Onze gids deze weekJonas Jonasson

Hij verkocht weliswaar miljoenen boeken over een 100-jarige, maar blijft ‘een gewone boerenjongen’

Een man die debuteert met een millionseller over een bejaarde, de schroefboormachine als een van de beste uitvindingen beschouwt en graag in het gezelschap van gnoes verkeerd omdat hij daarbij dan lekker slim afsteekt. Is die saai en oninteressant? Wij vinden schrijver Jonas Jonasson juist een perfecte weekendgids.

Jonas Jonasson.Beeld Christian Gustavsson

Het doet denken aan een scène uit het boek Kalme Chaos van Sandro Veronesi, waarin de hoofdpersoon hele dagen in zijn auto zit, voor de school van zijn dochter, wachtend tot ze klaar is met haar lessen. Daar, achter het stuur van zijn auto, ontvangt hij mensen, voert hij telefoongesprekken en houd hij kantoor. 

Maar Jonas Jonasson (59) ís geen personage van Sandro Veronesi. Hij máákt personages. Bijvoorbeeld Allan Karlsson, de hoofdpersoon uit De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Vijftien miljoen exemplaren verkocht Jonasson van zijn debuutroman, die hij opvolgde met de niet onsuccesvolle boeken De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje, Gangster Anders en zijn vrienden (en een enkele vijand) en het vorige maand naar het Nederlands vertaalde Zoete zoete wraak bv.

Jonas Jonasson maakt personages. Beeld Christian Gustavsson

Nu zit Jonas Jonasson in zijn Tesla Model X (‘een computer op wielen’) ergens op een parkeerplaats in Stockholm te wachten tot zijn zoon uit zijn nieuwe school komt. Boven het dakraam van zijn auto beweegt een grijs wolkendek en vliegt af en toe een vogel voorbij. Het was de bedoeling dat de bestsellerauteur naar Nederland zou komen voor de promotie van zijn nieuwe boek, maar ja. Jonasson rommelt wat met zijn tablet totdat hij duidelijk in beeld verschijnt en stopt wat Zweedse tabak achter zijn bovenlip. ‘Dat heb ik nodig, anders wordt het niets’. Dan is hij klaar voor het interview, waarin hij zal ‘onthullen dat hij een saai en oninteressant mens is.’

Uitvinding: de accuboormachine

‘De beste uitvinding ooit is het wiel. De op één na beste uitvinding ooit is de accuboormachine. Als je een meubel van Ikea te lijf gaat en in plaats van dat dingetje te gebruiken dat ze erbij leveren, een accuboormachine gebruikt, gaat het veel makkelijker en sneller. En voor mij staat dat apparaat symbool voor het leven: als je het jezelf makkelijker kunt maken, doe dat dan. Dat is het, einde verhaal.’

Reizen: de Afrikaanse savanne

Afrika is mijn tweede thuis. Wat me heel erg inspireert, is op de Afrikaanse savanne zijn. Bij voorkeur omringd door duizenden gnoes. De gnoe heeft heel kleine hersenen en is misschien wel het domste dier ter wereld. Dat geeft mij een goed gevoel over mezelf, ik voel me slim in hun bijzijn. Jaarlijks heb je de gigantische gnoe-migratie, waarbij ruim een miljoen gnoes en zebra’s vanuit de Serengeti in Tanzania naar het natuurreservaat Masai Mara in Kenia lopen en onderweg de Mara-rivier oversteken. Ze maken die tocht omdat ze geloven dat het gras aan de andere kant van de rivier groener is – wat ook zo is. Maar omdat ze zo dom zijn, stoppen ze op het moment dat ze bij de oever van de Mara-rivier aankomen: als er één stopt, stoppen ze allemaal. Dat levert een fantastisch schouwspel op, dat inmiddels ook een toeristische attractie is geworden. Ze staan daar maar te staan, te wachten, op niets. Dat is zo grappig. En dan, op een gegeven moment, besluit er eentje de oversteek te wagen. Hij springt in het water, begint te zwemmen en dat is het signaal voor de anderen om ook te gaan. Honderdduizenden gnoes zwemmen die rivier over – een paar halen het niet omdat ze verdrinken, vertrapt worden of worden gepakt door de krokodillen.

Gnoes geven schrijver Jonas Jonasson een goed gevoel over zichzelf. Beeld Alamy Stock Photo

Als ik op de savanne ben, verblijf ik meestal in een lodge. De Masai Mara is een open reservaat, dus er zijn geen hekken. Maar wel heel veel leeuwen. Na het diner in de lobby ga je naar je tent, op zo’n 150 meter lopen. Je mag dat stukje niet afleggen zonder de escorte van een Masai-krijger, bewapend met een knuppel, een speer en ervaring – geen geweer. Op een avond kreeg ik begeleiding van niet één, maar drie Masai-krijgers. Ik stelde geen vragen, maar ik snapte ook wel dat er iets in de buurt té dichtbij was. Op zo’n moment voel ik echt dat ik leef. En het sluit ook mooi aan op de Afrikaanse filosofie van ubuntu, dat zoveel zegt als: ‘ik ben omdat wij zijn’. Zonder elkaar zijn we niets.’ 

Voetbal: Öster

‘Mijn team is Öster, wat ‘Oosten’ betekent, want de club komt uit een oostelijke wijk van de stad Växjö. Ik ben echt een kind van de club; mijn vader was heel bekend in supporterskringen en mijn broer is ooit voorzitter geweest. We hadden onze gloriedagen in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig en sindsdien... nou goed, we hebben de afgelopen dertig jaar niet zo veel geluk gehad. Maar Barcelona is hier nog op bezoek geweest, in 1976. Het was een wedstrijd voor de Europacup. Met Cruijff en Neeskens in het veld en Rinus Michels op de bank. Natuurlijk, we kregen een pak slaag, maar we waren er wel. Nu spelen we in de Tweede Divisie en heeft onze lokale rivaal Kalmar onze plek in de Eerste Divisie ingenomen. Om je een idee te geven wat voor verschrikkelijk mens ik ben: ik kan oprecht niet zeggen of ik liever heb dat wij promoveren of dat zij degraderen. Allebei zou perfect zijn.

Tijdens wedstrijden zit ik in mijn eentje op de bank, met een fles Gammel Dansk. Dat is een kruidenbitter uit Denemarken, de beste kruidenbitter op aarde. Als je in de kroeg staat, om Gammel Dansk vraagt en de barkeeper zegt dat hij dat niet heeft maar wel Jägermeister, is dat een belediging voor Gammel Dansk. Maar goed, het lijkt dus wel op Jägermeister, het is alleen minder zoet. Zonder Gammel Dansk hadden we veel meer wedstrijden verloren. Als je de juiste afstand ten opzichte van het voetbal weet te behouden ben je de grote winnaar. Als Öster wint ben ik drie dagen blij. Maar als ze verliezen ben ik drie uur chagrijnig. Als het je onverschillig laat, is er niets aan.’

Tuinieren: frambozen en kippen

‘Het enige wat een tuin nodig heeft zijn frambozenstruiken. In mijn tuin groeien zowel zomer- als herfstframbozen. Het kan gebeuren dat je op maandag de struiken leeg haalt en je op dinsdag weer staat te plukken. We eten ze vers, nog warm van de zon, gooien ze in de yoghurt of maken er jam van. Behalve frambozen is een tuin alleen maar gedoe. Je moet het gras maaien en je hebt insecten die je rozen kapot maken en dat soort shit. De ideale tuin bestaat voor mij uit 90 procent asfalt en 10 procent frambozenstruiken. We hebben ook nog een tijdje kippen gehouden. We hadden zeven of acht hanen en twee kippen. Ze sloopten alles, behalve de frambozen omdat ze daar niet bij konden. Ze hebben geen enkel besef over waar je wel en niet kan poepen, dus ze doen dat overal. 

De ideale tuin bestaat voor Jonas Jonasson voor 90 procent uit asfalt en 10 procent frambozenstruiken.

Ze zijn wel minder dom dan gnoes. We maakten de fout ze niet in een hok te stoppen, maar ze gewoon bij ons binnen te laten rondlopen. Ze adopteerden me, ik werd hun moeder. Als ik de kamer uit ging begonnen ze te krijsen. En als ik ze vrij liet, liepen ze gewoon achter me aan. De eerste paar weken was dat superschattig en sliepen ze ook bij me in bed. Maar toen begon dat poepgedoe en moest ik ze in een hok stoppen. Als ze ouder worden vergeten ze niet wie je bent. Dus als jij hun hok binnen zou komen, zouden ze bang zijn – maar als ze mij zien is het ‘hallo papa’ en kan ik ze oppakken en op mijn schouder zetten. Misschien ben ik toch gewoon een boerenjongen.’

Kunststroming: Expressionisme

Expressionisme is toegankelijk, probleemvrij en een beetje what you see is what you get, aangevuld met de emoties van de kunstenaar. Er zijn twee lagen, niet twintig – en voor mij is dat prima. Wie mijn favoriet is hangt een beetje van mijn bui af, maar als ik iemand kennis moest laten maken met het expressionisme, zou ik kiezen voor De Rode Kamer (Harmonie in Rood) van Henri Matisse, De Blauwe Ruiter van Wassily Kandinsky en Portret van een Man van Erich Heckel en misschien nog Het Eeuwige Kind van Irma Stern. Ik ervaar een zekere kalmte bij die werken, maar expressionisme kan ook enorm dramatisch zijn, zoals De Schreeuw van Edvard Munch – die biedt geen enkele harmonie. Maar er zijn wel overeenkomsten tussen expressionisme en mijn schrijven. Als je het zou vertalen naar kunst, dan heb ik wel een sterke voorkeur voor schilderijen met een ‘happy end’, of in ieder geval een kunstwerk dat je een gevoel van hoop, optimisme en een zekere vreugde geeft. Dat zit namelijk ook in mijn boeken.’

De Rode Kamer (Harmonie in Rood), door Henri Matisse, 1908, De Hermitage, Sint Petersburg, Rusland.Beeld Alamy Stock Photo

Film: La vita e bella (Roberto Benigni, 1997)

‘Ik zie het nut van een tragisch einde puur om een tragisch einde te hebben niet. Niet in films, niet in boeken. Het is niet zo dat ik een positief einde nodig heb; er zijn zeker verhalen die een tragisch einde behoeven en waar dat ook heel goed werkt. Een van mijn favoriete films is La vita e bella. Het speelt zich af in een concentratiekamp, maar toch is het een warm en bijna grappig verhaal. Het gaat over een vader die tegenover zijn zoon doet alsof het kamp een spelletje is, een soort grap – en op die manier weten ze te overleven. Tot de laatste scène. Daarin sterft de vader. Als ik die film gemaakt had, had ik alles exact hetzelfde gedaan – behalve het einde. Dan was er een gat in het hek geweest waardoor ze hadden kunnen ontsnappen. Het zal aan mij liggen, maar ik zie het nut niet van dat verdrietige einde. Zonder dat einde was La vita e bella voor mij net zo goed geweest.

Ik heb hoop in verhalen nodig, om te overleven. Ik bedoel: het is een verschrikkelijke wereld. Tien jaar geleden schreef ik de 100-jarige man, waarmee ik de tekortkomingen van de twintigste eeuw wilde aantonen. Om het te kunnen schrijven had ik ook een flinke dosis humor nodig, evenals de lezer dat nodig heeft om er doorheen te kunnen komen. Het boek geeft je alle reden om te blijven hopen, ook al ziet het er allemaal nog zo slecht uit. De mens is een overlever. Ik had de naïeve hoop dat als ik mijn lezers zou herinneren aan de tekortkomingen van de mens, er misschien één of twee daarvan zouden leren. Tot nu toe heeft het boek 15 miljoen exemplaren verkocht en de wereld is er geen greintje beter op geworden. Dus mijn invloed is non-existent. Maar toch.’

Boek: Rodham (Curtis Sittenfield)

‘Ik ben nu bezig in Rodham, een roman over Hillary Rodham Clinton. Het is spannend, en heel erg goed geschreven en vertaald. Het is historische fictie, dus je weet nooit wat er echt gebeurd is en wat niet. Bill Clinton deed Hillary drie keer een huwelijksaanzoek. De eerste twee keer weigerde ze, de derde keer zei ze ja. Maar in dit boek zegt ze ook de derde keer nee – waardoor haar leven anders verloopt dan in het echt. Ik hoop op een happy ending, maar ik ben bang dat ze het in deze wereld van het patriarchaat niet tot president schopt. Maar laten we blijven hopen. 

Wat het goed geschreven maakt? Je loopt niet vast. Hoe leg je dat uit? Het heeft een goede flow. Als ik op een bepaald punt in mijn schrijven ben aangeland, lees ik mijn tekst hardop voor en luister ik dat terug. Als ik vastloop is dat een teken dat het niet goed genoeg is geschreven. Als ik aan andere dingen begin te denken, is het een signaal dat het niet interessant genoeg is. Op die manier heb ik heel veel herschreven en geschrapt.’

Verhaal: Jaroslav Hašek – De lotgevallen van de brave soldaat Švejk

‘Ik ben gek op het magisch realisme van Zuid-Amerikaanse schrijvers als Gabriel Garcia Marquez en Isabel Allende, maar als het op mijn eigen schrijven aankomt kan ik niet ontkomen aan de geweldige Jaroslav Hašek en zijn boek De lotgevallen van de brave soldaat Švejk. Dat gaat over de Eerste Wereldoorlog en het heeft veel overeenkomsten met mijn boek De honderdjarige man. Het gebruikt ook humor om kritiek te uiten op het concept oorlog en net als bij mijn hoofdpersoon Allan Karlsson weet je van Švejk niet of hij de domste persoon uit de hele oorlog is, of juist de enige die het allemaal doorheeft. Ik las het lang, lang geleden en herlees het nog steeds af en toe.’

Politiek leider: Angela Merkel

‘Het enige nog dommer dan de gnoe, is Twitter, waar je complexe zaken moet uitleggen in een bericht dat niet complexer mag zijn dan 280 tekens. De meester op dat gebied is de president van de Verenigde Staten. Twitter dwingt ons alles in zwart of wit te zien – en in handen van nationalisten en populisten is dat een gevaarlijk concept. Alles wordt korter, sneller, simpeler en dommer. Het tegenovergestelde van Twitter is Angela Merkel. I love her. Zeker nu Amerika de weg helemaal kwijt is, is zij zo belangrijk geworden. Was ze maar vijftien jonger, dan was ze nu niet bezig met het plannen van haar pensioen.’

Angela Merkel. Beeld Getty Images

CV Jonas Jonasson

6 juli 1961 Geboren in Växjö, Zweden.

1996 Stopt met werk als journalist en begint mediabedrijf.

2005 Na overwerkt te zijn geraakt, verkoopt Jonasson zijn mediabedrijf en legt zich een paar jaar later toe op schrijven.

2009 De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween verschijnt in Zweden.

2012 Na vertalingen in heel Europa, verschijnt De 100-jarige in de Verenigde Staten.

2013 De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje.

2015 Gangster Anders en zijn vrienden (en een enkele vijand).

2020 Zoete, Zoete Wraak bv.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden