Essay

Hoe weet je nou of je een kind wil?

Geen kind, wel een kind en wanneer dan - hoe néém je die beslissing? Journalist Bo Jeuken (31) onderzoekt de kinderwens van haar generatie. En vooral die van zichzelf.

Beeld Deborah van der Schaaf

'Het is zó leuk, ik kan het je echt aanraden, Bo', jubelt mijn zes jaar jongere nichtje terwijl ze haar baby in mijn armen duwt. Mijn nekhaar schiet overeind. Pardon. Aanraden? Ze brengt het alsof ze me haar kapper aanbeveelt. Maar nee. Ze raadt me een kind aan. Een moment lang vraag ik me af of ik zin heb in een discussie over zaken als woordkeus en ongevraagd advies. Maar ik ruik aan haar baby. En ik houd mijn mond.

Ik ben 31, journalist en ik werk aan een documentaire over het ouderschap. Centrale vraag: een kind of niet? En: hoe neem je die levensbepalende beslissing? Grote inspiratie hiervoor is de invasie van baby's de afgelopen tijd in mijn omgeving. Ik ben in twee jaar tijd achttien keer op kraam-visite geweest. Áchttien keer. Ik ga tegenwoordig zo vaak nieuwe baby's bewonderen dat ik een stapel ingepakte kraamcadeautjes in mijn kast heb liggen on the go, zodat ik niet om de haverklap naar Prénatal hoef. De vanzelfsprekendheid waarmee iedereen nieuw leven op deze wereld zet, maar vooral de vanzelfsprekendheid waarmee wordt aangenomen dat ik de volgende wel zal zijn, vind ik fascinerend. Tot nu toe heb ik altijd mijn eigen pad bewandeld. En opeens is daar het Grote Babyvraagstuk - en word ik min of meer gedwongen daarmee bezig te zijn. Maar even kritisch kijken of ik dat wel wil, lijkt me wel het minste wat ik kan doen in aanloop naar het maken van die onomkeerbare keuze. Want stel je voor: dadelijk kies ik verkeerd.

Bloody mary's

Dat kinderen krijgen überhaupt lang niet altijd een keuze is, werd me onlangs weer duidelijk toen actrice Halina Reijn in haar column in De Morgen en later op tv, aan tafel bij De Wereld Draait Door, toegaf dat het pijn doet om nog altijd geen geschikte partner gevonden te hebben om kinderen mee te krijgen. Ook haar vakgenote Eva Duijvestein sprak in het maandblad Jan van afgelopen maand openhartig over haar nog altijd onvervulde kinderwens. Het lijkt haast een nieuw soort coming-out: vrouwen die openlijk hun smart over het uitblijven van kinderen met ons delen.

In het licht van deze verhalen voel ik me soms als een prinses op de erwt, onrustig en oncomfortabel in mijn gespreide bedje. Ik sta namelijk aan de andere kant van het spectrum: daar waar alles nog mogelijk is, de kant waar ik het nog voor het kiezen heb (of in ieder geval die illusie nog koester).

Ik ben geen twintiger meer, wat in mijn geval betekent dat ik eindelijk een beetje rust in mijn donder heb. Mijn vriend en ik zijn verliefd. We wonen in hartje Amsterdam, geven ons geld uit aan lekker eten en bloody mary's. Ik heb een paar goede vrienden, ben gezond. Het leven lacht me toe. En als ik inderdaad de keuzemogelijkheid heb die vrouwen als Halina en Eva niet hebben, waarom kies ik dan niet? Volmondig 'ja' zeggen tegen een kind - of 'nee', omdat daar ook veel voor te zeggen is? Omdat ik bang ben dat ik de verkeerde keuze maak. Omdat ik bang ben dat ik spijt krijg, of ik nu wel of geen kind krijg. Dáárom kies ik niet.

Pil in de prullenbak

Hoe doen anderen dat toch? Op zoek naar inzichten loop ik momenteel voor mijn documentaire stad en land af om mensen te interviewen over hun kinderwens. Ik tref geboren ouders, kinderhaters, moedermartelaren, heiligen en schijnheiligen - allemaal met hun eigen verhaal. Want al lijkt in mijn omgeving het krijgen van kinderen vanzelfsprekend, de meningen verschillen en de wereld blijkt divers als altijd.

Erg interessant is in dit licht de zogenaamde 'Klaagmuur' op de website vadersenmoeders.nl. Hier schrijven ouders in groten getale hun sores van zich af en kom je ontboezemingen tegen als: 'Spijt van moederschap; absoluut, maar je kan en mag dat nooit zeggen, tegen niemand. Want men zou je een monster vinden.' Ik lees ook: 'Ik verlang hevig terug naar mijn leven zonder kind. Als ik dit had geweten, was ik er niet aan begonnen.'

Extreem? Blijkbaar niet. Op deze Klaagmuur zijn dit soort teksten niet uitzonderlijk. Ik word er op zijn zachtst gezegd niet enorm door gestimuleerd de pil in de prullenbak te gooien.

Wel inspireert het me om met een uit Dixies geconstrueerd biechthokje naar de Negenmaandenbeurs te gaan in de hoop verse ouders te verleiden om in het bijzijn van draaiende camera's hun worstelingen rondom het ouderschap met me te delen.

Wonderlijk genoeg blijkt het daar opeens reuze mee te vallen allemaal. Eigen leven kwijt, oververmoeid, relatiecrisis? Wat een onzin! Het merendeel van de vaders en moeders in mijn biechthokje drukken me op het hart 'er gewoon niet zo moeilijk over te doen'. Ik zal vanzelf inzien hoe allemachtigprachtig het ouderschap wel is.

Slimme meid

Eind mei was ik in Amsterdam in Felix Meritis te gast als tafeldame op een debatavond over de voors en tegens van kinderen krijgen, getiteld 'Wil ik een kind of niet?' Een andere spreker was zwangerschapsgoeroe en verloskundige Beatrijs Smulders, die stelde dat de generatie waartoe ik behoor meer dan ooit 'in het hoofd' zit. Volgens haar denken wij op veel jongere leeftijd dan de generatie vóór ons na over de vraag of, wanneer en hoe we kinderen willen - zelfs ver voordat de druk van onze biologische klok begint mee te spelen. Als mogelijke reden hiervoor noemde ze de slogan 'een slimme meid begint op tijd', al vele jaren door gynaecologen in Nederland aangehaald om vrouwen te stimuleren niet te lang te wachten met het krijgen van kinderen. Mede hierdoor is zo'n beetje elke jonge vrouw in Nederland zich bewust van de risico's die uitstel met zich meebrengt. Ook ik weet maar al te goed dat mijn vruchtbaarheid, nu ik de 30 gepasseerd ben, achteruit gaat en dat-ie vanaf mijn 35ste achteruit déndert.

Er is misschien ook nog een andere logische verklaring voor dat 'in ons hoofd zitten': de keuzemogelijkheden worden alsmaar groter. Het zal vast niet lang duren of de leus wordt 'een slimme meid vriest in op tijd'; wie haar eitjes in laat vriezen, koopt er weer een flink aantal jaren bij. Maar dat is me toch een brug te ver (gelukkig weet ik sommige dingen wél). Wellicht uit misplaatst calvinisme, maar het beeld van de 'gewone vrouw Bo' - medisch gezien niks aan de hand, een vriend om kinderen mee te krijgen - die toch haar eicellen invriest voor meer ademruimte doet me extreem aan. Wat eigenlijk best vreemd is, want een ander zou ik hier nooit zo streng op beoordelen. Maar dat is een ander verhaal.

Hoe dan ook, ik moet dus nog gewoon mijn best doen om me niet te laten opjagen door de wetenschap dat mijn eierstokken tanende zijn. Zelfs met mijn relatief prille 31 jaar is het moeilijk het hoofd koel te houden. Ook mét partner. Die er overigens ook nog niet uit is óf en wanneer hij kinderen wil. Dat helpt niet, maar het schept wel een band.

Modern zeikwijf

Mijn nichtje, mijn vriendinnen met een kind, de Negenmaandenbeursouders en mijn eigen moeder: ik zie natuurlijk ook wel dat ze niet liegen. Dat ze oprecht genieten van het ouderschap. Maar het is net zoals met seks of met de smaak van aardbeien; het valt niet uit te leggen tot je het zelf ervaart.

Daarom vind ik het zo lastig om het beeld opzij te schuiven dat wel glashelder is: dat van mijn leven zoals het nu is. Noem me egoïstisch, maar waar zowel het liefdesleven als het carrièrepad van mijn ouders al vroeg uitgestippeld waren, heb ik het grote privilege al 31 jaar ongestoord te schaven aan mijn ideale bestaan. Aan het Grote Egoproject Bo. En nu dat eindelijk vorm begint te krijgen, vind ik het nogal wat om het zo snel alweer in te ruilen voor iets waar ik in feite geen enkel besef van heb. Wat nou als ik het niks vind, het leven met een kind? Als dat gevoel van extase uitblijft? Als ik onherstelbaar verander? Als ik helemaal geen geboren moeder blijk te zijn? Maar ook: wat nou als ik rond mijn 45ste 'die leuke tante' zonder kinderen ben? En ik 's nachts zwetend wakker schrik omdat ik verkeerd gekozen heb?

Ik zie mezelf zo graag als de moderne, vrijgevochten, relaxte vrouw die lachend de wereld op zich af laat komen, avontuurlijk het Grote Onbekende trotseert en te allen tijde behendig roeit met de riemen die ze heeft. Maar nu puntje bij paaltje komt, blijk ik dus bang. Voor spíjt nog wel. Wat een afknapper.

Of ben ik te streng door mezelf nu als modern zeikwijf met bijpassend luxeprobleem af te schilderen? Want laten we eerlijk zijn: keuzestress is een fenomeen dat je letterlijk ziek kan maken. Tegelijkertijd leerde mijn generatie dat het maken van je eigen keuzen het hoogst haalbare is. We kiezen onze studie (en dan nog eens een andere), onze liefde (niet bij voorbaat voor ons hele leven lang), we kiezen hoe lang we jong blijven (lekker tot ons 40ste naar Lowlands!), we kiezen er voor alle opties zo lang mogelijk open te houden. Maar opeens moet ik een beslissing nemen die mijn leven voor altijd verandert. Die mij aan één partner bindt of het nou in voor- of tegenspoed is, en die me ook nog eens de verantwoordelijkheid geeft iets moois van iemand anders' leven te maken.

Terug naar het familiefeest waar ik mijn nichtje tegenkom. Daar loopt ze, langs het barbecuebuffet, met in haar ene hand een plastic bord en in haar andere een snoetenpoetser. Ik kijk naar haar kind, dat ondertussen onverstoorbaar over mijn nieuwe jas kwijlt. Wat een dikke wangen, zeg. Toch wel lief. En opeens begrijp ik mijn heftige reactie op het dwingende advies van mijn zes jaar jongere nichtje. Want zíj heeft haar zaakjes op orde. Zij heeft háár wijsheid in pacht. En mijn kinderwens is ondertussen nog altijd grilliger dan een gemiddelde Nederlandse lentedag. Haar gejubel in mijn richting is, hoewel ongenuanceerd, niets meer dan goedbedoelde raad. Zij heeft het licht gezien, zij weet dingen zeker. Daarop ben ik jaloers.

Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden