De voorkeuren vanJoost van Bellen

‘Hoe goed iets ook is, er moet tegenaan worden getrapt’

Beeld Daniel Cohen

Dj en house-pionier Joost van Bellen (58) houdt van shockeren en van wansmaak. ‘Ik vind dat je als dj moet proberen uit een harnas te breken.’ Deze week is Van Bellen onze gids.

Goor, rauw, ambivalent, zelfs wansmakelijk. Het viel hem zelf pas op toen hij de lijst voor deze rubriek had gemaakt. Hoe erg hij daarvan houdt. Hoe hij hecht aan schoppen. ‘Er moet altijd een middelvinger worden opgestoken’, zegt dj Joost van Bellen. ‘Er moet geshockeerd worden om mensen in beweging te zetten. Anders loop je heel snel vast in een bepaalde moraal, in wat wel of niet hoort. Daarmee verlies je de vrijheid of verdruk je dingen die anders zijn. Hoe goed iets ook is, er moet tegenaan worden getrapt. Er moeten ratten in de kelder zitten die knagen.’

Van Bellen is wandelend cultuurgoed. Hij stond aan de wieg van de housemuziek in Nederland. Was begin jaren negentig artistiek leider van de mythische, later afgebrande club RoXY. En nu, op zijn 58ste, draait hij nog. Een keer of twee per week. Hele nachten lang in de bovenzaal van de Amsterdamse Melkweg. In kleine zalen met de ‘Rad pack’, waarin verder Willie Wartaal van De Jeugd van Tegenwoordig en dj/producer Mason zitten, of op grote feesten en festivals door het hele land.

Van Bellen heeft net gesport. Hij haat sporten. Maar hij heeft zijn personal trainer opdracht gegeven om geen nee te accepteren. ‘Als ik afzeg, moet hij hij me thuis komen halen. Ik heb altijd aanleg gehad om dik te worden. Ik houd ontzettend van eten. Maar ik wil niet dat ze me straks de dj booth in moeten takelen. Ik wil kunnen dansen en me goed voelen. En mijn leven is killing, omdat er geen regelmaat in zit.’

Beeld Daniel Cohen

Het huis was ooit een atelier van fotograaf, generatiegenoot en mede-RoXY-veteraan Erwin Olaf. Van Bellen woont er met zijn twee mannen. De een kust hem gedag. De ander kondigt aan dat hij geen zin heeft in koken en alleen naar de winkel zal gaan voor wijn, sigaretten en yoghurt. Van Bellen moet komende nacht nog met hem aan de slag, ze maken samen een soundtrack voor een modeshow van ontwerper Claes Iversen.

Hij is altijd op jacht naar muziek, hij probeert bij te houden wat er verschijnt. Voor zijn avonden in de Melkweg legt hij zichzelf op dat hij voor 90 procent muziek draait die hij nooit eerder heeft gebruikt. ‘Soms vind ik het moeilijk om nog van de muziek te genieten. Omdat ik functioneel luister. Dat is natuurlijk niet goed. Maar er is zo veel.’

Voor het draaien is hij nog altijd, iedere keer, gespannen. Mensen snappen dat niet, na zoveel jaar. Het draaien zelf is dan ontlading. ‘Pas als ik heel lange sets draai, ben ik alleen maar daarmee bezig, zit ik er helemaal in, word ik meegezogen. Is het een soort oerkracht.’ Want dat is de andere lijn in zijn keuzes: een eeuwig verlangen naar zelden bereikte rust.

Band: The New York Dolls

‘Als kind van 10 was ik al fan van glamrock. Gary Glitter, David Bowie, The Sweet: ze bewezen dat er iets veel interessanters en extremers was dan het normale leven. Op de rooms-katholieke basisschool kreeg ik geen les over homoseksualiteit. Ik voelde dat er iets mis was en dat begon aan me te knagen. We maakten lijstjes met meisjes uit de klas: op wie ben je? Ik deed mee, maar ik maakte voor mezelf een lijstje met jongens dat ik verstopte. Door dat extreem anders zijn van die glamrockers dacht ik: ik ben niet alleen. En er zat boosheid in.’

‘The New York Dolls vond ik pas veel later, op zoek naar muziek voor mijn eerste clubavond midden jaren tachtig. Perverse rock. Haantjesgedrag op hoge hakken is het. Ze zien eruit als prostituees. In broeken zo strak dat je goed zag wat ze in huis hadden. Met de gitarist, Johnny Thunders, heb ik ooit bij mij thuis uren zitten praten. Maar ik had geen idee dat hij het was. Hij speelde inmiddels in een andere band. En we hadden zoveel drugs op. Daarna is hij met mijn zus Zubrowka meegegaan en die hebben toen twee dagen gesekst, waarbij Johnny met panty’s moest worden vastgebonden.’

Bloem: Stapelia

‘Een vriend postte een foto en ik dacht: what the fuck is dit? Hij heeft een hotel in Bahia, Brazilië, waar ik soms heen ga om te schrijven. En hij is net als ik bloemengek. Deze bloem wordt demogorgon genoemd, zoals de demon uit de Amerikaanse sciencefiction-horrorserie Stranger Things onder meer, en komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika. Vorig jaar heb ik hem voor het eerst live in bloei zien komen. Als-ie helemaal open staat is het net een binnenstebuiten gekeerde vagina. En dan blijkt-ie te stinken naar rottende kadavers. Daar komen aasvliegen op af die het stuifmeel verspreiden.’

‘Ik heb er een tijdje over gedacht om bloemist te worden. Ik kan goed bloemschikken, deed vroeger ook altijd de bloemstukken in RoXY. Bloemen zijn een uiterste poging van een plant om op te vallen, zo hysterisch mogelijk. Dat gaat om bevruchting, bloemen staan voor seks. Het is bijna vulgair hoe ze zich uiten. Maar ook heel mooi en in dit geval vlezig. Fotografen als Robert Mapplethorpe, Cornelie Tollens en Fabio Damotta combineren niet voor niets SM, naakt of bondage met bloemen.’

‘Zelf betrap ik me erop dat ik bloemen te lang laat staan om het verrottingsproces te zien. Die vergankelijkheid vind ik ook mooi.’

Parfum: de Orto Parisi-serie van Alessandro Gualtieri

‘Ik liep al van kleins af aan tussen de geurtjes. Mijn vader was kapper en mijn moeder had een parfumeriezaak. Ik houd van ruiken. Daarom vind ik India zo fantastisch, waar je het ene moment zoiets smerigs ruikt dat je moet kokhalzen en het volgende moment juist de geuren van kruiden opsnuift.’

‘Ik heb in mijn leven al veertig verschillende geurtjes gedragen. Steeds een nieuwe levensfase. De Italiaanse parfumeur Alessandro Gualtieri speelt ermee dat mensen hun eigen geuren normaal proberen te verdoezelen: zweet, scheten, je mag eigenlijk niks ruiken. Terwijl dat lekker kan zijn. Mensen hebben een dierlijke klik met elkaar als ze elkaar lekker vinden ruiken.’

Van Bellen opent een doosje. ‘Dit is de heftigste uit de serie, Stercus. Die heb ik nog niet op gehad.’ Het karton valt als een bloem open. Als hij het flesje eruit tilt, wordt op de bodem een schets van een anus zichtbaar. De in Amsterdam neergestreken Gualtieri werd naar eigen zeggen geïnspireerd door de warme herinnering aan zijn grootvader, die in Italië een moestuintje met z’n eigen poep bemestte. Heel voorzichtig spuit Van Bellen iets op zijn pols: ‘Het is een gelaagde geur, die in de loop van de dag verandert.’

‘Ik ruik hout’, zegt hij na een minuutje, ‘ik ruik bessen.’ Een wel degelijk poep-achtige maar toch niet echt vieze en daardoor verwarrende lucht stijgt op. Aanvankelijk. Een uur later heeft de gelaagdheid van de geur ertoe geleid dat Joost van Bellen gewoon nogal naar stront stinkt.

Beeld Orto Parisi

Kunstenaar: Rover Thomas

‘Ik dacht dat de natuur bevrijdend zou werken, maar het benauwde me. Ik was rond 2000 op vakantie in West-Australië. We vlogen op Perth en reisden naar het noorden, maar hadden niet beseft hoe fucking lang rijden het daar is. En hoe weinig andere mensen je tegenkomt. En hoe klein je dan bent. We kwamen in een plaatsje terecht met een paar honderd inwoners die niet blij waren om ons te zien. We waren freaks voor ze. Een vriend die erbij was, die kan het niet helpen, die heeft iets vrouwelijks. Hij had shorts gemaakt van camouflagestof – goed dacht ik nog, dan val je niet op – maar met een gouden biesje. We hoorden op een terras mannen aan een tafeltje verderop zeggen: let’s grab it by the balls and see what it is. Over hem. En we konden niet weg, want je kunt niet zomaar ’s nachts gaan rijden. Scary.’

‘Ik merkte hoe slecht witte Australiërs over de aboriginals spraken. Die lagen dan in zo’n plaatsje in een park, vaak aan de drank. Heel treurig. Ik ben over hen gaan lezen en dat was een eyeopener. Onze westerse wereld is ook maar hoe wij toevallig denken dat het goed is. De mens kan totaal anders denken en leven. Hoe aboriginals verhalen doorvertellen, als ware het telefoonlijnen over het hele continent, ik vind dat heel bijzonder. Ook dat zij dreamings hebben, uittreden en dingen zien. Rover Thomas werkte als een cowboy. Hij is zijn dreamings gaan schilderen en die zijn zo krachtig in hun simpelheid. Neem Cyclone Tracy, een schilderij van een cycloon die de plaats Darwin heeft verwoest. Zo zwart en eng.’

‘Ik geloof wel dat de aboriginals uittreden. Ik sluit niet uit dat daarbij hun voorouders op bezoek komen. Ik weet iets van mijn eigen cultuur, wat weet ik van hen? Mag ik daarover oordelen? Ik wil het niet op een westerse manier uitleggen. Alsof wij gelijk hebben.’

Barramundi Dreaming, 1985Beeld Rover Thomas

Hij staat op van de keukentafel en loopt naar een ets van Thomas aan de muur van zijn woonkamer. ‘Altijd ben ik anti-religieus geweest, maar laatst dacht ik: zal ik monnik worden? Buiten de verschrikkelijke dingen als misbruik, macht en geldzucht in de kerk, gaat religie over elkaar helpen, over hoop en steun geven, zorgen voor iemand met wie het slecht gaat. En bidden is gewoon mindfulness. Iets dat mist in deze maatschappij. Je bent altijd druk en bezig met wat er gaat gebeuren in plaats van wat er nu gebeurt. En dan moet je ook nog een virtueel leven in stand houden. Dat is veel voor een mens. Om dan terug te keren in jezelf, in alle puurheid, dat trekt me en dat is ook wat ik in Rover Thomas vind.’

Zanger: Serge Gainsbourg

‘Ik heb een hekel aan heel goede zangers. Dat praatzingen van Gainsbourg vind ik veel mooier, of zo’n heel donkere stem als Barry White. Of Nina Hagen. Maar wat je bij de Voice ziet langskomen vind ik verschrikkelijk.’

‘Als Gainsbourg een Engelstalige artiest was geweest, was hij de grootste ooit geworden. Mijn lievelingsnummer is Requiem pour un con, ‘requiem voor een klootzak’. Hij was ook iemand die tegen van alles en nog wat aan trapte. Hij heeft iets destructiefs. Iets dierlijks. Met dat roken en die lelijke kop van hem had hij altijd de mooiste vrouwen. Soms is het bijna cartoonesk.’

‘Aan het eind van zijn carrière kwam hij soms dronken in talkshows terecht. Dan zegt hij in het Frans over Whitney Houston dat hij haar wil neuken. En zij vraagt: wat zegt-ie? Heel jong is ze daar nog. ‘Dat-ie je heel erg mooi vindt’, probeert de presentator dan. ‘Nee’, zegt Gainsbourg dan in gebrekkig Engels, ‘ik zei dat ik haar wil neuken.’ Ik moet daar ontzettend om lachen. Dronken mensen spreken nu eenmaal vaak de waarheid. Maar toen ik dat laatst op Instagram postte, kreeg ik reacties dat dat absoluut niet kan. En als ik nu het hele interview terugkijk, zie ik dat hij zijn handen niet van haar af kan houden. Dat wist ik niet meer. Hij had natuurlijk met zijn fikken van haar af moeten blijven.’

Boek: Anthony Burgess, Earthly Powers

‘Het was de middag van mijn 81ste verjaardag en ik lag in bed met mijn schandknaap toen Ali kwam zeggen dat de aartsbisschop er was om me te spreken.’ ‘De beste openingszin van een boek ooit. Ik wilde dat ik zo kon schrijven. Het boek gaat over de hele 20ste eeuw, kolonialisme, kunstgeschiedenis, alles. En het voorspelde alles wat nu mis is in de katholieke kerk.’

In het boek vraagt de kerk aan de bejaarde schrijver Kenneth Toomey om te getuigen van een wonder verricht door een oude kennis, een onlangs overleden paus die een jongen met tbc zou hebben genezen. Dit opdat de man heilig kan worden verklaard.

‘Ik val voor de hoofdpersoon omdat hij ook z’n fouten heeft’, zegt Van Bellen. ‘Hij moet bijvoorbeeld heel snel huilen. Bij de woorden ‘thuis’ of ‘familie’ al. Het gaat er ook over dat hij fout zou zijn geweest in de Tweede Wereldoorlog. Hij geeft een interview aan een nazi-propagandazender, komt op een filmfestival tussen de nazikopstukken terecht. Maar in hoeverre besef je op zo’n moment dat je fout bent? Het is de tijd die dat uitmaakt.’

‘Ik heb er ook vandaag de dag moeite mee hoe snel iemand als fout wordt wordt bestempeld op sociale media. Zo’n Kevin Spacey die nergens voor is veroordeeld maar uit de serie House of Cards wordt geschreven. De filmpjes die hij daarover heeft gemaakt op Youtube vind ik fantastisch. Het is eigenlijk verkeerd. Hij speelt met de beschuldigingen van seksueel overschrijdend gedrag. Maar hij doet dat in die rol van een totaal pervers corrupt personage. Ik vind het kunstwerken.’

Historische figuur: Quentin Crisp

‘Hij is de man over wie An Englishman in New York van Sting gaat. ‘Be yourself no matter what they say’. Quentin Crisp was een zeer feminiene man die dat niet kon onderdrukken. En dus liep hij in het Londen van de jaren veertig over straat met een houding van: dit ben ik, dus accepteer het maar. Met gelakte nagels, geverfde haren en een sjaaltje. Hij is vaak in elkaar geslagen.’

‘In de film die in 1975 over hem verscheen, The Naked Civil Servant, is te zien hoe een groep dronken mannen een kroeg binnenvalt waar Crisp en andere vrouwelijke jongens zitten. De meesten prostituees, iets dat Crisp ook een half jaar is geweest. De leider komt op Crisp af en die beledigt hem juist extra. De man wil hem zo’n harde klap geven. Crisp zegt zoiets als: dan zul je zelf wel gay zijn en gefrustreerd. Dat denk ik ook altijd als ik mensen heel boos hoor zijn over gays. Dat helpt me in het verwerken van dat soort haat.’ 

Crisp wordt door de film beroemd en gaat theatershows geven. Van Bellen: ‘Op hoge leeftijd is hij verhuisd naar Manhattan. Daar, weg uit het Engeland dat hij verafschuwde, werd hij op handen gedragen. Ik heb hem er ooit gesproken. Net als in Londen stond hij gewoon in het telefoonboek. Hij wilde iedereen in de wereld ontmoetten, zei hij. Ik benaderde hem voor een aidsbenefiet in RoXY. Maar hij zei dingen die ik niet verwachtte. Dat het logisch was dat zo veel homo’s aids hadden omdat ze zo op seks jagen. Dat wilde je toen niet horen. Het hakte erin bij mij. Ook dat hij homoseksualiteit een ziekte noemde. Hij bedoelde dat in die zin dat, als je een heel vrouwelijke man bent of een heel mannelijke vrouw, dat wonden nalaat. Ik ben de laatste jaren zelf ook meer gaan inzien dat je eigenlijk als homo altijd beschadigd opgroeit. Crisp was in wezen een punk die de boel opschudde, ook binnen de homobeweging. Met veel humor. Een dandy.’

‘Fantastisch vind ik dat hij luiheid een van de mooiste dingen in het leven vond. Hij kon gewoon gaan zitten staren naar een stip op het behang. Daar benijd ik hem om. Hij maakte nooit schoon, want na vier jaar wordt je huis eigenlijk niet meer vuiler, beweerde hij. Aan het eind van zijn leven zei hij dat hij waarschijnlijk een transvrouw was geweest als hij jonger had geweten dat dat kon.’

Film: Female Trouble van John Waters

‘Begin jaren tachtig ontdekte ik deze film in een gayclub in Amsterdam, Dok. In een zitje. Ik kon niet horen wat ze zeiden. Toen heb ik hem in de bioscoop gezien en later op dvd gehaald. Het is zo’n shockerende film, die zo trapt tegen de maatschappij. Alles wat verkeerd is wordt in deze film totaal over the top behandeld. De hoofdpersoon gaat kwaad weg bij haar ouders omdat ze een bepaald soort schoenen niet krijgt voor Kerst, cha cha heels. Ze smijt haar moeder in de kerstboom en vertrekt. Ze wordt verkracht tijdens het liften, krijgt daaruit een kind dat ze mishandelt. Ze krijgt een buurvrouw die zoutzuur in haar gezicht gooit. Maar wordt ontdekt door een modekoppel waarvoor ze misdrijven pleegt en dat haar de mooiste op aarde vindt. Dat gaat ze geloven. Dan geeft ze een show in een nachtclub waarbij ze in een babybox telefoonboeken doorscheurt en erotische handelingen met vissen verricht. En dan trekt ze een pistool en vraagt ze aan het publiek: wie wil er sterven voor de kunst? Jaaaa, roepen ze. Dan begint ze ze neer te schieten. Later heeft Sid Vicious dat ook gedaan aan het eind van zijn versie van Sinatra’s My Way. Ik moet er ontzettend om lachen omdat het nergens over gaat, de camp zo voorbij is. Die smerigheid. De slechte smaak. Die trekt je los uit je normale manier van denken.’

Nummer: Laurie Anderson, O Superman

‘Ik was betoverd toen het uitkwam en nog bijna een keer per week heb ik het in mijn hoofd. En als ik juist iets verschrikkelijks in mijn hoofd heb, een Potje met Vet of zo, dan denk ik snel aan O Superman om het mee te verdrijven. Het is een medicijn.’

‘In het nummer is een stem op het antwoordapparaat eerst een moeder, maar die verandert in een andere onduidelijke figuur: You don’t know me, but I know you. Ik dacht: de man met de zeis of een God. Het wordt hemels: maak je niet zo druk, als je dood bent is het allemaal fijn en rustig. Pas nu kwam ik erachter dat het gebaseerd is op een aria uit Le Cid van Massenet die begint met ‘Oh Soeverein’.’

‘Het lijkt kil met die computergeluiden, maar voor mij is het een warme deken. Mijn probleem is dat ik het moeilijk vind om rust te vinden. Ik ben altijd druk en als ik het niet ben, maak ik me druk. Dat is slopend. Ik heb een tijdje suïcidale gedachten gehad, gelukkig nu niet meer. In 2015, 2016 was dat. Mijn vader ging dood, vier van mijn vrienden ook. Mijn eerste liefde én mijn beste vriend pleegden zelfmoord. Maar eerder in mijn leven had ik ook al fantasieën over hoe ik het zou doen. Ik dacht al vroeg dat op mijn grafsteen zou moeten komen te staan: ‘Hier ligt Joost van Bellen. Eindelijk rust.’ En dat vind ik in dit nummer. Het verbeeldt alles wat ik van de dood verwacht. Ik ben er niet bang voor.’

Djs: St. Paul (Nederland), Erol Alkan (internationaal)

‘Veel dj’s denken: het moet allemaal perfect zijn. Vroeger in RoXY kwam een rijtje mensen achter je staan. Dat noemde ik de mixpolitie. Daar werd ik een beetje zenuwachtig van. St. Paul en Erol Alkan durven nummers op te zetten waarvan ze totaal niet zeker zijn of die gaan inslaan. Waarvan ze soms zelfs weten dat de dansvloer waarschijnlijk even leegloopt. Soms is dat juist goed. Net zoals wanneer de elektriciteit uitvalt op een feestje. Als die weer aangaat, is het daarna dubbel feest.’

‘Ik vind dat je als dj moet proberen uit een harnas te breken. Sommige oudere muziek is handgedrumd. Het is moeilijk om dat te mixen met iets dat computergedrumd is. En dat af en toe helemaal erlangs zitten, vind ik juist leuk. Dan leeft het, dan is het echt. Het lef dat deze twee hebben. De drive om altijd nieuwe muziek te vinden. Dat is inspiratie. Geen dj buiten St. Paul kan zo van tempo wisselen terwijl er toch een spanningsboog in zit. En Alkan staat hoog aangeschreven als elektronische, edgy dj. Maar afgelopen zomer draaide hij voor mij op het Milkshake Festival in Amsterdam en sloot hij af met Abba’s Lay all your love on me. Hoe durf je! En dat werkte.’

‘Ik draai zelf ook graag nummers met vocalen. Sommige techno, zoals minimal, vind ik saai. Wat ze in de Berghain draaien in Berlijn, al is het dan de beroemdste club ter wereld. Fuck minimal. Ik ben van maximaal.’

CV

4 januari 1962 Geboren in Leiden.

1986-1999 Dj, resident dj en artistiek leider club RoXY.

1988 Introduceert met enkele andere dj’s house in Nederland.

1992-1996 Loveballs in RoXY, benefiets in de strijd tegen aids.

1997-2010 Oprichter en mede-eigenaar feestaannemersbedrijf Meubel Stukken.

1997 Eerste Speedfreax-feest, laat Nederlands publiek met UK Garage kennismaken.

2002-2005 Nachtburgemeester Amsterdam (met een collectief van gelijkgezinden).

2003 Start eclectische Clubavond Rauw. 

2005-heden Doet met partner Sander Stenger als Star Studded Studios de muziekregie voor modeshows.

Beeld Daniel Cohen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden