'Hoe slechter de ouders, hoe trouwer het kind'

Familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt (64), bekend van Libelle en Koffietijd, neemt afscheid als docent van de Hogeschool van Amsterdam....

‘Sommige mensen zeggen dat ze niks met hun ouders hebben, maar dat moet je nooit geloven. Zeker mensen die geen contact met hun ouders hebben, zijn er dag en nacht mee bezig. Ik sprak eens een vrouw die haar moeder nooit zag maar wel in dezelfde stad woonde. Ze kon geen ambulance horen zonder te denken: oh jee, het zal moeder toch niet zijn? Al zeg je dat je niks met die ouders hebt, als er iets met ze gebeurt, ben je tot in het diepst getroffen. Omdat ze onvervangbaar zijn. Ex-ouders bestaan niet. Dat is een oneliner waar ik jaren over heb gedaan.’

Else-Marie van den Eerenbeemt (64) is familietherapeut, de bekendste van Nederland. Deze zomer gaf ze haar afscheidscollege aan de Hogeschool van Amsterdam, waaraan ze jarenlang als docent verbonden was. Samen met haar man, Dick Schlüter, heeft ze een onderzoeksbureau. Ze geeft lezingen en workshops, schrijft succesvolle boeken en columns over familiekwesties, werkte mee aan televisieprogramma’s als Koffietijd en schreef columns in Libelle, Plus Magazine en het AD.

En ze gaat gewoon door met haar praktijk aan huis, in een grachtenpand in Amsterdam.

U ontvangt cliënten in uw eigen keuken. Ligt u ooit wakker van andermans problemen?

‘Als ik het idee heb dat ik wat kan doen, en dat is vaak, lig ik er niet wakker van. Maar er zijn soms heel ellendige dingen, die me diep raken. Mijn vader was een heel emotionele man. Dat heb ik ook: ik kan snel ontroerd raken door mijn cliënten en hun problemen. Bewogenheid heb je ook wel nodig voor dit vak.’

Uw werk voor televisie en bladen als Libelle, hoe werd daar vanuit het vak tegenaan gekeken?

‘Ik zat iedere woensdag in Koffietijd. Toen sprak ik een keer op een congres van therapeuten. Tijdens mijn aankondiging door de directeur begon hij het Koffietijd-liedje te zingen. Toen heb ik gezegd: luister, het preventiefonds van de GGZ deelt twintigduizend foldertjes uit. Ik bereik preventief iedere woensdag anderhalf miljoen mensen. Ik ben er trots op dat ik ingewikkelde materie in eenvoudige woorden kan verpakken.’

Waarom koos u voor dit vak?

‘Aan het begin van mijn carrière werkte ik in Hubertus, een huis voor ongehuwde moeders. Die meisjes wilden vaak niks met die ouders te maken hebben nadat ze vanwege hun zwangerschap het huis uit waren gezet. Dan vroeg ik, na de bevalling, hoe heet je baby? En dan zei zo’n meisje: ‘Nel, net als m’n moeder.’ Die tegenstrijdigheid, ik noem het de paradox van de liefde, vond ik razend interessant.’

Is het in sommige gevallen niet beter om met ouders te breken?

‘Tijdelijk is het soms nodig, maar dan heb ik het liever over onderbreken. Ik ben één keer in m’n leven uitgefloten op een congres, over incesthulpverlening. Ik zei: ondanks alles blijft zo’n kind loyaal aan de ouders. Dat wou ik uitleggen, maar ik kreeg de kans niet. Dat was absoluut taboe.’

Iedereen vindt: als je ouders zoiets doen, is breken de enige oplossing.

‘Een incestslachtoffer moet natuurlijk beschermd worden, onrecht verjaart niet, maar het is het verlangen van mensen zélf om toch altijd een draad te spannen richting die ouders. Dat is een wetmatigheid. Ik zeg niet dat je narigheid met de deken der liefde moet bedekken, maar de loyaliteit naar je ouders zit zo diep dat je daar geen afstand van kúnt doen. Kinderen die met hun ouders hebben gebroken, zijn hopeloos op zoek naar vervanging. Als ze kinderen hebben, worden die vaak enorm zwaar belast.’

Heeft zo’n breuk grotere invloed op het kind dan op de ouder, ook als het kind volwassen is?

‘Kinderen zijn trouwer aan hun ouders dan ouders aan hun kinderen. Ik denk weleens: hoe bestáát het! Dat 60-jarigen nog steeds zo’n verlangen kunnen koesteren naar een weggelopen vader. Kinderen blijven loyaal, ieder kind wil z’n ouders gelukkig maken. Hoe slechter de ouders, hoe trouwer het kind. Daar kan ik je duizenden voorbeelden van geven.’

Hoe zit het met adoptieouders?

‘Die willen het kind vaak redden. Maar adoptiekinderen verdragen het niet als adoptieouders zeggen: als wij je niet hadden geadopteerd, was je in de sloppenwijken terechtgekomen. Want dan kom je aan hun verborgen loyaliteit. Ik heb ooit geadviseerd voor Spoorloos. Dan kwam zo’n meisje uit Bussum met een paard en een hockeystick in een sloppenwijk in India bij haar natuurlijke moeder. Een vrouw met één tand en één kip in een gammel hutje. Dat vond het kind verschrikkelijk. Totdat ze iets kon doen. Dat meisje heeft allerlei acties op touw gezet voor die moeder. Dat hielp. De reden dat adoptiekinderen in contact willen komen met hun biologische ouders is niet omdat ze nog iets willen kríjgen. Ze willen iets geven. Ik vind dat mooi, dat mensen het onrecht van het verleden – want het is onrecht, als je door armoede wordt afgestaan – om te zetten in recht voor de toekomst.’

Ook als u iemand behandelt met huwelijksproblemen of depressieve klachten, betrekt u de familie in de therapie?

‘Ik begin altijd met de vraag: wie horen er bij jou? ‘Nou’, zei een vrouw, ‘alleen een hond.’ Ik teken dan een genogram, met de ouders erin, de broers en zussen. De diepste wens van elk mens is het hebben van betekenis, juist in die familie. Aan zo’n eenzame vrouw vraag ik: wie van jouw broers of zusters zou zien hoe ellendig jij eraan toe bent? Dan noemt ze vaak een zusje of een broer, en die nodig ik dan uit.’

Waar krijgen volwassen broers en zussen ruzie over?

‘Vaak over een verschillend beeld van de ouders. De een zegt: moeder was koud en verschrikkelijk. De ander zegt: ik heb een heel warme moeder gehad. Dat is een klassieker! Ze hebben allemaal een eigen beeld van die ouders en het is allemaal wáár. Vaak komen die conflicten pas tot uiting bij de begrafenis van vader of moeder. Als een broer van de anderen niet mag spreken, bijvoorbeeld. Soms moet ik acuut optreden.’

Het toegenomen aantal echtscheidingen moet u ook in uw praktijk gemerkt hebben.

‘Eén van de vragen die ik het vaakst krijg, is: wat is een goede stiefmoeder? Ik zeg dan: respecteer dat het kind loyaal is aan de eigen ouders, bemoei je als stiefouder niet met de opvoeding. Ik adviseer ook altijd: ga met je eigen kind een weekendje weg. Dat vinden kinderen geweldig.’

Uit uw onderzoek blijkt dat de gevolgen van echtscheidingen generaties lang van invloed zijn.

‘Wij hebben het enige echtscheidingsonderzoek gedaan onder drie generaties. Daaruit blijkt dat het gemiddeld dertig jaar duurt voordat kinderen begrijpen dat beide ouders schuld hadden aan de scheiding. Dertig jaar! Op ouderen heeft de echtscheiding van hun ouders nog altijd invloed. Ik was een keer bij een oude vrouw, die op het kastje alleen foto’s van haar moeder had staan. Zij zei: ‘Ik héb wel een foto van mijn vader, maar die ligt in de la want ik denk toch dat moeder het te moeilijk vindt als ik ’m neerzet.’ Die vrouw was 85, de ouders al jaren dood. Maar die vrouw heeft als kind blijkbaar altijd de kant van moeder moeten kiezen. Dat werkt levenslang door.’

U heeft een grootschalig onderzoek gedaan naar moeder-dochterrelaties. Vrouwen zijn heel bang om op hun moeder te lijken, bleek daaruit. Waarom?

‘Als je partner tegen je zegt: je lijkt sprekend op je moeder, bedoelt-ie dat meestal niet leuk. Aan de ene kant zijn dochters bang om op hun moeder te lijken, aan de andere kant zijn ze bang dat er iets met moeder gebeurt. Moeders en dochters spiegelen elkaar voortdurend. Vrouwen met kinderen willen niets liever dan dat hun eigen moeder zegt dat ze een goede moeder zijn.’

Hoe belangrijk is erkenning van ouders?

‘Heel belangrijk, en ouders weten dat, maar kunnen vaak niet tegen hun kind zeggen dat ze trots zijn. Een man zei een keer: ‘Ik moet van de buurman horen dat mijn vader het waardeert dat ik rechter ben. Tegen mij zegt hij alleen dat ik moet oppassen in het verkeer en dat ik niet te veel borreltjes moet drinken.’’

Je blijft altijd kind, ook als je volwassen bent?

‘Ouders hebben vaak een babyfoto bij zich van hun kinderen, ook als ze al getrouwd zijn. Alsof ze daarmee willen zeggen: kijk eens, toen was hij nog helemaal van mij.’

Kunnen je ouders je vrienden zijn?

‘Als een vrouw zegt: mijn moeder is m’n beste vriendin, denk ik altijd: wanneer ontploft het? Straks komt die dochter met een vriendje dat moeder niet leuk vindt en is het ineens je beste vriendin niet meer. Wees blij dat ouders een unieke status hebben. Vrienden kies je, daar kun je mee stoppen. Met ouders moet je door, ook al zijn ze overleden.’

U zei ooit in een interview: ik heb zelf zo’n prettig gezinsleven dat ik me soms bijna schuldig voel.

‘Ik hou er nooit zo van als mensen zeggen: ik heb een gelukkige jeugd gehad. Ik zou me dan een beetje beschroomd voelen. Wat moet een ander dan zeggen, die het minder heeft getroffen? In mijn geval was er een overvloed aan emoties en relaties. We waren een hele emotionele familie.’

En het was een groot gezin.

‘Ik ben de jongste van elf kinderen, een nakomertje. Mijn jongste zus is vijf jaar ouder. Dus ik heb mijn oudere broers en zussen liefdesverdriet zien hebben en zien trouwen. Ik was acht toen ik voor de eerste keer tante werd. Ik had oudere ouders: mijn moeder was 45 toen ik kwam. Mijn ouders hadden daardoor meer tijd voor mij. Een groot nadeel is dat ik nu mijn broers en zussen moet begraven. Iemand die zelf ook uit een groot gezin kwam, zei een keer tegen mij: het betekent veel vreugde, maar ook heel veel verdriet. Zo is het. Tegen de dood kun je niet bestand zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden