Zin van het levenDave Schut

‘Hoeveel een mens ook weet, in de praktijk doet hij maar wat’

Beeld Sophia Twigt

‘Wat is de zin van ons leven?’ Met die vraag startte iedere aflevering van de interviewreeks die Volkskrant-journalist Fokke Obbema in de Volkskrant publiceerde. Lezers krijgen nu ook de kans om die vraag te beantwoorden in een interview met zichzelf. Vandaag: Dave Schut.

Terwijl veel van zijn vrienden zich na de middelbare school op het studentenleven stortten, trok schrijver Dave Schut zich terug op zijn kamer in Alkmaar, zijn geboorteplaats. Ook hij volgde een studie, communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, maar dat deed hij met tegenzin, omdat hij met vragen zat waar een studie geen antwoord op kon geven.

‘Ik nam afstand van de samenleving, zowel uit verlegenheid als arrogantie, en wilde pas weer meedoen als ik precies wist waarom, en op welke manier. Dat werd al gauw onnodig ingewikkeld. Ik leefde vooral in mijn eigen hoofd. Hoewel ik dacht dat ik de touwtjes in handen had, weet ik nu dat mijn gedachten de baas waren. Ik raakte verstrikt in steeds groter wordende vragen over het leven, steeds abstracter, steeds vager, maar dat had ik zelf niet door. Ik was er voortdurend van overtuigd dat ik op een belangrijk spoor zat.’

Wat dat spoor precies was, kan hij nauwelijks nog beschrijven. ‘Als iemand constant nadenkt, begint hij te geloven in de werkelijkheid die hij zelf creëert. Ik ben inmiddels tot de conclusie gekomen dat niet mijn gedachten, maar juist mijn gevoelens de leiding hadden. Vaak was dat vertwijfeling, een sluimerende paniek om het verlies van overzicht, met soms een grote ontlading van euforie, als ik weer eens iets volledig dacht te begrijpen. Dus zo zit het. Waarna ook dat wereldbeeld heel veel gaten bleek te bevatten, en dan begon het doolhof opnieuw.’

Tot er een moment kwam waarop hij de waarde van het denken zelf in twijfel begon te trekken. ‘Ik twijfelde over alles, omdat ik overal vragen over had, en op een gegeven moment kwam ik terug bij het begin: mezelf. Ik vroeg me af waarom ik zo veel geloof had in mijn eigen gedachten. Waarom ik twijfel zo belangrijk vond, waarom ik de dingen niet gewoon liet zijn zoals ze waren, zonder alles in een intellectueel plaatje te proppen. Mijn gedachten werden steeds scherper, maar ik bereikte er in het dagelijks leven weinig mee. Het dagelijks leven is veel te groot om in gedachten grip op te krijgen. Omdat ik steeds beter werd in het formuleren van mijn overtuigingen, ging ik geloven dat ik heel dicht bij een soort waarheid kwam, terwijl: ik wist nog altijd van bijna alles vrijwel niets. Hoeveel een mens ook weet, in de praktijk doet hij maar wat. Leven gebeurt op gevoel.’

Sinds enkele jaren lukt het hem steeds beter om zijn gedachten in zijn voordeel te gebruiken, in plaats van erdoor te worden opgeslokt. ‘Ik doe tegenwoordig bijna alles op gevoel. Ik laat me leiden door de uitkomst van tegenstrijdige wensen, zowel van mezelf als van anderen, zonder vooraf precies te willen weten wat ik wil, want zo’n natuurlijke uitkomst is vaak het allermooist. Voor iedereen. Maar dat betekent niet dat ik het denken helemaal overboord heb gegooid. Dat is de val waar veel spirituele mensen in lopen. Wat mij betreft heb je beide nodig, zowel intuïtie als intellect. Aanvoelen wat verstandig is, en achteraf beoordelen of je gelijk had. Geen vrijblijvende claims over de allesomvattende goedheid van de mens, maar ook geen verval in cynisme. Dat zijn twee uitersten van hetzelfde probleem: een kinderlijke poging om de wereld overzichtelijk te maken.’

Wat is de zin van het leven?

‘Als intellectuele probleemstelling is dat een onmogelijke vraag, omdat de zin van het leven zich aandient als een ervaring die niet in woorden is te vangen, maar ik zal een poging doen om die ervaring te beschrijven. Wat mij betreft is de zin van het leven het ontstijgen van tegenstellingen. In spirituele kringen zal dat een groeiend bewustzijn worden genoemd, maar ik vind het beter om zo helder mogelijk te blijven, en het bewustzijn kan op te veel manieren worden geïnterpreteerd om nog echt een zinnige term te zijn, zoals ook met God is gebeurd.

‘Stel dat iemand op een verjaardag een opmerking over mij maakt die me harder steekt dan ik zelf had zien aankomen. Misschien is er de wens om terug te snauwen. Meteen daarna de schaamte dat ik me zo snel op de kast laat jagen. Nog iets later een andere vorm van zelfkritiek, namelijk de realisatie dat schaamte geen functie heeft. Dit is het spelletje van ontwikkeling. Het probleem lijkt te zijn dat de reactie niet goed is, maar het probleem is juist dat de reactie krampachtig is door de vele oordelen die eromheen zijn gebouwd.

‘Het lijkt onmogelijk om hieruit te ontsnappen. En toch is er een manier, waar volgens mij alle grote religies op zijn gebaseerd. Het enige wat je op zo’n moment kunt doen is jezelf in de gaten houden. Hoe dit werkt weet ik niet, ik vind dit het grote wonder, maar na verloop van tijd wordt door het toekijken zonder iets te willen veranderen, de verandering in gang gezet. De kramp komt los. Dat is voor mij het ware geluk. Waarna je weer veel te gretig wordt en denkt het gouden ei te hebben gevonden, en dan begint het proces opnieuw.’

U noemt het een proces. Is er een doel?

‘Dat is zo vreemd: als je er een doel van maakt, wordt het een streven, en dat zou betekenen dat je weet waar je naartoe wil, maar zodra je dat denkt te weten, kom je weer vast te zitten in je eigen oordeel van hoe het zou moeten zijn. En toch is er een doel. Ja, dat is de paradox, en ik wil vooral niet beweren dat ik begrijp hoe dit zit. Voor mij persoonlijk is het doel om steeds wat tevredener te worden met wat er is, omdat ik niet geloof dat er groot geluk valt te halen door een sterke wil. Doelen in de toekomst zijn leuk, maar ook oppervlakkig. Terwijl ik dit vertel, denk ik: ook hier is weer iets vreemds aan de hand, want ik weet ook dat als ik mezelf geen doelen stel, ik makkelijker bereik wat ik graag zou willen bereiken. Het heeft alleen niet de vorm die ik van tevoren had bedacht.’

Het klinkt alsof u zich helemaal overgeeft, aan iets of iemand.

‘In zekere zin doe ik dat ook. Maar niet door mezelf te ontkennen. Dat gebeurt vaak bij religies en ideologieën, dat mensen zichzelf wegcijferen voor het grote verhaal, omdat ze zelf hebben ervaren hoe bijzonder dat grote verhaal is, denken ze. Volgens mij zien ze het verhaal aan voor de ervaring, terwijl de ervaring op zichzelf moet staan. Het verhaal is alleen maar een manier om ernaar te verwijzen, zoals ik dit nu ook vertel, een methode om er kennis mee te maken. Maar de methode mag nooit op een hoger voetstuk worden geplaatst dan de ervaring. Want dan gebeurt weer precies hetzelfde: de mens maakt zich ondergeschikt aan een idee, een waardeoordeel, en dat is nu juist de bron van alle ongemak.’

Maar de mens moet zich wel ondergeschikt maken, volgens u.

‘Geef ik dat idee? Dat is niet mijn bedoeling. Kijk, zo makkelijk gaat het dus al fout, als je over dit soort zaken probeert te spreken. De woorden moeten verwijzen naar een ervaring, niet naar een logische conclusie. De mens moet zich helemaal niet ondergeschikt maken, de mens moet helemaal niets. Dat is het juist. Stoppen met extra lagen van bevelen over jezelf heen leggen, kijken naar de lagen die er al liggen, daar niets aan willen veranderen, en dan maar zien wat er gebeurt. In de praktijk maakt de mens zich dan helemaal niet ondergeschikt, omdat de wens om te controleren even aanwezig kan zijn als de wens om zich over te geven. Ja, dat is het precies. Die twee tegenstrijdigheden vrij laten, zonder druk uit te oefenen, waardoor ze naast elkaar komen te staan, en uit dat conflict ontstaat dan als vanzelf de beste handeling.’

Is er een god?

‘Dat zou ik niet weten. Maar dat is vooral omdat ik geen idee heb wat met dat woord bedoeld wordt. Als ik vrijuit mag spreken, gewoon uit mezelf, zonder de hoop dat ik over hetzelfde spreek als een ander die het woord God in de mond neemt, dan geef ik graag het antwoord dat Einstein ooit heeft gegeven: dat we in onze zoektocht naar een antwoord op die vraag de positie innemen van een klein kind dat een gigantische bibliotheek betreedt, vol met boeken, in heel veel verschillende talen. We weten helemaal niets, dus alles is nog mogelijk.’

De natuur is zonder mededogen. Dus als er al een zin van ons leven bestaat, moeten we die zelf maken, meent akoestiekadviseur Peter van der Boom (58) uit Zutphen. ‘Laten we meer scharrelen, structuren loslaten en zien wat er gebeurt. Dat kan al op kleine schaal: een gesprekje op straat waardoor we een trein missen.’

Cile Schulz (53), beleidsadviseur uit Arnhem, koos ooit bewust geen moeder te worden. Reflecterend op de zin van haar leven voelt dat soms als een onjuist besluit. ‘Iedere vorm van leven is een toevalstreffer, het had er ook niet kunnen zijn. Er is geen zin, anders dan voortplanting, en dat heb ik dus niet gedaan.’

Volgens Aafke Komter is de vraag naar ‘de zin van ons leven’ verkeerd. ‘Er is geen ‘ons’ leven, net zomin als er een zin van ‘het’ leven is. De veronderstelling dat er een grote gemene deler zit in de mogelijke antwoorden op die vraag, klopt niet. Iedereen geeft op een eigen, unieke manier zin aan zijn of haar leven.’

Trees Roose liep op haar vijftiende weg van huis. Haar moeder laat niet naar haar zoeken. De mens is volgens Roose een ‘dolende stumperd’ die niks van de zin van het leven kan begrijpen. ‘Over zoveel miljard jaar blaast de zon zichzelf op en wordt deze schitterende blauwe aardbol gedegradeerd tot dood ijsblok. We zijn nog minder dan een splinter in een oneindige zwarte leegte waar geen aardse natuurwetten gelden.’

Onheil maakte vroeger al deel uit van het gezin waar Ton Hetebrij in opgroeide. Hij las vroeger de bijbel van kaft tot kaft en dacht de zin van het leven te hebben gevonden in het geloof. Maar langzamerhand dreef hij af, richting de poëzie. Maar toen er in 2019 een tumor bij hem ontdekt werd, vond hij vooral troost in anderen. ‘Hoe beeldend de poëzie ook vat had gekregen op mijn leven, zelfs de poëzie liet het afweten toen ik mijn eigen onheilsbericht onlangs te horen kreeg.’

Schrijver Dave Schut studeerde communicatiewetenschap maar deed dat met tegenzin, omdat hij met vragen zat waar de studie geen antwoord op kon geven. ‘Ik nam afstand van de samenleving, zowel uit verlegenheid als arrogantie, en wilde pas weer meedoen als ik precies wist waarom, en op welke manier.’

Als kind wilde Ton Roumen het liefst priester worden, hoewel zijn vader hem liever als econoom of accountant zag. Hij raakte geïnteresseerd in tantra, en geeft nu sinds tien jaar meditatieretraites. ‘Tantra is veel meer dan een verzameling seksuele praktijken, het is een wegwijzer naar je bestemming, naar wie jij in oorsprong bent. Die bereik je door alle emoties te voelen en te aanvaarden, de mooie en de lastige.’

Bioloog Frans Ellenbroek beseft meer dan ooit nu hij met pensioen is dat het antwoord op de vraag van de zin van het leven ligt in de manier waarop we onze tijd besteden, en dan met name onze vrije tijd. ‘Het evolutionaire systeem heeft intelligente regels ontwikkeld voor ons tijdmanagement. Kijk maar naar planten en dieren, zonder culturele invloed op tijdsbesteding. Hebben die vrije tijd? En draagt vrije tijd bij aan hun fitness?’

Schrijver Lotte Kok was op jonge leeftijd al veel alleen. ‘Eenzaamheid kan iets heel geks met je doen. Hoe langer je alleen bent, hoe meer je gaat denken dat het aan jou ligt, dat er iets vreemds met je is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden