Column Aaf Brandt Corstius

Hoesjes gingen om de telefoons en het werd ouderwets gezellig

Het was het eerste popconcert waar we met onze zoon heengingen. Of eigenlijk het eerste rockconcert. Jack White, lijkbleke, keiharde gitaarspeler met mop zwart haar, is niet echt poppy.

Mijn zoon is 8. En fan. Hoe hij zwaaiend met zijn dunne, witte armen uit zijn dak zou gaan, dat zou een heel leuk filmpje opleveren.

Dat dacht ik voordat we maandagmiddag de mail kregen dat we ’s avonds bij Jack White niet mochten fotograferen en filmen, sterker nog, dat er hoesjes om de telefoons van alle concertgangers gedaan zouden worden, hoesjes met een vergrendeling, waardoor je niet eens foto’s en video’s kón maken. En je kon ook niet appen, facebooken, twitteren en instagrammen. Of bellen.

Het hoesje ging er meteen bij de deur om en binnen was het, ik durf het haast niet te zeggen, ouderwets gezellig. Iedereen praatte met elkaar, liep samen rond – het was nu echt zaak elkaar niet kwijt te raken – wachtte net als vroeger op elkaar bij de deur van de wc en ging in groepjes een goeie plek uitzoeken.

Voor degenen die toch even met de oppas moesten bellen of gingen trillen en zweten nu ze al een half uur niet meer hadden gefacebookt, waren er hoeken ingericht met dranghekken eromheen. Daar kon je je telefoon even uit het hoesje laten halen en erop kijken.

In de ene hoek van de foyer stonden rokers in een glazen kom te roken. In de andere hoek stonden twee mensen tussen vier dranghekken naar hun telefoon te staren. De paria’s.

Triest!, dacht ik. Tot ik naar de wc ging en naar mijn telefoon greep om erop te kijken. O nee. Tot mijn zoon zijn oordopje op de grond liet vallen en ik er met de zaklantaarn van mijn telefoon naar wilde zoeken. O nee. Tot het inmiddels ver na bedtijd was, Jack White nog steeds niet aangetreden was en mijn zoon zich inmiddels heel erg verveelde en het spel wilde spelen waarbij hij een aardappeltje aankleedt en een zwevende auto laat besturen. ‘Mama, mag ik achter zo’n hek op je telefoon?’ Nee.

Het was wennen. Maar daarna was het heerlijk. Een hele massa mensen in het donker, niet blauw verlicht door telefoons. En ook niet: mijn eeuwige ergernis aan iemand naast me die van elk liedje een intens slecht filmpje maakt. Niet uit mijn concentratie raken door een net opgerichte appgroep voor een kinderpartijtje over twee weken.

En er waren aanstekers. Aanstekers! Bij een mooi liedje.

En natuurlijk, het was jammer dat ik geen foto’s kon maken van mijn zoon die te midden van teringherrie en lasershows in slaap viel op mijn schoot, nadat hij had gezegd: ‘Maak je me wakker bij Seven Nation Army?’

Maar dat zal ik me toch wel voor altijd herinneren. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.