ColumnAaf Brandt Corstius

Het was tijd voor wat ouderwets, stilletjes afluisteren

null Beeld

Op het terras van het Japanse restaurant zaten twee mannen van een jaar of 30. Er zaten ook andere mensen, maar die vielen niet op. De twee mannen hoorde ik al toen ik kwam aanlopen, door de zorgvuldig aangeplante struikjes heen.

Ze hadden het over hun werk, of zoals alle mensen van onder de veertig zeggen: over werk. ‘Ik ga naar werk’ – zo zeggen ze dat.

De mannen zeiden een heleboel dingen, en die konden wij – we zaten inmiddels – feilloos verstaan, want ze praatten ongelofelijk hard. Ze hadden zo te zien al heel veel bier en sake op, en waren nu bezig om de drankenspecialiteitenafdeling van het menu te bekijken.

Iedereen dacht dat alles zou veranderen na corona, dat we minder zouden vliegen en kopen en meer zouden genieten van de kleine dingen (wandelen en bananenbrood), maar dat is natuurlijk niet zo. Iedereen schiet in zijn oude leven alsof het nooit weggeweest is.

Maar er is wel één ding veranderd: ik ergerde me niet aan deze twee mannen en hun keiharde gesprek. Ik genoot ervan. Ik had al anderhalf jaar bijna alleen maar met mijn eigen man en kinderen gepraat tijdens het eten. Nu was het tijd voor wat ouderwets, stilletjes afluisteren.

De een zei nu: ‘Ashwin is echt koning... Echt koning is Ashwin... Ashwin is... Ashwin is beast.’ Het ging blijkbaar over een collega van werk. De ander zei: ‘Ja. Ashwin is goud.’

Daarna spraken ze ongelofelijk lang over allerlei plekken waar ze waren geweest. Dubai, bijvoorbeeld. En Japan. En het champagnefestival: daar gingen ze binnenkort heen.

De een gaf de ander ook carrièreadvies, inmiddels met dubbele tong. ‘Waar jij nu staat... Dat is echt mooi... Je bent echt aan het groeien. Je bereik is heel groot. Dat moet je verzilveren. Je moet het nu pakken.’ Ik keek even om. Was de een misschien een influencer die ik moest kennen? Ze waren allebei redelijk gezet, gekleed in korte broek en T-shirt, en voorzien van een groot, knalrood hoofd. Het leken me geen influencers.

De ene die echt aan het groeien was ging naar de wc. De ander, even alleen, liet een lange, door trillende boer. De serveerster kwam vragen of hij nog iets wilde. ‘Ik ben heel vaak in Japan geweest’, zei hij, ‘en ik heb daar veel gegeten. Maar ik ben onder de indruk van wat ik hier heb gezien. Ik kom zeker terug.’

De serveerster deed alsof ze daar opgetogen over was.

Over een maand zal ik me weer kapot ergeren aan dit soort mensen en – ik sta niet voor mezelf in – misschien zelfs naar hun tafeltje lopen om te vragen of ze minder hard willen schreeuwen.

Maar nu waren ze nog even goud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden