ColumnThomas van Luyn

Het zou zomaar kunnen: de dag dat de natuur Thomas van Luyn te grazen neemt

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Lente. Ik was gisteravond vergeten de merel die in onze steeg woont op mute te zetten, dus die ging om vijf uur ’s ochtends af. En het is niet alsof je op z’n snooze-knop kunt drukken. Beest begint, stopt niet meer. Je gaat op tijd naar bed, je zet wekkers, je hebt donkere gordijnen, oordoppen, dubbel glas, een app die je vertelt wanneer je naar bed moet en wanneer je moet opstaan – allemaal voor niks. Eén klein vogeltje verpest je hele dag, elke dag, de hele zomer lang. Daarom heb ik het niet zo op de natuur, die speelt vals. Die maakt kapot wat we met z’n allen hebben opgebouwd.

Heb je een fijne auto die je isoleert van de elementen, dan is de combinatie boom-duif genoeg om je eraan te herinneren dat alles van waarde weerloos is, met name je auto. Want het seizoen waarin de merel weer mensenlevens komt verwoesten, begint ook weer het grote auto-onderschijten. De mijne ziet eruit alsof ie is beschoten is met hagel, zoveel gaatjes waar het aluminium doorheen piept. Wat zit er toch in vogelpoep dat het gaten brandt in je lak? Wat doen ze daar bij Akzo en DSM, hadden ze niet allang autoverf moeten maken die tegen een beetje poep kan? Bestaan al honderd jaar hoor, auto’s. Of zetten de hoge heren van onze chemische industrie of hun dure bolides veilig in de garage?

Wie er ook wat van kunnen: meeuwen. Ook schijten, maar vooral vandalisme. Onze vuilniszakken staan nauwelijks een uurtje buiten voor de vuilniswagen komt, maar dat is genoeg tijd voor de meeuwen om ze he-le-maal aan flarden te scheuren. Daarbij onthullen ze hoe slecht wij ons afval scheiden, want als de vuilniswagen geweest is, ligt de hele straat ligt vol verlepte groente, bierflesjes en batterijen. En als je een vuilnisvretende meeuw wilt wegjagen, moet je niet bang zijn uitgevallen. Een volwassen zilvermeeuw is een prehistorisch monster, een joekel van een beest; spanwijdte van anderhalve meter, en een boze kop die zegt: jij en ik weten allebei wie het onderspit delft als het eropaan komt. Wanneer ik zo’n reus bij onze vuilniszakken zie, stap ik er zo kordaat mogelijk op af, want je moet zekerheid uitstralen. Dan nog blijft ie altijd net iets te lang staan, zo lang dat ik denk shit, dit zou ’m zo maar kunnen zijn, de dag dat de natuur wraak neemt op mij. Maar tot nu vloog ie gelukkig op tijd weg, onwetend hoe superieur hij is uitgerust voor een fysieke confrontatie. We boffen dat vogels zo dom zijn. Neem nou zo’n reiger: staat midden op straat enorm in de weg te staan, maar laat zich uiteindelijk altijd wegjagen. Stel je voor dat hij door zou krijgen wat een snavel die door vissen en kikkers kan spiesen met ons zachte vlees vermag.

Soms denk ik: nu pakken ze ons. In onze steeg is een struik helemaal teruggesnoeid. Er kwam een nestje bloot te liggen. Twee tortelduiven hadden er een eitje in gelegd, maar hebben het verlaten. Nu hoor ik ze scharrelen onder de dakpannen van onze slaapkamer. Uit wraak, en neem het ze eens kwalijk. Ze gaan er een nestje bouwen, herrie maken, de regenpijp verstoppen met takjes en veertjes, en onze ramen onderpoepen. Tenzij een meeuw of een reiger hun jonkies opeet, want solidariteit is ver te zoeken in de natuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden