Column Sylvia Witteman

Hij had het kindergezicht en witblonde vlashaar van een 12-jarige, maar zijn magere lichaam was ruim 2 meter lang

In zo’n door toeristen overgeslagen straat, tegenover een café waar je nog mag roken (het móét zelfs, geloof ik) liep ik een kleine dierenwinkel binnen waar alles ook nog net als vroeger was. Het rook er naar visvoer, houtsnippers en de zachte vacht van vreedzame knaagdiertjes, vogeltjes kwetterden en in de aquaria getuigden honderden visjes met gloeiende kleuren van Gods rijke fantasie op die vijfde scheppingsdag.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Terwijl ik ontroerd keek naar twee stoeiende muizen kwam er een jongen binnen van een jaar of 12, dat wil zeggen, hij had het kindergezicht en witblonde vlashaar van een 12-jarige, maar zijn magere lichaam was ruim 2 meter lang. Hij bewoog zich met de stuntelige motoriek van iemand die daar nog héél erg aan moet wennen.

‘Tim, je véter...’, zei de jonge vrouw naast hem zachtjes. Ook zij was lang en blond, maar bij haar was het net níét uit de hand gelopen. Zijn moeder. De jongen bukte, waarbij een stuk van zijn blote rug te zien kwam, vol rode groeistrepen. Ach gos...Met onhandige bewegingen begon hij zijn schoenveter te strikken, terwijl zijn moeder zorgzaam toekeek.

Toen hij weer in zijn volle lengte overeind was gekomen liepen die twee doelgericht naar een terrarium achter in de winkel. Er woonden mini-schildpadjes in. Ze hadden het formaat van verongelukte bitterballen en piepkleine, argwanende gezichtjes. ‘Kijk nog maar eens goed’, zei de moeder. De jongen keek naar het prehistorische gewriemel in die glazen bak. ‘Ze zijn wél lief...’ sprak hij met gebogen hoofd. En daarna, bijna fluisterend: ‘Maar een poes vind ik toch nog veel liever. Als papa nou...’

De moeder sloot even haar ogen, opende ze weer en onderbrak hem. ‘Tim. We gaan dit nu niet nóg een keer bespreken. Papa wordt doodziek van een poes in huis. We hébben het geprobeerd, weet je nog? Toen Poema kwam logeren? Papa heeft er totaal niet moeilijk over gedaan, maar hij moest wél twee weken op zolder slapen, en nog niesde hij de hele boel bij elkaar. Weet je nog?’

‘Ja’, zei de jongen. ‘Maar als papa nou gewoon...’ De moeder kneep haar lippen op elkaar, schudde haar hoofd en knielde voor het terrarium. ‘Kijk nou toch, wat een droppies!’ riep ze. ‘En weet je hoe oud ze kunnen worden?’ De jongen knikte. ‘Wel hónderd...’ zei hij benard. Mocht hij toehappen, dan zat hij er tot zijn honderdtwaalfde aan vast. In zo’n periode kun je wel zeven, acht poezen verslijten, de ene nog liever dan de andere.

De moeder lachte dapper en sprak: ‘Je hoeft nu nog niet te beslissen hè. Zullen we gewoon van de week nóg eens langskomen?’

‘Goed’, zei de jongen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.