Hipste stad van Oostenrijk

Graz heeft het Hans-en-Grietje-imago van zich afgeworpen. De Oostenrijkse stad pronkt nu met een museum in de vorm van een bubbel en restaurants waar je fingerfood kunt eten....

Waar zijn de geraniums? We zijn in Oostenrijk tenslotte. In Graz, weliswaar een van de grootste steden van het land, maar wel eentje die lieflijk om een smal riviertje ligt gevouwen dat uit de omringende heuveltjes komt aankronkelen. Landelijk, er is geen ander woord voor. Op zaterdagochtend zijn de boeren en boerinnen uit de provincie – Stiermarken – naar de stad gekomen en hebben hun producten uitgestald onder de kastanjebomen van de Kaiser Josef Platz tegenover het Operagebouw.

Blozende koppen en verweerde gezichten achter kraampjes met aardappelen, groenten, fruit, worsten, pompoenpitolie, zelfgemaakt gebak en pruimenjam. En bloemen, veel bloemen. Maar nauwelijks een geranium te bekennen, ook niet in de gemeentelijke perken en plantenbakken. Alsof Graz dat symbool van tuttigheid heeft verboden.

Het zal wel toeval zijn, maar het lijkt of de stad er een statement mee wil maken. Graz wil de meest avant-gardistische stad van Oostenrijk zijn en doet er alles aan het oude te doorbreken met nieuwe vormen, nieuwe architectuur. Dat is het beste te zien vanaf de Schlossberg die met zijn klassieke klokkentoren hoog boven de stad uittorent. Je kunt een steil pad beklimmen dat langs de rotswand omhoog zigzagt, maar in het binnenste van de berg is een moderne glazen lift verscholen die met zijn blauwe neonlicht en strakke ontwerp niet zou misstaan in een sciencefictionfilm.

De berg werd smalend wel ‘Pensionistengletscher’ genoemd: op maat gemaakt voor bejaarden die er op warme dagen een glaasje kwamen drinken met uitzicht op de dakenzee. (Vooral dankzij die daken is Graz op de werelderfgoedlijst van Unesco gekomen.) Maar onder de terrassen op de berg zit inmiddels ook Aiola Upstairs, waar je fingerfood kunt eten in designstoelen onder hippe parasols.

Beneden golven rode daken in een onnavolgbaar patroon: lange aaneengesloten rijen dakpannen, nu eens kaarsrecht, dan weer met een kronkel in hun nok, zoals het de oude bouwmeesters uitkwam. Ergens in het midden van al dat rood ligt een blauwe, spiegelende bubbel. Het is het nieuwe, avant-gardistische Kunsthaus, een futuristische onderbreking tussen de uientorens en Hans- en Grietje-daken, ontworpen door de Londense architecten Peter Cook en Colin Fournier. De asymmetrische bubbel heeft organische afgeronde vormen en uitsteeksels die wat weghebben van afgesneden aders. Het huisvest een kleine, maar uitgekiende collectie met werk van onder anderen Sol LeWitt, Bruce Nauman, Richard Long en Jan Dibbets.

Het Kunsthaus dateert uit de tijd van de sprong voorwaarts die Graz maakte toen de stad in 2003 werd uitgeroepen tot een van de culturele hoofdsteden van Europa. Kosten noch moeite werden gespaard om het klassieke Graz een moderne slinger te geven. Zo veel kosten dat de Kronenzeitung onlangs gewag maakt van een enorm gemeentelijk begrotingstekort.

Het Kunsthaus was niet de enige toevoeging. In het snelstromende riviertje de Mur dat voor het museum langs stroomt, bouwde de Amerikaanse architect Vito Acconci in opdracht van de stad een eiland van staal in de vorm van een zeeschelp. Twee voetgangersbruggetjes verbinden de schelp met de oevers. Er is een amfitheatertje en je kunt er koffie drinken met uitzicht op de Schlossberg en het Kunsthaus.

Is Graz geslaagd in z’n zelfgestelde opdracht? Het hart van de stad blijft de geschiedenis vertellen in de stijlen van de gotiek, de Renaissance, barok en Jugendstil. Het waren Italiaanse kunstenaars en architecten uit de 16de eeuw die Graz een haast meditterane flair meegaven met veel pleinen, hofjes, binnenplaatsen en pastelkleuren.

Nieuwe architectuur vind je verder vooral buiten het centrum, achter het station dat ook al een facelift kreeg in de aanloop naar 2003. Maar Graz, een studentenstad, zindert van de culturele evenementen. In de herfst loopt hip Oostenrijk uit voor het drie weken durende festival Steirischer Herbst met moderne dans, zang, performances en videokunst.

Dan zit het strakke, nieuwe Augarten-hotel (‘art & design’) bij het centrum tot de nok toe vol. De hal, het trapportaal en de kamers bieden plaats aan een uitgebreide collectie moderne kunst. Op een van de schilderijen is in schreeuwende kleuren de beroemdste zoon van Stiermarken afgebeeld; Arnold Schwarzenegger, de republikeinse gouverneur van Californië. Aanvankelijk waren ze trots op hem in Graz. Ze noemden hun voetbalstadion naar hem. Maar toen de gouverneur de doodstraf liet voltrekken aan een voormalige straatbendeleider, ging de bevolking van Graz uit protest de straat op en begonnen lokale, progressieve politici een actie om het stadion een andere naam te geven. Schwarzenegger hield de eer aan zichzelf en trok het recht in zijn naam nog langer te gebruiken.

Sinds eind 2005 heet de voetbaltempel weer gewoon het Stadion Graz-Liebenau.

Ze hebben Schwarzenegger in Graz niet meer nodig voor hun zelfrespect. Ze hebben hun avant-garde en hun begrotingstekort. Dat laatste zal de argeloze cultuurtoerist een zorg zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden