Hutu-rebellie brengt Rwanda en Frankrijk nader tot elkaar

Achtergrond..

NAIROBI Rwanda en Frankrijk sturen aan op een verbetering van hun betrekkingen. De twee landen, die na de genocide in Rwanda van 1994 ernstig gebrouilleerd raakten, zeggen te willen samenwerken om een einde te maken aan de dreiging van Hutu-rebellen in het oosten van Rwanda’s buurland Congo.

Volgens de Rwandese minister van Buitenlandse Zaken, Louise Mushikiwabo, wil Frankrijk in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de dreiging van Hutu-rebellen aan de orde stellen en voor sancties pleiten. Ook zou Frankrijk zowel Rwanda als Congo steunen in hun pogingen de militaire activiteiten van de rebellen tot staan te brengen.

De Rwandees-Franse toenadering volgt op een onlangs in Rwanda uitgebracht regeringsrapport over de moord in 1994 op de toenmalige Hutu-president, Juvénal Habyarimana. Zijn dood door een vliegtuigongeluk betekende het startsein voor de volkenmoord, die aan mogelijk 800 duizend Tutsi’s en gematigde Hutu’s het leven kostte.

De Rwandese regering, sinds juli 1994 geleid door Tutsi’s, heeft steeds gezegd dat extremistische Hutu’s zelf voor de dood van Habyarimana verantwoordelijk zijn. Zij zouden zijn toestel hebben neergehaald, omdat zij het niet eens waren met het vredesproces dat de president met Tutsi-ballingen was aangegaan.

Aan het rapport is twee jaar onderzoek voorafgegaan. Meer dan zeshonderd getuigen zouden zijn gehoord. In het huidige Rwanda is echter vrijwel niemand te vinden die in het openbaar de mening van de Tutsi-regering wenst of durft tegen te spreken.

In dat opzicht levert het nieuwe rapport, opgesteld op verzoek van Rwanda’s president en sterke man Paul Kagame, weinig verrassingen op. Belangrijker is dat het rapport een antwoord is op een vergelijkbaar onderzoek van een Franse onderzoeksrechter. Die legde eerder de schuld voor de dood van de Hutu-president bij de Tutsi-beweging van Kagame.

Dit Franse onderzoek leidde tot een nieuw dieptepunt in de betrekkingen. Frankrijk was onder president Mitterrand een van de steunpilaren van het bewind van Habyarimana. Tijdens de genocide trad Frankrijk met Opération Turquoise militair in het Centraal-Afrikaanse land op, iets dat ook als steun aan de Hutu’s is uitgelegd.

Na de volkenmoord gaf het nieuwe Tutsi-bewind te kennen dat het Frankrijk als kwade internationale genius zag. De relatie tussen beide landen verslechterde steeds verder. Nog in 2004, bij de tienjarige herdenking van de genocide, sprak Kagame in het openbaar zijn veroordeling over Frankrijk uit.

De nieuwe Franse regering van president Sarkozy probeerde hierin verandering te brengen. De pogingen hiertoe kwamen vooral van minister van Buitenlandse Zaken Kouchner. Deze kende de Rwandese geschiedenis persoonlijk uit de tijd dat hij actief was voor het mede door hem opgerichte Artsen zonder Grenzen.

De aanwezigheid van Hutu-rebellen in Oost-Congo, die medeverantwoordelijk worden geacht voor de genocide van 1994, is voor Rwanda een belangrijke drijfveer om toenadering te zoeken tot Frankrijk. Het Rwandese leger trok al eerder de grens over om de Hutu’s, verenigd in de FDLR, te bestrijden.

Actieve steun van Frankrijk aan die strijd, bijvoorbeeld in de Veiligheidsraad, zal de betrekkingen waarschijnlijk verder verbeteren. Onduidelijk is nog hoeveel steun Frankrijk voor mogelijk sanctievoorstellen zal krijgen. Maar de bereidheid hiertoe is in elk geval een bewuste blijk van goede wil van Frankrijk tegenover Rwanda.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden