Iedereen een Mercedes

Lang geleden werd het communistische Albanië in West-Europa soms geïdealiseerd als het enige autoloze land ter wereld. Tegenwoordig heeft Albanië het hoogste percentage Mercedessen ter wereld: 70 procent van het wagenbestand....

Het is al bijna sinds de uitvinding van de auto dat deautoloze maatschappij een ideaal is van romantici enprincipiëlen. Jammer genoeg bleek de mens wereldwijd oponverbeterlijke wijze tot het ding aangetrokken; hoe groter enluxer, hoe heviger. In de twintigste eeuw werd de autoloosheideen alsmaar 'onbereikbaarder' ideaal.

Behalve op sommige plekken.

De Albanese communistische leider Enver Hoxha (1908-1985)genoot in de jaren zeventig in extreem-linkse kringen inWest-Europa faam vanwege zijn talent vergaande idealen opdoelmatige wijze te realiseren. Hoxha mocht dan tegenstanders inroyale hoeveelheden laten executeren, het was wel dankzij hem datde Albanese bevolking op ideologisch zuivere wijze werd opgevoed.De Nieuwe Socialistische Mens die in Albanië gestalte kreeg,werd door Hoxha tegen allerhande kapitalistisch verderf inbescherming genomen. Het ergste daarvan was de automobiel.

Opportunische, halfslachtige, met de kapitalisten heulendecollega's in Oost-Europa trachtten hun onderdanen te paaien mettweederangs kopieën van in het westen uit de productie genomenmodellen als de Fiat 124 (de Russische Lada), de Fiat 128 (deJoegoslavische Zastava) en de Renault 12 (de Roemeense Dacia).Hoxha zorgde ervoor dat de Albanezen niet werden verpest. In heelAlbanië reden tot 1991 minder dan vijfhonderd auto's rond.

In het communistische Albanië werd de lucht vervuild doorzware stalinistische industrieën, maar niet door uitlaatgassen.Midden op de dag flaneerden over de grote boulevards in de stedenhordes keuvelende mensen. Kinderen konden letterlijk overal opstraat spelen, zelfs in de hoofdstad Tirana - behalve die paarkeer per dag dat er een oude Amerikaanse slee langs sjeesde, vanHoxha zelf of van een ander lid van het Partijkader (hetautoverbod gold niet voor de communistische elite).

West-Europese Hoxha-bewonderaars probeerden in de jarenzeventig te geloven dat de Albanezen uit overtuiging autolooswaren, dat zij dankzij een verstandige ideologische opvoeding vanieder verlangen naar de automobiel waren bevrijd. Maar dat isniet helemaal juist gebleken.

Vijftien jaar na het instorten van het communisme zitAlbanië zo propvol met auto's dat voetgangers nergens meerkunnen lopen en verstandige ouders hun kinderen niet buiten latenspelen. En erger: van de honderdduizenden auto's die elkaar thansin het Albanese verkeer het leven zuur maken, is 70 procent eenMercedes-Benz. Het post-Hoxhiaanse Albanië heeft het hoogstepercentage Mercedessen ter wereld, hoger dan Duitsland,Zwitserland en Oostenrijk. Een Amerikaanse reisorganisatie maakt tegenwoordig reclame voor Albanië onder het motto: Welcome toMercedes-country!

De Mercedes-Benz: een afschuwelijker symbool vankapitalistische wanstaltigheid is nauwelijks denkbaar. Troostvoor de Albanië-bewonderaars van weleer is dat de Mercedessenvaak tegen 'socialistisch' lage prijzen worden bemachtigd. DeMercedes is in Albanië geen auto voor rijke stinkerds. Het iser een auto voor iedereen. Maar meer dan met de restanten van eenegalitair socialistisch bewustzijn, heeft dat te maken met eennog niet aan wetten gebonden kapitalisme.

'Waarom ik in een Mercedes rijd? Omdat ik dat altijd hebgewild!' Dritan, eigenaar van een indigo-blauwe Mercedes, meptop zijn claxon. Het vermag evenwel geen beweging in de stoetMercedessen waarmee het centrum van Tirana verstopt zit, vermagdit getoeter evenwel niet op te leveren. 'In de jaren tachtigkeken we hier naar de Italiaanse televisie', vertelt Dritan. 'Hetmocht niet van Hoxha, maar iedereen deed het. We keken onze ogenuit: grote huizen, zwembaden, luxe auto's. 's Nachts droomde ikvan Mercedessen! De Mercedes, dat was voor mij echt de koninginder auto's.'

Heel veel Albanese mannen moeten destijds vergelijkbare dromenhebben gehad. Albanië heeft thans heel veel koninginnen en maarheel weinig gewone onderdanen.

Prrrrrk! Dritan probeert vergeefs een enorme krater in hetasfalt te ontwijken. In deze grote, stevige bak voel je van zo'nkuil echter maar een klein schokje. 'De Mercedes is hier populairomdat het gewoon de beste auto is voor de Albanese wegen. Je hebtconstant barsten, kuilen, kraters in het asfalt. Soms moet jegewoon een heel stuk alleen door zand en modder. Zo'n DaihatsuClitoris of een ander Japannertje zou hier al na een uur uitelkaar donderen.'

Wat ook meespeelt in de populariteit van de Mercedes: hijdoorstaat met gemak een beetje aanrijding. Het gebeurt in Tirananogal eens dat de ene Mercedes de andere 'raakt'. Op minstens dehelft van de Mercedessen in Tirana valt wel enige blikschade tebespeuren. Albanië was vroeger een autoloos land, dus ook eenland zonder rijscholen, verkeerslichten, voorrangsregels. Demeeste Albanese chauffeurs zijn in de jaren negentig zonderrijbewijs achter het stuur gekropen. Meesters in het rekeninghouden met elkaar zijn ze nog niet. Het verkeer in Tirana is eentoeterende chaos waarin Mercedessen die van alle kanten komenzich een weg trachtten te banen. 'Iedereen doet hier maar wat',vat Dritan de toestand samen.

Leren bekleding, met hout ingelegd dashboard, airco,elektrische ramen. 'Drie liter motor, zes cilinders', vult Dritanaan. 'Hij kan meer dan 200 kilometer per uur. Maar dat kun je erop onze wegen niet mee rijden.' Bouwjaar van deze Mercedes:2001. Wat kost zo'n wagentje in Albanië nou tweedehands?'Vierduizend euro heb ik er voor betaald', vertelt Dritan. 'Datgeld heb ik Griekenland in de bouw met mijn blote handenverdiend.'

Zou deze auto in West-Europa niet veel meer hebben gekost?'Dat weet ik niet, ik heb hem hier gekocht.' Had de auto bijaankoop een kenteken? 'Nee', zegt Dritan. 'Ik heb dit kentekenaangevraagd.'

Kleine Mercedessen van het 190-type, grotere Mercedessen inde 2-serie, nog grotere Mercedessen in de 3-serie. Arben (de naamis gefingeerd) is een tweedehands autohandelaar die zijn koopwaarop een zompig veldje aan de rand van Tirana heeft uitgestald endie een beetje Duits spreekt. In een beetje markteconomie scheptiedere vraag zijn eigen aanbod, is de moraal van zijn verhaal.De Mercedes is in Albanië uitgegroeid tot een symbool vanmannelijkheid, je bent pas een vent met een Mercedes onder jekont. Hoe probeert een Albanese autohandelaar aan die enormevraag naar Mercedessen te voldoen? 'Een handelaar die je verteltdat hij geen gestolen auto's uit West-Europa binnenkrijgt, dieliegt. 70 Procent? Nee, dat is te veel. Maar het komt voor.'

Een paar jaar geleden vertrok de toenmalige Albaneseminister van Openbare Orde, Spartak Poci, in een Mercedes S-350met chauffeur naar Griekenland, om daar met zijn Griekseambtsgenoot een akkoord te tekenen over de gemeenschappelijkebestrijding van de georganiseerde misdaad. De Griekse douane liepde gegevens van de auto na. Poci's S-350 bleek gestolen inItalië. De auto moest bij de grens worden ingeleverd. Gestrandbij de douane wachtte de minister urenlang op vervangend vervoervan de Grieken.

Een beetje cru kun je stellen dat het vooral Duitse enItaliaanse verzekeringsmaatschappijen zijn die het autobezit inAlbanië gedeeltelijk financieren. Het opsporen van gestolenMercedessen die eenmaal in Albanië zijn beland, is geeneenvoudige taak, niet in de laatste plaats omdat ook leden vande Albanese politie nogal eens een zwak hebben voor tweedehandsMercedessen. En weinig Albanese Mercedes-eigenaren begeven zichà la minister Poci argeloos naar de Schengenzône waar dedouaniers computerbestanden hebben met vermiste voertuigen.

Het harde Albanese communisme maakte in de jaren negentigplaats voor een alleen op papier aan wetten gebonden kapitalisme,met omkoopbare douaniers en importregels waarmee je makkelijk eenloopje kon nemen. Nog steeds kun je voor iedere tweedehands autozonder problemen een Albanees kenteken aanvragen.

Autohandelaar Arben wenst het beeld van Albanië als marktvoor louter gestolen auto's te nuanceren. Het zijn ook vaakwesterse schade-auto's die er worden verkocht, naast heel veeloude Mercedessen die niet meer aan de EU-milieuvoorschriftenvoldoen. Volgens de autohandelaar is meer dan driekwart van hetAlbanese Mercedesbestand ouder dan negen jaar, tachtig procentrijdt op diesel.

Vooral bij de dieselauto's is het verschil in uitstoot tussende oude en nieuwe modellen enorm. De gevolgen laten zich raden:Tirana, vroeger de enige niet door uitlaatgassen verpestehoofdstad van Europa, is thans een der meest vervuilde. De vetteoude Mercedessen, dieselolie en loodhoudende benzine verslindend,overtreffen met de rook uit hun knalpijpen met gemak wat vroegeruit de schoorstenen van de stalinistische vooruitgangsindustriekwam. 'Gelukkig stelen ze tegenwoordig steeds meer nieuweMercedessen met katalysator, dan knapt de lucht op termijntenminste weer op', is een grap in het diplomatieke circuit inTirana.

Daimler-Benz in Stuttgart is inmiddels druk bezig in te spelenop de populariteit van haar product in het voormalige autolozesocialistische paradijs. In diverse Albanese provincieplaatjesworden grote Mercedes-servicecentra geopend. Want wat voorverleden die Mercedessen ook met zich meedragen, ze moeten welaf en toe een beurt hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden