Hoogleraar Van der Grinten was grondlegger van industrieel ontwerp in Delft

Het eeuwige leven: Joost van der Grinten (1927-2017)

Hoogleraar Joost van der Grinten vond dat Nederland achterliep in industriële ontwerpen. Daar deed hij wat aan, waarna hij violen ging bouwen.

Joost van der Grinten

Hij ontwierp kerken en bouwde violen, maar Joost van der Grinten zal vooral worden herinnerd als grondlegger van de faculteit industrieel ontwerpen van de Technische Universiteit Delft. Daar studeerden in de loop der tijd zesduizend ingenieurs industrieel ontwerpen af en enkele honderden zijn gepromoveerd.

Joost van der Grinten overleed 17 november op 90-jarige leeftijd in zijn woonplaats Soest. Hoewel hij al in 1973 afscheid nam van de universiteit - toen nog Technische Hogeschool (TH) geheten - is zijn naam er nog terug te vinden: in 2002 werd de Van der Grintenzaal geopend.

Architect

Joost van der Grinten werd geboren in Venlo, waar zijn uitvindersfamilie de bekende kopieermachinefabriek Océ Van der Grinten exploiteerde. Joost koos ervoor om in dit bedrijf te stappen. Meteen na de oorlog begon hij met een studie bouwkunde in Delft. Hij liep stage bij Philips en deed als student een onderzoek naar de opleidingen tot het ontwerpen van massagefabriceerde gebruiksgoederen in andere landen. Nut en noodzaak van een opleiding industriële vormgeving in Nederland stond voor hem vast.

Hij pakte dat zelf aanvankelijk niet op. Nadat hij in 1953 was afgestudeerd, begon hij een architectenbureau in Amersfoort. Vanaf 1955 werkte hij samen met de architect Leo Heijdenrijk in Environmental Design dat kantoor hield in een gerestaureerde kerk.

Tot zijn bekendste ontwerpen behoorden De Kliniek voor Tandheelkunde van de Rijksuniversiteit Utrecht, Hoog-Catherijne te Utrecht (in samenwerking met architecten Spruit en Van Kasteel) en het Rekencentrum op de campus van de Universiteit Twente. Voor zijn ontwerp voor een Academie van Beeldende Kunsten won hij in 1954 de Prix de Rome Bouwkunst.

Hij ontwierp daarnaast vele kerken, waaronder de H. Nicolaaskerk in zijn geboorteplaats Venlo, de Boskapel in Nijmegen en de H. Andreaskerk in Leersum. Ook in Amsterdam (Buikersloot), Eindhoven en Swalmen zijn kerken van hem te vinden.

Pas in 1962 besloot hij om als buitengewoon hoogleraar in Delft de faculteit waar hij zelf tien jaar eerder voor had gepleit, te helpen realiseren. Voor de staf van de nieuwe opleiding rekruteerde Van der Grinten ontwerpers uit de praktijk. Samen sloegen ze een nieuwe richting in. Zij wilden ontwerpers opleiden die als technisch ingenieur kennis hadden van de gebruikskwaliteiten van producten. Er werd begonnen met een handvol studenten. Dat aantal verdubbelde jaar op jaar en bereikte eind jaren tachtig de duizend. Na Delft kwamen er ook in Enschede en Eindhoven studierichtingen.

Viool

Van der Grinten was toen allang weg. In 1972 besloot hij zich volledig te wijden aan zijn andere passie: vioolbouwen. 'Ik realiseerde me dat ik zelf geen ontwerper was, terwijl ik daar wel les in gaf', zei hij bescheiden. 'Ik had het op gang gebracht. Daarmee was mijn taak beeindigd.' Volgens zijn collega-hoogleraar Han Dirken is dat te bescheiden. 'Hij heeft wel degelijk mooie gebruiksvoorwerpen ontworpen. Hij combineerde creativiteit met fijne handen.'

Van der Grinten nam lessen bij de Duitse vioolbouwer Paul-Gerhard Schmidt. Later combineerde hij het maken van violen met een handel in muziekinstrumenten, waarin ook zijn echtgenote Trip actief was. In 1993 droeg hij het bedrijf met de naam Contrada Musica over aan Jurriaan van Roon. 'Hij bleef ook daarna violen maken en repareren. Met name altviolen. Na zijn 75ste jaar ging het kaarsje langzaam uit', zegt Van Roon.

Van der Grinten wordt overleefd door zijn vrouw Trip en vier kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.