Hoogleraar Drenth heeft kritiek op conclusies collega-onderzoeker over intelligentie allochtonen 'Geen enkele test is vrij van culturele invloeden'

De omstreden conclusies van de onderzoeker dr. J. te Nijenhuis over de intelligentie van allochtonen roept veel kritiek op van collega's en vakgenoten....

Van onze verslaggever

Jeroen Trommelen

AMSTERDAM

Prof.dr. P. Drenth, voorzitter van de vakgroep arbeids- en organisatiepsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, durft er zelf geen stellige uitspraak over te doen: zijn allochtonen inderdaad gemiddeld minder intelligent dan geboren Nederlanders, zoals promovendus J. te Nijenhuis van zijn vakgroep zegt te hebben gemeten?

'Geen enkele test is vrij van culturele invloeden. Zelfs het begrip intelligentie is dat niet', zegt Drenth behoedzaam. Zelf deed hij ooit onderzoek onder schoolkinderen in Tanzania en Kenia. Hij ontdekte dat zijn intelligentietests daar in het ene land wél het IQ maten, maar in het andere niet.

'Wat we bleken te meten, was de bekendheid met de Engelse taal. Ook in Nederland zou het kunnen zijn dat intelligentietests meten in hoeverre allochtonen vertrouwd zijn met de Nederlandse taal en cultuur.' De vraag of allochtonen gemiddeld 'dommer' zijn dan geboren Nederlanders, lijkt dan weinig meer dan een academische kwestie.

Maar gezien de reacties op het onderzoek van Te Nijenhuis is dat niet zo. Volgens de Amsterdamse onderzoeker, die uitslagen van IQ-tests vergeleek van allochtonen en autochtonen bij de Nederlandse Spoorwegen, meten die tests over het algemeen de objectieve waarheid. Dat allochtone kandidaten (een doorsnee van eerste-generatie-Turken, -Marokkanen, -Surinamers en -Antillianen) gemiddeld lager scoren, duidt volgens hem op een 'gemiddeld lager niveau van cognitieve capaciteiten' in deze groep.

Verschillende collega's en vakgenoten van Te Nijenhuis hebben zich van sommige van diens conclusies gedistantieerd. Ook Drenth heeft er kritiek op. Vooral de suggestie dat het hoge niveau van werkloosheid bij allochtonen iets met hun gemiddelde intelligentie te maken zou hebben, vindt hij een uitglijer.

'Ik zou zeggen dat een verschil in wat hij intelligentie noemt, eerder aanleiding is voor het aanstellen van kandidaten in lagere functies. Het hoeft helemaal geen oorzaak te zijn van werkloosheid. Zelf zou ik concluderen dat achter die relatief hoge werkloosheidscijfers een te sterk discriminerend beleid schuilt van werkgevers en overheid.'

Zo zie je hoe gevaarlijk het is om resultaten van wetenschappelijk onderzoek door te trekken naar de politieke of maatschappelijke werkelijkheid, vindt Drenth, tevens oud-president van de Koninklijke Academemie van Wetenschappen. In Amerika is die fout volgens hem wel gemaakt bij precies hetzelfde onderzoek naar intelligentie van zwarte en blanke Amerikanen. De vergelijking die de Nederlandse promovendus trekt met de resultaten van dat Amerikaanse onderzoek, gaat volgens hem dan ook niet helemaal op.

Maar voor de rest is er weinig in te brengen tegen de promotie van Te Nijenhuis, vindt hij. 'Het was een goed, zorgvuldig uitgevoerd onderzoek. Hij heeft rekening gehouden met alle test-theoretische en psychometrische overwegingen. En hij heeft geen verkeerde bewerkingen gemaakt of verkeerde aannamen gebruikt.'

Dat uit het onderzoek blijkt dat de psychologische test bij de spoorwegen geen of nauwelijks extra handicaps kent voor allochtone kandidaten, betekent volgens Drenth echter niet dat alle psychologische tests neutraal uitpakken voor mensen die buiten Nederland zijn geboren.

Eerder het tegendeel: 'Veel psychologische testbureaus en psychologen die allochtonen onderzoeken, zijn zich juist onvoldoende bewust van de culturele gevoeligheid van de tests die ze gebruiken. De kans dat de uitslag verkeerd wordt geïnterpreteerd, is dan groot. Een Iraanse vrouw die in Nederland in drie jaar de universiteit afmaakt en niettemin scoort op havo- of mavo-niveau, heeft kennelijk een test gekregen die geen intelligentie meet. Dat moet men leren erkennen.'

Het probleem met intelligentietests is dat psychologen het onderling oneens zijn over wat ze precies meten. 'Wat is intelligentie? Met die vraag begint het al. Ik ben zelf voorstander van de theorie: er zijn drie verschillende soorten intelligentie. De eerste is het aangeboren potentieel, dat je niet kunt meten. De tweede soort is wat volgt uit die genetische aanleg, plus alle omgevingsfactoren zoals voeding, onderwijs, opvoeding en dergelijke. Dat is het prestatieniveau dat we meten. De derde soort is datgene wat een bepaalde intelligentietest meet.'

Om dat laatste kunnen we misschien lachen, maar het is de waarheid, meent Drenth. 'Tests meten lang niet altijd hetzelfde, ook al heten ze intelligentietests. Bovendien wordt intelligentie bepaald door de culturele context. U en ik zouden waarschijnlijk geen drie dagen overleven in de droogteperiode in de Kalahari-woestijn. Maar de bushmen daar houden het zonder problemen drie maanden vol.'

Wat westerse intelligentietests meten, komt volgens Drenth voornamelijk neer op de 'intellectuele en cognitieve vermogens waarmee je succesvol bent in een samenleving als Nederland of Europa. Dat zijn waarschijnlijk andere vermogens dan waarmee je overleeft in Rio de Janeiro, de Filipijnen of op het platteland van China.'

Dat allochtonen in de tests gemiddeld lager scoren, zou volgens Drenth geen reden moeten zijn voor bijvoorbeeld universiteiten om minder allochtone studenten aan te nemen. 'De lat zou voor hen aan het begin wat lager mogen liggen. Wat men echter niét moet doen, is het eindniveau voor allochtonen verlagen. Door een extra traject met intensieve begeleiding en een wat langere studieduur kunnen achterstanden worden weggewerkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden