COLUMNPeter Middendorp

‘Iedereen heeft zo’n vieze baard. Gatverdamme’

‘Gatverdamme’, zei Marianne, ‘wat heb jij een vieze baard.’ We hadden elkaar al een tijd niet gezien, ik had net de voordeur voor haar opengemaakt. ‘Bah’, zei ze, het kwam uit de grond van haar hart, ‘ronduit onsmakelijk’. Marianne is van adel, ze praat een beetje zoals prinses Beatrix vroeger. Als iemand van adel van jou over zijn nek gaat, merkte ik, voel je je viezer dan als een gewone sterveling het doet.

Je hebt mensen die van baarden houden en mensen zoals Marianne. Zelf neem ik een middenpositie in; baarden van anderen ontlokken ze me geen sterke gedachten of gevoelens. Ik droeg mijn baard dan ook niet uit modieuze overwegingen, er waren überhaupt geen overwegingen, laat staan esthetische.

Nee, zeg. Een baard. Zelfgekozen. De baard was er gewoon omdat de tondeuse het niet meer deed, het scheerapparaat. Ik had wel een nieuwe besteld, maar die was nog niet bezorgd. Vijfentwintig werkdagen zou het nog duren, zag ik bij track and trace, al kon het door corona langer worden, zodat deze grap al een baard had voordat hij was gemaakt.

Sindsdien groeit de baard. Laat ik hem maar groeien, al doet-ie dat uit zichzelf ook wel, hij heeft mijn toestemming niet nodig. Ik dacht: er is toch niemand die het ziet. Ik kom nergens en niemand komt bij mij. Maar de tijd vorderde, op de langere termijn is bezoek niet tegen te houden, hoezeer je ramen en deuren ook in de gaten houdt.

Geschrokken voelde ik aan mijn baard. Dat is er ook een nadeel van. Je zit er voortdurend aan, terwijl je in deze tijd van je gezicht moet afblijven. Voelen. Krabben. Strijken. Vegen. Knijpen. Een bundeltje haartjes isoleren en daar een beetje aan trekken tijdens het lezen, het praten of het je inwendig buigen over een vraagstuk, kin omhoog en krabbelen maar, want behalve jeuk bezorgt een baard je ook vaak vraagstukken.

‘Dat is niet zo mooi, Marianne’, zei ik, ‘om dat zo tegen mij te zeggen. Ik ben verder wel schoon, hoor. Je bent hier niet bij De Griezels.’ Ze liep de woonkamer in. ‘Mijn zoon heeft ook zo’n vieze baard’, riep ze. ‘Iedereen heeft zo’n vieze baard. Op tv, op straat, overal, iedereen.’ Ze draaide zich om, wachtte even en zei: ‘Gatverdamme.’

Ik herinnerde me dat mijn vader ook zo kon komen binnenzeilen, mij onderweg in de gang een tik tegen de kin gaf en riep: ‘Heb je een baard? Heb je een baard? Staat je goed, een baard!’ En dat ik met de knuisten naast de heupen zei: ‘Ik. Heb. Helemaal. Geen. Baard. Ik heb me niet geschoren, oké, goed, maar dat betekent niet dat ik een baard heb.’

Ik volgde het bezoek de woonkamer in. Wat was ik toch vaak chagrijnig op die man geweest, bedacht ik, terwijl het achteraf nergens voor nodig was, en wat ging ik dat nu bij Marianne weer precies zo doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden