Hoe lang mogen uw kinderen met de iPad spelen?

Hoe ga je als ouder om met kinderen en nieuwe media?

Het iPad-dilemma. Voor veel ouders is de tablet een manier om hun kinderen even uit te zetten. Is dat erg? En hoe kan het beter?

Beeld Paul Faassen

'Ik was altijd heel streng met beeldschermen', vertelt Marianne van Buul (41), arts en moeder van jongens van 7, 9 en 11 jaar. 'Toen de jongens klein waren, mochten ze naar Sesamstraat en een dvd'tje van Baby Einstein kijken. Verder niks. Ik vond dat kinderen met autootjes en treintjes moesten spelen en niet achter beeldschermen thuishoorden.'

En toen deed de tablet zijn intrede in de Nederlandse huishoudens. Ook bij Van Buul. 'Ik wilde er niks van weten. Ze mochten er alleen leerzame spelletjes op spelen - en zeker geen schietspelletjes. Ik was voortdurend bezig ze er op te wijzen dat het verslavend was en slecht. Zaten ze er net even lekker op, was ik alweer bezig met verbieden. Het leverde voortdurend spanning en ruzie op.'

Altijd maar dat gezeur om die klote-iPad - dat vat ongeveer samen hoe wij ouders die nieuwe technologieën in huis ervaren. Wie nu een kind heeft onder de 12 behoort tot de eerste lichting ouders die moet dealen met de voortdurende beschikbaarheid van nieuwe media, met als hoogtepunt de iPad die pas vijf jaar geleden werd geïntroduceerd. Sindsdien zijn vele andere merken tablets op de markt gekomen. In bijna elk gezin zijn er wel een of meerdere te vinden. Dat gaat gepaard met onzekerheid. We lezen in de krant dat ze van gamen een kromme rug krijgen, er agressief van worden en concentratiestoornissen oplopen.

Aan de andere kant gebruiken we de iPad ook om onze kinderen even 'uit' te zetten. Als we op zondagochtend willen uitslapen bijvoorbeeld of als we willen koken zonder een peuter die aan onze rokken hangt: ga jij maar even lekker op de iPad.

Verwarring

Dat zorgt ook voor verwarring - zowel bij ouders als bij kinderen. Verbieden is niet meer van deze tijd, weten ouders, maar hoe moet het dan wél?

Bij Marianne van Buul begon de controle over het mediagebruik van haar jongens te wankelen toen de oudste een jaar of 8 was. Zowat de hele klas bleek in het weekeinde met elkaar Clash of Clans te spelen, een onschuldig schietspelletje zonder bloed. Via de wifi kropen ze in elkaars werelden en schoten en chatten erop los. 'Ik realiseerde me dat mijn zoon de enige was die daar niet aan mee mocht doen. Op dat moment wist ik dat ik mijn houding moest veranderen.'

Van alle vragen die ouders hebben over opvoeden, staat het omgaan met media bovenaan het lijstje. Dat bleek uit het rapport Opvoeden met media van het Nederlands Jeugdinstituut dat verscheen in december 2014. De helft van de ouders maakt zich zorgen over de hoeveelheid tijd die hun kinderen doorbrengen achter beeldschermen. Volgens schattingen zitten kinderen tussen 2 en 12 jaar dagelijks tussen twee en zes uur achter een beeldscherm. Ouders weten niet of het slecht is en wat ze eraan moeten doen.

Bijzonder hoogleraar mediaopvoeding Peter Nikken was als hoofdonderzoeker verbonden aan de studie. 'Er is natuurlijk al veel onderzoek gedaan naar kinderen en media. Maar we hadden nog nooit gekeken naar hoe moeilijk ouders het vinden om hun kinderen wegwijs te maken in die media. Nou, dat blijkt dus voor de meeste opvoedvragen te zorgen.'

Sociale uitsluiting

Dat begint al in het eerste levensjaar. 'Het zijn heerlijke apparaten voor de allerkleinsten: je raakt het beeldscherm aan en je tovert allerlei beelden tevoorschijn. Ouders vragen zich af hoe ze de gebruikstijd kunnen reguleren, zodat de kinderen ook tijd hebben om met krijtjes, rammelaars en treintjes te spelen.'

Voor kinderen die nu worden geboren, zegt Nikken, is de voortdurende beschikbaarheid van media normaal. 'Het is als water uit de kraan, maar voor volwassenen is het nieuw. Ze kunnen niet terugvallen op hun eigen jeugd als ze zich afvragen hoe ze het moeten aanpakken. Ze zien de voor- en nadelen scherp. Het plezier dat kinderen hebben met spelletjes spelen, de kennis die ze ermee opdoen en de communicatie. Maar ze zien ook dat de aantrekkingskracht enorm is en dat er veel tijd in gaat zitten.'

Bovendien, zegt Nikken, zien ouders dat er geen weg terug meer is. 'Als je een kind weghoudt bij die digitale wereld, creëer je sociale uitsluiting. Dat willen de meeste ouders ook niet.'

De vraag of een iPad nou goed of slecht is voor kinderen, vind Nikken daarom niet de meest relevante. 'Er zijn wetenschappers die roepen dat al die apparaten slecht zijn voor kinderen. Dat vind ik bangmakerij en bovendien een harde boodschap aan ouders: je doet het fout, zeg je daarmee. Onderzoek naar nieuwe media heeft niet bewezen dat het goed is, maar ook niet dat het per se schadelijk is. We weten het gewoon nog niet. Onderzoek loopt nu eenmaal altijd achter de realiteit aan.

Beeld Paul Faassen

Zoethouder

Ik heb hier boekenkasten vol met studies uit de jaren vijftig en zestig die aantonen dat bioscoopfilms en zwart-wittelevisie schadelijk zijn. Maar mijn gok is: met de juiste dosering, de juiste apps en begeleiding zijn die nieuwe media een verrijking voor kinderen.'

En bij die begeleiding ligt nu juist het grootste probleem, zegt Nikken: 'Samen boekjes lezen, vinden ouders belangrijk en samen naar de film gaan, maar samen YouTube kijken doen de meeste ouders niet. Dat is gek, want het zijn allemaal media. Ouders hebben nog steeds de neiging nieuwe media te zien als iets verkeerds waarmee we moeten zien om te gaan.' De grootste eyeopener van zijn onderzoek was voor Nikken dan ook dat ouders de tablet vooral zien als een zoethouder. 'Kennelijk hebben ze niet door dat het een onderdeel van de opvoeding zou moeten zijn.'

Bij Van Buul kwam het keerpunt toen ze een lezing bijwoonde van een vrouw die vertelde dat ze elke dag ruzie had met haar zoon over de laptop en toen besloot haar aanpak te wijzigen. Ze gingen samen filmpjes maken en kijken, spelletjes doen en dingen opzoeken. 'Toen viel bij mij het kwartje,' zegt Van Buul. 'Ik besloot het meer los te laten en me te interesseren in wát ze doen als ze zitten te gamen. Nu betrekken ze me erin, omdat ze weten dat ik er niet meer zo negatief tegenover sta. Ze zeggen: Mam, ik heb een woonboot gebouwd in Minecraft. Dan kijken we samen naar het resultaat. Dat is veel leuker dan zeggen: je bent verslaafd. Bovendien vraag ik me af of met een treintje spelen nou verheffender is dan een potje Mario Bros.'

De digitale wereld

Haar kinderen mogen nu ook meedoen als de rest van de klas Clash of Clans speelt. 'Grote lol hebben ze dan. Zo leren ze ook in een redelijk veilige omgeving met elkaar om te gaan in een digitale wereld. Zo kun je ze ook vast leren over cyberpesten. Vroeg of laat komen ze daarmee in aanraking en dan liever op jongere leeftijd als het er nog niet zo heftig aan toegaat.'

Het blijft af en toe een worsteling, erkent Van Buul: 'Ik merk ook wel dat ik het fijner vind als ze een typcursus doen of een spreekbeurt voorbereiden op Google dan wanneer ze een suf spelletje doen. Ik gooi soms ook spelletjes weg als ik ze te gewelddadig vindt. Dat vinden ze niet leuk. En we hebben strenge regels nodig: niet vóór school en pas na half vijf, anders zitten ze er de hele dag op. Maar verbieden wil ik niet meer. Straks gaan ze naar de middelbare school en zijn ze de enigen die de weg niet weten in het digitale landschap. Het hoort erbij.'

Precies dat betoogt ook hoogleraar Jeugd en Media Patti Valkenburg in haar boek Schermgaande jeugd. 'Media zijn een hoofdbestanddeel geworden van het sociale leven van kinderen. Offlinekwesties zoals pesten, verliefdheid, sociale uitsluiting en seksualiteit zijn doorgedrongen tot het domein van mediaopvoeding. Vaak wordt gedacht dat kennis over technologie onontbeerlijk is voor een oplossing van deze problemen. Dat is een misverstand.'

Je hoeft geen verstand te hebben van die digitale wereld om kinderen er toch in te begeleiden. In haar boek staat glashelder verwoord dat betrokken meekijken naar wat de kinderen doen, een positief effect heeft. 'Actieve monitoring kan kinderen minder gevoelig maken voor de effecten van mediageweld, het kan de educatieve eigenschap van media verhogen en de belangstelling van kinderen voor kunst en cultuur verhogen.'

Meekijken

Krista Okma (39), pedagoge bij het Nederlands Jeugdinstituut en auteur van Minipubers! Survivalgids voor ouders van kinderen tussen 6 en 12 jaar, vindt dat ouders meer in actie moeten komen bij de digitale opvoeding van hun kinderen. 'Ik proef bij veel ouders dat ze denken: wij weten dat allemaal niet, want wij zijn er niet mee opgegroeid. Maar je kunt je echt niet meer verschuilen achter: het gaat allemaal zo snel, ik houd het niet meer bij.'

Het meest interessant aan het NJi-rapport vindt Okma dan ook dat ouders zeggen zich wel zorgen te maken over de tijd die kinderen doorbrengen op de media, maar zich minder zorgen maken over wat ze online tegenkomen. 'Als ik dat lees, denk ik: dat is een onderschatting van wat daar allemaal is te zien. Uit onderzoek blijkt dat kinderen van 10 al porno kijken - dus ook die 10-jarige van jou.'

Het is belangrijk dat ouders zich gaan interesseren in wat hun kinderen doen online. 'Je moet je kinderen voorbereiden op digitaal burgerschap. Ervoor zorgen dat ze weten wat je kunt doen als je iets ziet wat je niet wilt zien, ze leren over normen en waarden, over kritisch kijken naar wat wel en niet waar is. Ze leren het te zeggen als iemand iets tegen ze zegt dat ze niet bevalt. Ze moeten leren omgaan met pesten. In werkelijkheid, maar ook online. Die twee zijn één wereld geworden en je kunt je het niet permitteren in één van die werelden niet aanwezig te zijn.'

Okma begrijpt als moeder van twee minipubers ook dat ouders genoeg aan hun hoofd hebben om zich ook nog eens te verdiepen in de leukste apps voor hun kinderen. 'Als een kind op de iPad zit, heb je tijd om zelf even op Twitter te kijken of te koken. Dan zit je er niet op te wachten om nog eens mee te kijken. Toch moet dat bij tijd en wijle wel, ook als je er geen klap aan vindt. Je kunt niet meer zeggen: ik heb er niks mee.'

Beeld Paul Faassen

FaceTimen met opa

De tijd dringt, zegt Okma, want de ouders die nu kleine kinderen hebben, kunnen het roer nog omgooien - als ze straks tiener zijn, is het te laat. Tot een jaar of 10 willen ze die wereld nog wel samen met je ontdekken, daarna gaan ze met hun vrienden online en hebben ze geen zin meer in oude pottenkijkers. 'Ik zie dat veel ouders dit nog niet doorhebben. Mijn kinderen, de oudste is 9, vinden het geweldig als papa meespeelt in Minecraft. Straks willen ze dat niet meer. Ooit gehoord van een puber die het leuk vindt als papa meekijkt in haar Facebookaccount? Nee. Nu kun je nog samen wegwijs worden op internet. Eenmaal puber, heb je die kans gemist.'

Om de tijd die kinderen doorbrengen achter een beeldscherm enigszins te beteugelen, hebben veel gezinnen afspraken. Maar wat doe je als je kind bij het ontbijt vraagt hoe de aarde eruitziet vanuit de ruimte? Of midden op de dag wil FaceTimen met opa? Wil zien hoe een rups een vlinder wordt?

Bij Okke Hora Adema (40), industrieel ontwerper, ligt de iPad daarom op de keukentafel. Hij heeft een dochter van 7 en een zoon van 4. 'Ik vind de iPad geweldig. We kunnen elk gewenst moment een filmpje over de natuur aanzetten of iets opzoeken wat we niet weten - het is een bibliotheek in zakformaat.'

Als ontwerper is hij bezig met virtual reality. Zijn dochter probeert hij van haar angst voor achtbanen af te helpen door haar in een virtuele omgeving een paar keer over de kop te laten gaan in een achtbaan. Zo bereidt hij haar voor op een bezoek aan de Efteling. Hora Adema ziet alle mogelijkheden online als een kans de kinderen iets nieuws te leren, niet als iets engs of iets waarover je je als ouder schuldig moet voelen. 'Het barst op internet van de leuke apps en spelletjes voor kinderen. Leerzame apps, spelletjes waarbij je dingen moet oplossen, taaldingetjes, constructies uitdenken. Ik kijk dus vooral naar wat ze doen op de iPad en niet zozeer naar de tijd die ze erop doorbrengen.'

Beeldschermtijd

Natuurlijk, erkent hij, is dat ook bij hem thuis een dagelijks terugkerend issue. 'Het moeilijke aan nieuwe media is dat het nooit ophoudt. Je moet de kinderen dus leren het af te sluiten en even iets anders te doen. Daarom hebben wij geen vaste regels voor de iPad. We proberen het binnen de perken te houden door goed te kijken: wat doen ze online? Maar ik zie voornamelijk dat de nieuwe media dingen teweegbrengen bij kinderen waarvan ze later profijt hebben. Ik verzet me er dus niet tegen.' Er zijn veel richtlijnen voor beeldschermtijd. Het maximum dat wordt geadviseerd voor kinderen onder de 12 jaar is twee uur per dag voor 10- tot 12-jarigen. Tussen 6 en 8 jaar is dat twee keer 30 minuten. En tussen 8 en 10 jaar: een tot anderhalf uur. Anderhalf uur voor het slapen geen beeldschermen meer. Dit zijn de richtlijnen van het Centrum Jeugd en Gezin.

Echt houdbaar is dit vaak niet. Als je op zaterdag naar bioscoop gaat, mag je kind dan daarna niet meer op de tablet? Als het een spreekbeurt voorbereidt met hulp van Google? Of als het in de klas een uur gebruik heeft gemaakt van de laptop?

Dan heb je als ouder weinig houvast aan dit soort regels.

Je moet er dus met je kinderen uit komen door goed te kijken wat ze doen op die beeldschermen, te zorgen dat er genoeg tijd overblijft om buiten te spelen en boekjes te lezen of om soms even helemaal niets te doen. Daarnaast is zelfcontrole de belangrijkste voorspeller van een succesvol leven. Als je ze langzaam maar zeker waarden en regels bijbrengt die ze accepteren, leer je ze hun eigen gedrag te reguleren.

Daarnaast is het belangrijk steeds weer ervoor te zorgen dat ze de beschikking hebben over inhoud die bij hun leeftijd past. Voor elke leeftijd zijn er leuke en geschikte apps. Je vindt ze, met leeftijdswaardering, op mijnkindonline.nl, digidreumes.nl of jufjannie.nl. Kinderen kunnen ermee leren tellen, lezen, praten, puzzelen, opruimen, problemen oplossen en behendig worden. Die inhoud moet je als ouders voortdurend updaten naarmate het kind ouder wordt en dus toe is aan ander materiaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.