Column Ibtihal Jadib

Ibithal Jadib geeft onmiddellijk toe: ‘Ik barst van de vooroordelen’

Het is altijd leuk om nieuwe dingen te proberen. Dus toen mijn man vroeg of ik met hem meeging naar de golfbaan voor een proefles zei ik ja. Hijzelf is al wekenlang hartstochtelijk zijn swing aan het oefenen, met wisselend ­succes. De golfsport schijnt weleens, hier en daar, wat frustratie op te kunnen roepen bij de beoefenaar ervan. Ik kan daar niet over meepraten want ik had, uiteraard, nog nooit gegolfd. En ik geef het onmiddellijk toe: ik barst van de vooroordelen. Bij golf moet ik denken aan oude, rijke, deftige witte mannen in ruitjesbroeken die een halve dag over een groen veld slenteren. En aan Tiger Woods natuurlijk, het briljante talent zonder huwelijkstrouw.

Maar nu die proefles dus. Ik vroeg mijn man wat ik kon verwachten en hoe het eraan toegaat op zo’n baan. Dat vatte hij op als een uitnodiging om een spreekbeurt te houden ov­er alle spelregels en technieken, terwijl ik eigenlijk vooral wilde weten wat ik moest aantrekken. Ik heb toen maar naar mijn vooroordelen gehandeld en op internet een wit poloshirt en donkerblauwe chino besteld. Zo, riep ik verheugd toen de volgende dag mijn nieuwe kleren werden bezorgd, ik ben er helemaal klaar voor!

Het bleek dat vooroordelen niet altijd onterecht zijn want de golfclub bestond uit een fraai glooiend veld waar hier en daar, in kleine plukjes, oude, deftige, witte mannen rond­liepen. Toegegeven, van geruite broeken was geen sprake en of ze rijk waren kon ik natuurlijk niet beoordelen, maar op de parkeerplaats had ik nergens een afgeragde Opel Kadett zien staan dus met de armoede zou het ook wel meevallen. Ik maakte kennis met de golfleraar die er, eerlijk waar, precíés zo uitzag zoals u zich een professionele golfer voorstelt: een veel te knappe zongebruinde soepele kerel met glanzende haren en een stralende lach. Misschien is daar een speciaal selectieproces voor of zo, dat je alleen fulltime mag golven als de symmetrie van je gezicht klopt. Erg vriendelijk was mijn leraar overigens niet want hij ging er zomaar van uit dat ik een grote handicap zou hebben. ‘Hoe groot is jouw handicap dan wel niet?’, vroeg ik gepikeerd, maar daarop antwoordde hij rustig: ‘Nul’. Bleek het te gaan om het aantal slagen dat een speler extra krijgt om de bal in het putje te krijgen. Een eigenaardige sportterm als je het mij vraagt, maar goed.

Na wat tekst en uitleg mocht ik proberen die bal te raken en verdomd, dat ging helemaal niet onaardig. Ik sloeg een paar keer grandioos mis maar er zaten genoeg slagen bij die, voor een eerste keer, indrukwekkend genoemd mochten worden. Daar schepte ik een groot genoegen in, vooral omdat mijn man steeds bedrukter ging kijken. ‘Zo hé, dat gaat lekker zeg’, riep hij beduusd. Ik had het na mijn proeflesje alweer gezien en wilde op het terras een cheesecake bestellen, maar mijn man ging nóg driftiger zijn swing oefenen. Ik heb ’m toen maar eventjes gelaten, dat schijnt het beste te zijn. De psychologische component in de golfsport is vrij groot, geloof ik, dus dan moet je zo iemand niet gaan plagen. Volgende week is mijn tweede les. Eens kijken hoelang ik mijn beginnersgeluk kan vasthouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden