Hummers in de sneeuw

OOIT WAS HET FRANSE COURCHEVEL EEN KUUROORD VOOR HET GEWONE VOLK. MAAR INMIDDELS IS HET GLAMOUROUS, KOSMOPOLITISCH, PEPERDUUR. EEN PLEK WAAR NIEMAND NAAR TOE GAAT PUUR OM TE SKIËN....

De advertentie is in het Russisch en hangt in de hal van restaurant Le Cap Horn, onderaan een van de prachtige pistes van de Franse wintersportplaats Courchevel 1850. Ljoekse automobielen, djieps en kabriejolets te huur, staat er in cyrillisch schrift op het plakkaat boven een kleine vitrine. In de uitstalkast rijdt een klein model van een dikke terreinwagen door de nepsneeuw. `Deze week zijn ze nog wel beschikbaar`, zegt de barman. `Straks, als de Russen komen, kun je geen Hummer meer krijgen.`

Als de Russen komen. Je hoort het vaker, met een mengeling van hoop en vrees, op de pistes, in de restaurants en hotels van Courchevel. De Russen zijn de nieuwste en rijkste nieuwe rijken die het duurste skioord van Frankrijk hebben ontdekt, en staan inmiddels op de vierde plaats op de ranglijst van meest-geziene nationaliteiten in Courchevel. Er hangen Russische vlaggen in het dorp, en bij de liften zijn de uitgangen behalve in het Frans en Engels ook in het Russisch aangegeven.

Nu, deze week voor kerst, blijft het nog beperkt tot een enkele Jeltsin-achtige zestiger in lange bontjas met muts, die voor de deur van nachtclub Les Caves met twee jonge, nog nadeinende vrouwen in een taxi stapt. Maar straks, in de laatste week van december en de eerste week van januari, komen ze met honderden. En niet alleen om te skiën.

Soms kun je ze zien achter de beslagen ruiten van het zwembad van Les Airelles, het chique hotel in Tiroler chaletstijl van de roemrijke eigenaresse Madame Fenestraz, waar ze ronddartelen met hun vriendinnen voor drie dagen. Of je kunt ze horen aan de tafels van de restaurants, waar ze vragen om meer champagne, en snel een beetje. Of je ruikt de gehuurde Hummers, eindeloos rondrijdend op zoek naar een parkeerplaats in de buurt van het hotel.

Maar de Russen zijn niet de enigen. Niemand komt hier alleen naar toe om te skiën. Wie het alleen daar om te doen is kan ook naar andere dorpen in de buurt, die toegang bieden tot hetzelfde skigebied Les Trois Vallées. Naar de bunkers van Val Thorens en Les Menuires bijvoorbeeld, de Bijlmers van de Alpen, populair onder Nederlandse studenten. Geen fratsen. Gewoon sneeuw- en bierzeker.

Naar Courchevel 1850 (de 1850 slaat op de hoogte - de naburige plaatsen 1550 en 1650 hebben lager niveau) ga je om andere redenen. Courchevel, zegt een lokale kenner, is `kwalitatief`. Glamourous. Kosmopolitisch. Peperduur.

In de etalages hangen spijkerbroeken van vijftienhonderd euro, een leren jas voor vijfduizend. De bontjassen bij de echt chique zaken als Milady (`Paris - Cannes - Courchevel`) hebben geen prijskaartjes - want de echt chique zaken weten dat hun clientèle daar niet op hoeft te letten.

Er zijn restaurants met en zonder Michelinsterren waar oesters, truffels en ganzeleverpastei tot het basismateriaal behoren. In Le Cap Horn liggen de flessen wijn in lange rijen klaar: St. Emilion uit 1982, Pomerol uit 1945. Het is gewoon een grote skihut op de piste, maar dan met Perzische tapijten, gedekte tafels, drie glazen naast elk bord, een chef met koksmuts die zelf het vlees uitserveert. Wie op zoek is naar biefstuk met friet moet een vallei verder skiën.

Maar ook de luxe is eigenlijk bijzaak. Want Courchevel is alleen Courchevel omdat er liefhebbers zijn die dat vinden. Dit is het winterparadijs van de grootverdieners, uit de wereld van amusement, industrie en voetballerij. Met Franse zangeressen, tv-types en filmsterren. De Beckhams mogen hier graag komen, en Johan Cruijff wordt er gesignaleerd. De Koreaanse directeur van Samsung huurde dit jaar een hele piste af om een uurtje ongestoord te leren skiën.

Dit, zegt de Engelse hotelhouder Neal Manuel, is het Saint-Tropez van de Alpen. `Je bent hier omringd door hufters. Maar een dorp als dit kan niet zonder hufters.` Hij neemt een slok champagne. `Ik ook niet.`

Hij staat met wat vrienden in de drukte rond de sushitafel van het vandaag geopende Japanse restaurant. Weer een nieuwe dure eetgelegenheid in het dorp. Hiervoor zat op deze plek een simpele eettent. Maar daar hadden ze geen champagne en sushi.

Ze verbazen zich er zelf over, de hotel-, restaurant- en bareigenaren, die de prijzen maar kunnen verhogen zonder dat het de gasten afschrikt. Het prijsmechanisme werkt omgekeerd: hoe duurder het product, des te groter de vraag. `Zo gaat dat met nieuwe rijken`, zegt Neal. Zelf heeft hij zijn hotel, The New Solarium, uit een soort idealisme betaalbaar gehouden: 225 euro per nacht voor een tweepersoonskamer. `Anders wordt het hier echt ongezond.`

Courchevel werd vlak na de oorlog gepland als een station sociale, een soort kuuroord voor het gewone volk. De betrokken architecten, uit de school van Le Corbusier, ook bekend van banlieues rond Parijs, verafschuwden de kitscherige nepchalets (architecture putain - hoerenarchitectuur) in andere wintersportplaatsen en zetten betonnen letterbakken neer van waaruit de stedelingen de gezonde berglucht konden opsnuiven. Verantwoorde architectuur in een verantwoorde omgeving. Ze planden alles, behalve de wintersporters.

Want in plaats van de arbeiders kwamen beroemde alpine-skiërs, acteurs en Parijse antiekhandelaren op de prachtige bergen af. En in hun kielzog: de ondernemers die zagen dat deze vakantiegangers aan andere zaken behoefte hadden dan aan gezonde buitenlucht. Manuel: `Ik heb nergens in Frankrijk zoveel mensen zien roken als hier. Ter compensatie.`

Hun namen worden nog steeds met respect uitgesproken. Madame Raymonde Fenestraz. Meneer Joseph Tournier. Ze kwamen begin jaren zestig. En zijn nooit meer weggegaan.

Eric Tournier, oudste zoon van de inmiddels overleden Joseph, is een ongeschoren kerel met een soldatenhoofd, in spijkerbroek en schipperstrui. Een jongere versie van acteur Jean Reno, uit de film Léon. Hij zit wat ongemakkelijk op de pluchen bank in de lobby van hotel Le Lana, dat wordt gerund door zijn broer Nicolas.

Morgen viert Eric zijn veertigste verjaardag in zijn nachtclub La Grange, en zullen alle medewerkers rondlopen in T-shirts met I love my boss erop. Maar wie de serveersters vraagt naar de baas, krijgt geen antwoord. `Shhh. Daar kunnen we niet over praten.`

Eric ontfermde zich na de dood van zijn vader over het horecagedeelte en begon een imperium. Bars, nachtclubs, restaurants, waaronder Le Cap Horn. Als de zon schijnt draait op het terras een discjockey, en staat de beau monde op de tafels te dansen. Zijn werk.

Nicolas is de hotelier. De dandy, met golvend lang haar, in pak. `Wat, geen stropdas?', vraagt Eric wanneer zijn jongere broer aan komt lopen. Ze schudden handen, de twee grootgrondbezitters van Courchevel. Ze zijn partners in zaken, maar als broers rivalen.

Eric vindt zichzelf de extraverte, de populairste van de twee, Nicolas, eigenaar van de hipste nachtclub Les Caves, vindt zichzelf de meest succesvolle. Eric is getrouwd en heeft twee kinderen, Nicolas heeft geen kinderen maar een bloedmooie vriendin van begin twintig, met wie hij die avond als koninklijk paar, sigaar en champagne in de hand, over de dansvloer van Les Caves zal uitkijken. In elkaars nachtclub komen de broers niet vaak.

Ze nemen een cola. Tja, Courchevel. Het wordt alsmaar kosmopolitischer, vinden ze. En dat is goed. Ze hebben er mede voor gezorgd dat Club Med hier geen poot aan de grond kreeg. `Club Med heeft hier niets te zoeken.` Maar toch beginnen ook zij zich enige zorgen te maken.

Teveel rijken zijn niet goed voor de sfeer. Ze willen meer variatie, beginnen ook een driesterrenhotel. `De Russen vinden kennelijk dat we een goed product maken`, zegt Eric. `Maar ze zijn veeleisend. Ze snappen nog niet helemaal hoe het zit met omgangsvormen hier.`

Volgens Nicolas zijn de problemen minder ernstig dan een paar jaar geleden. `De cultuurverschillen waren erg groot. Alleen maar snauwen, niets was goed genoeg. Ze lachten nooit. Nu hebben ze zich aangepast. Nu lachen ze soms.` Die Hummers van ze, zegt Nicolas, zijn eigenlijk onzin. `Ze passen niet in de garages onder de hotels. En parkeerplekken op straat zijn er nauwelijks.`

Desondanks rijden de broers zelf ook in Hummers. `Het zijn toch mooie auto`s.`

Hier, in Le Lana, is hun vader met Courchevel begonnen, ruim veertig jaar geleden. Nicolas laat een oude ansichtkaart zien. Het hotel destijds. Van de kubus op de foto staat alleen het stuk natuurstenen buitenmuur nog. Verder zit er bijna geen horizontale lijn meer in het hotel, wijst Nicolas trots. Hij heeft er een schuin dak op gezet, de verafschuwde hoerenarchitectuur. Binnen veel art nouveau-achtige glas-in-lood-krullen, Corinthische zuilen, beige bogen, twee bewegende opgezette ijsberen en een Boeddha-beeld in een nis. `Zelf ontworpen.`

Daar komt zelfs de in bont gehulde mama Tournier aangelopen. Vol bruin haar, zonnebruin gezicht, enigszins Chinees aandoende, scheefgetrokken ogen, een mond met dunne lippen die nauwelijks kunnen bewegen. Over de kin zie je bijna de elastiekjes lopen die haar halsplooien strak houden. Een vreeswekkende verschijning, hadden ze al gezegd, in het dorp. `Ze gaat elk halfjaar naar Parijs voor een nieuwe face-lift.`

Ze is gekleed voor de soirée bij Madame Fenestraz, collega-pionier, die vanavond een medaille van het Légion d'Honneur krijgt uitgereikt vanwege haar verdienste voor het dorp.

Madame Tournier vindt het niet helemaal terecht: `Zij kwam hier later dan ik. En ze heeft haar geld verdiend met vastgoed, niet in de horeca. Mijn man en ik wel.` Zij en haar man waren het, in 1963, die de potentie zagen van Courchevel 1850. Met een twinkeling in de ogen: `Een sociaal ski-oord! Het idee! Dit hotel had een plat dak! Affreux!`

Toch, met enige weemoed: `Het was toen allemaal zo simpel. We hadden helemaal geen zwembad nodig, geen sauna, geen hamam. Nu zijn de klanten zo veeleisend geworden.`

Of dat erg is? `De tijden zijn veranderd. Ik kijk nooit terug. Ik leef in het heden en de toekomst, daar gaat het om. Kom, ik moet naar het feest.`

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.