Reportage Syrische vluchtelingen

Hoe twee Syrische broers een nieuw leven kregen in Nederland

Abdullah (links) en Hamdi Alherble in Beiroet in 2014. Beeld Sam Tarling

Vier jaar geleden kwamen de Syrische broers Hamdi en Abdullah Alherble naar Nederland. Ze vonden een huis in Zuid-Holland en waren vast van plan er het beste van te maken. Hoe is het nu met ze?

Maart 2018

Het dilemma

Het is zes uur ’s avonds als Hamdi’s kapot gebombardeerde en uitgebrande ouderlijk huis in Syrië voorbij komt op zijn Facebook-tijdlijn. Geblakerd, zonder muren, een betonnen skelet op kreupele poten. Een dag eerder stierf een achternichtje bij hevige bombardementen aan de rand van Damascus, waar Hamdi opgroeide. Hij staart naar het scherm van zijn laptop, zijn gedachten ver van de schapen en de weilanden waarop zijn keukenraam in het Zuid-Hollandse dorp Vierpolders uitkijkt, terwijl woede als een onweerswolk zijn hoofd binnen rolt.

De dag was zo hoopvol begonnen. Over twee weken gaat hij trouwen met Fatima Darwish (26) uit Aleppo. Hun huwelijk wordt het sluitstuk van Hamdi’s lange weg naar een beter bestaan in Nederland. In de ochtend had Bertine Zoon (43), een goede vriendin uit Brielle, hem nog het programma voor de trouwdag gemaild: zeven uur ’s avonds aanvang feest, half acht entree bruidspaar. Lieve Bertine. Altijd staat ze voor hem klaar.

Hamdi bijt op een nagel en kijkt naar zijn telefoon. Wat moet hij nou? Fatima wil een mooi trouwfeest. Hij ook. Maar hoe kan hij feestvieren terwijl zijn familie, hongerig en in de kou, vastzit in een belegerde stad? Hoe kan hij een nieuw leven beginnen terwijl zoveel van zijn vrienden en geliefden dat niet kunnen? Hoort hij zijn bruiloft niet af te blazen? Dan neemt Hamdi een besluit. Hij pakt zijn telefoon en stuurt een bericht naar de appgroep met Nederlandse vrienden.

Abdullah (links) en Hamdi Alherble in Rotterdam in 2018. Beeld Marcel van den Bergh

2013

De aanval

Het duurt te lang, denkt Hamdi, terwijl zijn bonkende hart steeds verder omhoog kruipt, zijn keel in. Totdat eindelijk zijn telefoon rinkelt, die junimiddag in 2013 op de binnenplaats van de universiteit van Damascus. Het is het nummer van zijn broer Abdullah. Maar de stem aan de andere kant van de lijn is niet die van zijn broer. Een onbekende stottert en snikt: neergeschoten. Je broer. Zijn rug. In Haraste. Ziekenhuis. Toestemming. En dan: ‘We brengen hem naar de Dar es-Shifa-kliniek.’ Klik.

Hij had een voorgevoel, al weken. De Syrische burgeroorlog is op zijn heftigst. In Damascus hoort Hamdi constant de doffe dreunen van tank- en artilleriegranaten die terechtkomen op de buitenwijken met opstandelingen. Zelf heeft hij zich buiten de oorlog weten te houden, net als zijn twee jaar jongere broer Abdullah. Terwijl zwarte rookpluimen over de hoofdstad trekken, proberen zij hun studie af te maken. Hamdi studeert in Damascus voor civiel ingenieur, Abdullah voor elektrotechnisch ingenieur aan de universiteit van Qalamoun, 90 kilometer naar het noorden, richting de stad Homs, het centrum van de opstanden.

Abdullah, Abd, zijn kleine broertje.

Met het telefoontje die middag stormt de Syrische burgeroorlog plotseling hun levens binnen. De tocht naar Damascus die Abd ondernam, normaal anderhalf uur met de bus, was nu uiterst gevaarlijk. De regio Qalamoun, aan de grens met Libanon, was al maanden het toneel van gevechten om de controle over centraal-Syrië. Maar zolang Abd zou wegblijven van de snelweg langs Haraste, een voorstad van Damascus die de frontlijn vormde tussen rebellen en regime, had het goed moeten gaan. Abd had zes dagen eerder zijn bachelor gehaald. Het was tijd om terug naar Damascus te keren. Maar de chauffeur nam toch de snelweg. Wie de kogels op de bus afvuurde, rebellen of het regime - alleen God weet het.

Het ziekenhuis is een chaos, vol gewonden en bloedplassen op de vloeren. Een kantinemedewerker van Abds universiteit, in zijn been geschoten, zit te kermen op de gang. Hamdi klampt een verpleger aan: waar is Abd? Hij vindt zijn broer op een brancard bij de eerste hulp. Een ziekenbroeder heeft Abds shirt afgeknipt, zijn broek zit onder het bloed. Abd is bij bewustzijn als de verplegers hem naar de operatiekamer rijden.

De kogel die Abd voorgoed verlamt, trof hem tussen de wervels T11 en T12, onderin zijn ruggegraat. Een dwarslaesie. Abd zal nooit meer lopen.

Als Hamdi’s vader die avond in het ziekenhuis aankomt, barst hij in huilen uit. Door Hamdi’s hoofd flitst de gedachte: Abd heeft alleen mij. De dokters zeggen dat Abd ieder uur moet worden omgedraaid, ook ’s nachts. Zijn ouders zijn te oud, zijn andere zussen en broers wonen verspreid rond het door oorlog verscheurde Damascus en hebben hun eigen gezinnen. Hamdi kijkt zijn vader aan, en belooft: ik zal voor Abd zorgen, mijn hele leven lang.

Hamdi met de kapper, met rechts van hem zijn oom Ahmad uit Duitsland. Beeld Marcel van den Bergh

2018

De huwelijksvoorbereiding

Het lijkt wel alsof heel Vierpolders de handen ineen heeft geslagen om van Hamdi’s bruiloft een succes te maken. Zeventig Nederlandse vrienden en kennissen komen. De eigenaar van ’t Dijckhuis, het dorpscentrum waarboven Hamdi en zijn broer Abdullah een aangepaste woning huren, heeft hem korting geboden op de twee zalen. Hij mag zelfs zijn eigen hapjes meenemen; ze weten dat Hamdi het niet breed heeft. Vlak voor de bruiloft gaat hij met Abd en hun dierbaarste vrienden naar Brielle, naar het klassieke bakstenen huis van Valerie Craven (66) en haar man.

Hij noemt Valerie mama. Ze is zijn taalcoach, die zijn Nederlandse surrogaatmoeder werd. Zonder haar hulp met het Nederlands en de bureaucratie hadden hij en Abd het misschien niet gered in dit land. Sjaak Broere (51), de man van bruiloftplanner Bertine, heeft beloofd het bruidspaar te rijden in zijn enorme zwarte Pontiac Chieftain Catalina uit 1953. Hij trekt er zijn uniform voor aan, met gouden strepen en witte pet - Sjaak is hoofdwerktuigkundige op de grote vaart.

Het verwondert Hamdi hoe snel hij al die mensen om zich heen heeft verzameld. Taalcoach Valerie, die hij leerde kennen via een andere Syrische vluchteling, zegt dat hij en Abd het zo ver hebben geschopt doordat ze hard werken en openstaan voor anderen, voor andere ideeën en andere manieren van leven. En in Vierpolders krijgt hij dat terug. Bertine helpt hem zelfs om de bruiloft in twee zaaltjes te organiseren. Een zaaltje voor de mannen en eentje voor de vrouwen, bordjes naar aparte ingangen. Van hem hoeft het niet, maar Fatima’s familie is conservatiever.

Hamdi geniet van de aangeharkte veiligheid in Vierpolders, met zijn windmolens en dijken. Hij denkt er veel over na, nu het geweld in Syrië ook zijn geboorteplaats heeft bereikt. Terwijl hij op zijn computer kijkt naar beelden van de volledig verwoeste woonwijk waarin hij opgroeide, vult zijn hoofd zich met gedachten. Vijftig jaar lang heeft zijn vader zich kapot gewerkt om dit huis te betalen. Al zijn meubels, alles wat zijn vader in zijn leven heeft verzameld, zijn huis, zijn timmermansbedrijf. Alles verbrand. Hoe zou zijn vader zich voelen? Boos? Moedeloos? Verdrietig?

Hoort Hamdi niet bij zijn ouders te zijn?

Met goede vriendin Bertine Zoon. Beeld Marcel van den Bergh

2013

De vlucht

Hamdi’s verplichte bezoek aan het lokale kantoor van het Syrische leger komt eind 2013 met angstaanjagende snelheid dichterbij. Angst knijpt zijn keel dicht telkens als hij eraan denkt.

In de maanden ervoor, sinds de dag in juni 2013 waarop Abd werd neergeschoten, voelden Hamdi en zijn broer hoe alles wat ze zo zorgvuldig hadden opgebouwd, in puin viel. Hun studie. Hun gezondheid. Hun gevoel van relatieve veiligheid. Hun toekomst. Een operatie redde Abds leven. Maar lopen kan hij niet meer. Nazorg bestaat niet in Syrië, in oorlogstijd.

Dus wijdt Hamdi sinds die dag zijn leven aan de zorg voor Abd, die elk uur van de dag en nacht omgedraaid moet worden in zijn bed. Het kost Hamdi, vlak voor zijn afstuderen, zijn masterstudie. Maar aan vluchten denken ze niet. Nog niet. Abd wordt almaar zwakker. Ze hebben geen geld om er vandoor te gaan. En ze kunnen zelf op televisie zien hoe beroerd andere Syriërs eraan toe zijn in Turkse en Libanese vluchtelingenkampen.

Maar eind 2013 kan Hamdi er niet langer onderuit: hij moet het leger in. Dat jaar is hij 27 geworden. Vanaf die leeftijd kan hij geen uitstel meer krijgen van de dienstplicht omdat hij nog studeert - iets wat hij toch al niet meer doet. Wie moet er voor Abd zorgen als Hamdi het leger ingaat?

Zijn broer is bovendien steeds banger en steeds depressiever. Hij komt niet meer buiten sinds die ene keer dat tijdens een blokje om een stel mortiergranaten vlakbij insloeg. Hij takelt lichamelijk verder af. Hamdi is bang. Steeds minder mensen overleven de dienstplicht in Syrië. De broers besluiten: we moeten het land uit. Zo snel mogelijk.

Op 28 december 2013 komen ze na een spannende busrit aan in Beiroet, de hoofdstad van buurland Libanon. Hamdi heeft op het internet gelezen dat VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR mensen met bijzondere behoeften sneller voordraagt voor vestiging in derde landen. Twee dagen later staan ze bij UNHCR op de stoep. Abd in zijn krakende rolstoel, Hamdi met een mapje dat hun levensloop samenvat: geboortecertificaten, diploma’s, röntgenfoto’s.

De auto. Beeld Marcel van den Bergh

2014

De aankomst

Ze zijn ver gekomen sinds die dag in Beiroet. Zes maanden hebben Abd en hij in Beiroet een smerig kamertje op drie hoog gedeeld (waar de Volkskrant hen eind 2014 sprak), overlevend op giften van vrienden, voordat het verlossende bericht kwam: jullie mogen naar Nederland, een klein land in het noorden van Europa. En toen was daar in november 2014 die vlucht naar Schiphol. Een bad, twee nachten in een viersterrenhotel, en toen een aangepaste woning in Vierpolders.

Ze zijn letterlijk verkozen om naar Nederland te mogen: Salma en haar kinderen en de broers al-Harbali (Abd en Hamdi). Ze zijn gevlucht voor de oorlog in Syrië. Hoe bereiden zij zich voor op hun nieuwe leven in Nederland? En wat zijn hun verwachtingen? Toenmalig Midden-Oosten correspondent Remco Andersen sprak de Syriërs in 2014.

De eerste weken zijn de broers extatisch: veiligheid, vrijheid, een toekomst. Prioriteit nummer één: goede medische zorg voor Abd. Daarna: zo snel mogelijk de taal leren, diploma’s erkend krijgen en aan het werk. Maar dan komen de tegenslagen, één voor één.

In grotere gemeenten worden Syriërs voor taalonderwijs vaak gescheiden in hoog- en laagopgeleiden. Maar in de gemeente Brielle, waar Vierpolders onder valt, zijn niet eens genoeg Syriërs om überhaupt een klasje te beginnen. Hamdi vindt wel een intensieve taalcursus in Delft. Hij is dolenthousiast: een vliegende start ligt binnen handbereik.

De gemeente Nissewaard, financieel verantwoordelijk voor de broers, weigert echter de kosten van de dagelijkse busreis te betalen. Geen budget. Pas vijf maanden na aankomst in Vierpolders krijgen Hamdi en Abd hun eerste les Nederlands, in Brielle. Enkele maanden later krijgen ze beiden hun Syrische ingenieursdiploma’s erkend op Nederlands hbo-niveau.

Maar werkgevers hechten daar nauwelijks waarde aan, zo blijkt. Na de zoveelste onbeantwoorde sollicitatiebrief dringt bij Hamdi het besef door dat zijn Syrische bachelordiploma als civiel ingenieur in Nederland niets waard is. Alles waarvoor hij in zijn leven heeft gewerkt, is hier waardeloos. Terwijl Hamdi zich afvraagt of zijn toekomst blijft bestaan uit vrijwilligerswerk en een uitkering, verpietert Abd werkeloos thuis.

De taart. Beeld Marcel van den Bergh

2017

De ruzies

‘Zonder mij hadden ze je dit land nooit binnengelaten.’ Abd spuugt de woorden over de eettafel richting Hamdi. Het is al donker die avond in februari 2017, en Hamdi heeft weer eens okra met rijst gekookt. Abd kan het niet meer uitstaan en slingert verwensingen over tafel. ‘Je hebt beloofd voor mij te zorgen, doe dat dan. Zonder mij had je het leger in gemoeten. Dan was je misschien wel doodgegaan.’

Hamdi voelt de tranen opwellen. Zo gaat het de laatste tijd vaker. Sinds hij eindelijk werk heeft gevonden als tomaten- en paprikasorteerder in een kas in de buurt, zit Abd de hele dag alleen thuis. Hun inburgering is voltooid en de taalcursussen zijn afgelopen, voor nu. Via de volleybalvereniging waar Hamdi bij zit, leerde hij tuinbouwer Johan kennen. Johan gaf Hamdi zijn eerste betaalde baan, na jaren van werk als vrijwilliger met ouderen en in de groenvoorziening. Het is ver onder zijn niveau, maar wat was hij trots toen hij zijn eerste loonstrook kreeg. God zij geprezen. Eindelijk kan hij in Nederland belasting betalen, in plaats van dat hij belastinggeld kóst.

Maar voor Abd staat de tijd stil. Hij krijgt niet eens reacties op zijn sollicitaties. En niet alleen zit hij nu de hele dag in zijn eentje thuis, hij moet ook nog eens voortdurend snel in elkaar geflanste maaltijden eten omdat Hamdi geen tijd heeft om te koken. Abd kan zelf nauwelijks een ei bakken, en een hernieuwde depressie maakt hem lusteloos.

Abds woorden doen pijn, Hamdi voelt zich machteloos. Het is waar: Nederland heeft Abd opgenomen omdat hij in acute medische nood verkeerde. Hamdi mocht slechts mee als zijn begeleider. Maar het begeleiden valt hem steeds moeilijker. Eigenlijk heeft Abd hun moeder nodig. Had hij maar meer moeite gedaan om zijn ouders naar Nederland te krijgen, denkt Hamdi. Hij kan Abd niet helpen.

Hamdi wil verder. En Abd voelt dat, denkt hij. Voor hem is het een stuk moeilijker om zijn dromen waar te maken. Hamdi denkt er vaak aan, steeds vaker nu het met hemzelf beter gaat: zal het goedkomen met Abd? Zal hij een baan vinden? Een vrouw vinden? Een gezin stichten?

Aanbellen bij Fatima. Beeld Marcel van den Bergh

Maart 2018

De huwelijksbeslissing

Hoe bloediger het geweld wordt in Ghouta, Hamdi’s geboorteregio in Syrië, hoe meer hij zich afvraagt wat hij met zijn bruiloftsfeest aan moet. Hamdi ontmoette Fatima in oktober 2017 via haar oom, een Syrische kleermaker in Brielle die zes jaar daarvoor naar Nederland was gekomen. Fatima zelf was net aangekomen via gezinshereniging. Het was liefde op het eerste gezicht. Hamdi vroeg al snel om haar hand, een voorwaarde voor haar conservatieve vader om überhaupt met haar te kunnen omgaan, en Fatima stemde toe.

Terwijl de huwelijksdag in maart 2018 dichterbij komt, verliezen Hamdi en zijn broer dagenlang het contact met hun familie in Ghouta. Het regime heeft het gebied omsingeld en bombardeert de bevolking. Bijna dagelijks komen er buurtgenoten om waarmee Hamdi en Abd zijn opgegroeid. Een schoonzus in Europa is een week lang in paniek wanneer haar ouders verdwenen lijken. Constant appen en bellen Hamdi en Abd met hun ooms en neven in Duitsland, en met hun ouders in Damascus. Een enkele keer krijgen ze contact met hun broers en zussen, en hun uitgehongerde kleine neefjes en nichtjes in Ghouta.

Tegelijk is Hamdi met Fatima en zijn schoonfamilie doende zijn eigen bruiloft perfect te organiseren. 19.45 uur: bruidspaar snijdt taart aan. 20.00: thee en koffie. 21.00 taart en frisdrank. Totdat Fatima en Hamdi de knoop doorhakken.

Hamdi en Fatima. Beeld Marcel van den Bergh

Voorjaar 2017

Abds doorbraak

Vier maanden lang zit Abd de hele dag rechtop in zijn aangepaste bed, laptop op schoot en pen in de hand. Nu Adb eindelijk weer een doel heeft, verdwijnt zijn apathie snel naar de achtergrond. Hamdi weet: als Abd eenmaal ergens aan begint, dan maakt hij het af. Als hij naar hem kijkt, voelt hij trots opborrelen. Een warm gevoel in zijn borst. Abd zal wel niet de eerste keer slagen, maar het begin is er.

Als je in Europa verder wil met je vak als elektrotechnisch ingenieur, dan is de cursus network engineering een goede stap. Dat zei een van Abds Syrische vrienden in Duitsland laatst, toen Abd het niet meer zag zitten. De gemeente Nissewaard weigerde te betalen voor de onlinecertificatie, kosten 430 euro. Geen budget. Maar het UAF, een organisatie voor hoogopgeleide vluchtelingen die al vaker financieel voor de broers in de bres was gesprongen, wilde wel een deel bijdragen. Voor 430 euro veranderde Abds leven.

Op 28 juli 2017 slaagt hij bij zijn eerste poging. En dan is daar weer hun trouwe Brielse vriendin Bertine, die voorstelt dat Abd een LinkedIn-account aanmaakt met daarop zijn Syrische diploma’s en zijn kersverse certificaat van ict-gigant Cisco Systems. Na nog geen week gaat de telefoon: BAM Infra in Zwammerdam zoekt een junior glasvezel-engineer. Abd kan in september beginnen.

En, omdat het kantoor van BAM ruim 75 kilometer rijden is, heeft hij recht op een aangepaste auto. Een zilverkleurige Renault Clio met lichtmetalen velgen. Abd heeft weer benen.

2018

De huwelijksdag

Glimlachend kijkt Hamdi nu hoe zijn broer diens hypermoderne rolstoel behendig opvouwt en achter het stuur van zijn Clio gaat zitten. Een brede grijns en zijn duim omhoog. Kijk eens hoe goed het met hem gaat. Hij kan alles zonder mij.

Hamdi grinnikt wat, terwijl zijn tante zijn stropdas schikt, en zijn blauwe pak van de WE in Den Bosch rechttrekt. Dat voelt goed. Een echte man. Vandaag wordt hij volwassen. We zeggen het feest af, maar trouwen wel, had Fatima besloten. Klein. Bescheiden. Met Abd als getuige.

En dus verlaat Hamdi vandaag zijn huis in Vierpolders om met Fatima in Rotterdam Delfshaven te gaan wonen en een gezin te stichten.

De afgelopen weken heeft Hamdi de sociale huurflat van 50 vierkante meter ingericht met al het moois dat hij op Marktplaats kon vinden. Een zwarte hoekbank, een bescheiden flatscreentelevisie, een dekbed met hartjes en een kaptafel met spiegel voor Fatima in hun slaapkamer. Ook Abd verhuist. Hij gaat alleen wonen, maar dicht bij Hamdi. De broers gaan verder met hun leven, ieder op hun eigen manier. Maar in de kleinste slaapkamer bij Hamdi en Fatima, waar een eenpersoonsbed bijna de helft van de ruimte inneemt, mag Abd altijd komen logeren.

Er is toch nog een bescheiden entourage komen opdagen, deze 31 maart 2018. Oom Ahmad en tante Fatima uit Duitsland met hun drie zonen. Taalcoach Valerie en haar man Oene. Bertine is er, met Jeanette van volleybal en Sandra. Een hele familie, denkt Hamdi. Hij voelt een steek in zijn borst als hij denkt aan zijn echte familie, aan zijn moeder in Damascus, die vanochtend heel even op het scherm van Abds mobiel verscheen toen Hamdi zijn blauwe pak aantrok. Dolblij voor Hamdi, maar verscheurd omdat ze er niet bij kan zijn. Na een paar seconden viel de verbinding met Syrië weer eens weg. Ze heeft hooguit twee woorden kunnen zeggen.

De hele week heeft Hamdi nauwelijks geslapen. Afgelopen nacht misschien anderhalf uur. Hij zou Fatima voor zich moeten zien. Maar hij ziet steeds het gezicht van zijn moeder. Steeds huilend. Dit is een dag die je met familie hoort te vieren. Zijn moeder zou niets liever willen dan zien hoe haar zoon een man wordt.

Hij schrikt op van getoeter in de straat. De reusachtige zwarte Pontiac uit 1953 van Sjaak Broere draait de parkeerplaats op. Hamdi sluit zijn brandende ogen en slikt. Sa’at es-sifr: het uur U. Hij staat te trillen op zijn benen, een bosje bloemen in de hand, de glimlachende blonde Sjaak en de Pontiac voor zijn neus. Maar hij voelt hoop.

Terwijl Hamdi zich over de Veckdijk naar Fatima’s ouderlijk huis laat rijden, kijkt hij naar de groene velden en de sloten. Het bordje Vierpolders glijdt langs het raam aan passagierskant. Nog geen twee jaar geleden fietste hij iedere ochtend om zes uur ditzelfde stukje, op weg naar de kas om tomaten en paprika’s te sorteren op klein, middel, en groot. Inmiddels heeft hij een baan gevonden als landmeter en een hbo-studie in Rotterdam opgepakt.

Terwijl Hamdi het raam op een kiertje zet en de frisse wind op zijn gezicht voelt, denkt hij aan de afgelopen jaren. Het hotel bij Schiphol, de paprika’s en tomaten, de ruzies met Abd, de donkere avonden vol inburgeringsdocumenten en lesboeken bij Valerie en Oene, Abds eerste baan. Hij haalt diep adem als de auto voor een rijtjeshuis in Brielle stopt.

Sjaak, in zijn uniform als hoofdwerktuigkundige op de grote vaart, heeft hem op verzoek van Bertine uitgelegd wat er in zijn huwelijksnacht allemaal staat te gebeuren. ‘Rustig aan hè Hamdi’, fluistert hij nog even, als Fatima instapt. ‘Je hebt alle tijd.’ Hamdi grinnikt en opent de deur voor zijn bruid.

Fatima Darwish en Hamdi, eind november. Beeld Marcel van den Bergh

Eind 2018

Epiloog

Hamdi loopt met kleine stappen naar de slaapkamer, waar in het schemerdonker alleen het zachte ademen van Fatima klinkt. Terwijl ze slaapt, denkt hij aan de snelle hartslag op het scherm in het ziekenhuis die ochtend, aan de echofoto’s op de koffietafel, en hij voelt hoop. Het wordt een jongetje. Hamdi glimlacht. Nieuw leven.

In oktober 2014 sprak de Volkskrant in de Libanese hoofdstad Beiroet met Hamdi en Abdullah Alherble, twee Syrische broers die op het punt stonden naar Nederland te komen. Zij maakten deel uit van een groep van 250 vluchtelingen die geselecteerd waren voor vestiging in Nederland. Hamdi en Abdullah, toen 28 en 26, kwamen terecht in Vierpolders. De verslaggever die hen in Beiroet sprak, zocht de broers dit jaar in Nederland opnieuw op.

Hamdi Alherble woont samen met Fatima Darwish in Rotterdam Delfshaven en werkt als landmeter bij een civieltechnisch bedrijf. Hij volgt het tweede jaar van de deeltijdopleiding integraal bouwmanagement aan de Hogeschool Rotterdam en is mantelzorger voor zijn broer. Abd werkte tot voor kort als glasvezeltechnicus bij BAM Infra in Zwammerdam, bij Gouda. Nu is hij op zoek naar een deeltijdbaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.