Reconstructie

Hoe Emi Stikkelman, kind van een zaaddonor, na 17 jaar haar vader vond

'Goh, daar zit ik dan naar mijn dochter te kijken'

Jarenlang was Emi Stikkelman (32), kind van een zaaddonor, op zoek naar haar biologische vader. Diverse pogingen mislukten. Tot ze na een lange zoektocht samen met haar halfzus ineens tegenover hem zat. Hij was de psycholoog, zij de patiënt.

Emi Stikkelman. Foto Linelle Deunk

November 2016

Ze rijdt eerst een keer langs het bedrijfspand om te kijken of er echt niemand meer is. Het is woensdagavond half acht, de werkdag is ruimschoots voorbij, maar je weet het nooit. In de psychologenpraktijk brandt geen licht. Emi Stikkelman (32) parkeert haar auto en stapt uit. Haar halfzusje Maartje Meuwissen volgt haar naar de ingang van het gebouw. Dit is dus de plek waar hij elke dag komt: hun biologische vader, de grote onbekende. De mysterieuze figuur die niet van hun bestaan afweet en desondanks zo'n grote rol speelt in hun leven. Het is voor het eerst dat ze op een fysieke plek zijn waarvan ze zeker weten dat hij er ook was. Misschien nog maar enkele uren geleden.

Ze lopen samen een rondje om het gebouw. Eigenlijk is er niks te zien. Toch voelde zijn bestaan nooit eerder zo echt. Ze maken een selfie met het bord met het bedrijfslogo. Haar zusje wijst op een paar blauwe vuilniszakken. Misschien zit daar wel iets in van hem? Nee, in vuilnis graaien zou te belachelijk zijn. 'We lijken wel stalkers', zegt Stikkelman.

Zeventien jaar is ze al op zoek. Het voordeel van een vader die alleen in je fantasie bestaat, is dat je jezelf altijd kunt wijsmaken dat hij trots en blij zou zijn als hij van je bestaan afwist. Nu stapt Stikkelman voor het eerst zijn realiteit binnen. En behalve nieuwsgierigheid naar de man die in de jaren tachtig als anonieme donor zijn sperma achterliet in een Leidse kliniek, komt er angst boven. Wat als hij niets van haar wil weten?

Toen

Al op haar derde stelde Stikkelman haar moeder vragen over haar vader, was hij soms dood? Stukje bij beetje kreeg ze gedurende haar jeugd het hele verhaal te horen. Haar moeder had een relatie met een man die zelf al vader was en geen eigen kinderen meer wilde. Dus kwam ze terecht bij de spermabank in Leiden. In september 1984 kwam Emi ter wereld. De vriend had haar moeder al verlaten.

Eigenlijk zolang ze zich kan herinneren is Stikkelman bezig met vragen en fantasieën over haar vader. Op haar zestiende deed ze, tevergeefs, een zoektocht met het tv-programma Spoorloos. Ze weet enkel wat in haar donorpaspoort staat: hij is geboren in 1960, studeerde psychologie, waarschijnlijk in Leiden, is 1.80 lang en heeft blauwe ogen en donkerblond krullend haar.

Sinds 2004 is het anoniem doneren van sperma in Nederland niet langer toegestaan. Ieder kind heeft het recht zijn afkomst te kennen. Uit Stikkelmans ervaring blijkt wel waarom: de onduidelijkheid over haar vader is een rode draad van onrust in haar leven. Bij alle veranderingen is de gedachte aan haar vader aanwezig, soms op de voorgrond, soms meer op de achtergrond. Maar altijd is er die leegte van het niet weten. Haar moeder is een lieve vrouw die door psychiatrische klachten worstelt met het leven. Zelf is Stikkelman doortastend en optimistisch. Zou ze dat van hem hebben?

Commerciële databank wijst weg naar anonieme zaaddonor. Lees hier meer.

Els Leijs Foto Linelle Deunk

Juli 2016

Stikkelman spuugt het witte plastic buisje vol tot aan het streepje. Ze mengt de buffervloeistof erdoorheen en draait de dop erop. Dit dna-monster gaat straks per intercontinentale post naar de Amerikaanse dna-databank 23andMe, net als het buisje speeksel van haar moeder. Stikkelman heeft een besluit genomen: ze gaat nog één keer op zoek naar haar vader.

Haar leven lang is haar verteld dat hij een altruïstische daad heeft verricht: hij hielp vrouwen met hun kinderwens. En als hij niet gevonden wil worden, moest Stikkelman dat misschien respecteren. Lang is ze meegegaan in dat verhaal.

Maar inmiddels heeft ze een punt bereikt dat ze het niet langer volhoudt. Zij heeft er toch niet voor gekozen om zo op de wereld te worden gezet? En hoezo is zaad doneren een altruïstische daad? In feite heeft haar vader al afstand gedaan van zijn kinderen nog voor ze waren geboren. Noem dat maar helpen.

In 2010 heeft zij door een artikel in de krant haar halfzusje Maartje Meuwissen gevonden. Maartjes moeder zag Stikkelmans foto staan bij een verhaal over donorkinderen en herkende trekken van haar eigen dochter. Een dna-test wees uit dat de twee jonge vrouwen inderdaad afstammen van dezelfde spermadonor.

Sindsdien voerde Stikkelman vele gesprekken met haar halfzus. En die sterkten haar in haar vastberadenheid: ze móet die man vinden, ook al wil hij dat niet. Het is toch niet normaal dat zij als 30-jarige op straat elke vijftigplusser loopt te scannen, zich afvragend of die het misschien is, of die? Ze heeft een relatie, vrienden, maar toch voelt ze intense eenzaamheid en een gemis vanbinnen.

Dus stuurt ze nu haar buisje op naar de Amerikaanse databank, en later ook naar twee andere wereldwijde dna-databases. Miljoenen mensen hebben hier al vrijwillig hun genetisch materiaal laten registreren om zo meer te weten te komen over hun afkomst. Stikkelman weet dat ze zoekt naar een speld in een hooiberg, maar ze moet het proberen.

September 2016

Stikkelman zet de zoveelste naam tussen aanhalingstekens in Google. Ze scrollt door het LinkedIn-profiel van de man. Zou dit hem kunnen zijn? Tja, hij heeft wel krullen, maar verder? Ze voert zijn gegevens in in het Excel-sheet. Avondenlang zit ze zo nu al te googelen.

Via via is Stikkelman in contact gekomen met een historicus die beschikt over oude almanakken van alle Leidse studenten. De almanak van 1983 heeft ze in Polen laten digitaliseren en gefilterd op relevante namen: alleen mannelijke psychologiestudenten vanaf 1977. Zo heeft ze een 'longlist' van driehonderd mannen overgehouden die haar vader kunnen zijn. Met een 'Google-protocol' trekt ze stuk voor stuk de namen na - ook haar vriend en de moeder van haar halfzus speuren mee.

Sommige mannen kunnen ze direct afstrepen, bijvoorbeeld vanwege een Aziatisch uiterlijk. Een enkeling vertoont zulke gelijkenissen met Stikkelman dat die op de 'shortlist' wordt gezet. Maar de meerderheid belandt op het stapeltje 'zou kunnen'. Het googelen maakt haar soms moedeloos. Gaat ze hem zo ooit vinden?

Oktober 2016

Ze ontvangt een nieuw bericht van de dna-databank Ancestry.com: er is een match gevonden in Australië. Uit het genetisch profiel van deze vrouw van rond de zestig blijkt een connectie met Stikkelman: een van haar overgrootouders moet een broer of zus zijn geweest van een grootouder van deze vrouw.

Oftewel: de Australische is een achternicht van Stikkelmans vader of moeder.

Het dna van haar moeder staat in een andere database, maar op de website GedMatch kunnen deelnemers van alle dna-databanken gratis hun 'raw dna' uploaden. De Australische werkt hieraan mee. Tot Stikkelmans vreugde blijkt de vrouw niet verwant aan haar moeder.

Een achternicht van haar vader, zo dichtbij is ze nog nooit geweest. Maar wat kan ze hiermee? Ze stuurt een bericht aan familiedetective Els Leijs, die ze kent uit een Facebookgroep over dna-onderzoek. 'Wát, je hebt een second cousin gevonden?', schrijft die enthousiast. 'Dan vinden we je vader.'

Leijs deed eerder familieonderzoek voor onder meer Spoorloos en heeft nu haar eigen bureau. Ze traceerde voor adoptiekinderen al menig biologische ouder. De laatste tijd is zij gefascineerd door de mogelijkheden van commerciële dna-databanken. Met name in de VS wonnen die in korte tijd aan populariteit. De grootste, Ancestry.com, telt naar eigen zeggen ruim 4 miljoen dna-profielen. Hoe meer mensen zich tegen betaling registreren, hoe meer er te traceren is.

De familiedetective helpt Stikkelman een stamboom te reconstrueren. De Australische achternicht geeft hen de namen van haar grootouders - die van moederskant blijken Nederlands. Dankzij archieven achterhaalt Leijs de broers en zussen van dit koppel. Een deel valt af als potentiële overgrootouder, bijvoorbeeld omdat ze geen kinderen hadden.

Familieonderzoeker Els Leijs helpt met haar bureau onder anderen adoptiekinderen, kinderen van onbekende vaders en donorkinderen om hun biologische ouders te traceren. Ze is adviseur van de door Emi Stikkelman opgerichte stichting Donor Detectives. Die stichting ondersteunt kinderen van anonieme zaaddonoren bij het zelf zoeken naar hun biologische vader, bijvoorbeeld via dna-databanken.

Op 24 oktober krijgt Stikkelman te horen dat Leijs op deze manier tot een lijstje van acht mogelijke achternamen van haar vader is gekomen. Stikkelman opent op haar laptop de namenlijst uit de studentenalmanak. Leijs kijkt via Facetime mee en spelt een voor een de acht namen uit. Stikkelman voert ze in in de zoekfunctie. Eén naam komt inderdaad in de almanak voor.

Deze naam was door Stikkelman nog niet aan het Google-protocol onderworpen - ze is pas halverwege de 'longlist'. Nu tikt ze hem alsnog in in de zoekmachine. Een website van een psychologenpraktijk is een van de eerste hits. Er staan foto's van medewerkers op. 'Kijk die ogen', gilt Stikkelman opgewonden tegen Leijs. Dit moet hem zijn.

December 2016

Zenuwachtig bladert Stikkelman door een tijdschrift uit de leesmap in de wachtkamer. Ze wijst haar zusje op een idiote advertentie voor babyvoeding. Er vliegt ineens een deur open. Is hij het? Nee, er klinkt een vrouwenstem.

Hoe confronteer je je donorvader met de wetenschap dat jij zijn kind bent? Moesten ze hem schrijven? Een brief kan door iemand anders worden opengemaakt. Verkeerd bezorgd. Of worden genegeerd. Stikkelman en haar zus vonden het beter om het hem persoonlijk te vertellen. Als hij hen wilde afwijzen, dan maar recht in hun gezicht.

Ze hadden hem misschien ergens kunnen opwachten. Maar dat leverde in hun hoofd chaotische scenario's op. Toen bedacht Stikkelman dat ze een consult konden boeken. Dan zaten ze tenminste in de vertrouwelijkheid van zijn spreekkamer. Niet iedereen in hun omgeving vond het de geëigende weg, maar de zussen waren het eens: Stikkelman zou zich aanmelden als cliënt. De afspraak maakte ze voor het eind van de vrijdagmiddag, zodat hij een weekend zou hebben om bij te komen. Stikkelman liet weten dat ze ter ondersteuning bij het eerste consult haar zus meenam.

Veel te vroeg zijn ze vanmiddag naar deze plek gereden. Twee uur lang zaten ze in een koffiebar om de hoek. Om de tijd te doden hielpen ze het meisje achter de balie met het inpakken van Sinterklaascadeautjes. Nog steeds te vroeg voor de afspraak zijn ze neergestreken in deze wachtkamer. Er gaan deuren open en dicht, maar niet voor hen.

Dan klinkt ineens een vriendelijke mannenstem die iemand veel sterkte wenst. De psycholoog richt zich daarna tot de wachtkamer: 'Het gezelschap Stikkelman.' Hij draagt een veel te grote vaalgele trui en ziet er jonger uit dan op de foto. Die ogen, denkt Stikkelman. Ze ontwijkt zijn blik terwijl ze hem een hand geeft, bang dat hij dezelfde gelijkenis opmerkt en hen meteen wegstuurt. Ze doet haar best niet in huilen uit te barsten.

In zijn spreekkamer hangen foto's van een hond en van reizen. Geen kinderen. De psycholoog begint een hartelijk introductiepraatje, overhandigt zijn visitekaartje en legt uit hoe de organisatie werkt. Ze staart naar zijn gebaren. Met haar zus heeft Stikkelman afgesproken dat ze het onderwerp zo snel mogelijk aansnijden. Maar hij blijft maar praten.

Dan zegt de psycholoog dat het ongebruikelijk is dat er een derde persoon aanschuift bij een sessie. 'Daar wil ik wel iets over zeggen', zegt Stikkelman met piepstem. Ze stamelt dat ze halfzussen zijn. En barst in snikken uit.

De psycholoog krabbelt op zijn notitieblok al een aanzet voor een stamboom. Haar zus neemt het over, legt uit dat ze elkaar nog maar een paar jaar kennen en afstammen van dezelfde donor uit Leiden. 'We weten alleen dat hij blond haar heeft en blauwe ogen.'

Stilte. 'Ik denk dat ik wel weet waar jullie naartoe willen', zegt hij. 'Dit is een oneigenlijke aanmelding voor een consult.' Stilte. Hij begint een algemeen verhaal over dat donoren in het verleden toch altijd anoniem waren. Het is alsof hij al pratend probeert zichzelf te herpakken.

Na 20 minuten komt het hoge woord eruit: hij was inderdaad zaaddonor in de jaren tachtig. 'Ik denk dat jullie je huiswerk goed hebben gedaan.' Stikkelman meent iets van trots te ontwaren in de manier waarop hij dat uitspreekt.

Hij vertelt over zichzelf, vraagt naar hun levens. Na een half uur zegt de psycholoog: 'Goh, daar zit ik dan naar mijn twee biologische dochters te kijken.' Zei hij dat echt, dochters? Stikkelman had niet durven dromen dat hij dat woord in de mond zou nemen. Ze praten, twee uur lang. Hij vertelt dat hij getrouwd is, bewust geen kinderen heeft gekregen en dat zijn vrouw niet weet dat hij zaaddonor was.

Bij het afscheid zegt de psycholoog dat hij het nieuws moet laten bezinken. Stikkelman wil het visitekaartje met telefoonnummer teruggeven, ze hebben het immers onder valse voorwendselen gekregen. Hij staat erop dat ze het meenemen. 'Ik wil dat jullie weten dat ik opensta voor contact. En dat gaat niet veranderen.'

Naschrift

Emi Stikkelman en Maartje Meuwissen hebben nu beiden geregeld goed contact met hun biologische vader en maakten inmiddels ook kennis met enkele andere familieleden van vaderskant. Beiden zeggen door de ontmoeting veel rust en antwoorden te hebben gevonden. Hun vader wil niet met zijn naam in dit artikel worden vermeld, omdat nog niet iedereen in zijn omgeving weet dat hij donor is geweest.