Hoe scholen en ouders elkaar weer kunnen begrijpen: goede communicatie

De school wil van alles van de ouders en de ouders willen van alles van de school. Maken ze elkaar gek met hun verlangens?

Beeld Claudie de Cleen

Toen Heidi Smits zeven jaar geleden aantrad als directeur, was de stemming op basisschool De Bussel in Vlijmen soms ronduit grimmig. Dan kreeg een lerares een mailtje van een boze ouder omdat de leerstof voor hun dyslectische zoon niet op een grote lettertype was uitgeprint. 'Waarom kom je onze afspraak niet na?'

Toegegeven: de belofte om iedere leerling passend onderwijs te bieden, werd niet altijd waargemaakt. Maar met 25 tot 30 leerlingen per klas was dat praktisch niet te doen, merkte Smits: 'En dan was er ook nog een groot aantal kinderen met labeltjes. Pdd-nos, adhd, dyslexie, hoogbegaafdheid. Of een combinatie van die vier.'

Al die pinnige mails en kregelige oudergesprekjes verhoogden intussen de werkdruk alleen maar. 'We moesten echt uit de negatieve stemming zien te komen. Anders zou het alleen maar verder uit de hand lopen.'

De situatie op De Bussel is exemplarisch voor de relatie tussen ouders en scholen. Leerkrachten werken onder hoogspanning, terwijl de relatie met ouders naar een vriespunt zakt omdat ouders niet 'het beste onderwijs voor hun kind' krijgen.

Iedereen die voor de klas staat heeft wel een anekdote. Over een vader die op hoge poten langskwam nadat zijn kind een 5 had gehaald voor een proefwerk. 'Wat denkt ú daaraan te gaan doen?' Van een moeder die 's avonds bij een lerares Engels aanbelde, omdat zij nog niet had gereageerd op een mail die de moeder eerder op de dag gestuurd had. 'Ik woon om de hoek, dus ik dacht...'

Anderzijds voelen vooral werkende ouders zich regelmatig overvraagd door de hoge verwachtingen die de school van hen heeft. Van 'luizen pluizen' tot het bijwonen van een toneelstukje, of het begeleiden van een excursie naar de dierentuin. De verzoekjes, niet zelden te elfder ure gedeeld via een appgroep, stapelen zich soms behoorlijk hoog op. 'Waar ik me aan erger, is het gemak waarmee ervan wordt uitgegaan dat je komt opdraven', schreef journaliste Els Quaegebeur in een opiniestuk in Het Parool, dat op sociale media veel werd gedeeld.

Volgens de Algemene Vereniging Schoolleiders hebben inmiddels bijna alle basisscholen gedragsregels voor ouders opgesteld, zo meldde het AD deze week. Soms loopt het conflict tussen ouder en school zo uit de hand, dat er een rechter aan te pas komt. Zoals vorige week, toen in Utrecht de ouders van een 7-jarig meisje in een kort geding eisten dat hun dochter bij haar vriendinnetje in de klas zou blijven, en niet in een combinatieklas zou worden ingedeeld. De ouders eisten een dwangsom van 1.000 euro voor elke dag dat de school niet aan die eis tegemoet kwam.

Botert het echt steeds slechter tussen scholen en ouders? Als we het afmeten aan het aantal geregistreerde conflicten is er maar één antwoord mogelijk: ja. Volgens Achmea Rechtsbijstand is er zelfs sprake van 'juridisering' van het onderwijs, zo meldde Trouw. Vorig jaar behandelde de verzekeraar 784 onderwijszaken, vijf jaar eerder waren dat er nog 557.

Bij de juridische afdeling van Verus, de vereniging voor katholiek en protestants-christelijk onderwijs, zagen ze het aantal ouder-schoolconflicten ook oplopen: van 21 in 2014 naar 58 in 2016. Dit jaar staat de teller alweer op 43. Problemen ontstaan vooral rond beslissende momenten in een leertraject: het schooladvies op de basisschool en het einde van de brugklas, wanneer middelbare scholieren doorstromen naar vmbo, havo of vwo.

Op een totaal van twee miljoen scholieren is het aantal juridische conflicten nog altijd bescheiden. Maar er is wel degelijk iets aan de hand, zegt Peter Hulsen van Ouders & Onderwijs, dat belangen van ouders behartigt. 'Waar ouders dertig, veertig jaar geleden docenten nog gehoorzaam volgden, accepteren ze nu niet zonder meer wat ze voorgeschoteld krijgen.'

Dat blijkt ook uit een peiling van CNV Schoolleiders dit voorjaar. De overgrote meerderheid van de ondervraagden liet weten dat ouders 'steeds mondiger en veeleisender' worden. 87 van de 134 deelnemende schoolleiders had al eens te maken gehad met ouders die dreigden met juridische stappen. Veel van hen vinden het lastig met mondige ouders om te gaan. In enquêtes onder jonge leraren die zijn afgehaakt, wordt het contact met ouders vaak genoemd als een belangrijke reden om het onderwijs toch maar de rug toe te keren.

De relatie tussen ouders en scholen wordt ook onder spanning gezet door het toegenomen belang van leerprestaties. 'Er is een druk om excellent te scoren', zegt Peter de Vries, specialist ouderbetrokkenheid bij onderwijsadviesbureau CPS. 'Ouders krijgen het idee dat er iets mis is als hun kind onder het gemiddelde scoort.'

Sorteermomenten

Die stress wordt versterkt door de structuur van het Nederlandse onderwijssysteem, waarbij kinderen op vrij jonge leeftijd worden 'gesorteerd'. Tussentijds wisselen van niveau - bijvoorbeeld van vmbo naar havo - blijkt lastig. Tweede kansen worden schaarser, laatbloeiers worden de dupe.

En dus ontstaan rond die sorteermomenten conflicten tussen ouders en scholen. Dat de objectieve eindtoets in groep 8 niet meer van doorslaggevend belang is, helpt ook niet. Het advies van de leraar is leidend geworden, wat vaak tot verwijten leidt: de juf heeft vooroordelen, de meester zou mijn kind het voordeel van de twijfel moeten geven.

Ja, er zijn zeker meer ouders die binnen dat klimaat doorslaan, zeggen de schoolleiders, docenten en wetenschappers. Maar in het algemeen zien de deskundigen de toegenomen mondigheid van ouders vooral als iets positiefs. 'Ouders weten heel veel over hun kinderen. Het is waardevol om die kennis te delen', zegt Monica Neomagus van Verus. 'Alle onderzoek laat zien dat leerlingen beter presteren als school en ouders samenwerken', zegt lector Mariëtte Lusse van de Hogeschool Rotterdam.

Lusse promoveerde vier jaar geleden op het onderwerp en staat veel vmbo-scholen bij in Rotterdam. 'Die scholen hadden soms het probleem dat zij de ouders niet konden bereiken.' Als ouders bang zijn dat ze het antwoord niet hebben op vragen van leerkrachten, of dat hun de les gelezen zal worden, mijden ze contact. 'Maar als het lukt om wel tot een gesprek te komen is dat veel beter voor de kinderen en voor de sfeer op scholen. En gelukkig zien we dat het steeds meer scholen lukt om zeker 95 procent van de ouders wel op school te krijgen en dat ze de relatie met ouders verbeteren door bijvoorbeeld kennismakingsgesprekken', zegt Lusse.

Als ouders het gevoel hebben dat betrokkenheid vooral betekent dat van hen wordt verlangd dat ze de duplo in het kleuterlokaal soppen, gaat het volgens Peter de Vries van adviesbureau CPS mis. 'Sommige scholen denken de werkdruk te kunnen verminderen door ouders klusjes te laten doen. Ik heb wel eens een briefje gehad: zonder meefietsers geen gym. Dat klopt gewoon niet. Als het onderwijs afhankelijk is geworden van ouders, dan ligt dat aan de overheid.'

De Vries heeft niets tegen ouderparticipatie, maar wel als het een plicht wordt. 'Je vraagt toch iets van ouders in de drukste tijd van hun leven. Stel dat ze drie kinderen hebben, allebei werken en de kinderen ook nog naar sportclubjes gaan. Moet je hen dan ook nog verplichten op school te helpen? Ik werkte bij een dagopvang voor gehandicapte kinderen. Daar zeiden ze: prima als je vrijwilligerswerk doet, maar pas als je kind hier niet meer komt. Dat zou in het onderwijs ook kunnen. Vraag mensen uit de wijk, opa's, oma's, buren.'

Gevraagd naar een geslaagde relatie tussen ouders en scholen, noemen alle deskundigen hetzelfde: communicatie.

Maar dat blijkt een concept waarmee het onderwijs het nog vaak heel moeilijk heeft.'De lerarenopleidingen besteden veel te weinig aandacht aan de vraag hoe ouders en leraren goed samenwerken', vindt Peter de Vries van onderwijsadviesbureau CPS. 'Pabo's doen meestal wel iets, maar dat gaat doorgaans niet verder dan een training in slechtnieuwsgesprekken. Ze leren dat je kunt zeggen: ik zie dat u boos bent.'

Contactverlies

Mariëtte Lusse heeft het gebrek aan communicatieve vaardigheden regelmatig gezien tijdens haar onderzoek. "Ik zat bij tienminutengesprekjes die slechts twee minuten duurden omdat het volgens de docent gewoon goed ging met het kind. Doodzonde. Zo verlies je het contact met ouders. Op onze lerarenopleidingen hebben we het roer dan ook echt omgegooid en bereiden we onze studenten nu veel beter voor. Zo voorkom je ook uitval van beginnende leraren."

Scholen zouden ook veel eerder over ingewikkelde kwesties moeten communiceren, zegt Peter Hulsen van Ouders & Onderwijs. Neem nou de zaak van de ouders die naar de rechter stapten omdat hun kind in een combinatieklas was ingedeeld. De school had vlak voor de vakantie bekendgemaakt dat twee klassen zouden worden gecombineerd. "Die ouders werden daardoor overvallen." Had de school nou maar een paar maanden eerder voorgelegd dat er minder leerkrachten zouden zijn, dat de directie overwoog om klassen te combineren. Ze hadden de ouders dan kunnen vragen: hoe zou u het vinden als uw kind in zo"n klas terecht kwam? En hoe zouden we uw zorgen kunnen wegnemen? Een school moet zo"n gesprek open aangaan. Dan hoor je de zorgen eerder en kun je samen op zoek gaan naar een oplossing."

Communicatie was ook bij basisschool De Bussel een onderwerp waar directeur Smits flink wat tijd in heeft gestoken. In de eerste plaats wilde ze af van 'de poortpraat': het geklaag van ouders onderling op het schoolplein. 'Het is negatief en het bereikt ons niet, dus we kunnen er niets mee.' Daarom kwam er 'verbeterteam' van drie ouders en een docent.

Veel van de adviezen van dat team gingen over de manier waarop de school ouders informeerde. De stortvloed van mails die ouders kregen, bijvoorbeeld. Daardoor zagen veel ouders vaak belangrijke informatie over het hoofd. Sindsdien wordt belangrijke algemene informatie opgespaard en gebundeld in nieuwsbrieven. Met een inhoudsopgave zodat iedereen direct ziet wat belangrijk is.

Specifieke communicatie over kinderen gaat per mail. En voor dingen 'die je mag missen' is er een aparte website. Daar belanden de verzoeken om eierdozen mee naar school te nemen, leuke foto's of een oproep voor een ouder voor het schooluitje van morgen. Ook bij een goed leerklimaat bleken betrokken ouders veel te kunnen betekenen. Na enig onderzoek besloot Smits om ouders van kinderen met extra behoeften te vragen of zij zelf niet op school wilden helpen bij het onderwijs van hun kind. Het ging niet zonder slag of stoot. 'Ouders protesteerden omdat dat toch niet hun verantwoordelijkheid was, en leraren zeiden: ja hallo, wij hebben er jaren voor geleerd om goed onderwijs te geven.'

Toch zette zij door. Als eerste met een jongetje dat wegens gedragsproblemen al enige tijd thuis zat. 'Die moeder kwam vier ochtenden in de klas met haar kind werken, zij werd natuurlijk wel goed door ons gecoacht.' Het is een extreem voorbeeld, erkent Smits. 'Maar de docenten zagen dat het kan werken, de ouder ontlastte de juf, terwijl ze wel verantwoordelijk bleef.' Steeds meer ouders tekenden in om samen met hun kind een klusje te doen.

Er waren ook werkende ouders die klaagden dat het oneerlijk is dat alleen de rijke ouders zich konden permitteren wekelijks een paar uur op school door te brengen. 'Dan legde ik uit dat de juf door die andere ouders nu wel meer tijd had voor de andere kinderen in de klas. Hun kind dus.' Uiteindelijk waren het de schoolresultaten waardoor iedereen enthousiast werd, zegt Smits. 'Die waren keigoed.'

Sinds dit schooljaar is Smits directeur op een andere school in Brabant, maar nog steeds spreekt ze apetrots over wat ouders en leerkrachten samen hebben bereikt op De Bussel. 'We hebben er zelfs de krant mee gehaald.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden