ReportageNieuw thuis

Hoe gaat het met Layla en Mohannad, die in 2015 naar Nederland vluchtten? ‘Het was het waard, ondanks alles’

Mohannad, Layla, Ziad en Ibrahim. Mohannad: ‘Voor het eerst in mijn leven heb ik een paspoort. Dat betekent echt veel voor mij.’Beeld Foto Marcel van den Bergh / bewerking Lynne Brouwer

Openhartig vertelden Mohannad en Layla in het najaar van 2015 aan de Volkskrant over hun moeizame eerste maanden in Nederland. Hoop hield hen op de been: ze zouden snel de taal leren en allebei een baan zoeken. Hoe gaat het nu met het gezin?

Mohannad El Jechi richt de onderwaterlantaarn op de vitrage voor het raam van zijn rijtjeshuis in Nijmegen. ‘Zie je? Fel lampje, hè?’ Daarna laat hij zijn speciale notitieblok voor onder water zien – ‘met een houtskoolpennetje’ – en zijn pronkstuk: een duikbril met verlichting en ingebouwde camera voor het onderzees filmen en fotograferen.

Het is een warme vrijdagavond, Mohannads vrouw Layla is net opgehaald door de rijinstructeur die haar naar het praktijkexamen moet loodsen. ‘Daar komen zijn juwelen’, zei ze vlak voor vertrek spottend, toen Mohannad de woonkamer kwam binnengezeuld met zijn grote zwarte kist vol duikspullen.

Zo om de maand haalt hij de kist tevoorschijn. Hij laat dan de duikaccessoires een voor een door zijn handen glijden. Niet omdat hij ze hier in Nederland nodig heeft, maar omdat ze hem herinneren aan andere tijden. Betere tijden? Zeker niet in alle opzichten. Maar wel tijden waarin Mohannad als instructeur en onderwaterlasser zijn geld nog kon verdienen met wat hij het liefste doet: duiken.

Het begin

Het is bijna vijf jaar geleden dat Layla (39) en Mohannad (43) zich met hun kinderen Ziad (13) en Ibrahim (12) aanmeldden als asielzoekers in Ter Apel. Tot 2015 leefden ze als Syrische Palestijnen zonder paspoort afwisselend in Syrië en Saoedi-Arabië. De Syrische oorlog dreef hen in een bootje de Egeïsche Zee op.

De Volkskrant volgde de lotgevallen van het gezin sinds hun verblijf in het Nijmeegse Heumensoord, waar in het najaar van 2015 drieduizend migranten sliepen in een tentenkamp in de bossen. De familie vertelde openhartig over alle dilemma’s die het verblijf daar met zich meebracht. Van de verveling en het gebrek aan onderwijs voor hun zoontjes tot de geluidsoverlast van seksende medebewoners. Later verhuisden de El Jechi’s naar de asielzoekerscentra van achtereenvolgens Lelystad, Wageningen, Arnhem en wederom Nijmegen – de lievelingsstad van de familie, waar ze uiteindelijk ook een sociale huurwoning kregen toebedeeld in Hatert, een voormalige Vogelaarwijk.

De eerste tijd in Nederland was lastig, met de spanning over de asielprocedure en veel verhuizingen in korte tijd. Maar hoop hield Mohannad en Layla op de been. Ze zouden spoedig Nederlands leren en allebei een baan zoeken. Mohannad droomde ervan opnieuw onderwaterlasser te worden, en anders wellicht automonteur. Layla wilde net als in het Midden-Oosten weer aan de slag als kapper of visagist. Voor hun kinderen zagen ze de toekomst in Nederland zonnig tegemoet. ‘Als ze hier hun best doen, is alles mogelijk’, zei Mohannad destijds. ‘Dan worden ze misschien wel arts of advocaat.’

Hoe gaat het vijf jaar later met Layla en Mohannad?

Mohannad werkt niet als onderwaterlasser, zoals hij had gehoopt, maar zet rolluiken in elkaar in een fabriek. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Uitzendbanen

Mohannad controleert op de gele bestellijst welk motortje er bij het rolluik hoort en schroeft het ding vast in de aluminium ophangkast. Prrrt! Kap erop en in het rek. Het is dinsdagochtend op een industrieterrein in het Brabantse Cuijk. ‘Hij is van mij’, zingt Tabitha op de radio, maar haar stem komt nauwelijks boven de herrie in de fabriek uit.

Elke ochtend om 6 uur begint Mohannad hier aan het in elkaar zetten van de ophangkasten van rolluiksystemen. Toen hij hier een jaar geleden als uitzendkracht begon, deed hij een uur over één kast. Tegenwoordig maakt hij er soms vijftig op een dag.

Dat komt goed uit, want in de coronacrisis blijkt Smits Rolluiken en Zonwering B.V. een onverwachte winnaar. Thuiswerkers ergeren zich kennelijk massaal aan zonnestralen die weerkaatsen in hun laptopscherm, vertelt de leidinggevende van Mohannad, die hem consequent aanspreekt als Mohammed. Flexwerkers uit alle windstreken, van Somalië tot Portugal en Roemenië, draaien deze zomer overuren om aan de enorme vraag te kunnen voldoen.

Mohannad heeft wel geprobeerd werk te vinden dat meer in het verlengde ligt van zijn arbeidsverleden, vertelt hij in een mengelmoes van Engels en Nederlands – de taal gaat hem nog niet gemakkelijk af. Het moet twee jaar geleden zijn dat een medewerker van een uitzendbureau hem uit de droom hielp. ‘Ik ga heel eerlijk tegen je zijn’, hoorde Mohannad de intercedent zeggen. ‘Je bent boven de 40 en je hebt tweeduizend geregistreerde duikuren. Voor een bedrijf dat een technisch duiker zoekt, is dat een veel te groot risico. Je bent als een oude auto met 200 duizend kilometer op de teller.’

Die boodschap hakte erin. Sindsdien heeft Mohannad alle uitzendbanen aangenomen die voorbijkwamen. Altijd tijdelijke contracten, drie maanden hier, zes maanden daar. Heftruckchauffeur bij Smiths Medical, lassen bij Caterpillar, en nu dus al bijna een jaar rolluiken in elkaar zetten bij Smits Rolluiken. Hoop op een vast contract heeft Mohannad niet. ‘Daar ben ik blijkbaar te oud voor.’

Het is soms frustrerend, vindt Mohannad, dat zijn ervaring zo weinig waard is. Zo zegt hij moeiteloos een auto uit en ook weer in elkaar te kunnen schroeven. Maar ook een automonteur moet zijn kunde kunnen aantonen. ‘In Nederland heb je voor alles een diploma nodig.’

Soms heeft oudste zoon Ziad geen zin in zijn huiswerk. ‘Dan zeg ik tegen hem: weet je nog dat ik vroeger een goede baan had? Nu loop ik te zwoegen in een fabriek. Dat is het verschil tussen wel en geen diploma hebben in dit land, dus doe nou maar je best op school.’

Ziad knikt in zo’n geval begripvol. ‘En 30 seconden later is hij het alweer vergeten’, verzucht Mohannad. ‘Het is natuurlijk een puber.’

Nederland papierenland

Ziad rolt met zijn ogen terwijl zijn moeder Layla alwéér een ander T-shirt voor zijn borst houdt. Staat die witte hem nou beter of die grijze? Samen met zijn broertje Ibrahim zijn ze in de Nijmeegse Primark om kleding te kopen voor het nieuwe schooljaar. Ziad gaat voor het eerst naar de middelbare school: een gecombineerde brugklas vmbo kader en theoretisch op Het Rijks.

‘De meester zei dat ik eigenlijk alles op havoniveau kan, behalve de taal’, zegt Ziad. Ibrahim, die na de vakantie in groep 8 begint, kreeg een soortgelijke boodschap. ‘Ik versta alles in het Nederlands’, zegt Ibrahim. ‘Maar zelf praten vind ik moeilijker, om de goede woorden te vinden.’

Het maakt niet uit, zegt Ziad, want na het vmbo gaat hij havo doen en dan kan hij naar de opleiding om ict-programmeur te worden. ‘Net als twee van mijn ooms. Ik kan al programmeren, daarom wil ik dat ook worden.’

Bij vanHaren zoekt Ziad binnen vijf minuten een rugzak uit waar zijn laptop in past. Ibrahim wil er ook een. Vooruit dan maar, zegt Layla, het tweede artikel heeft 50 procent korting. Bij budgetwinkel Flying Tiger kan vervolgens de rest van Ziads boodschappenlijstje worden afgevinkt: pennen, potloden, een liniaal en een lunchtrommel.

‘Zo’, zegt Ziad triomfantelijk als hij met zijn moeder en broertje weer buiten staat. ‘Ik zei toch dat we in een halfuur klaar zouden zijn?’ Dan kunnen ze nu weer iets leuks gaan doen. Naar de winkel waar ze Playstation-spelletjes verkopen, bijvoorbeeld. Layla slaat dramatisch haar handen voor haar oren. Ze wil niks meer horen over gamen, de zomervakantie is afgelopen. ‘Niks Playstation, jullie moeten vanaf nu hard aan het werk.’

Layla en haar zoons kopen schoolspullen in het centrum van Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Layla heeft deze doordeweekse ochtend tijd om te winkelen, omdat haar uitzendcontract van zes maanden bij NAF, een fabriek die glazen ampullen produceert, onlangs niet werd verlengd. Vanwege haar hoofddoek, vermoedt Layla. Ze kreeg het verzoek in de fabriek een kleinere turban te dragen, in plaats van een sjaal die ook haar nek bedekt. Dat deed Layla, terwijl ze niet begreep waarom het belangrijk was. ‘Iedereen moet in die fabriek een haarnetje op, dus wat maakt het uit?’

Twee Poolse collega’s hadden het volgens Layla op haar gemunt. ‘Ze klaagden steeds bij de baas over mij. Volgens mij omdat ze niet van moslims houden.’

Nu twijfelt ze tussen twee nieuwe uitzendbanen. De ene is voor halve dagen in het magazijn van een kledingwinkel. ‘Dat is maar 20 uur per week, dan verdien je niet veel.’ De andere baan is wel fulltime: productiewerk op een lab. Daar zou ze twee weken per maand tot middernacht moeten werken. Ze vreest dat ze er niet genoeg kan zijn voor haar kinderen, als ze zo veel avonden van huis is.

Sommige vriendinnen zeggen dat ze niet zo moeilijk moet doen. Als je berekent hoeveel huursubsidie en zorgtoeslag worden gekort als beide partners werken, kun je het misschien net zo goed niet doen. Maar Layla is er de vrouw niet naar om thuis te zitten. ‘Dat vind ik saai.’

Ze wil graag weer als kapper en visagist aan de slag, het liefst in een eigen zaak alleen voor dames. ‘Daar is echt wel vraag naar onder moslimvrouwen in Nijmegen.’ De contactpersoon bij de gemeente die haar begeleidde, zei dat ze dan eerst een kappersdiploma moet halen. ‘Ik heb achttien jaar ervaring met knippen!’, zegt Layla verwonderd. Ze heeft gekeken naar een deeltijdopleiding, maar die kost 3.000 euro.

‘Welkom in Nederland papierenland’, zegt Layla. Haar Nederlands is veel vloeiender dan dat van haar man.

Een eigen paspoort

Op de vensterbank in de Nijmeegse woonkamer staat een foto van Layla en Mohannad in een kabelbaan. Deze zomer waren ze met de familie een dagje naar Plopsa Coo, een pretpark in de Belgische Ardennen. Een mooi uitje, zegt Mohannad, maar wel duur. ‘Ik was aan het eind van de dag 300 euro kwijt. Daar moet ik bijna een week voor werken in de fabriek.’

Vakanties met het gezin zoals ze die vroeger vierden, zitten er voorlopig niet in. Materieel hebben ze het in Nederland lang niet zo goed als ze het ooit in het Midden-Oosten hadden. Dat is soms lastig uit te leggen aan de kinderen, nu ze ouder worden en smeken om een nieuwe telefoon, een spelcomputer of een laptop. ‘Ziad begon laatst zelfs al over een scooter’, moppert Mohannad. ‘Nee, natuurlijk krijg je die niet.’

Toch is het het allemaal waard geweest, zeggen Mohannad en Layla – de levensgevaarlijke bootreis, de vele verhuizingen in het begin, het geworstel met de Nederlandse grammatica en het geploeter in fabrieken voor 10 euro per uur.

Op een video uit september 2019 is te zien hoe de familie onder luid gejoel en applaus het Nederlanderschap in ontvangst neemt, op het stadhuis in Nijmegen. Als stateloze Palestijnen konden ze na drie jaar verblijf in Nederland aanspraak maken op naturalisatie. ‘Voor het eerst in mijn leven heb ik een paspoort’, zegt Mohannad. Al zal hij al die bestemmingen misschien nooit bezoeken, als hij nu op Google opzoekt welke landen hij allemaal zonder visum in kan, voelt hij zich trots. ‘Als Palestijn ben je nergens welkom. Ik moest zelfs een visum aanvragen om naar de wc te gaan’, spot hij. ‘Dat paspoort betekent echt veel voor mij.’

De gedachte dat hun zoons opgroeien op een veilige plek, met gelijke rechten en kansen, heeft Mohannad en Layla een rust gebracht die ze nooit eerder in hun leven hebben gehad. ‘We hebben jaren in Saoedi-Arabië gewoond, maar daar had ik nooit een gevoel bij’, zegt Layla. Ze legt haar hand op haar hart als ze zegt: ‘In Nederland voel ik me thuis.’

DE VLUCHTELINGENCRISIS, 5 JAAR LATER

Bijna de helft van de Syrische vluchtelingen voelt zich nu, vijf jaar later, Nederlander
Hoe vergaat het de duizenden Syriërs die in 2015 en begin 2016 naar Nederland kwamen? Ze willen graag meedoen in de samenleving, al lopen ze daarbij tegen problemen op.

Syrische kinderarts Amani Ballour: ‘Het zwaarst was om te kiezen wie zou sterven’
Als hoofd van een ondergronds ziekenhuis in Syrië behandelde Amani Ballour talloze slachtoffers van chemische aanvallen en bombardementen. De inzet van de kinderarts voor vrouwen en meisjes in conflictgebieden ligt nu stil door de coronacrisis.

Anderhalf miljoen vluchtelingen zochten in 2015 hun heil in Europa. Wat is er werkelijkheid geworden van alle hoop en vrees? Vijf jaar later onderzoeken we het in een special. Op deze pagina vind je alle stukken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden