Interview Jan Wolter Wabeke

‘Iedereen in dit vak kan de kop van Jut worden en nog sneller dan vroeger, vooral door sociale media’

Boze burgers en politici die tornen aan hun onafhankelijkheid: vertrekkend raadsheer Jan Wolter Wabeke maakt zich zorgen over de toenemende druk op rechters.

Jan Wolter Wabeke: ‘De schandpaal die je vroeger had – je weet wel, zo’n paal waar je met je handjes en hoofd aan werd vastgemaakt zodat mensen tomaten naar je konden gooien – heb je nu in de vorm van de media.’ Beeld Kiki Groot

Hij heeft zijn rode wetboek meegenomen. In de vuistdikke bundel zijn de relevante pagina’s keurig gemarkeerd. Jan Wolter Wabeke – onberispelijk gekapt, blauw geruit pak, rood geruite das – was de grondlegger van het homohuwelijk, was de hoofdofficier van Midden- en West-Brabant, was de financieel ombudsman, en na deze week wás hij ook senior raadsheer bij het Haagse gerechtshof.

Van afscheidsinterviews houdt de 70-jarige jurist niet. Maar hij wil wél praten over de misverstanden rondom de zogenoemde artikel 12-procedure. Met dit deel van het strafboek hield hij zich afgelopen jaren vooral bezig. Het is het onderdeel van het recht dat burgers in staat stelt om na een mogelijk onterechte afwijzing van het Openbaar Ministerie (OM) alsnog strafvervolging af te dwingen.

Maar in een industrieel café in Eindhoven, nabij zijn woonplaats Best, dringt zich al snel nog een actueel onderwerp op: de rechter onder druk. ‘Wij kijken vanuit Nederland heel kritisch naar wat er in Polen en Hongarije met rechters gebeurt. Maar als we niet uitkijken kruipen wij ook die kant op.’

In november stuurden rechters een brandbrief naar de Tweede Kamer omdat de onafhankelijkheid van de rechtspraak onder druk staat als gevolg van financiële chaos en een hoge werkdruk. Maar er is meer dat rechters parten speelt, aldus Wabeke. Ook persoonlijke aanvallen op de rechter komen steeds vaker voor, stelt hij. ‘Je hebt rechters die agressief door rechtzoekenden worden aangesproken, bijvoorbeeld als ze hun kind van school halen of in de trein worden gezien. ‘Je bent een stom wijf’, of ‘Hé, daar zit die klootzak’, krijgen ze te horen.’

Hij kan er uit ervaring over meepraten. ‘De schandpaal die je vroeger had – je weet wel, zo’n paal waar je met je handjes en hoofd aan werd vastgemaakt zodat mensen tomaten naar je konden gooien – heb je nu in de vorm van de media.’

Als voorzitter van de Haagse artikel 12-kamer onderzocht Wabeke afgelopen jaren onder meer de vraag of er niet nóg drie agenten vervolgd hadden moeten worden voor de dood van arrestant Mitch Henriquez. Nee, luidde de uitspraak. Ook oordeelde hij over het verzoek om de Rabobank alsnog voor de strafrechter te brengen wegens omvangrijk gesjoemel met rentetarieven. Ja, was het oordeel – alleen kon dit niet meer omdat in het buitenland al vervolging was ingesteld.

De mediagenieke tabakszaak, aangespannen door advocaat Bénédicte Ficq namens de antirooklobby, zou een van de laatste zaken zijn geweest waarover hij zich samen met twee andere rechters zou buigen. Eerder dit jaar had het OM geweigerd de tabaksindustrie te vervolgen. Roken is ieders eigen verantwoordelijkheid, was een van de argumenten. Een artikel 12-procedure was Ficqs laatste redmiddel om de zaak alsnog voor de strafrechter te brengen.

Het zou een juridisch uitdagend einde zijn geweest voor de raadsheer. Wabeke zou zich hebben moeten verdiepen in de vraag: zijn de sigarettenfabrikanten ‘sluipmoordenaars, gewetenloze criminelen’ die met ‘sjoemelsigaretten’ de consument zo snel mogelijk verslaafd willen maken aan een dodelijk gif?

Maar het liep anders. Het werd een einde met krantenkoppen die zijn professionaliteit als rechter in twijfel trokken. ‘‘Partijdige’ rechter Wabeke weg’, kopte het AD dit najaar. Advocaat Ficq zei bij De Wereld Draait Door dat Wabeke zich als rechter schuldig had gemaakt aan een misdrijf. Hij zou het geheim van de raadkamer hebben geschonden door met derden te praten over een zaak die hij in behandeling had.

Volgens Ficq had zij van een bron, tijdens het drinken van een kopje koffie, gehoord over een etentje in Amsterdam-Zuid. De bron zou haar verteld hebben dat hij die avond Wabeke hoorde zeggen ‘dat roken ieders eigen beslissing is, en niemand anders verantwoordelijk gesteld kan worden’. Een bom, aldus de advocaat op tv. Want hoe konden haar cliënten nog op een onbevangen behandeling hopen?

Het resultaat: Wabeke besloot op 24 september, kort voor aanvang van de zaak, om zich terug te trekken.

Wat is er gezegd die avond?

‘Geen idee. Ik was in het eerste weekend van juni met zeven mensen gezellig een hapje aan het eten. Ik weet vier maanden later echt niet meer wat ik die avond precies heb gezegd. Navraag bij andere aanwezigen leert dat zij het ook niet meer weten. Het was geen vergadering, maar een housewarming van iemand die ik al jaren ken. We hebben het wel kort over roken gehad, omdat een van de aanwezigen na jaren was gestopt. Er is bij mijn weten niet gesproken over de tabaksindustrie.’

Het enige dat Jan Wolter Wabeke, die in het verleden als gelegenheidsroker soms een sigaret opstak, er verder over kwijt wil, is dat hij ‘geen enkel principieel standpunt over roken heeft’.

Ook de bron van Ficq laat de Volkskrant desgevraagd weten niks over de zaak te willen zeggen. Hij is geschrokken van de affaire en had niet voorzien dat zijn verhaal tijdens de koffie met de advocaat zulke gevolgen zou hebben.

De reden voor Wabeke om terug te treden was ‘hevige irritatie’. ‘In die situatie had het mijn voorkeur om te wisselen met een collega. Persoonlijke gevoelens van irritatie mogen niet in de weg staan aan een zuivere en rustige behandeling van een zaak. Het was bovendien niet erg ingewikkeld. Een zeer ervaren seniorcollega stond als reserve gereed. Dat is meestal zo in grote zaken.’ Naar verwachting zullen Wabekes collega’s zich binnenkort uitspreken over de zaak.

Een rondgang in justitiekringen leert dat Wabekes besluit zich terug te trekken met verbazing is aanschouwd. Volgens sommigen had de raadsheer niet moeten buigen voor deze trial by media – Ficq stapte nog voor aanvang van de zitting naar de tv en het AD.

‘Je moet professioneel genoeg zijn om je over eventuele irritaties heen te zetten’, zegt een raadsheer die anoniem wil blijven omdat hij het niet kies vindt zich persoonlijk over de zaak uit te spreken. ‘Een rechter is ook een mens en als privépersoon mag je een mening hebben. In een concrete zaak pas je als rechter de wet- en regelgeving toe, ongeacht je eigen opvattingen daarover.’

En ook een lid van de OM-top, Rinus Otte, liet onlangs in NRC optekenen dat het hem ‘enorm verbaast dat die persoonlijke benadering in de tabakszaak zo’n rol speelde. Blijkbaar vertrouw je niet op ’s mans integriteit als rechter. Dat is ronduit zorgelijk. Willen we de rechter dan terugdringen naar de geïsoleerde kloostercel van vroeger?’

Wat vindt u van deze kritiek?

‘Wanneer je een zaak krijgt die begeleid wordt door aanvallen op de rechter, kun je je afvragen: moet ik me hier iets van aantrekken? Maar je kunt ook zeggen: ik heb even geen zin deze persoon voor me te zien.’

Was die persoon advocaat Ficq?

‘Ik was overrompeld door de media-agressie. Bovendien suggereerde de advocaat op tv dat ik tijdens dat etentje uit de raadkamer had geklapt, en daarmee een misdrijf zou hebben gepleegd. Maar op het moment van dat etentje was die zaak in de verste verte nog niet begonnen. Ik had nog geen letter gelezen. Het was begin juni bovendien nog niet eens duidelijk welke drie raadsheren over die zaak zouden gaan oordelen. De roosters waren nog niet definitief. Voor hetzelfde geld had ik de zaak niet op mij genomen. Dus hoezo: klappen uit de raadkamer?’

Jan Wolter Wabeke. Beeld Kiki Groot

Dan had u die kritiek toch makkelijk kunnen pareren.

‘Ja, maar hoe kun je neutraal en vriendelijk zo’n zaak voorzitten als je na die manipulatie en beschuldigingen op tv niet meer door één deur kan met de advocaat? De kwaliteit van de behandeling van de zaak zou onder druk staan, en daar zouden de cliënten van deze advocaat de dupe van zijn geworden.’

Bent u niet bang dat advocaten die liever een andere rechter op hun zaak zien voortaan ook zoiets proberen? Na de geslaagde wraking van Wilders in 2010 nam het aantal pogingen tot wraking toe.

‘Iedere rechter moet een eigen afweging maken. Het is niet zo dat als iemand tegen mij schreeuwt, ik me meteen terugtrek. Het is me ook overkomen dat advocaten of procederende burgers met agressieve kletspraat een sfeer van wantrouwen creëerden, waarop ik heb gezegd: dit slaat nergens op, ik ga gewoon door.

‘Maar als er een moment ontstaat waarop je je realiseert dat het voor alle betrokken partijen beter is dat een ander naar de zaak kijkt, moet je dat besluit ook durven nemen. Niet omdat je vooringenomen bent, maar omdat je als rechter wilt dat mensen zich veilig voelen in de rechtszaal.’

Reactie van advocaat Bénédicte Ficq

‘Mijn bron heeft expliciet verklaard dat Wabeke zich tijdens het etentje wel degelijk geafficheerd heeft als de voorzitter die de zaak zou gaan doen. Mijn bron dacht bij het horen van de gewraakte uitlatingen: ‘Oh, daar krijgt Ficq een harde dobber aan.’ Ik heb in de periode van het plaatsgevonden etentje al mijn correspondentie aan hem gericht en nooit een brief teruggekregen dat Wabeke de zaak niet zou voorzitten. Ik heb niets gemanipuleerd, maar heb uitsluitend de gerechtvaardigde belangen van mijn cliënten beschermd. Dat is alles. Ik zou geen knip voor de neus waard zijn als ik niets met deze wetenschap zou hebben gedaan. Wabeke heeft dit alles over zichzelf afgeroepen door te gaan babbelen over een lopende zaak. Uit hoofde van zijn ambt was hij gehouden dit niet te doen.’  

Het is niet de eerste keer dat Jan Wolter Wabeke in opspraak raakte. In 2014 werd zijn naam genoemd tijdens het voorlopige getuigenverhoor dat stichting de Roestige Spijker had geïnitieerd om de – nooit bewezen – beschuldigingen van kindermisbruik aan het adres van voormalig justitietopman Joris Demmink te onderzoeken. Wabeke, destijds hoofdofficier in Brabant, zou een van de andere verdachte OM-topmannen zijn geweest die seksfeestjes met jonge jongens zou hebben bezocht. Onzin, liet René Ficq – oom van de andere Ficq in dit verhaal – destijds aan de Volkskrant weten. René Ficq was eind jaren negentig, de tijd waarin het misbruik zou hebben plaatsgevonden, baas van het OM. En in die functie wist hij precies wie wel en wie niet verdachten waren in het zogenoemde Rolodex-onderzoek. Wabeke was daar niet bij.

Toch achtervolgen de pedofiliebeschuldigingen de magistraat nog steeds. ‘Ik stond lekker te kletsen met Humberto Tan op Koningsdag. Oranje jasjes aan. Het was toeval. We zijn geen vrienden, maar waren allebei ergens te gast. Iemand maakte een foto. Meteen komt op Twitter: ‘Humberto Tan vermaakt zich met beroemde pedo’.’

In 1977 kwam Wabeke, toen officier van justitie, als eerste magistraat uit de kast, samen met zijn man Jan. ‘Dat resulteerde meteen in gemene roddels. Soms pal achter mijn rug, soms recht in mijn gezicht. Sommige politieagenten, officieren, rechters en ambtenaren konden het niet hebben dat de aanklager openlijk homo was.’

‘Wij zijn de rechtsprekende macht, en moeten wegblijven van de wetgevende en uitvoerende macht.’ Beeld Kiki Groot

Hoe gaat u hiermee om?

‘Je zet een knop om. Er zijn mensen die het leuk vinden om smerige dingen over me te schrijven. Ik ben gelukkig een van die personen bij wie het zo ver gaat, zo absurd is geworden, dat niemand die ertoe doet, het nog serieus neemt.’

Zijn er zaken die u als rechter niet doet?

‘Kindermisbruikzaken doe ik niet. Want je weet bij voorbaat na al die onheuse roddels: je bent de kop van Jut.

‘Ik zou ook geen zaken kunnen behandelen van weigerambtenaren. Als bedenker van de wet voor het universele huwelijk weet je dat, wat je ook in zo’n zaak zou oordelen, je toch niet overtuigend bent.’

Heeft u ook wel eens dingen in uw privéleven gelaten vanwege uw baan als rechter?

‘Ja, we hebben in onze relatie thuis na 41 jaar best wel herinneringen aan momenten waarop ik zei: Jan, met die persoon zou ik niet omgaan. Of: die klant – mijn man is fotograaf en ontwerper – zou ik hier niet laten komen.’

U bent een relatief bekende rechter. Heeft u er eerder last van persoonlijke aanvallen dan anderen?

‘Iedereen in dit vak kan de kop van Jut worden. Nu nog sneller dan vroeger, vooral door sociale media. Daar kunnen makkelijk gemene onwaarheden over rechters of officieren worden verspreid, of er kan agressief gereageerd worden op een uitspraak. Zelfs de Amerikaanse president Trump maakt zich daar schuldig aan. Hij haalde onlangs via Twitter fel uit naar de rechters van het Amerikaanse hooggerechtshof. Dat is een hele risicovolle ontwikkeling. In ons land zie je ook in toenemende mate dat politici oordelen over een uitspraak van een rechter.

‘Maar het gebeurt ook dat rechters op straat of in de zittingszaal op zeer persoonlijke wijze worden aangesproken, of dat ze boze brieven krijgen waarin nare opmerkingen gemaakt worden over privézaken of verzonnen roddels.’

Wat doet dat met een rechter?

‘De persoonlijke aanvallen dragen eraan bij dat rechters de neiging krijgen zich minder maatschappelijk actief op te stellen.’

In hoeverre kan een rechter maatschappelijk betrokken zijn?

‘Nog niet zo lang geleden was de kritiek dat rechters in een ivoren toren buiten de maatschappelijke realiteit leefden. Er is hard aan gewerkt om rechters actief te laten deelnemen aan het maatschappelijk leven. Zo was ik lid van de raden van toezicht van het Catharinaziekenhuis en van de Design Academy in Eindhoven.

‘De grens ligt bij een actief lidmaatschap van een politieke partij. Dat komt in de weg te staan van de scheiding der machten. Wij zijn de rechtsprekende macht, en moeten wegblijven van de wetgevende en uitvoerende macht.’

Vorige maand schreef een groep rechters – onder de naam Tegenlicht – een brandbrief aan de Tweede Kamer. Door de werkdruk, financiële chaos en de organisatiestructuur staat de onafhankelijkheid en de kwaliteit van de rechtspraak onder druk, stelden ze. Rechters zouden onder druk worden gezet om ‘productie’ te draaien, de rechtspraak ‘dreigt door de hoeven te zakken’. Onterechte veroordelingen of vrijspraken liggen op de loer. Gerechten worden voor een groot deel betaald per afgeronde zaak. ‘We lijken wel een productiemachine’, vertelde een raadsheer in Nieuwsuur.

‘Zo ernstig is het bij de rechtspraak nog niet. Maar rechters moeten tijd en rust krijgen om kwaliteit te leveren.’ Beeld Kiki Groot

Herkent u dit?

‘Ja. Het komt voor dat je met een griffier, een secretaris en drie raadsheren een megazaak voorbereidt. Dat betekent dat je je met z’n allen zo’n drie tot vier weken aan het inlezen bent. Vlak voor de zitting krijg je bericht: het hoger beroep is ingetrokken. Van al dat werk wordt dan geen cent vergoed, want er is ‘geen product’. Dan ontplof je weleens.’

U stelde eerder in dit gesprek: als we niet uitkijken kruipen we in de richting van Polen en Hongarije. Dat is een heftige constatering: de Poolse regering probeerde onlangs kritische rechters vervroegd met pensioen te sturen.

‘Ik meen het serieus. Het is de bedoeling dat de rechtspraak in Nederland een zelfstandig functionerende organisatie is. Maar het pakt inmiddels anders uit. De Raad voor de Rechtspraak is een soort hoofdkantoor dat aan de top van alle rechtbanken en gerechtshoven staat. Maar het is in feite een verlengstuk geworden van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het ministerie bepaalt de begroting en de ‘producten’, daarnaast benoemt het ministerie het bestuur van de Raad voor de Rechtspraak. De Raad benoemt vervolgens de besturen van de gerechten. En die besturen dragen bij de minister voor wie ze als lid van de Raad voor de Rechtspraak benoemd zouden willen zien. Een gesloten cirkel. Het ministerie zit dus aan de knoppen van twee belangrijke sturingsmechanismen: het geld en de benoemingen.

‘Dit betekent niet dat iedereen die op die plekken zit, fout is. Maar de structuur is onzuiver en kwetsbaar. Als we niet uitkijken kan het wel de verkeerde kant opgaan.’

Uit de hele justitieketen klinken verontrustende geluiden. De politie lijkt steeds moeilijker greep te krijgen op georganiseerde misdaad. Het OM ligt onder vuur wegens een verziekte werksfeer. Is het bij de zittende magistratuur ook zo ernstig?

‘Het OM heeft een idiote bezuinigingsoperatie moeten doorvoeren: 25 procent minder budget in drie jaar tijd en daaroverheen een zeer ingrijpende, slecht voorbereide reorganisatie. Die organisatie lijdt aan PTSS.

‘Zo ernstig is het bij de rechtspraak nog niet. Maar rechters moeten tijd en rust krijgen om kwaliteit te leveren. Nu moet alles in zo’n tumult en met zo’n krakkemikkige infrastructuur.’

Het beloofde digitaliseringssysteem dat het werk efficiënter zou moeten maken komt maar niet van de grond. Eerder dit jaar trok de Raad voor de Rechtspraak de stekker uit het mislukte ict-project KEI, dat op dat moment al 200 miljoen euro had gekost. Een deel van het verlies dreigt op de rechtbanken en gerechtshoven te worden afgewenteld.

Wat merkt de rechter op de werkvloer van de ‘financiële chaos’ en de mislukte digitalisering?

‘Je kampt met haperende computersystemen. Er is geen goedgevulde technische en ondersteunende dienst meer. Rechters staan zelf bij het kopieerapparaat om de dossiers samen te stellen. Griffiers zijn wegbezuinigd, en secretaresses. En dan heb ik het over behoorlijk hoogopgeleide mensen. Dit alles verhoogt de werkdruk alleen maar.

‘Het vreemde vind ik dat de top van de Raad voor de Rechtspraak nog op zijn plek zit. Ze doen alsof er niks is gebeurd, terwijl er 200 miljoen weg is en de rechters in de meeste zaken nog altijd moeten werken met papieren dossiers. Je moet je voorstellen: muren van verhuisdozen vol processtukken.

‘Soms komt de brandweer langs op het hof en die zegt: meneer, al dat papier mag u niet op de gang neer zetten. Maar ja, waar laat ik die dozen als mijn kamer al stampvol staat?’

Het werk, zo constateert Wabeke, is er afgelopen jaren niet makkelijker op geworden. ‘En daar komen die bezuinigingen op de sociale advocatuur nog bij. Het kabinet lijkt zich niet te realiseren dat advocaten, ongeacht wat je van sommigen ook vindt, een cruciale rol spelen bij het scherp houden van de rechter en het OM.’

Zo ziet hij als artikel 12-rechter steeds vaker dat mensen een procedure beginnen met de verkeerde verwachtingen. Wabeke pakt zijn dikke rode bundel met wetten erbij en leest voor. Iedere belanghebbende die vindt dat het OM zijn of haar aangifte ten onrechte heeft geseponeerd, kan zo’n zaak beginnen. ‘Dat kan ook als er geen formeel sepot is, bijvoorbeeld als je bij de politie al te horen hebt gekregen: meneer, het heeft geen zin om aangifte te doen.’

Het moet alleen wel om misstanden gaan die onder het strafrecht vallen. En daar gaat het de laatste jaren vaak mis, stelt Wabeke. Steeds vaker komen er zaken voorbij van mensen die geen advocaat kunnen betalen voor een civiele procedure. Deze mensen – vermeende slachtoffers van burenruzies, voogdijkwesties, fraude- of smaadzaken – hopen via een artikel 12-procedure hun gelijk te halen. Want besluiten rechters als Wabeke dat het OM alsnog een strafzaak moet beginnen tegen de beklaagde partij, dan zijn de kosten voor het OM en kunnen de aangevers hun schadeclaim via de strafrechter indienen.

‘In ons stelsel is rechtsbijstand voor de mensheid enorm onredelijk geregeld. Schokkend. Met name voor civiele procedures. De grote middengroepen kunnen zich een civiele procedure bij de rechtbank niet veroorloven. Alleen partijen met heel diepe zakken, of de mensen die zo’n laag inkomen hebben dat ze recht hebben op gesubsidieerde rechtsbijstand kunnen procederen. Zij kunnen procederen tot de ander erbij neervalt, of ze nu gelijk hebben of niet.’

In zulke zaken, stelt hij, ‘is het voor een rechter ook best pijnlijk als je moet zeggen: ‘Sorry meneer of mevrouw, er zit geen strafrechtelijk aspect in uw zaak, daarvoor is ander bewijs nodig.’ Deze mensen zullen naar de civiele rechter moeten stappen, en dat kan hun zomaar tienduizenden euro’s kosten.’

‘Vanuit dat perspectief begrijp ik de verontwaardiging en het onbegrip trouwens wel.’

Is het niet aan de rechter om zo’n uitspraak goed uit te leggen, zodat alle partijen begrip hebben voor een afweging? D66 diende daar onlangs een motie over in.

‘Die eis van D66 is ongepast, en in strijd met de scheiding der machten. Bovendien: dit besef leeft al breed onder rechters. Al het blijft ook steeds de vraag hoe ver je als rechter ‘op de hurken’ moet en kan. Een uitspraak moet  juridisch juist geformuleerd zijn. 

‘Ik vind het echt geweldig leuk om samen met mijn collega’s uitspraken zo te formuleren dat een eenvoudig mens, ook iemand zonder advocaat, het kan snappen. Ook al zijn ze boos, of het er niet mee eens.’

Krijgt u achteraf wel eens een brief of een reactie: ik ben het er niet mee eens, maar ik begrijp het wel?

‘Nee, ik krijg meestal andersoortige brieven. Zeurbrieven. En dat is nog mild uitgedrukt. Als rechter kun je nou eenmaal zelden alle partijen hun zin geven.’

Jan Wolter Wabeke. Beeld Kiki Groot
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden