lust & liefde

‘Hij bleek in die acht jaar ook dagelijks aan mij te hebben gedacht’

In haar nieuwe dorp leerde Marijke een man kennen die een goede vriend van haar werd. Tot hij na twee jaar opeens het contact verbrak.

null Beeld Sasa Ostoja
Beeld Sasa Ostoja

Marijke (62): ‘Toen we in 1999 naar de andere kant van het land verhuisden en onze kinderen aanmeldden bij de openbare school, stond op het plein van de christelijke school ernaast een heel aardige man die zijn hand op stak, naar ons, nieuwkomers. Ik zei tegen mijn man: we hebben de kinderen op de verkeerde school gedaan, deze directeur is veel leuker. Een paar weken later zagen we hem opnieuw op de tennisbaan. Hij stelde voor om gemengd dubbel te spelen, en al snel werd hij mijn vaste tennismaatje. Het is niet fatsoenlijk om verliefd te worden op een andere man, woorden als vreemdgaan en ‘er met een ander vandoor gaan’, hebben een ordinaire klank, zijn egocentrisch en nietsontziend, ontdaan van alle poëzie. Ik sublimeerde het gevoel dat ik langzaam voor deze onbekende begon te ontwikkelen met termen als genegenheid en vriendschap, ik zag in de kennismaking zelfs een manier om te aarden in ons nieuwe dorp. Wat een geluk, dacht ik, dat ik in de streek waar mijn man en ik beiden zijn geboren en die we zo hadden gemist, zo snel een goede vriend had gevonden. Een met wie ik kon praten over onze zoons, een die mij op een dag hoffelijk aanbood mijn kuit te masseren toen de kramp er bij het tennissen in schoot, een vriend met wie ik na afloop weleens een kop koffie dronk.

Als het regende en het tennissen niet kon doorgaan, bedierf dat mijn hele dag. Als ik hem had gezien daarentegen, bezag ik de hele wereld met een milde blik, inclusief mijn goedaardige maar van lust gespeende huwelijk met de man die ik al sinds mijn 16de kende. Lust speelde trouwens ook in deze kennismaking geen grote rol, het was er niet, omdat ik het niet toeliet. Ik was er zoals gezegd het type niet naar achter de rug van mijn trouwe echtgenoot een verhouding te beginnen. En wilskracht blijkt, ook in de liefde, een sterke bepaler. Toespelingen en flirterige grapjes gingen nooit verder dan de hoop dat de ander ermee aan de haal zou gaan. Maar dat gebeurde nooit, en op een of andere manier was dat ook veilig. Tijdens een grote dorpsbarbecue verbaasde hij me door ineens de microfoon te pakken en een bluesnummer te zingen – speciaal voor mij bleek later, maar die mogelijkheid drong eerst niet tot me door.

Bot verbod

Ik had nog heel lang op deze manier blijmoedig gelukkig kunnen zijn, mij tevreden kunnen stellen met het evenwicht tussen de prikkelende vriendschap met de een en het kalme huwelijk met de ander, als zijn vrouw niet na twee jaar een einde aan ons spel had gemaakt. We hadden weleens gekscherend tegen elkaar gezegd: als we niet getrouwd waren, zouden we perfect voor elkaar zijn geweest. Zijn vrouw moet dit gevoeld hebben, niet wetend dat ze met haar plotselinge botte verbod op alle contact iets belichtte wat wij zelf niet eens zagen. Zijn afscheidsmail was kort en zakelijk. Hij zegde het lidmaatschap van de tennisvereniging op, bijna alsof hij daarmee schuld bekende. Ik was beledigd en beschaamd, wilde dat wat in mijn hoofd nog altijd onschuldig gewoon kameraadschap heette, netjes afsluiten en schreef hem een brief die ik adresseerde naar zijn school, maar het haalde niks uit. Ik dacht: het slijt wel, die rare spanning die ik voel als ik hem zie in het dorp. Maar we bleven ons bij elke toevallige ontmoeting schielijk afwenden.

Acht jaar ging voorbij, tot ik hem ineens zag fietsen toen ik met de hond door het bos liep. Hij kwam op me af, kuste me op een wang, en hoewel ik nog steeds beledigd was over zijn laffe aftocht, raakten we aan de praat alsof er niets was voorgevallen. En toen we daarna elk een andere kant opliepen en ik zei: ‘Nou, dat was het dus’, antwoordde hij: ‘Je weet nooit hoe het balletje rolt.’ Rare opmerking, dacht ik. Een bal rolt nooit vanzelf. Pas een jaar later durfde ik hem een mail te sturen. Hij belde meteen. Hij bleek de afgelopen acht jaar ook dagelijks aan mij te hebben gedacht en vanaf dat moment begonnen we elkaar weer vaker te zien. We hadden geen seks, soms zoenden we, knuffelden, meer niet. Mijn man wist daarvan. Toen hij en ik trouwden waren we twee jongeren die elkaar tijdens het volwassen worden leerden waarderen als familie, maar we wisten niks van dat ‘andere houden van’: de liefde tussen twee volwassenen waarbij niet alleen familiaire gevoelens maar juist erotiek en verlangen een grote plek innemen. Als ik weleens over dat gemis begon, hield hij zich van de domme. Maar toen hij zag hoe ik veranderde door mijn tennismaatje, begreep hij dat ons huwelijk het uiteindelijk tegen deze man zou afleggen. Zonder ruzie liet hij mij telkens naar mijn afspraakjes gaan: de man die zijn familie het allerbeste gunde, zelfs als dat ten koste ging van hemzelf. Op Valentijnsdag 2014 ging ik voor het eerst in de vijftien jaar dat ik mijn vriend kende, een paar dagen met hem weg. Tegen mijn echtgenoot zei ik: ‘Ik ga nu echt een andere kant op dan jij.’ Hij antwoordde: ‘Nou, dan weet ik dat. Dan kan ik zelf ook stappen ondernemen.’ Hij huilde toen hij dat zei, maar heeft me nooit veroordeeld.

Onontkoombaar

Ik leef maar één keer, dacht ik, ik moet dit doen. Toch bleef ik me schuldig voelen. In april 2014 zijn we gaan samenwonen, maar de eerste maanden ging ik een paar keer in de week terug om voor mijn man en nog thuiswonende jongste zoon te koken. Ik zette bakjes in de ijskast, genoeg voor twee dagen. De kinderen hebben tijd nodig gehad om aan de nieuwe constructie te wennen, maar dat is allemaal goedgekomen. Mijn ex had al snel een nieuwe vriendin, iemand die wél van kamperen houdt, en ik ben nog steeds dolverliefd op mijn lief. We tennissen weer samen, en na afloop fietsen we samen naar huis. Vijftien jaar lang, tussen mijn 40ste en 55ste, hebben we ons best gedaan onze liefde te relativeren, maar die bleek onontkoombaar. Vaak rekenen we: hoeveel jaar hebben we nog samen: vijftien, twintig of misschien wel vijfentwintig?’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Marijke ­gefingeerd.

Oproep zomerliefdes

Voor komende zomer zijn we (weer!) op zoek naar lezers die willen vertellen over een bijzondere vakantieliefde van lang of kort geleden. Ook wanneer jullie niet meer bij elkaar zijn. We willen ook de vakantieliefde zelf aan het woord laten; zo nodig gaan we samen op zoek. Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: lust@volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden