‘Hier lag een man in zijn laatste uren, omringd door herrie van de ijsbaan’

Medische experts over de patiënt die hun kijk op het vak veranderde. Deze week: huisarts Arie Knuistingh Neven ­­(73).

Beeld Tzenko

‘Het was een koude winteravond, in het dorp werd ­geschaatst. De plaatselijke ijsvereniging had een stuk weiland laten onderlopen, een koek-en-zopie neergezet en geluidsboxen opgehangen. Tot ’s avonds laat schalde er keiharde muziek over de baan, steeds dezelfde nummers, vooral uit het populaire genre. Vlakbij, in het centrum van het dorp, woonde een van mijn patiënten, een ernstig zieke man die ik regelmatig bezocht.

‘Meneer Vermaat was 64 jaar en had kort daarvoor te horen gekregen dat hij longkanker had met uitzaaiingen. Het zag er slecht uit, hij had onmiddellijk ­besloten dat hij geen behandeling wilde. Zijn leven was moeilijk geweest. Hij leed aan een zeldzame aandoening waarbij zijn ruggemerg werd aangetast, waardoor hij langzaam de kracht in zijn armen en handen verloor. Zijn werk had hij jaren daarvoor al moeten opgeven. Maar klagen deed hij nooit, ook nu niet. Hij accepteerde wat kwam.

‘Die avond naderde de dood. Hij lag op bed in de woonkamer, omringd door zijn gezin. De kleine arbeiderswoning bood nauwelijks ruimte, de straffe oostenwind joeg de muziek van de ijsbaan zo naar binnen. Het was alsof de luidsprekers in de achtertuin stonden. ­Vader Abraham, Corry en de Rekels, Johnny Hoes en Jacques Herb galmden door het huis. Niemand zei er wat van, het waren zulke bescheiden mensen. Maar het kón natuurlijk niet, het hoorde niet, hier lag een man in zijn laatste uren, omringd door herrie. In een repertoire dat ook nog eens helemaal niet bij dit ­gezin paste.

‘Ik ben de deur uitgestapt en naar de ijsbaan gelopen. Aarzelend, dat wel. Ik was nog niet zo lang huisarts in het dorp en ik kende nog maar weinig mensen. De bestuurders van de ijsvereniging had ik nog niet op mijn spreekuur gezien, ik wist niet hoe ze zouden reageren. Voorzichtig vroeg ik of de muziek wat zachter mocht. Ik herinner me nog wat ik zei: Vermaat in de Schoolstraat ligt slecht. Natuurlijk kenden ze hem, ze wisten wat er aan de hand was. Ik woon in een dorp waar ­iedereen elkaar kent. Aandringen was niet nodig, de muziek ging onmiddellijk uit. Het was opeens doodstil op de ijsbaan.

‘Toen ik weer aan het bed van mijn patiënt stond, vroeg zijn vrouw of ik dat had geregeld. Nee, zei ik haar: ik heb het alleen maar gevraagd. Een paar uur later, aan het begin van de nacht, overleed hij, in alle rust.

‘In de jaren daarna kwamen zijn vrouw en kinderen nog af en toe op mijn spreekuur, maar ze kwamen nooit meer terug op wat er die avond was gebeurd. Totdat ik anderhalf jaar geleden een boek wilde gaan maken over mijn ervaringen als huisarts en ik een van de dochters uit het gezin toevallig tegenkwam. Ik zei haar dat het verhaal over de ijsbaan me altijd was bijgebleven en vroeg haar of ik daarover mocht schrijven. Ze bleek zich alles nog te herinneren. Ze vertelde me hoeveel indruk dat gebaar van toen op het gezin had gemaakt. De plotse stilte die viel toen de muziek op de ijsbaan werd uitgezet, was iedereen bijgebleven.’

‘Het verhaal over deze patiënt geeft aan hoe groot de betekenis kan zijn van een ogenschijnlijk simpele handeling: ik vroeg alleen maar of de muziek wat zachter kon. De waarde van een klein ­gebaar, dat is de les die deze patiënt me heeft bijgebracht. Die les leerde ik pas 33 jaar later, door de ontmoeting met de dochter. Toen pas besefte ik dat de familie de bijzondere muzikale omlijsting in die laatste nacht nooit was vergeten.’

Huisarts Arie Knuistingh Neven Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden