Acht vragen

Hoe gezond is 'wondergraan' quinoa eigenlijk?

Ineens is het overal: quinoa, het nieuwe superfood. Zo gezond, dat je wel gek zou zijn om het niet te eten. Of is de wonderkorrel toch alleen een hype?

Een quinoa-salade. Foto thinkstock

Het 'wondergraan' quinoa (spreek uit: 'kienwa') is niet aan te slepen. Waarom zijn we opeens zo dol op quinoa? Wat is het voor goedje en word je er echt gezonder van? En is het eigenlijk niet raar dat we quinoa uit Zuid-Amerika halen terwijl we ook Nederlandse havermout kunnen eten?

'Quinoa ligt al jaren bij mij in de schappen. Ik had er een vaste groep klanten voor', zegt Jaap Kuiper, tot voor kort eigenaar van natuurvoedingswinkel Puur - nu De Natuurwinkel - in Houten. 'Maar de laatste twee jaar is mijn omzet opeens meer dan verdubbeld, vooral door nieuwe eet-trends als raw food, superfood of glutenvrij. Ook de prijs is omhoog geschoten.' Quinoa is zo populair geworden, dat het nu zelfs in de supermarkt ligt, voor ruim 1 eurocent per gram. Een veelvoud van de prijs van rijst of couscous.

Waar komt deze hype vandaan?
'Trends komen steeds terug. Dit is eigenlijk een herhaling van de jaren zeventig en tachtig', zegt culinaire trendwatcher Anneke Ammerlaan. 'Toen was 'gezond eten' vooral een sociaal statement, maar de maatschappij is tegenwoordig veel individualistischer. We willen genieten én tegelijkertijd mooi, slank, fit en jong blijven.'

Wat precies 'gezond eten' is, is nu een persoonlijke keuze geworden, vindt Ammerlaan. Instanties als het Voedingscentrum voldoen niet meer, consumenten gaan steeds meer zelf zoeken naar een waarheid. Daarnaast willen mensen niet veel moeite voor hun voeding hoeven doen: ze eten liever superfoods. 'Als je elke dag een kommetje quinoa eet, een handje gojibessen of een 'supersmoothie' wegdrinkt, hoef je niet netjes volgens de Schijf van Vijf te eten, wordt er gedacht', zegt Ammerlaan.

Wat we eten, bepaalt ook steeds meer onze status. De zelfdiscipline om gezond te eten en slank te blijven, maakt dat we ons superieur voelen. Bijzondere, exotische producten uit de hele wereld, zoals quinoa, horen daarbij.

Quinoa wordt vaak gegeten als alternatief voor rijst of pasta. Foto anp

Wat is quinoa eigenlijk?
Geen graan, maar zaad. Het wordt al eeuwenlang geteeld op de koude, droge, winderige hoogvlakten van Peru en Bolivia, waar verder niks eetbaars wil groeien. Dit bracht de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, op het idee dat quinoa het wereldwijde voedseltekort zou kunnen verminderen. Dus riepen ze 2013 uit tot 'Jaar van de Quinoa'. Als onbedoeld neveneffect gaf dit een enorme impuls aan de beginnende westerse quinoa-hype. De vraag steeg explosief, steeds meer Peruaanse en Boliviaanse boeren gingen quinoa telen. Maar ook de VS en Europa gingen brood zien in quinoa.

Quinoa doet het prima in gematigde klimaten. In Nederland zelfs zo goed, dat de rijpe zaden na een regenbuitje spontaan ontkiemen in de aren, vertelt Peter Bauwens van 'bijzondere groenten'-tuinderij De Nieuwe Tuin in De Klinge, België. Hij verkoopt al jaren quinoa voor de hobbytuinder en levert onder andere quinoazaad voor de tuinen van het Amsterdamse restaurant De Kas, dat Nederlandse quinoa op de menukaart heeft staan. Daarnaast is de Dutch Quinoa Group (DQG) aan het experimenteren met grootschalige teelt, in navolging van projecten in Frankrijk, Engeland, België en Duitsland. Dit jaar zaaien dertien Nederlandse boeren 30 hectare quinoa in, met een verwachte oogst van 60 duizend kilo. En dit is nog maar het begin, zegt Rens Kuijten van de DQG. Binnen vijf jaar wil Kuijten 1.000 hectare inzaaien, goed voor pakweg 2.000 ton quinoa.

Is Nederlandse quinoa net zo goed als Boliviaanse?
Waarschijnlijk wel, en goedkoper. De teelt is simpel en kost minder water en bestrijdingsmiddelen dan bijvoorbeeld tarwe. Kuijtens door de universiteit van Wageningen geselecteerde 'nederrassen' hebben bovendien een hoger vezelgehalte. De zaadjes missen de bittere waslaag, die er bij Zuid-Amerikaanse quinoa moet worden afgewassen voordat je het kunt eten.

Is het wel zo'n goed idee om hier quinoa te verbouwen, in plaats van het te importeren? Ja en nee, zegt Sander van Bennekom van Oxfam Novib. De trek van platteland naar stad is een groot probleem in Peru en Bolivia. Door de stijgende vraag naar quinoa kunnen nu meer kleine boeren op hun eigen land blijven. Bovendien profiteren de boeren van de hogere prijzen. Aan de andere kant is quinoa voor veel Peruaanse en Boliviaanse consumenten onbetaalbaar geworden. Voedingstekorten liggen op de loer, zegt Van Bennekom. 'Zowel de boeren als de bevolking zouden gebaat zijn met een structureel iets hogere prijs, maar dit is te gek. En wat gaat er gebeuren als de hype instort? Dat wordt een drama voor de boeren.'

Een Boliviaanse boer teelt quinoa. Foto afp

Meer in havermout


De hoeveelheid gezonde voedingsstoffen in quinoa valt, nuchter bekeken, behoorlijk tegen. Zo is het vezelgehalte niet spectaculair: 3,5 gram per 100 gram, tegenover bijna 5 gram voor volkorenbrood en 7,5 gram voor oer-Hollandse havermout. Ook het vitamine- en mineralengehalte van quinoa blijkt niet opvallend hoog vergeleken met andere volkorengranen. Havermout bevat bijvoorbeeld al meer calcium. Van de meeste mineralen hebben we bovendien zo weinig nodig dat we daarvoor geen quinoa hoeven te eten.

Is polderquinoa dan misschien duurzamer dan import-quinoa?
'Het lijkt lood om oud ijzer', zegt Hans Blonk van milieuadviesbureau Blonk Consultants. 'Nu wordt de quinoa uit Zuid-Amerika nog kleinschalig verbouwd, op gronden die voor weinig anders geschikt zijn. Maar als het areaal door de grote vraag uitbreidt, kun je dezelfde problemen krijgen als bij sojateelt: vernietiging van natuurgebieden en verdringing van andere landbouwgewassen.

'Aan de andere kant is de teelt van Nederlandse quinoa nog allesbehalve efficiënt. Zo is de eiwitopbrengst per hectare drie tot vier keer zo laag als van bijvoorbeeld tarwe en amper eenderde van soja. Daardoor heeft polderquinoa een heel hoog landgebruik, terwijl grond hier schaars is en de teelt ten koste van andere, productievere gewassen gaat.'

Wat maakt quinoa zo gezond?
De gezondheidsclaims van superfoods zijn over het algemeen nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd, maar de hype duurt voort. Zo zou je, volgens superfoodadepten, quinoa moeten eten omdat het 'zeer veel eiwitten met vrijwel alle essentiële aminozuren, extra vitamines, mineralen en antioxidanten bevat.' Er zitten ook 'geen gluten, maar veel gezonde voedingsvezels' in. Kortom: je zou wel gek zijn als je géén quinoa eet.

Maar is dit wel zo?
Quinoa bevat vrij veel eiwit: ruim 16 procent, bijna dubbel zoveel als tarwe en zilvervliesrijst. De meeste planteneiwitten missen één of meer 'puzzelstukjes', aminozuren, waardoor ons lichaam ze niet optimaal kan benutten. Maar de eiwitsamenstelling van quinoa is vrijwel net zo compleet als die van ei of vlees. Dat hoogwaardige eiwit kun je goed gebruiken als je een arme Peruaanse boer bent, maar in onze westerse samenleving krijgen we al veel meer eiwitten binnen dan we nodig hebben.

Omdat plantaardige eiwitten het milieu minder belasten dan dierlijke, zou quinoa een duurzaam eiwitalternatief kunnen zijn voor mensen die minder of geen vlees willen eten, zegt het Voedingscentrum. Overigens net als peulvruchten of soja, waar wel 45 procent hoogwaardig eiwit in zit.

Foto reuters
Een quinoa-veld in Oruro, Bolivia. Foto afp

Quinoa is toch glutenvrij?
Quinoa bevat, net als bijvoorbeeld rijst, maïs, haver en boekweit, geen gluten: een speciaal eiwit in onder meer tarwe en spelt. Dat maakt quinoa hoogstens aantrekkelijk voor degenen die aan de ziekte coeliakie lijden, pakweg 1 procent van onze bevolking. Deze mensen lopen darmschade op als ze gluten eten. Maar voor de meeste mensen is glutenvrij eten volstrekt onnodig: sterker nog, de Nederlandse Coeliakie Vereniging raadt af om glutenvrij te eten als je niet voldoende kennis van zaken hebt. De kans dat je tekorten oploopt, is groot.

Superfood?
Dat is quinoa niet. Maar verder best een prima afwisseling voor rijst, pasta of muesli, zegt het Voedingscentrum. Of een alternatieve plantaardige vleesvervanger. Net als aardappels, linzen of havermout. Die zijn bovendien vele malen goedkoper.

Foto afp