Hoe heet deze straat?

Osip Mandelstam werd in 1934 naar Voronezj verbannen, nadat hij was opgepakt wegens een hekeldicht op Stalin. Samen met zijn vrouw trok hij van huis naar huis: in totaal woonden ze op zes adressen....

NAAR DE Mandelstamstraat hoefde je in Voronezj niet te vragen in de nadagen van het Brezjnev-regime. Er was geen straat met die 'kromme' naam, zoals de dichter zelf schreef. Zelfs het huis waarin hij woonde tijdens zijn ballingschap in Voronezj was niet te vinden.

In de acht maanden dat ik er als student woonde, ben ik er nooit achter gekomen waar Osip Mandelstam gewoond had. Niemand wilde je het vertellen; zeker hier, in de provincie, stond hij nog steeds als anti-Sovjetdichter te boek.

Het blijkt dat we in dezelfde straat woonden: de Friedrich Engels-straat. Daar, op nummer 13 , huurden Mandelstam en zijn vrouw Nadezjda in 1936 korte tijd een kamer. Aan de gevel van het gebouw hangt nu een gedenkplaat, gemaakt door de St.- Petersburgse beeldhouwer Ejdlin. Mandelstams gezicht steekt uit een barst in het strakke graniet. En zo is het ook: zijn poëzie heeft Stalin en het communistische bewind overleefd.

Kennelijk wisten Mandelstams bewonderaars ook onder Brezjnev het huis te vinden. Ze slopen 's avonds stilletjes het portiek binnen en krasten regels uit zijn gedichten op de muur bij appartement 39, waar de dichter woonde. De teksten staan er nog:

Hoe heet deze straat?

Dit is de Mandelstam-straat.

Wat voor naam is dat nu weer?

Hoe je hem ook wendt of keert,

Hij klinkt krom, niet recht...

De huidige bewoners van het appartement hangt het al lang de keel uit, al die literaire insluipers in het trapportaal. Het kwam wel voor dat mensen midden in de nacht aanbelden. Bewonderaars die op doorreis waren en een paar uur op een aansluitende trein moesten wachten. Of ze even Mandelstams kamertje mochten zien, misschien nog het tafeltje?

Mandelstam werd in 1934 naar Voronezj verbannen, nadat hij was opgepakt wegens een hekeldicht op Stalin:

Wij leven zonder onze voeten ons land te voelen,

Onze woorden zijn niet verder dan op tien pas te horen.

Maar waar nog een half gesprekje plaatsvindt,

Wordt de Kremlin-bewoner uit de bergen vermeld.

Hier onderbrak de ondervrager de dichter tijdens het verhoor in de Loebjanka, het hoofdkwartier van Stalins geheime politie. 'Bij mij gaat het anders: ''de wurger en boerendoder uit de bergen''.' 'Dat was de eerste versie'', gaf Mandelstam toe.

Op aandringen van collega-schrijvers besloot Stalin de befaamde dichter te sparen. 'Isoleren, in leven houden', luidde het vonnis. Mandelstam werd voor drie jaar verbannen, eerst naar een dorp in de Oeral. Maar toen hij daar in een psychotische bui zelfmoord probeerde te plegen, kregen de Mandelstams toestemming om naar Voronezj te gaan. Het was nog een 'onschuldige, vegetarische' tijd, schreef Nadezjda Mandelstam in haar mémoires. 'Voronezj was een wonder en we zijn er door het wonder terechtgekomen'.

Inderdaad waren de drie jaar die Mandelstam in de stad gewoond heeft, tamelijk rustig. In het begin had hij, ook al was hij een politieke pariah, zelfs werk: vertalingen, een baantje als adviseur bij de schouwburg en wat programma's voor de plaatselijke radio.

De Mandelstams trokken van huis naar huis: in totaal hebben ze op zes adressen gewoond. Bannelingen waren destijds tamelijk geliefde huurders, schrijft Nadezjda Mandelstam. Andere huurders kreeg je er bijna niet meer uit, maar bannelingen konden ieder moment weggehaald worden en de eigenaar kon daar natuurlijk ook een handje bij helpen.

Ze woonden bij een landbouwspecialist die hoopte dat ze interessante collega-schrijvers over de vloer zouden krijgen met wie hij 's nachts rumba zou dansen. Toen dat niet gebeurde, begon hij hen het huis uit te werken. Vervolgens belandden ze in een huurkazerne aan de Boulevard van de Revolutie, waar ze een kamer huurden bij een man die er prat op ging dat hij als 'agent' werkte. Om hen te pesten kwam hij met dode muizen hun kamer binnen en vroeg dan: 'Mag ik even gebruik maken van uw grill?' Daarmee bedoelde hij hun elektrische kookplaatje, dat hij als een 'aanstellerig' attribuut van de 'bourgeois' intellectuelen beschouwde.

Toen hij genoeg van hen had, gaf hij hen aan wegens het organiseren van conspiratieve, nachtelijke bijeenkomsten, waarop zelfs een keer geschoten zou zijn. Dat leek de 'organen' echter wel erg sterk en er gebeurde niets met de de Mandelstams. Op de achtergrond bleef de dreiging echter altijd aanwezig. 'Maar in de kamer van de verstoten dichter/houden angst en de Muze beurtelings de wacht', dichtte Anna Achmatova na een bezoek aan de Mandelstams in Voronezj.

De kamertjes waarin ze woonden waren zo klein dat Mandelstams vrouw vaak ging wandelen of zich slapende hield om hem niet te storen bij het schrijven van zijn gedichten. Na lange tijd van zwijgen was Mandelstam opeens zeer productief. 'Mandelstam was een echt stadsmens en zijn poëzie speelde zich in grote steden af, in Moskou, St.- Petersburg, Tbilisi. Hier in de provincie onderging hij voor het eerst de levenskracht van de Russische natuur. En het was of er ook bij hem een soort creatieve lente aanbrak', zegt de schrijver en hoogleraar literatuur Oleg Lasoenski. De Cahiers uit Voronezj worden tot het beste van Mandelstams werk gerekend.

Toch voelde de dichter zich opgesloten in de stad. 'Ja okolo Koltsova, kak sokol zakoltsovan' - 'Ik zit aan de voet van Koltsov, als een geringde valk', schreef hij over het standbeeld van de dichter Koltsov in het centrum van de stad.

In het laatste huis waar zij woonden - het werd in de oorlog verwoest - voelden de Mandelstams zich het meeste thuis, ook al kregen zij er steeds bezoek van een 'kunsthistoricus in uniform' die tussen de pasgeschreven gedichten graaide en naar de verborgen anti-Sovjetboodschap viste. Bedoelde Mandelstam met de golven die achter elkaar aanrenden en op elkaar braken misschien de vijfjarenplannen?

In de loop van 1936 begon het politieke klimaat echter te veranderen en merkten de Mandelstams dat de weinige deuren die in Voronezj voor hen open stonden, langzamerhand dichtgingen. Ze kregen geen werk meer en moesten bij hun laatste vrienden bedelen om in leven te blijven. 'Ik voel de winter naderen', schreef Mandelstam en zijn voorgevoel was juist. Het jaar 1937 was in aantocht, het hoogtepunt van de stalinistische terreur. In zijn wanhoop begon de dichter een ode aan Stalin te schrijven, maar het heeft hem niet gered. Het ondermijnde volgens zijn vrouw slechts zijn psychische gezondheid.

In mei 1937 kreeg Mandelstam te horen dat zijn ballingschap erop zat. Hij was vrij, maar het betekende tegelijkertijd het einde van de adempauze in zijn leven. Het jaar daarop werd hij gearresteerd. Stalins vonnis luidde opnieuw 'Isoleren', maar nu zonder 'in leven houden' erbij. Begin 1939 kreeg Nadezjda Mandelstam op het postkantoor geld terug dat ze haar man had nagestuurd. 'Wegens overlijden van de geadresseerde', luidde de verklaring. Mandelstam bleek op 27 december 1938 gestorven te zijn in een doorgangskamp in Siberië, 41 jaar oud.

Bert Lanting

Dit is deel 12 van een reeks over schrijvershuizen die elke dinsdag en zaterdag verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.