Die ene meldingJeanne Gommans - centralist op de Meldkamer

‘Hoelang het duurde voordat de dochter terug mocht naar haar familie… Onmenselijk’

In ‘Die ene melding’ interviewt Wil Thijssen politiemensen over de gebeurtenissen na een specifieke melding die hun kijk op het vak ingrijpend hebben veranderd. Senior meldkamer-centralist Jeanne Gommans (60) leerde als hoofdagent dat ze zich meer moest inleven in de wereld van slachtoffers.

Wil Thijssen
null Beeld Illustratie Anne Stooker
Beeld Illustratie Anne Stooker

‘Het werd landelijk nieuws. Op 17 maart 2000 meldde ik me ’s ochtends op ons bureau in Panningen. Het was er stervensdruk. Ik zag allemaal gezichten die ik nooit eerder had gezien. In de kantine werden wij, de dagdienst, kort gebrieft: in een tuindersbedrijf is een gijzeling gaande.

‘Toen ik het adres hoorde, schrok ik me dood: die familie ken ik. Dat was bij een sportmaatje uit mijn volleybalteam, de oudste dochter. Ik zei meteen: daar wonen zes volwassenen: vader, moeder, drie dochters en een aanstaande schoonzoon. Ik kende hun boerderij van binnen, mijn informatie werd doorgegeven aan de nachtcollega’s die daar ter plaatse waren.

‘Twee gewapende mannen hadden het glas uit de voordeur geslagen, waren binnengedrongen en dreven de familie, die vroeg op was om asperges te gaan steken, naar boven. Mijn volleymaatje had zichzelf beneden opgesloten in de wc. Ze belde de politie en ontsnapte. Buiten werd ze door collega’s opgevangen en naar het bureau gebracht, naar mij, omdat ze mij kende. Ze was heel bang. Ik omhelsde haar en nam haar mee naar een spreekkamertje om haar te horen: hoeveel daders zijn er; hoe zien ze eruit; wat voor wapens hebben ze? Ik typte alles op een typemachine, in die tijd zonder internet belde een collega alles door naar de collega’s ter plaatse. En ik zocht een motief: werken er bij jullie criminelen? Illegalen? Doen jullie iets wat niet mag?

‘Er was geen motief. Zij waren willekeurige slachtoffers, meer pech kun je niet hebben. Later bleken de daders beruchte Amsterdamse criminelen. Zij hadden onderweg naar het zuiden al geschoten op een voorbijrijder, en in een hotel de boel kort en klein geslagen. Drugs. Drank. Levensgevaarlijk. Op de terugweg kwamen ze langs die boerderij.

‘De ouders en schoonzoon waren van de meisjes gescheiden en opgesloten in een slaapkamer. Ze zijn via het raam op een plat dak geklommen en naar beneden gesprongen. Mijn collega’s brachten ook hen naar het bureau, waar ik de vader moest horen. Hij was in alle staten, struikelde over zijn woorden, vond het verschrikkelijk dat hij zijn kinderen had achtergelaten. Ik zei steeds: ‘Je hebt het juiste gedaan, tegen vuurwapens kun je niks.’

‘Ik ondervroeg hem tot laat in de middag. Ook hij kende geen motief, hij verbouwde groenten, niks schokkends, gewoon een hardwerkende familie. Hij wist niet wat er met zijn dochters gebeurde, maar had natuurlijk wel een vermoeden. Hij vreesde voor hun leven.

‘De gijzelnemers eisten een miljoen losgeld, destijds nog in guldens. Collega’s hadden dat van de bank gehaald en afgegeven. Een onderhandelaar wist de tweede dochter ’s middags naar buiten te krijgen. Toen alleen de jongste nog binnen was, ging ik met een arrestatieteam mee naar de boerderij, want voor een 18-jarige zijn arrestatieteams met bivakmutsen heel beangstigend. Het wemelde daar van de politie.

‘Pas diep in de nacht gaf het tweetal zich over, ze kwamen met de dochter naar buiten. Ik riep haar naam en zei dat ze rustig naar mij toe moest lopen, want die drie werden onder schot gehouden. Toen moest ik met haar naar de huisartsenpost. Daar zou de forensische ondersteuning bewijs verzamelen voor het misbruik. Mijn verstand zei: dat klopt, zo doen we dat, maar mijn gevoel zei: dit kun je niet maken. Zij was overstuur, ze wilde naar haar ouders. Ik dacht: geef ze vijf minuten, maar dat mocht niet – protocol. Vreselijk. De tijd die het duurde voordat die dochter terugging naar haar familie… Ik vond dat onmenselijk.

‘Ik was bij de politie gaan werken omdat ik boeven wilde vangen, de wereld verbeteren. Je focust volledig op daders. Maar waar daders zijn, zijn ook slachtoffers. Ik dacht altijd: de boef is voor mij, het letsel voor de dokter, psychische schade voor Slachtofferhulp. Ik ben vrij nuchter, dacht altijd heel praktisch: wat kan ik betekenen? Niks? Hup, afvinken, geen energie meer in steken.

‘Tot die gijzeling. Toen pas, omdat ik die mensen kende, realiseerde ik me wat een misdrijf doet met mensen. Dat ene incident gooit je hele leven overhoop. Ik kon vroeger niet begrijpen waarom iemand troosteloos werd als zijn auto van nog geen 2.000 euro in elkaar werd gereden. Dan dacht ik: koop gewoon een nieuwe, doe niet zo moeilijk. Maar je weet niet hoeveel moeite het misschien heeft gekost om die auto te kunnen kopen, of wat de emotionele waarde ervan is. Daar verplaatste ik me nooit in. Maar er is altijd een reden waardoor mensen blijven hangen in angst, woede of verdriet. Ik steek nu veel meer tijd in slachtoffers, ga een week na een incident altijd even terug: hoe gaat het met jullie?

‘Die gijzelnemers zijn flink gestraft. Na hun arrestatie werden ze gefouilleerd. Het losgeld, allemaal biljetten die ze onder hun kleren en in hun kont hadden verstopt, werd weer afgenomen. Een collega en ik moesten dat terugbrengen naar de bank. Onderweg keken we elkaar aan: gaan we hier linksaf naar de bank, of…

‘Schrijf maar op dat we het netjes hebben teruggebracht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden