Reportage

Hoogseizoen van de duurzame mossel

Bewuste Visweek

Deze week is Bewuste Visweek. De Volkskrant steekt haar licht op bij mosselman Eric Romijn en gidst u door het woud van viswijzers.

Beeld Marcel Wogram

Als mosselkotter Christina aanmeert bij werkeiland Neeltje Jans zitten de liefhebbers klaar op het terras en de verzamelen de meeuwen zich op de kade. Via een lopende band vanuit het ruim stromen duizenden kilo's mosselen naar een container op de wal. Zwart, zilt, glimmend, hier en daar een pluk zeewier. Nog een uur of zes en ze kunnen verpakt en wel de deur uit; in jute zakjes naar de restaurants, in plastic bakken naar de supermarkt. Alleen de meeuwen hebben versere.

Worstelt de palingbranche met een dramatisch lage visstand en tobt de grijze garnalensector met ongewenste bijvangst, de Nederlandse mosselwereld is inmiddels volledig verduurzaamd. Schermutselingen met milieuorganisaties over schadelijke vangstmethoden zijn verleden tijd. Vroeger werden de mini-mosselen met speciaal materieel van de zandbanken geschraapt waardoor geregeld milieuschade ontstond. Innovatie en samenwerking hebben door de jaren een duurzame mosselcultuur opgeleverd met gecertificeerde mosselen in zowel de vishandel als de supermarkten. De consumptie van duurzame en gecertificeerde vis, schaal- en schelpdieren neemt flink toe, volgens het Wereld Natuur Fonds en de organisaties achter de keurmerken MSC en ASC voor respectievelijk wilde vis en kweekvis. De organisaties lieten de consumptie onderzoeken in het kader van de Bewuste Visweek die nog loopt tot en met 2 oktober. Iets meer dan de helft van de consumenten is bereid meer te betalen voor duurzame vis.

Beeld Marcel Wogram

Meeuwen cirkelen gretig boven de Christina. Ze heeft de mosselen zojuist van de Oosterscheldebodem geschept waar ze groeien op zandbanken onder water. Passanten op de dijk zien alleen de palen boven het oppervlak waarmee de kwekers hun percelen afbakenen, als de herfstnevel het toelaat tenminste. Mosselkenners weten: het is nu volop bodemmosselseizoen. Achter het fornuis moet je de mosselpan dus drie maal opschudden voor een gelijkmatige garing. Bij de zachtere en jongere hangmosselen hoeft dat maar één keer.

Nog niet zo lang geleden begon het mosselseizoen pas als de 'R' in de maand zat, van september tot en met april. Tegenwoordig zijn ze meestal het hele jaar te koop, met een dipje in de lente. 'We zeggen nu dat de mosseltijd ongeveer begint als de 'R' in het seizoen zit', zegt stuurman Eric Romijn van Neeltje Jans Mosselen, een kwekerij gevestigd op, en vernoemd naar het voormalige werkeiland van de Oosterscheldekering. 'De koeltechnieken zijn sterk verbeterd, waardoor we het seizoen kunnen rekken.' De lente is het 'melkseizoen', de periode dat mosselen hun energie steken in voortplanting en daardoor aan de magere kant zijn. Ook de productie van zowel bodemmosselen als hangmosselen draagt bij aan een betere spreiding over het jaar, zegt Romijn. 'Die laatste oogsten we vanaf juni. Het bodemmosselseizoen begint in juli, augustus.'

Beeld Marcel Wogram

Viswijzer

De Viswijzer werkt nauw samen met MSC en ASC. De laatsten kijken naar de productieketen, de Viswijzer bekijkt de duurzaamheid per soort vis of schaaldier, genuanceerd en wereldwijd. Alleen winkeliers en restaurateurs die zich nadrukkelijk profileren met duurzaamheid gebruiken de keurmerken en weten (misschien) details over de vangst. bewustevisweek.nl

Hij gooit de trossen los van een aangemeerde platbodem en stuurt het schip geroutineerd de Oosterschelde op. Verderop ligt een partij drijvers in een regelmatig patroon op het water. Aan de boeien zijn touwen bevestigd: daar klampen de mosselen zich aan vast. Met een gecontroleerde haal van het scheepsanker vist Romijn zo'n touw boven water, een dikke streng samengeklitte schelpdieren. Anderhalf jaar hebben ze nodig om volwassen te worden, bodemmosselen doen er een jaar langer over. Bij nadere inspectie blijken de strengen mosselen een vrolijke biotoop te huisvesten aan zeewieren, -pokken, -egels en zakpijpen, een soort manteldiertjes. 'Ziet er gezond uit', zegt Romijn. 'Er zijn spontaan mosselen bijgegroeid aan de exemplaren die we op de touwen hebben aangebracht.'

De mosselprijs is dit jaar niet gestegen, mede dankzij de gevonden balans en de goede vangst. 'Maar het blijft natuur', zegt stuurman Romijn. 'Er blijven altijd onzekere factoren zoals de temperatuur, de stroming en natuurlijke vijanden. Zeesterren eten mosselen van de bodem. Ze kunnen zomaar een perceel leegvreten.' Neeltje Jans Mosselen - een familiebedrijf dat in 1912 werd opgericht door Willem Karel Schot en dat een dikke eeuw later eigendom is van meerdere Schotten - spant per jaar zo'n 700 kilometer hangmosseltouw in de Oosterschelde, goed voor een opbrengst 500- à 600 duizend kilo. Het zaad wordt 'gevangen' met speciale netten. 'Die hangen rechtop in het water, als een soort volleybalnetten. Mossellarven die in het water zweven, zetten zich spontaan af op die netten. Als de mosseltjes ongeveer anderhalve centimeter zijn, halen we ze eraf en brengen we ze over op de touwen of we zetten ze uit op de bodempercelen.' Omdat mosselzaad in het 'wild' wordt gevangen, hebben mosselen het MSC-keurmerk voor wildvangst en niet het ASC-stempel voor kweek.

Beeld Marcel Wogram

Duurzaam of niet, de mazen in het net

Geldt voor veel natuurproducten: hoe kleiner hoe fijner, zo niet voor mosselen. Ze worden op grootte gesorteerd. De maat is aangegeven op de verpakking: van 'extra' - de kleinste - via 'super', 'imperial' en 'jumbo', naar 'goudmerk'. Hangmosselen zijn doorgaans iets zachter en romiger dan die van de bodem. Mosselen kunnen zo'n zes tot zeven dagen worden bewaard - kijk naar de datum op de verpakking.

Terug op de kade zijn de bodemmosselen van de Christina inmiddels verdwenen in de fabriek waar ze met veel machinekabaal worden klaargemaakt voor de markt. Zes uur moeten de schelpen spoelen in een zilt waterbad om het zand eruit te halen. De 'baarden', de harige draden waarmee de mossel zich vasthecht aan de ondergrond worden machinaal verwijderd. Romijn wijst op een machine waaruit lichtflitsen schieten. 'Het uitsorteren van de kapotte schelpen gaat fotografisch.' Alle mosselen, miljarden exemplaren op jaarbasis, worden geflitst, waarna een gerichte, sterke waterstraal de kapotte exemplaren vernietigt. Nog een laatste controle met het blote oog en ze kunnen de verpakking in, de deur uit.

Aan de wand hangen nostalgische platen met mosselkotters en vissermannen. Hier geen culinaire poespas, hier eet men mosselen à la nature, met patatten of stokbrood. Het keukengeheim van de stuurman? 'Een scheut bruine rum! Mosselgroente, peper, zout, wat kerriepoeder een flinke scheut bruine rum in de mosselpan. Man, dat is lekker.'

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld Marcel Wogram
Beeld Marcel Wogram

Hoe weet u als consument of u duurzame vis koopt?

De MSC- en ASC-keurmerken bieden houvast in de supermarkt, maar daar heb je niet veel aan bij de vishandel of in een restaurant.

Op voorverpakte vis en schaaldieren in de supermarkt koopt staat vaak een blauw MSC- of een blauwgroen ASC-stempel. Waar staan die voor?

Achter de keurmerken MSC (Marine Stewardship Council) en ASC (Aquaculture Stewardship Council) zitten internationale non-profitorganisaties voor respectievelijk wildgevangen en gekweekte vis. Beiden hebben de zegen van het Wereld Natuur Fonds. Ze geven aan dat de vis duurzaam is gevangen of verantwoord is gekweekt. Bij ASC-vis wordt medicijngebruik gecontroleerd door een dierenarts, zijn geen schadelijke chemicaliën gebruikt en wordt watervervuiling beperkt. In het vangstgebied van MSC-vis wordt niet overbevist, de vangstmethoden zijn niet schadelijk voor het ecosysteem en de visstand wordt goed beheerd. Biowinkels hebben eigen keurmerken, omdat bijvoorbeeld ook het voedsel van kweekvis biologisch moet zijn. Ook deze vis is doorgaans duurzaam.

Beeld Marcel Wogram

Op de markt en bij de visboer zie je zelden of nooit keurmerken.

Daar begint de ingewikkelde kant van het duurzame visverhaal. U kunt de visboer ernaar vragen, maar dan zult u hem op zijn woord moeten geloven. Misschien heeft hij een verpakking liggen met een keurmerk erop. Soms staat er een bordje bij de vis met het logo van een keurmerk. Maar dan nog: gecertificeerde vis moet apart van andere vis worden bewaard en uitgestald, en vishandelaren moeten een bijdrage betalen aan MSC. Gedoe en extra kosten, hebben ze vaak geen zin in. Soms verkopen ze gecertificeerde vis daarom 'gewoon', en vertellen ze dit erbij. Geen waterdicht systeem kortom; de mazen in het net zijn groot.

Hetzelfde verhaal gaat op voor restaurants en cateraars. U krijgt vrijwel nooit een bevredigend antwoord. Gelukkig signaleren we een nieuwe lichting (vis)restaurants die duurzaamheid serieus neemt. In Rotterdam bijvoorbeeld Vis aan de Maas en Vislokaal Kaap, in Amsterdam onder meer John Dory en Pesca. In de blikvisbranche profileert onder meer Fish Tales van Bart van Olphen zich met goede vis.

Kan de Viswijzer-app de consument uitkomst bieden?

Niet altijd, maar beter iets dan niets. Tik maar eens kabeljauw in: u krijgt een overzicht van kabeljauwen uit de hele wereld met een kleuraanduiding of ze duurzaam, twijfelachtig of niet duurzaam zijn, onder meer afhankelijk van vangstmethode en -plek. Een kabeljauw uit de Noorse Zee kan duurzaam zijn. Zijn broer uit het Kattegat kunt u beter laten zwemmen - de soort kan zich hier niet handhaven. Ga daar maar eens mee naar de visboer. Die weet lang niet altijd waar en hoe de vis is gevangen. Of neem de tongetjes. Komen die uit Senegal en zijn ze gevangen met kieuwnetten: oké. Opgevist met boomkornetten (die over de bodem slepen): laten liggen. Tong uit de noordoostelijke Atlantische Oceaan die wordt opgeschrikt met stroomstootjes (pulskorvisserij): twijfelachtig.

Wat heeft u aan de aanbeveling 'handgevangen' of 'lijngevangen'?

Ook al zo'n ingewikkeld verhaal. Of dat goed of fout is ligt aan het soort vis. 'Lijngevangen' zeebaars die met een hengel is opgevist kan duurzaam zijn, maar zonder keurmerk weet je dat niet zeker. Zogeheten 'longlines' (ofwel beugen) zijn niet duurzaam als ze voor onder meer tonijnen en zwaardvissen worden gebruikt. Longlines bestaan uit lijnen die met drijvers op het water liggen. Daaraan hangen kortere lijnen met aas. Vaak happen ook zeldzame haaien, zeeschildpadden en andere beschermde oceaanbewoners toe. Dat is niet de bedoeling.

Kweekvis en -schaaldieren uit Azië hebben een slechte naam wat betreft duurzaamheid. Is er wel duurzame vis uit die regio?

Kilometers mangrovebossen gekapt voor viskwekerijen, visvoer gemaakt van bedreigde vissoorten, watervervuiling: het liegt er niet om. In Europa, Amerika of Australië is het beheer van alle bedrijven in de visketen over het algemeen beter geregeld en is controle dus makkelijker. Maar de normen van het ASC- en MSC-keurmerken zijn over de hele wereld hetzelfde. Dat is een belangrijk houvast. Het keurmerk kijkt echter alleen naar de vis en de visproductie, niet naar de arbeidsomstandigheden van werknemers. Net als in de kledingindustrie of in de koffiebranche is soms sprake van uitbuiting. Zoiets als Fair Trade Fish bestaat nog niet.

Beeld Marcel Wogram
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.