Kinderen de baas

Huiswerk maken? Zo verloopt dat als kinderen het zelf voor het zeggen hebben

Van links naar rechts: Diana, Jonathan en Spike. Beeldhouwwerk; Herbert Nouwens. Beeld Jaap Scheeren

Wat gebeurt er als de kinderen het voor het zeggen krijgen? Dat onderzoekt de Volkskrant in het vijfdelige project Kinderen de Baas. Deze week deel drie: de broers Spike en Jonathan bepalen zelf of ze huiswerk doen. 

Bij wie zijn we op bezoek?

Bij Diana Gerritsma (40), Spike (13) en Jonathan (11), in een jarenzeventigmaisonette in Zwijndrecht. Jonathan wordt meestal Jona genoemd.

Moeder Diana ‘zegt heel vaak ja op dingen’, leren we van Jona. ‘We mogen vaak lekker snoepjes. Heel soms is ze streng. Als we ruzie hebben bijvoorbeeld.’

‘Over wie op de computer mag’, legt Spike uit, ‘of wie er op het lange stuk van de bank mag zitten.’

Jona: ‘Mama gelooft mij meestal omdat ik jonger ben. Spike zit in de puberteit.’

‘Dan ben je niet altijd de vrolijkste’, erkent Spike. ‘Je bent moe, lui en hebt nergens zin in. Dat komt door het ouder worden, door het veranderen.’

Ook Spike vindt niet dat er erg veel regels zijn. Ja, je bord moet naar de keuken, de draden van de Playstation moeten opgeborgen en hij moet om 7 uur uit. Er wordt verwacht dat hij zijn kamer opruimt en zijn bed opmaakt. ‘Met eten maken help ik als ik zin heb.’

Drie middagen in de week zijn de jongens alleen thuis, omdat Diana dan werkt als grafisch vormgever. De andere dagen werkt ze thuis. Ze vindt het fijn als de jongens ’s middags het huis netjes maken voordat zij thuiskomt van haar werk. ‘Dat is het niet altijd’, zegt Spike.

Diana heeft een vriend, die best veel over de vloer komt, maar het echte opvoeden doet ze alleen. Het belangrijkste van alles vindt ze huiswerk, weet Jona.

Diana noemt haar zoons ‘pubers volgens het boekje’. Lief, nieuwsgierig en stoer. Maar ook lui, rommelkonten, luidruchtig. ‘Als ik thuiskom, kan ik het spoor volgen: tassen, jassen, pakken sap, sleutels, telefoons.’ Ze waardeert aan hen dat ze ‘niet bang zijn voor nieuwe dingen, dat ze houden van avontuur en van het leven. Terwijl ze best wat hebben meegemaakt.’

‘Onze vader is dood’, zegt Jona. Ze zagen hem al nooit veel. Hun ouders gingen uit elkaar toen ze klein waren. ‘Op woensdag gingen we meestal een uurtje bij hem langs’, vertelt Jona. ‘Het ging al niet lekker met hem.’ Een keer deed hij niet open. ‘Toen gingen mama en ik kibbeling halen terwijl zij de politie belde, omdat ze het niet vertrouwde.’ Hij bleek overleden. Anderhalf jaar geleden nu.

‘Hij had een alcoholprobleem’, zegt Spike.

‘Van kleins af aan hebben ze ermee moeten dealen dat het contact met hem niet goed was’, zegt Diana. ‘Daar wen je niet aan. Ze dragen zijn overlijden moedig. Hoewel dit ons als gezin tekent, ontstaat vaak wel meteen een beeld waar zij zelf van balen. Ze ergeren zich er bijvoorbeeld aan als docenten de dood van hun vader als excuus noemen wanneer ze slechte cijfers halen of een akkefietje hebben. Dan voelen ze zich niet serieus genomen. Ze willen geen slachtofferrol en daarin moedig ik ze aan.’

‘We zijn een drie-eenheid. Ze leunen erg op mij. Het kan me wel eens aanvliegen dat ik de enige ben die eindverantwoordelijk is, die beslissingen neemt. De jongste zit nu in groep acht en moet een middelbareschoolrichting kiezen. Ik heb het gevoel dat ik daar meer bovenop wil zitten. Om hun vader te compenseren en omdat ik de druk voel om het extra goed te doen. Ik wil niet worden afgerekend op het feit dat ik een fulltime werkende, alleenstaande moeder ben die het niet redt.’

Hoe gaat het normaal in dit gezin?

‘Ik doe mijn huiswerk niet altijd’, zegt Spike. ‘Van sommige vakken denk ik: dat checken ze nooit. Of ik leer het alleen als ik onvoldoende sta voor een vak. Op school krijg je best veel tijd om je huiswerk aan het eind van een les te maken.’

Jona pakt zijn huiswerkmap erbij: informatieverwerking, breuken, toetsen oefenen, geschiedenis, verhaaltjessommen. Hij is er per dag een kwartier tot een uur mee bezig. ‘Soms vind ik het leuk, maar soms heb ik er echt geen zin in. Dan ben ik alleen thuis en denk ik: laat mama maar praten. Maar dat heb ik niet heel vaak hoor.’

Spike: ‘Ik mag het een beetje zelf bepalen. Soms overhoort m’n moeder me. Als ze dat wil. En anders vraagt ze of ik het heb gemaakt. Meestal zeg ik ja, dan heb ik het in de les gemaakt. Dan zegt ze ‘oké’ en gaat ze weer verder.’ Of het altijd de waarheid is? Hij denkt even. ‘Een derde heb ik niet gemaakt.’

Jona: ‘Dan heeft hij gegamed.’

‘Huiswerk gaat heel wisselend’, verzucht Diana. ‘Ik krijg er niet echt structuur in. Dat lukt bij andere dingen beter. Ik heb het gevoel dat ik zelf huiswerk heb. Dat ik naast een fulltime baan twee opleidingen aan het afronden ben.’

‘Jona heeft vaak weinig tijd en aandacht voor zijn huiswerk omdat hij met veel andere dingen bezig is, voetballen, tekenen, knutselen, gitaarspelen, naar de skatebaan. En dat vind ik superleuk en belangrijk. En Spike kan een harde werker zijn als hij iets doet wat hem interesseert. Ik kom uit een schippersfamilie en mijn broer is nog steeds binnenvaartschipper. Spike vindt dat helemaal te gek en wil later ook die kant op, hij is vaak aan boord bij zijn oom en daar altijd heel leergierig en verantwoordelijk.’

‘Maar ze zijn slecht in het plannen van hun huiswerk, vinden het moeilijk om het daadwerkelijk te gaan doen. Ik probeer op vaste momenten een planning met ze te maken voor de week. De jongste herinner ik er ook nog gedurende de week aan: doe je dit, doe je dat? Bij de oudste probeer ik te zeggen: hier zul je zelf van de week op moeten letten. Dat vindt hij heel lastig en ik verval snel in het patroon dat ik hem toch elke dag achter de broek zit. Als er slechte cijfers komen. Of ik ga dreigen met: de playstation gaat weg. Dat zijn cirkeltjes waar wij in ronddraaien.’

‘Ik begin met vragen. Als ik een kort antwoord krijg, vraag ik door. Dan vraag ik of er overhoord moet worden. Bij de jongste doe ik dat standaard. Dat is makkelijk, het gaat bijvoorbeeld om rijtjes topografie. Als Spike ja zegt, doen we dat ook. Is het antwoord nee, dan zeg ik soms: oké, dan ga ik er van uit dat je het goed kent en zie ik het wel aan de resultaten. Is het antwoord nee en weet ik dat er eigenlijk niks is gebeurd, dan wil ik wel eens op mijn strepen gaan staan: nu naar je kamer en ik wil je pas terugzien als het gedaan is.’

‘Een slecht cijfer heeft wel effect. Spike had laatst een 1,8 voor zijn Frans en dan schrikt hij wel echt.’

De kinderen worden de baas. Wat verwacht de moeder daarvan?

‘Ik laat het los’, zegt Diana vooruitkijkend naar het experiment. ‘Ik denk dat Spike gaat beginnen met zelf een planning maken en ik verwacht dat daar uiteindelijk niet zo veel van terecht zal komen. Ik denk dat Jona veel gaat vergeten. Die heeft vaste huiswerkmomentjes en als ik hem daar niet aan herinner, vergeet hij dat eigenlijk altijd.’

Wat bepalen de kinderen?

Het experiment gaat een week duren. Spike en Jona besluiten om alleen maar regels te bedenken voor hun moeder en niets voor zichzelf. Spike: ‘Ik ga mijn huiswerk niet anders aanpakken dan anders. Misschien een planning op een blaadje maken voor het overzicht.’ De regels:

Diana mag niet vragen of het huiswerk is geleerd of gedaan

Overhoren mag alleen als een van de kinderen erom vraagt

Geen huiswerk checken, vragen of ze het mag zien, niet in schriften en boeken kijken

Geen straffen als het huiswerk niet is gemaakt

De jongens denken dat het lastig wordt voor Diana om zich er niet mee te bemoeien. Vooral bij Jona omdat ze die normaal meer controleert. Diana reageert opgeruimd: ‘Daar kan ik me denk ik wel aan houden. Ik ga mijn best doen.’

Zoals alle gezinnen die meedoen, krijgt het gezin twee attributen: een bel waarmee elk gezinslid een famileberaad bij elkaar kan roepen. En een toeter: daarmee kan elk gezinslid het experiment per direct beëindigen en gaat het gezin terug naar de normale verhoudingen.

Je kunt deze aflevering ook als video bekijken (of verder lezen natuurlijk):

Hoe verloopt het experiment?

Jona laat alles wat met huiswerk te maken heeft vanaf moment één uit zijn handen vallen. Als Diana voorzichtig informeert, roept hij hard: ‘Niets vragen!’ En begint hij de regels op te dreunen. Vaak hoeft hij dat trouwens niet te doen, want Diana houdt zich keurig aan het nieuwe regime van haar zoons.

Nog een hele kunst, want via de school-app, die ze ook voor andere dingen nodig heeft, is het haast onmogelijk om níét te zien wat Spike al dan niet heeft uitgevoerd en welke cijfers hij krijgt.

Het eerste weekend wéét ze dat haar zoons eigenlijk aan de slag zouden moeten. Ze ziet ze voetballen, gamen, skateboarden, alles behalve huiswerk doen. En ze ziet de tijd verstrijken. Haar ergernis groeit. Zonder dat ze dat wil. Het is een reflex geworden. Normaal had ze er nu al lang iets van gezegd, maar ze houdt zich in en de irritatie ebt weg. De rest van de week is het makkelijker.

Op dag twee treedt bij Jona het besef al in. ‘Ik vergeet heel snel dingen en dan help jij me er altijd aan herinneren’, zegt hij tegen Diana.

Diana: ‘Dat doe ik nu niet.’

Jona, stralend: ‘Over een week wel.’

Eén keer zit Jona om half acht ’s ochtends met een schoolboek naast zijn bord cornflakes. Met een schor stemmetje verklaart hij: ‘Ik had een toets natuurkunde en was vergeten te leren. Over vezels en textiel.’

‘Oepsie’, zegt Diana.

Spike is in elk geval op dag drie nog bewust met zijn huiswerk bezig: ‘Ik ben aan het kijken wat voor huiswerk ik moet maken en hoe lang ik het nog kan uitstellen.’ Eind van de middag maakt hij zijn economiehuiswerk. En warempel: ‘Ik ben wel in de mood om nog een huiswerkje te maken. Even kijken voor woensdag: biologie, maar vier opdrachten. Ik denk dat ik die ook ga maken, dan ben ik echt helemaal klaar. Dan ben ik blij.’

Dat blijft bij een goed voornemen. Zijn biologieboek heeft hij op school laten liggen. Een poging om de volgende dag het boek op te halen strandt omdat hij dan weer zijn schoolpasje in de auto heeft achtergelaten.

Geen onbekend scenario voor Diana. ‘Normaal zouden we er gekissebis over hebben gehad, maar nu niet. ’

De laatste drie dagen van het experiment doet Spike niks meer.

Hoe wil de moeder voortaan verder?

‘Ontspannen. Gezellig.’ Dat is het overheersende gevoel van Diana over de afgelopen week. ‘Ik mocht niks zeggen en daarmee verdween een belangrijk deel van onze avondspits. Als ze thuis kwamen van voetbaltraining was het alleen maar: ‘Hee, leuke training gehad?’ Normaal kwam daar achteraan: en ga je nou nog voor die topotoets leren? We hadden minder conflicten.’ 

‘Ik vond het fijn om hen niet achter de broek zitten. En ik vind het niet erg dat ze een weekje wat minder presteerden. Het gaat erom dat ze leren wat erachter steekt: verantwoordelijk zijn, zelfstandig zijn. Ik denk dat ze een beginnetje maken daarmee: je moet er iets voor doen om te zorgen dat dingen goed komen.’

Diana beseft waarom ze zo bovenop het huiswerk maken zit: ‘Ik was zelf vroeger ook van de lijn: een 5,5 is een voldoende. Ik kreeg weinig begeleiding en ik vind het nog steeds jammer dat niemand me bij mijn lurven heeft gepakt. Wie weet waar ik was geweest als ik tóch de kunstacademie had gedaan. Misschien reiken zij wel verder als ik ze help.’ Tegelijk: ‘Ik wil ervoor waken dat ik mijn frustraties op hen projecteer.’

Ze heeft gemerkt dat de jongens nog wel erg afhankelijk zijn van haar als geheugensteuntje. En ze wil ze ook wel weer helpen herinneren. Maar ze wil niet precies terug naar hoe het was. ‘Ik wil meer de balans bewaken, er minder strak op zitten. Zodat ze leren om het zelf te doen. Ik ben geneigd om door te slaan omdat ik resultaten zie wegzakken of de aandacht zie verslappen. Dat is de strijd: laat je ze op de bek gaan om te leren of pak je ze bij de hand om te leren? Toen ze nog klein waren en moesten leren lopen, liep je er een stap achter om ze te vangen, zodat ze zich niet zouden bezeren als ze vielen. En toen ze moesten leren eten, zat je net zo lang met dat vorkje voor ze tot ze het zelf konden vasthouden. Nu ze groter worden, wordt dat lastiger. Maar misschien is het leren plannen, leren verantwoordelijkheid te nemen, hetzelfde als dat vorkje vasthouden.’

En net als Sonja en Rein uit aflevering één neemt Diana zich voor om vaker – maar dan zonder de Volkskrant erbij – ‘een pas op de plaats te maken’ in de opvoeding: ‘af en toe rust inbouwen waarin iedereen weer even kan kijken naar zijn eigen rol en het patroon waar we in zijn terechtgekomen.’

Spike en Jonathan Beeld Jaap Scheeren

Hoe willen de kinderen voortaan verder?

‘Ik heb niet veel huiswerk gemaakt’, zegt Jona. ‘Maar het was ook wel weer fijn: niet de hele tijd mama die zeurt. Meer zelf bepalen.’

Spike: ‘Het was wel chill. Ik maakte wel ietsje minder huiswerk. In het begin keek ik er veel naar, wat ik moest maken. Op woensdag kakte het in. Toen heb ik geloof ik niks meer gemaakt. Geen zin.’

Diana ‘was wat minder gestrest’, merkte Jona. ‘Rustig’, zegt Spike. ‘Vaak wordt ze boos en moeten wij naar onze kamer, terwijl zijd aan het schreeuwen is en wij helemaal niet. Dan zeggen wij: ga even afkoelen. En dan wordt ze boos: nee, ik ben niet degene die moet afkoelen, dat zijn jullie. En als we nu zeiden ‘een beetje rustig’, dan vond ze dat helemaal niet erg.’ Spike wil zo’n experiment nog wel een keer doen.

Jona: ‘Ik heb niet zo’n goed geheugen dus het is wel handig als ze mij herinnert aan mijn huiswerk. Maar alleen herinneren. Als ik zeg: ik doe het zometeen, dan rustig blijven en dat niet steeds weer zeggen.’

En de jongens zelf, zouden die ook iets anders kunnen doen dan voorheen? Ze vallen even stil. ‘Wij kunnen ons wel beter aan de afspraken houden dan’, zegt Jona.

Spike: ‘Ja, wij kunnen beter luisteren. Soms zeggen we dat we eraan komen en blijven we gewoon ons filmpje afkijken.’

De deskundigen

Een vast panel van deskundigen duidt bij elke aflevering van Kinderen de Baas de uitkomsten van het experiment.

Mariëlle Beckers (44), orthopedagoog en gezinscoach.

Geertjan Overbeek (44), hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam.

Steven Pont (57), ontwikkelingspsycholoog en gezinstherapeut.

Wat zeggen de deskundigen?

Geertjan Overbeek vindt het ‘fantastisch om Spike bezig te zien’. ‘Hij is bezig met strategie - hoe lang kan ik iets uitstellen? - en hij wist zichzelf te motiveren. Het wordt makkelijker om motivatie te vinden als ouders een stapje terug doen.’ Dat Spike dat alleen de eerste dagen volhoudt doet daar volgens de deskundigen niets aan af. Steven Pont: ‘Een beetje lukken en een beetje mislukken is leren. Het gaat om de richting en dit is de goede richting. ’

Pont: ‘Je kunt als ouder eigenlijk beter nooit zeggen: moet jij niet eens aan je huiswerk? Vanaf het moment dat je dat voor het eerst hebt gezegd, is dat huiswerk ineens van jou. Of in elk geval van jullie samen. Volgende keer dat het niet is gemaakt, zeggen je kinderen: ja, maar jij hebt ook niet gezegd dat ik het moest doen. Laat het vanaf het begin bij hen. En laat ze dan maar eens drieën of vieren halen. Wees beschikbaar, bijvoorbeeld voor overhoren, maar de energie moet van de kinderen komen. Ouders willen te veel voorkomen.’

Het huiswerk was van Diana geworden en is nu weer van haar en haar zoons samen, ziet Pont. ‘Einddoel is dat het tegen de tijd dat ze eindexamen gaan doen helemaal van hen is.’

Overbeek: ‘Leg wel uit waarom huiswerk van belang is. En leer hoe iemand een planning kan maken. Maar maak die planning niet zelf.’

Marielle Beckers: ‘En vraag bijvoorbeeld: wat heb je erbij nodig? Helpt het een vergeetachtig kind als hij zijn planning op de muur hangt? Helpt het als je de wifi even uitzet? Maak het prettig door een keer een tosti onder zijn neus te schuiven en een kopje thee te zetten. Maak duidelijk dat je het goed vindt dat je kind bezig is.’ Maar achter de broek zitten? De deskundigen hebben er weinig mee op. ‘Kinderen voelen die druk ook al van school.’

Ze hekelen de apps waarin ouders de prestaties van hun kinderen in detail kunnen volgen.

Beckers maakt een uitzondering voor het eerste halfjaar op de middelbare school. ‘Dat is voor die kinderen vaak blinde paniek. Dan is het wel goed om op een positieve manier te leren hoe je plant en overhoort.’ Maar voor het overige: ‘In het ergste geval blijven ze een keer zitten. Ze merken wel dat dat niet leuk is, dan missen ze hun vrienden en vriendinnen.’

Overbeek: ‘Dat voelt heel eng. Maar het is nodig, want als je opgroeit in een omgeving waarin je weinig fouten kunt maken, ga je pas laat in je leven op je bek en dan doet het heel veel meer pijn.’

Daarnaast benadrukt Overbeek hoe ontspannen Diana werd. ‘Het kan voor ouders een bevrijding zijn om de dingen iets los te laten en de verantwoordelijkheid bij de kinderen te leggen.’ Beckers: ‘En dat ouders minder stress hebben, daar hebben kinderen ook direct iets aan.’

Beckers schrikt een beetje van Diana’s idee dat ze het als alleenstaande moeder extra goed moet doen. ‘Eigenlijk heel erg dat mensen elkaar het gevoel geven dat ze zich moeten bewijzen. Want dat komt ergens vandaan. Vooral moeders kunnen dat erg doen: hoezo werk jij fulltime en hoe voed je dan je kinderen op? En dan doet zij het ook nog alleen. Het is heel zwaar dat je niet af en toe even de deur kan dichttrekken en kunt zeggen: pak jij het even over. En dat je in alles, ook conflicten, die verantwoordelijkheid alleen draagt.’

Pont: ‘Diep respect voor mensen die in hun eentje kinderen opvoeden hoor.’

Overbeek: ‘Ze doet dat warm en met interesse.’

Beckers: ‘Met humor, werkt ook vaak goed.’

Pont: ‘Zonder dat er een beschuldiging in zit.’

Met medewerking van Rinkie Bartels en Lisette Spiegeler

Kinderen de Baas

Voor het project ‘Kinderen de Baas’ van de Volkskrant, geven ouders in een gezin de touwtjes uit handen aan de kinderen, voor vier dagen tot een week. Het gaat om één onderwerp, zoals schermtijd, huiswerk, taakjes, eten of naar bed gaan. Op elk gewenst moment kan een gezinslid een bel luiden voor een familieberaad. Of op een toeter drukken om per direct het hele experiment te beëindigen, als een soort nooduitgang. Vantevoren en na afloop worden kinderen en ouders afzonderlijk van elkaar geïnterviewd. Tijdens het experiment vloggen zij en skypen zij met een verslaggever van de krant. 

Alle afleveringen van Kinderen de Baas, video’s en geschreven verhalen, staan op www.volkskrant.nl/kinderendebaas

De video bij dit verhaal:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden