Op expedities heb ik geleerd dat wij mensen complementair zijn en samen zoveel sterker. De zin van het leven ben ik anders gaan zien. Het leven draait voor mij tegenwoordig om dankbaarheid. Ik ben niet alleen dankbaar voor wat ik allemaal heb mogen doen, maar ook simpelweg dankbaar omdat ik leef. Je hoeft niet altijd grote dingen te doen. Het unieke zit ook in een boomblaadje, of in een waterdruppel.’

Bijzonder uit uw mond: je hoeft geen grote dingen te doen.

‘Dat heb ik moeten leren. Als ik vroeger een oude man achter de geraniums zag zitten, dacht ik: Dat is óók zielig. Nu vraag ik me af: Wat ziet hij, wat heeft hij meegemaakt? Ik kan tegenwoordig ­begrijpen dat hij op zo’n moment misschien wel dankbaar naar de natuur kijkt. De bergen hebben me ook geholpen te relativeren. Hier, in de geciviliseerde wereld, vergeet je dat je tegenover de natuur niets voorstelt. Maar in de grote wereld van de Himalaya voel je je zo nietig. Niet alleen in ruimte, maar ook in tijd. Die berg is er miljoenen ­jaren, onze aanwezigheid is een kwestie van seconden – je bent (knipt met vingers) zó weg.’

Waardoor is de ommekeer in uw denken gekomen?

‘Door mijn bijna-doodervaring op de K2 in 2008. Ons team was terechtgekomen in een ramp van de buitencategorie, te vergelijken met de Bijlmerramp, het soort lawine waar je geen rekening mee houdt. Ik werd gedwongen meer dan dertig uur boven 8.000 meter te bivakkeren. Normaal gesproken overleef je dat niet, bij min dertig, zonder eten en drinken, volgens de natuurwetten had ik dood moeten zijn. Toch is het goed gekomen. Was dat puur geluk of toeval? Nee, dat geloof ik niet.’

Leestip 

De alchemist van Paulo Coelho. Coelho maakt prachtig duidelijk welke obstakels we op ons pad tegenkomen, wanneer we onze dromen najagen. In onze jeugd leren we dat niet alles mogelijk is. Als we volwassen zijn is er de angst anderen pijn te doen wanneer we voor onze droom kiezen. Zetten we toch door, dan moeten we afrekenen met de angst voor de obstakels die we altijd gaan tegenkomen.

Wat dan wel?

‘Je moet je voorstellen: je leven is op zo’n moment totaal out of control. Wat ga je dan doen? Geloof me: dingen die je van tevoren voor onmogelijk houdt. Ben je iemand die een ander uit een brandend huis probeert te redden, of kies je voor je eigen overleven? Over het antwoord kun je als buitenstaander niet oordelen, er is geen goed of fout. Ik besliste toen dat ik zo snel mogelijk moest afdalen, want ik begon sneeuwblind te worden. Maar ik geloof niet dat ikzelf dat besluit heb genomen. Het kwam voort uit mijn over­levingsinstinct, uit energie die vanuit mijn onderbewustzijn bovenkwam. Ik geloof dat je die energie gestuurd krijgt door mensen met wie je diep bent verbonden. Dat zijn er veel meer dan wij denken. Sindsdien besef ik dat we er niet alleen voor staan op deze wereld.’

Andere klimmers kwamen wel om.

‘Waarom Gerard wel en ik niet? Is dat omdat er naar hem geen energie is gestuurd? Kan ik me niet voorstellen. Heeft het te maken met wie een beter mens is? Dan zou hij er nog zijn en ik niet. (Stilte.) Ik weet het niet. Ik wil vooral dankbaar zijn en voel sindsdien nog sterker de ­oproep iets van mijn leven te maken. ­Hopelijk weet ik iets te creëren dat zoveel energie achterlaat dat mensen zeggen: Wauw, daar gaan we mee verder. Ik ben bij genoeg begrafenissen geweest, waarbij het was: plakje cake, kopje koffie en we gaan weer door. Dan hoop ik toch echt dat ik andere mensen zoveel weet te inspireren dat ze iets met die energie gaan doen. Voor mij zijn Marc en Gerard niet dood.’

Gaat het u bij klimmen om dat soort inzichten?

‘Uiteindelijk wel, ja. Natuurlijk wil ik de top halen, maar ik heb geleerd dat mijn verbondenheid met Cas, onze vriendschap, duizend keer belangrijker is dan de top. Bij de ramp op de K2 zette hij zijn eigen leven op het spel door mij op dat moment te gaan zoeken – hij zat ook al te lang boven 8.000 meter. Vorig jaar ben ik op een expeditie samen met hem ­omgekeerd, toen hij geen kracht meer in zijn benen had. Dat was voor mij een lastige beslissing. Hij heeft het gewaardeerd, al spreekt hij dat niet zo uit, want hij is niet zo’n prater. Hoe kun je als mensen nog dichter bij elkaar komen? Ik zeg wel eens: Natuurlijk heb ik een relatie, maar ik heb ook een relatie met Cas. Je hebt dan geen seks met elkaar, om het plat te zeggen, maar die energie en die verbinding tussen ons, dat is enorm.’

Vriendschap valt ook te ervaren zonder je leven op het spel te zetten.

‘Uit mijn studiejaren heb ik heel goede vrienden, maar ik betrap me op de gedachte dat we in cirkeltjes draaien. Weer een biertje, hapje eten, over relaties en kinderen praten. De volgende dag denk ik dan: het was weer zo’n avond, een beetje meer van hetzelfde.

‘Je hebt in het leven moeilijkheden ­nodig. Mijn teamleden zijn niet altijd mijn beste vrienden, maar ik krijg wel een grote inzet van ze. Het gaat echt ­ergens over en het gaat soms hard tegen hard. Ik ben geen autoritaire expeditieleider, zoals mijn mentor Ronald Naar vroeger, ik bespreek graag dingen in de groep. Komen we er niet uit, dan ga ik naar mijn tent, rustig nadenken en dan kan ik de volgende dag zeggen: oké, we gaan het anders doen. Dan blijkt dat ook te werken.’

Is zelfkennis een doel in het leven?

‘Dat hangt voor mij samen met de zin van het leven. Als je jezelf begrijpt, kun je beter met anderen omgaan. Dat is ook omgaan met jezelf. Ik kan wel vinden dat iemand iets verkeerd ziet, maar daarover boos worden is alleen maar negatieve energie. Ik denk liever: waarom ben ik niet in staat mijn punt duidelijk te ­maken? Ik heb net zo’n groot aandeel als de ander in een conflict. En ik hou ook voor ogen dat het leven altijd in beweging is: iemand die je als een eikel kent, kan een fantastisch mens blijken te zijn. Dé waarheid bestaat niet – ik heb de mijne, jij hebt de jouwe. Waar het in ­iedere situatie om gaat is: wat ga je ervan leren?

‘Ik verbaas me erover dat veel mensen daar niet mee bezig zijn. Het leeuwendeel loopt met het gezicht naar beneden te mompelen: ik moet weer dit en ik moet weer dat. Je hoeft helemaal niks! Wat ik vooral niet begrijp, is dat de meeste mensen geen dromen lijken te hebben. Dat is toch bizar. Als ik aan iemand vraag: ‘Waar droom je van?, krijg ik meestal geen antwoord. Er moet toch iets zijn! Je droom kan van alles zijn. Het gaat niet om het doel, maar om de weg erheen. Maar dan moet je wel eerst een richting kiezen.’

De zin van het leven

Na een hartstilstand, die hem tussen dood en leven deed zweven, gaat Fokke Obbema op zoek naar antwoorden op die aloude vraag: waartoe zijn wij op aarde? In een serie interviews gaat hij daarover het gesprek aan met mensen met zeer diverse beroepen en achtergronden. Lees hier alle voorgaande verhalen. Een bundeling verschijnt na de zomer bij uitgeverij Atlas Contact.

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden