Zin van het leven Ivan Wolffers, arts-schrijver

‘Iedere poging de chaos te bedwingen is legitiem’

De arts en schrijver Ivan Wolffers is gefascineerd door het thema overleven. Hoe kan het dat de mens in vrijwel alle omstandigheden standhoudt?, wil Fokke Obbema van hem weten.

Ivan Wolffers. Beeld Jitske Schols

In december 2002 krijgt arts en schrijver Ivan Wolffers te horen dat hij ‘gevorderde prostaatkanker’ heeft – de prognose van de behandelend arts is ‘tussen vijftien maanden en vijftien jaar’. Ruim zestien jaar later leeft hij nog altijd. Hij is inmiddels opa van drie kleindochters en heeft diverse boeken aan een omvangrijk oeuvre van proza en non-fictie toegevoegd. Zijn laatste werk is het persoonlijke Overleven. De titel slaat niet alleen op zijn eigen lot, maar ook op dat van de mensheid. De inmiddels 70-jarige Wolffers blikt vooruit: zijn kleindochters kunnen het ‘al over enkele decennia’ een stuk zwaarder krijgen dan hijzelf. ‘Pessimistisch in het hoofd, optimistisch in het hart’, zo omschrijft hij zichzelf.

Hij blikt in Overleven ook terug. Voor zijn Joodse familie van vaderskant was daarvan tijdens de Tweede Wereldoorlog nauwelijks sprake: van de 70 familieleden worden er 67 vergast. Onder de drie overlevenden bevinden zich zijn vader en zijn opa. Dat dramatische verleden blijft in huize Wolffers in Amersfoort na de oorlog onbesproken: ‘Al mijn vragen stuitten af op een muur van zwijgen.’

In de jaren vijftig zit hij op een zwaar christelijke School met de Bijbel: ‘Ik voelde me daar een buitenstaander, want ik geloofde niet in God, ook al deed ik mijn best.’ Als ­puber identificeert hij zich sterk met zijn Joodse achtergrond. Geruime tijd gelooft hij, ten onrechte, dat zijn Joodse ouders in de oorlog zijn omgekomen en dat hij is geadopteerd: ‘Ook in het gezin voelde ik me een buitenstaander.’

Ondanks een fascinatie voor geschiedenis kiest hij voor medicijnen, want die studie biedt hem uitstel van militaire dienst. Marion Bloem, later succesvol schrijver, komt op zijn pad: ‘Door haar Indische achtergrond bevond zij zich ook in de positie van outsider. Dat verbond ons.’ Samen krijgen zij al snel een zoon – Bloem is 20. Het jonge stel besluit hun passies, schrijven en reizen, uit te leven – zoon Kaja doorloopt de lagere school grotendeels op wereldreis, dankzij les van zijn ouders.

Als jonge huisarts krijgt Wolffers in de jaren zeventig landelijke bekendheid met een dagelijkse Volkskrant­column. Aanvankelijk gaat die alleen over geneesmiddelen, later ook over onderwerpen als seks en dood. Met zijn directe stijl doorbreekt hij taboes, zonder dat zelf echt te beseffen: ‘Een arts die over de dood schreef, dat leek me niet zo bijzonder.’ Uit zijn ­columns volgt het standaardwerk Medicijnen, dat lezers in staat stelt zich mondiger tegenover artsen op te stellen: ‘Ik wilde mensen de kans bieden hun kennispositie te versterken.’ De rol van ‘publieke gezondheidsexpert met geniale ideeën’, zoals hij zichzelf licht spottend noemt, doet zijn gevoel buitenstaander te zijn, afnemen. Toch is dat niet verdwenen – het etiket ‘kankerpatiënt’ waarmee hij al zestien jaar is belast, heeft het weer versterkt.

Wat is de zin van ons leven?

‘De biologische essentie is overleven en reproduceren. Wat we daar als mensen aan toevoegen en waarmee we ons van dieren onderscheiden, is dat we zin aan ons leven willen geven. Voor mij is dat wat het overleven mogelijk maakt. Die zin geven we eraan door verhalen. Zo vertellen we aan onszelf het verhaal van ons eigen ­leven. Dat geeft er structuur aan – het maakt deel uit van making sense, zoals de Amerikaanse antropoloog Clifford Geertz het noemde. We zijn voortdurend bezig het verhaal kloppend te krijgen. Dat hebben we nodig om de chaos te bedwingen die het bestaan in wezen is. Religies spelen daar ook op in, ze voorzien in die behoefte door met hun verhalen orde te scheppen in de chaos. We kunnen niet zonder dat soort zingeving, het is eigen aan mensen. Onderzoeken naar geluk en welzijn laten ook zien dat mensen die de zin van hun leven zien, gemiddeld langer leven. Een goed verhaal helpt bij het overleven.’

Heeft uw ziekte tot een ander verhaal geleid?

‘Nadat ik te horen had gekregen dat ik prostaatkanker had, nam ik me voor dat ik meer wilde zijn wie ik ben en minder wilde acteren. De mens vertelt zijn verhaal niet alleen aan zichzelf, maar ook aan anderen. Vaak probeert hij dan indruk te maken door te beweren dat alles goed gaat, dat er niks aan de hand is. Ook dat maakt deel uit van ons overlevingsmechanisme. Wanneer mensen met hun eindigheid worden geconfronteerd, gaan ze vaak hun verleden herzien door alle eindjes netjes aan elkaar te knopen. Maar ik wilde geen Jip en Janneke-verhaaltje. Zo eenvoudig is het leven niet.

‘De ziekte betekende dat er opeens chaos was in mijn bestaan. Door te schrijven hoopte ik daar vat op te krijgen. Ik ben begonnen met een blog over het alledaagse, waarin ik alles beschreef wat met die kanker te maken had. Ik nam me voor tot de kern door te dringen, de essentie te benoemen.’

Leestip

Leven en lot van Vasili Grossman speelt zich af tijdens de slag om Stalingrad en gaat in op hoe klein wij zijn tijdens ons destructief handelen. De dood schuilt om elke hoek en mensen kruipen voor even tegen elkaar aan op zoek naar beschutting. Vooral indrukwekkend zijn de prachtige beschrijvingen van de natuur. Die is eeuwig, terwijl de mens maar tijdelijk is.’

Lukte dat ook?

‘Gedeeltelijk. Het probleem is dat je altijd iemand hebt die over je schouder meeleest. Grote schrijvers kunnen zich daaraan onttrekken. Reve schreef wat er in hem opkwam, hij bekommerde zich niet om anderen. Ik heb dat ook geprobeerd, maar betwijfel of het me gelukt is. Ik kwam erachter dat mijn blog door veel meer mensen werd gelezen dan ik had verwacht. Ik dacht dat vooral wat vrienden en familieleden zo op de hoogte zouden blijven, maar veel meer mensen gingen het lezen. Daardoor voelde ik me toch weer gedwongen bepaalde zaken achter te houden. Marion (Bloem, red.) zal ongetwijfeld zeggen dat ik nog niet eerlijk genoeg ben geweest.’

Heeft ze gelijk?

‘Ja, er zijn wegen die ik niet in wil gaan. Ik heb mijn best gedaan het verhaal zo zuiver mogelijk te krijgen, omdat ik geen rommel wil achter­laten. Maar ik houd ook wel dingen geheim, omdat ze niet goed in mijn verhaal passen.

‘Met mijn blog hoopte ik de plek van de ziekte in mijn leven zo klein mogelijk te houden. Dat is wat naïef geweest. Ik dacht: ik communiceer er langs die weg over, verder is het klaar. Ik wilde niet alleen maar op die ene dimensie worden aangesproken.’

Werkte dat?

‘Nou, de buitenwereld is er altijd om je aan je ziekte te herinneren. Wanneer iemand tegen je zegt: ‘Ik vind dat je er nu beter uitziet dan de vorige keer’, dan heeft hij het over mijn ziekte. Terwijl ik helemaal niet zo beoordeeld wil worden, maar het gewoon wil hebben over leuke zaken: welke mooie boeken heb je gelezen, welke mooie films heb je gezien? Ik vind het heel onprettig de hele tijd als kankerpatiënt te worden gezien.’

Nood doet bidden, luidt het gezegde. Heeft u dat wel eens overwogen?

‘Toen ik van mijn ziekte te horen kreeg, dacht ik vooral: zo gaat het ­leven. Bidden kwam niet in me op, al begrijp ik het tegenwoordig beter. Vroeger dacht ik: wat een onzin, nu sta ik daar veel milder tegenover. Wanneer mijn schoonmoeder voor het eten bidt, doe ik ook maar mijn ogen dicht, uit respect. Een God is er voor mij niet, ik geloof niet dat er een hogere kracht is die de boel bestuurt. Maar er kan voor mij wel goddelijkheid zijn. Besef maar eens hoezeer we als mensen gezegend zijn. Dat de evolutie met die basale principes van ­leven en overleven ons zo ver heeft gebracht; dat we nu zo oud kunnen worden, ook al ben je ziek. Dat is echt een gezegend verhaal, het had zo anders kunnen lopen. Ga ik dood, dan is het fantastisch geweest: dan is van 1948 tot en met mijn sterfjaar het licht aan geweest in een wereld waarin alles bijzonder en interessant was. Natuurlijk doen we ook stomme dingen in dit leven, maar het is prachtig en goddelijk.’

Hoe kijkt u aan tegen religies?

‘Mensen verwachten nogal eens een harde, wetenschappelijke afwijzing van mij, maar ik kijk met respect en piëteit naar iedere poging van mensen de chaos te bedwingen. Zo zie ik religies. Richard Dawkins (evolutie­bioloog, red.) heeft steekhoudende argumenten voor atheïsme, maar ik vind zijn dwangmatige kant irritant. Laat mensen toch, denk ik dan.’

Wat heeft u van uw ziekte geleerd?

‘Als je ziek wordt, leer je beter zien wat de essentie van het leven is. Je beseft wat je over het hoofd zag toen je nog gezond was. Zelf kwam ik bijvoorbeeld achter de schoonheid van de natuur. Die had ik nauwelijks tot me laten doordringen, ook al liep ik dagelijks hard door de bossen. Wat je vooral niet wilt zien als je gezond bent, is de dood. Die beschouwen we als iets voor anderen. Dat is geen verwijt, want je moet daar ook helemaal niet dagelijks mee rondlopen. Ga maar zolang mogelijk uit van het eeuwige leven.’

Dan houd je jezelf toch voor de gek?

‘Ja, maar toch moet je die illusie koesteren. We kunnen dat, want ons besef van sterfelijkheid is vooral cognitief, niet gevoelsmatig. Natuurlijk, iedere dode in onze omgeving doet vreselijke pijn en op dat moment beseffen we: ‘Eens kom ik aan de beurt.’ Maar al vrij snel schakelen we over op: ‘Ik voel met best goed, er is toch niks ernstigs met me aan de hand?’ Dan wint onze overlevingsdrang het van ons besef van sterfelijkheid.

‘Door de lange duur van mijn ziekte ben ik weer gaan leven als de meeste mensen, namelijk alsof er geen einde aan komt. Waarom zou ik niet wereldkampioen prostaatkanker kunnen worden? Laat ik maar van het gunstigste scenario uitgaan. Natuurlijk besef ik mijn eindigheid, maar ik druk de dood graag uit mijn bewustzijn. Zolang je een gezond gevoel voor humor weet te bewaren, kun je er wat van maken. Al zijn de problemen waarmee ik te maken krijg, zoals ­incontinentie en problemen met ­seksualiteit, bepaald niet grappig.’

Zitten er aan uw verhaal nog losse eindjes?

‘Over mijn Joodse achtergrond zit ik nog met veel vragen, maar ik merk dat ik verder onderzoek uitstel. Stel dat ik van alles vind, dan kan het voelen alsof de puzzel is gelegd. Dat schrikt me af. Verder ben ik, naarmate ik ouder word, meer bezig met de vraag: wat heb ik bijgedragen? Ik heb veel gepubliceerd en afgrijselijk veel foto’s gemaakt, maar wat stelt het voor? Op zich kan ik best tevreden zijn, maar veel werk is toch ook weer snel verdwenen. Er zijn veel golven over het strand gespoeld, heel wat sporen zijn uitgewist. Ik voel me daar vaak melancholisch over. Maar dat is niet hetzelfde als somber. Ik houd nog altijd erg van het leven. Voor mij is melancholie schoonheid zien in het verdwijnen.’

Zin van het leven

Journalist Fokke Obbema kreeg op 1 april 2017 een hartstilstand. In een reeks interviews gaat hij op zoek naar de zin van ons leven. Lees hier eerdere verhalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden