Hoe je de milieuschade van baby's beperkt

Een kind op de wereld zetten is zo ongeveer het slechtste dat je het milieu kunt aandoen. Stel dat je het toch doet, hoe pak je het dan zo duurzaam mogelijk aan?

Beeld Marijn Scheeres

Duurzaam en baby's is een rampzalige combinatie. Voor je het weet willen ze een auto, vliegen ze naar Bali en krijgen ze zelf ook nog eens kinderen. Nee, je kunt nog beter dagelijks met een vloot Hummers naar je werk rijden dan een baby baren. Milieutechnisch gezien. Dat gezegd hebbende, zoeken wij graag uit hoe voortplanters het milieuleed nog enigszins kunnen verzachten.

De vraag die zich onmiddellijk aandient, is: hoe meet je duurzaamheid? En dan hebben we het dus niet over eerlijke handel of goede arbeidsomstandigheden, maar sec over het milieu. Daar bestaan complexe rekenmethoden voor, waarvan de bekendste zijn: de CO2-voetafdruk (de hoeveelheid koolstofdioxide die een individu of samenleving uitstoot met zijn/haar consumptieniveau) en de levenscyclusanalyse (hoeveel vervuilt een product van bron naar eindpunt).

Hoewel er internationale afspraken bestaan over de rekenmethoden, blijft berekenen en vergelijken lastig, zegt Ekko van Ierland, hoogleraar milieu-economie en natuurlijke hulpbronnen aan de Wageningen Universiteit. 'Alleen al over de vraag hoe je energiegebruik weegt, bestaan talloze opvattingen. En om de levenscyclus van een product te kunnen berekenen heb je alle informatie nodig over elke tussenstap van productie, transport, gebruik en vuilverwerking - zo transparant is de mondiale handel niet.'

De hoogleraar vindt het onduurzame label van baby's overigens relatief. 'Het baby-zijn is tenslotte een vrij korte fase in het menselijk bestaan.' Goed nadenken over de omvang van de wereldbevolking is daarentegen wel wenselijk, vindt hij. De groeiende wereldbevolking heeft al bijna twee aardbollen nodig om de huidige levensstandaard te kunnen behouden.

Voor ze zelfstandig een vliegticket kunnen aanschaffen, hebben baby's in grote lijnen 'slechts' een paar zaken nodig.

Voeding

Op het gebied van voeding is de oplossing even eenvoudig als complex: borstvoeden tot je kind een volgroeid gebit heeft. De bron is oneindig, het product goed. Voor wie dat niet is weggelegd, gelden al snel dezelfde adviezen als bij volwassenen. Hoe groter het gezelschap dat mee-eet, hoe beter voor het milieu. Het gaat wellicht tegen de intuïtie in, maar een kant-en-klare eenpersoonsmagnetronmaaltijd uit de supermarkt is milieuvriendelijker dan elke dag voor één persoon een verse maaltijd bereiden - tenzij dat een krop ongedresseerde sla uit eigen moestuin betreft. Bij baby's geldt zodoende: voor het milieu hoef je het potje niet te laten.

Kook je wel zelf, koop dan lokaal en verspil niet. Een aardappel is beter voor het milieu dan een bord rijst (veel water bij de teelt, komt van ver). Wageningen Universiteit en Universiteit Twente beschikken over veel cijfers op dit gebied. Gebruik weinig pannen, doe deksels op de pannen en zet het vuur laag. Gas wordt in veel huishoudens verspild.

Maar het allerbelangrijkste is misschien wel: geef uw kind niet te veel vlees. De Wageningen Universiteit becijferde dat vlees milieuverontreiniger nummer één is in de categorie voeding. Een biefstuk zorgt voor evenveel broeikasgassen als een ritje van 100 kilometer met een doorsnee-auto. Voor de lap vlees op je bord ligt, heeft hij 5.000 liter water opgeslokt. Met dierenwelzijn hebben deze getallen overigens niets van doen: de plofkip wint het ruimschoots van de bio-steak, en zelfs van de vegaburger.

Luiers

Gemiddeld bestaat 4,5 procent van het huishoudelijk restafval uit luiers - gemaakt van papierpulp en kunststof. Dat is elk jaar 144 miljoen kilo luiervuilnis. Tegen de tijd dat een peuter zelf naar de wc kan, zijn er voor zijn billen al negen bomen gesneuveld, berekenden onderzoekers bij zowel Milieu Centraal als TNO. Overigens zijn behalve baby's ook bejaarden verantwoordelijk voor de groeiende Nederlandse luierberg.

Afval is een probleem, maar het merendeel van de CO2-uitstoot van luiers komt op conto van het energieverbruik bij de productie van kunststof en superabsorberende polymeren, de vochtopnemende korrels in luiers, uit aardolie. Recentelijk zocht journalist Michel Robles voor het populairwetenschappelijke maandblad Eos en platform De Correspondent uit wat luierfabrikanten aan duurzaamheid doen. Het korte antwoord: bar weinig. Alleen de Zwitserse producent Hyga (luiernaam Pingo) kiest consequent voor stroom uit waterkracht.

Pogingen tot compostering en recycling zijn complex en tot op heden weinig succesvol, vanwege onafbreekbare plasticresten, superabsorbeerders en bij volwassenen ook nog medicijnresten. De Canadese fabriek Knowaste die in Arnhem sinds begin jaren negentig jaarlijks 35 duizend ton gebruikte luiers uit Nederland, België en Duitsland verwerkte tot papierpulp, plastickorrels, compost en gezuiverd water ging in 2007 failliet. Zowel onderzoeksbureau CE Delft als TNO had toen becijferd dat het verbranden van luiers milieuvriendelijker zou zijn.

De verschillen zijn niet reusachtig, maar de ene wegwerpluier is de andere niet. Sommige hebben een verpakking van zetmeel, andere bestaan uit bioplastic en papierpulp uit duurzaam beheerde bossen. Ondanks ontbrekende informatie stelde wetenschapsjournalist Robles op basis van energiekeuzen, grondstofwinning, afvalbehandeling en arbeidsomstandigheden een ranglijst samen van wegwerpluiermerken. (eoswetenschap.eu/artikel/zo-scoren-de-luierfabrikanten-en-retailers)

Probeer niet te vaak te verschonen, geeft Linda Nijenhuis van adviesorganisatie Milieu Centraal nog als tip. Een luier minder per etmaal scheelt jaarlijks honderden weggeworpen luiers. Of stap over op wasbare luiers, zoals bijvoorbeeld Malou van Zwieten uit Utrecht (27, moeder van Nora van zes maanden) deed.

Van Zwieten besloot toen ze zwanger was om voor de wasbare variant te kiezen. Er kwam een consulente van een van de grotere wasbare luierleveranciers langs ('hoewel ik de luiers uiteindelijk ergens anders heb gekocht') en na een startweek met pampers gebruiken zij en haar vriend ('die moest ik wel even overhalen') nu al een half jaar wasbare luiers. Van Zwieten, nuchter: 'Ja, soms is het onhandig, maar in het begin vind je luiers sowieso onhandig. En soms is het vies, maar ik vind een vuilnisbak verschonen ook vies.'

Milieu Centraal berekende dat een wasbare luier - afhankelijk van de temperatuur waarop je wast, de waterhoeveelheid en hoe je droogt - tussen de 1,4 en 2,4 keer minder uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt dan de wegwerpvariant.

En het hoeft allang niet meer met een doek en een veiligheidsspeld. Even googlen en een parallel universum gaat voor je open. Facebookgroepen, YouTube-instructiefilmpjes, duurzame mamabloggers - er blijkt een volledige subcultuur te zijn, waar woorden als overbroekjes, wasnetten, inlegvellen en romperverlengers tot het basisjargon behoren.

Beeld Marijn Scheeres

Speen

Het beste is natuurlijk: geen speen. Maar dat geldt eigenlijk voor alles dat níét wordt aangeschaft. De meeste spenen zijn synthetisch, gemaakt van siliconenrubber uit aardolie. De enige uitzondering is de goudgele speen van natuurrubber ('getapt uit de boom!') die her en der wordt verkocht. Hij is milieuvriendelijker dan het oermodel, zegt hoogleraar rubbertechnologie Jacques Noordermeer van de Universiteit Twente. 'De hoeveelheid energie die nodig is voor het maken van een kilo natuurlijk rubber ligt ongeveer 90 procent lager.' Ook zuigen natuurrubberbomen meer CO2 op dan andere oerwoudbomen, ongeveer 25 procent.

Nadelen zijn er ook. 'Om de speen vormvast te maken, wordt het materiaal extreem verhit', zegt Noordermeer. Als bijproduct ontstaan kleine hoeveelheden nitrosaminen, een kankerverwekkende stof. Die fabrikanten vervolgens weer - met gebruik van veel energie - eruit moeten koken.

De natuurrubberspeen is prijzig, maar gaat beduidend langer mee (duurzaam!) dan zijn synthetische zus, die gaandeweg afbreekt door al het babykwijl en de achtergebleven melkzuren.

Spullen

Een 'baby-uitzet': de een pakt het excessiever aan dan de ander. Bedjes, stoelen, badjes, commodes, kinderwagens, boxen, wipstoelen - het aanbod is overweldigend en als kersverse voortplanter heb je geen benul. Het aanschafadvies van Milieu Centraal is overzichtelijk: koop weinig, koop kwaliteit en doe er zo lang mogelijk mee. In het verlengde daarvan: koop tweedehands, krijg en geef weg. Niet alle fanatieke marktplaatsgebruikers zullen het om die reden doen: maar het forum is tamelijk duurzaam van aard.

Op kinderwagengebied valt er weinig te kiezen. Kinderwagens zijn milieumonsters van plastic, metaal en chemische behandelingen voor kleur- en vormvastheid. Bovendien vrijwel altijd made in China - en wat van ver komt maakt het milieu niet blij. Zo lang mogelijk gebruiken is het enige devies.

Bij bedden, stoelen of boxen is meer mogelijk op het gebied van productie en materiaalkeuze. Veel als duurzaam aangeprezen babyproducten zijn bijvoorbeeld van bamboe gemaakt. Pablo van der Lugt promoveerde bij de TU Delft op het gebruik van bamboe als houtvervanger. Hij keek naar de levenscyclus en CO2-voetafdruk. 'Bamboe scoort beter dan duurzaam geproduceerd hardhout en ongeveer even goed als Europees naaldhout', zegt Van der Lugt, die na zijn onderzoek bij een producent van bamboeproducten ging werken. Een liefhebber dus. Toch durft hij minpunten te noemen: de lijm die gebruikt wordt, kan beter ('we zoeken naar een bio-based variant') en het transport uit China is ook milieubelastend.

Bamboe, officieel een grassoort, groeit razendsnel met weinig water en bestrijdingsmiddelen en is sterk. 'De reuzenbamboe is een soort gigantische graspol met een lengte van 20 meter en een stam met een diameter van 10 centimeter, in 4 à 5 jaar zijn ze kapbaar', zegt Van der Lugt. 'Vergelijk dat met hardhout dat wel 50 jaar nodig heeft.' Ook is het veilig kappen zonder ontbossing. Er groeit meteen een nieuwe spruit uit de gepakte stronk.

Kleding

Kleding koop je zo min mogelijk nieuw. Ruilen, doorgeven, hergebruiken, tweedehands aanschaffen - de mogelijkheden zijn legio. Zeker in het begin, als een baby om de paar weken van maat verandert.

Qua materiaalkeuze is het advies ingewikkelder. De meeste kinderkleding is van katoen. Een natuurvezel, maar ook het meest milieubelastende gewas ter wereld. De teelt slurpt water, onkruidbestrijders en insecticiden.

Biologisch katoen is beter, er wordt geen gif bij de teelt gebruikt, minder maar nog altijd veel water en meer land. Biokatoen wordt vaak gewoon bij goedkopere winkels verkocht. Controleer wel altijd het keurmerk, zegt Nijenhuis van Milieu Centraal, dat een helder overzicht biedt van alle keurmerken en hoe ze tot stand komen.

Ook van bamboe kun je kleding maken. De meest milieubewuste manier zou zijn omdirect van de bamboe kleding te maken, maar vaker wordt het bewerkt met chemicaliën en chemisch gebleekt om er een mooie zachte stof van te maken.

Speelgoed

Als industrieel ontwerper, docent en onderzoeker kinderspeelgoed aan de TU Delft Mathieu Gielen een kinderverjaardag bezoekt, moet hij soms een beetje huilen. Niet dat de jarige alleen maar troep krijgt, maar het is zó veel en soms zo fantasieloos. Neem verkleedkleren voor jonge kinderen. Waarom verkoopt een winkel een K3-prinsessenjurk en geen mantel met een leuk patroontje en armsgaten? 'In het eerste geval verkoop je een kant-en-klare fantasie, in het tweede geval kan een kind nog alle kanten op: een tovercape, een feestjurk, sinterklaas. Die K3-jurk verdwijnt in de kast zodra de K3-fase over is.'

De droom van elke duurzaamheidsadept - zo min mogelijk speelgoed, waar eindeloos mee kan worden gespeeld - blijkt niet ver van de ideale situatie af te liggen. Gielen ontdekte dat kinderen beter gedijen bij een 'hanteerbare hoeveelheid speelgoed, dat het kind de ruimte geeft voor een gevarieerd spel'.

Dat dit voor jonge ouders niet eenvoudig is, begrijpt hij goed. 'Loop een Action, Tiger of Intertoys in en de overprikkeling schreeuwt je tegemoet. Grote hijskranen met wielen, veel kleuren, sirenes, geluidjes. Overweldigend, maar thuis dient zich de eerste teleurstelling aan. Hij kan niet eens een kinderschoen optillen, laat staan een baksteen.'

Volgens Gielen denken de meeste ouders verkeerd: het moet niet te duur zijn. Maar ondertussen kopen ze een enorme plastic speelgoedberg bij elkaar en ligt er netto voor best veel geld.

'Niet dat goedkoop of plastic per se slecht is', zegt Gielen. Zo is hij bijvoorbeeld redelijk onder de indruk van de Ikea-poppetjes van Lillabo, een setje van vijf dat in wisselende samenstelling in elkaar kan worden gezet. Voor kinderen van een jaar of 2, 3. 'Kinderen leren ordening, aantal, verdeling en variatie, en voor volwassenen is het ook leuk, ze lijken namelijk erg op The Village People.'

Wat duurzaam speelgoed is, vindt hij lastig te zeggen. Het materiaal is niet doorslaggevend. 'Neem lego, dat is van plastic, maar ontzettend duurzaam omdat het jaren meegaat en niemand het ooit weggooit.'

Ken je kind, is misschien nog wel het beste advies dat Gielen kan geven. Is het geconcentreerd en houdt het van priegelwerk, of is het meer een razer en rammer? Pas daar de keuzes op aan. En blijf weg van goedkoop bulk die je toeschreeuwt vanuit het schap: helikopters die niet vliegen, kranen die niet hijsen - die belanden binnen no time op de bodem van de speelgoeddoos. Doodzonde.

K3 van eigen bodem

TU-docent en speelgoedonderzoeker Mathieu Gielen tipt graag wat duurzaam speelgoed van eigen bodem. Zoals de bamboefiets voor de allerkleinsten, de kaboogabike van ontwerper Jan Bashaijha Mwesigwa. Een andere favoriet is brikkon van een Rotterdams ontwerpcollectief dat houten 'doorbouwvormen' voor lego bedacht. Zoals een kasteel of een boom. Alle lego past er op en je hebt meteen wat 'startvolume', aldus Gielen. Kinderen denken graag groot, tenslotte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden