HOE OUDE VORMEN EN GEDACHTEN VERSTERVEN

EEN VAN mijn schokkendste leeservaringen betreft een passage uit Tischgespräche, een boek waarin een getrouw verslag wordt gedaan van de tafelgesprekken die Hitler voerde met zijn intimi....

Dan wil een van de tafelgenoten de grote leider een beetje opbeuren, en merkt op dat tot de successen van Hitler toch zeker de oplossing van het jodenprobleem moet worden gerekend. Dankbaar neemt Hitler het compliment in ontvangst en beaamt het volmondig. Inderdaad, hij had Europa verlost van het jodenprobleem, en hij was ervan overtuigd dat toekomstige generaties hem daar dankbaar voor zouden zijn.

Het schokkende van de passage is niet de erkenning van de holocaust, maar de eerlijke overtuiging dat hij de samenleving er een grote dienst mee had bewezen. In het normen- en waardenstelsel van de nazi's was het uitroeien van de joden in de morele zin 'goed'. Tegen die achtergrond is het ook verklaarbaar dat de elite-soldaten van Hitler, de SS'ers, met zo veel gemak en vanzelfsprekendheid het moordenaarswerk uitvoerden. En nog beangstigender: uit de massale steun die Hitler ondervond, kan worden opgemaakt dat de overgrote meerderheid van het Duitse volk kennelijk geen morele bezwaren had tegen de massamoord.

Het meest verbijsterende van de Tweede Wereldoorlog is voor mij niet het feit van de oorlog zelf, maar de vraag hoe het mogelijk was dat in nauwelijks vijftien jaar tijd het normen- en waardenstelsel in Duitsland zodanig is veranderd dat de holocaust mogelijk werd.

Deze overpeinzingen kwamen bij mij boven na het lezen van de artikelen over de affaire rond de zogenaamde versterving in verzorgingstehuis 't Blauwbörgje in Groningen. Voordat iedereen in verontwaardiging uitbarst over de associatie, haast ik mij te verklaren dat ik voorstander ben van euthanasie, en dat ik het acceptabel vind dat het leven van demente patiënten niet eindeloos wordt gerekt door het toepassen van medische kunstgrepen.

Maar tegelijkertijd ben ik mij er heel sterk van bewust dat mijn opvattingen omtrent levensbeëindiging gedurende het grootste deel van mijn leven als moreel verwerpelijk werden beschouwd. In de laatste decennia is ons normen- en waardenstelsel op dit wezenlijke punt sterk aan het veranderen, en dat proces is nog steeds aan de gang. Omdat de moraal vooral een kwestie van gewenning is, is het van groot belang in de gaten te houden hoe dat proces verloopt, en wat ijkpunten zouden moeten zijn.

Als je de discussie leest over het geval in het Groningse verpleegtehuis, dan is er alle reden om ongerust te zijn. In de eerste plaats omdat volstrekt onduidelijk is wat de praktijk is. Hoe vaak wordt nu eigenlijk door een beslissing van een ander dan de patiënt zelf passief of actief een einde gemaakt aan het leven van de patiënt?

In een discussienota van de artsenorganisatie KNMG uit 1993 wordt gesproken over meer dan de helft van alle sterfgevallen in verpleegtehuizen. Hoeveel meer dan de helft? Volgens E. Woudstra, verpleeghuisarts in het Utrechtse Voorhoevehuis, gaat in dat verpleegtehuis 90 procent van de bewoners dood aan voedsel- of vochtgebrek.

Volgens de ene deskundige moet je tot het uiterste gaan om onwillige patiënten te voeden, maar volgens de andere moet je ermee stoppen als de patiënt zelf weigert te eten of te drinken. Wat een wereld van verschillende inschattingsmogelijkheden ligt daartussen.

Zou bijvoorbeeld een vervelende en agressieve demente patiënt niet eerder 'weigeren' dan het vrolijke, opgewekte demente oudje dat ieders hart gestolen heeft? En wie beslist er eigenlijk om op zeker moment maar te gaan versterven?

Volgens de schrijver van het hoofdartikel in de Volkskrant van dinsdag 29 juli behoort het laatste woord aan de familie en niet aan de arts. Maar volgens emeritus-hoogleraar in het gezondheidsrecht dr. H. Leenen is de rol van de familie belangrijk maar niet doorslaggevend. De arts is volgens hem eindverantwoordelijk.

In het al eerder genoemde Voorhoevehuis in Utrecht wordt een behandelplan vastgelegd. Dat wordt door beide partijen ondertekend, de familie en het verpleegtehuis. Met welke familie? En als er geen familie is? Zouden demente ouderen zonder familie eerder versterven dan demente ouderen met familie?

In de komende decennia zal de vergrijzing de politieke agenda domineren. De extra kosten die dat proces met zich meebrengt, belopen ongeveer 35 miljard gulden per jaar. Dat bedrag zal onder andere moeten worden opgebracht door diegenen die beslissen over het versterven van wilsonbekwame ouderen. Iedereen die beseft dat de moraal voor een deel bestaat uit rationalisatie van het eigen belang en voor een ander deel uit gewenning, moet de explosieve groei van het aantal demente bejaarden in de komende decennia met grote zorg tegemoet zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden