Het vervloekte O-woord

De stranden blijven leeg, de toeristen zijn bang: de Koerdische afscheidingsbeweging PKK heeft heel Turkije uitgeroepen tot oorlogsgebied. Cappadocië, met zijn maanlandschap van tufsteen en lava, ligt er verlaten bij....

HET DROEVIGSTE kruispunt van heel Cappadocië ligt net buiten het stadje Avanos. De vierbaansringweg stuit hier op de uitvalsweg naar Göreme, centrum van het idyllische maanlandschap van geërodeerd tufsteen. De kruising wordt met verkeerslichten beveiligd. Eentje voor rechtdoor, twee voor respectievelijk links- en rechtsaf. Auto's zijn er niet.

Aan de ene kant staat een uit de kluiten gewassen benzinestation met een pomp of tien. Bij de kurëunsuz (loodvrij)-pomp staat een paard voor een tweewielig karretje. De eigenaar houdt de werkeloze pomphouder maar wat gezelschap. Ze drinken thee, natuurlijk. Iedereen drinkt hier çay, Turkse thee. Ofschoon menige pansiyon-houder 's avonds naar de fles raki zal grijpen als hij aan zijn lege bedden denkt.

Aan de overzijde wordt de tweebaansweg naar Göreme gemarkeerd door twee uitgestorven onyx-fabriekjes. Beide zijn voorzien van een parkeerterrein waar op het spierwitte grind met gemak vijftien touringcars kunnen staan. Maar nu is er zelfs geen paard met een wagen te bekennen. Zo te zien heeft hier sinds oktober vorig jaar geen hond meer een bezoek gebracht.

Vijf kilometer verderop, even voorbij de afslag naar het sprookjesachtige Zelve, ligt het dorpje Çavusini. Langs de weg staan verroeste borden die de toerist ervan moeten overtuigen dat hij hier onyx moet kopen. Het dorp is ook het vertrekpunt voor voettochten door het lavagebied. Er loopt nog geen rugzaktoerist, laat staan een kapitaalkrachtige West-Europeaan die het gebied per auto of bus bezoekt.

De bewoners van Çavusini hebben de hoop opgegeven dat hier dit jaar nog iemand langskomt. De stalletjes zijn dicht. Een half stukgewaaide nationale vlag flappert in zwaar verschoten rood. De halve maan is nog net te ontwaren, er gaapt een gat op de plaats waar de ster hoort te zitten.

Göreme kondigt zich aan. De laatste kilometer voor het stadje krijgt de landelijke tweebaansweg opeens een deftige middenberm, tot de eerste huizen. Links de afslag naar het openluchtmuseum, rechtdoor wringt de weg zich tussen de restaurants en reisbureautjes door naar het busstation. De tafels op de terrassen zijn vrijwel allemaal gedekt, wachtend op de toeristen die nu al drie maanden zijn weggebleven.

Het busstation heeft rijen banken staan voor de parkeerplaats. In betere tijden wachten hier drommen toeristen op hun verbinding naar andere oorden. Vandaag staat er één Japanner wat verloren te kijken naar een bord met valutakoersen.

Cappadocië, ooit het middelpunt van het Hittitische rijk, staat bekend om zijn fabelachtige rotsformaties van tufsteen en lava. De bewoners ontdekten dat er gemakkelijk grotwoningen waren uit te houwen in de zachte steen. In de 6de en de 7de eeuw werden vroegchristelijke kerken in de rotsen gebouwd. Ook kent het gebied ondergrondse steden zoals Derinkuyu en Kaymakli, waar de bewoners trachtten te ontkomen aan invallers uit het Oosten. Veel rotswoningen zijn nu in gebruik als onderkomen. Ook pensions verhuren grotten als overnachtingsplaats.

Het oude stadje Ürgüp, twaalf kilometer ten oosten van Göreme, is de afgelopen twintig jaar enorm veranderd. De karakteristieke kern is bijna overwoekerd door een schil van lelijke nieuwbouw. In het oude centrum zijn veel Ottomaanse bouwwerken verdwenen. Ze hebben plaatsgemaakt voor winkelpanden van beton. Je koopt er tapijten, kelims en ansichtkaarten. Of anders wel zonnebrillen, of de onvermijdelijke T-shirts met I Ürgüp, en broodjes kebab.

Tapijtverkoper Ismail Inal heeft veertien jaar in Berlijn gewerkt en dat wil hij weten. Zijn zaak, die hij drijft met collega Mustafa Özcay, draagt de naam 'Berliner'. Hij is ein Berliner gebleven, maar zijn voormalige landgenoten uit Duitsland komen dit jaar niet. Het gaat sehr schlecht met de klanten, maar gelukkig hebben Ismail en Mustafa in de goede jaren reserves aangelegd, zodat ze tegen een stootje kunnen.

'Ja, het gaat beroerd', zegt Mustafa. 'De toeristen zijn bang geworden door de dreigementen van de terroristen. Ongegrijpelijk, hier is nog nooit iets gebeurd. Geen bom is hier ooit ontploft. De meeste Koerden willen niks te maken hebben met Abdullah Öcalan en zijn PKK-bende.'

Zijn partner Ismail wijst enthousiast op een van de stapels kelims. Ze liggen tot de nok van het winkeltje opgestapeld. 'Die zijn Koerdisch. Ik doe ontzettend veel zaken met Koerden, prima mensen allemaal.'

Beide mannen putten zich uit om de bezoeker ervan te overtuigen dat je hier veilig kunt rondlopen. Het moet gezegd, in Ürgüp is geen zwaarbewapende jandarma te bekennen, slechts enkele politiemensen houden een beetje toezicht - de politie op de Dam in Amsterdam lijkt waakzamer.

Het komt wel goed, houden Ismail en Mustafa zich groot. Tenslotte ging het acht jaar terug ook ineens een stuk minder. De Amerikaanse toeristen bleven ten tijde van de Golfoorlog weg, maar het jaar daarop trok het weer aan.

De nieuwe minister van Toerisme, Erkan Mumcu, weet van peptalk. Eind augustus zal het aantal toeristen weer aantrekken, beweert hij in Turkse kranten. In sommige delen van Europa beginnen dan de vakanties. Helaas voor Mumcu zijn de meeste boekingen voor die periode allang geannuleerd. Eind juli verklaarde hij nog zeer optimistisch dat het aantal toeristen in vergelijking met 1998 in 'het ergste geval' twintig procent lager zal zijn.

De Engelstalige Turkish Daily News schrijft opbeurend dat oud-president George Bush van de VS een vakantiebezoekje brengt aan de zuidelijke kustplaats Marmaris. Maar het kan nog mooier: de krant meldt dat ook de Franse president François Mitterrand de kustplaats zal aandoen - verhalen over de geneugten van Marmaris zijn kennelijk doorgedrongen tot gene zijde.

Wijlen Mitterrand mag dan geen gevaar meer lopen slachtoffer te worden van Koerdisch geweld, anderen in Europa en de VS voelen de angst wel degelijk. Dat levert dramatische taferelen op aan de Turkse zuidkust, waar de stranden leegblijven. Veel hotels zijn maar dicht gebleven en de werkloosheid in de sector neemt ernstige vormen aan.

De ondernemers hebben zware kritiek op de regering. Zowel minister Ismail Cem van Buitenlandse Zaken als zijn college Mumcu van Toerisme had beter zijn best moeten doen het product Turkije te verkopen. De politiek op zijn beurt zegt dat de ondernemers de zaak schromelijk overdrijven, om zo compensatie van de regering in de wacht te slepen - iets wat ze overigens kunnen vergeten.

Maar de ministers beseffen dat dit argument niet echt steekhoudend is. Dus krijgen ook de media kritiek. Deze berichten op een onverantwoordelijke manier over de PKK-dreiging, vindt Ankara. Zo jagen ze de toeristen weg.

Gemakshalve wordt vergeten dat de media dankbaar werden gebruikt door de machthebbers om het triomfalisme na Öcalans arrestatie breed uit te dragen. Er is vrijwel niemand te vinden die inziet dat veel buitenlanders Turkije mijden zolang het land niet serieus werk maakt van een politieke oplossing van de Koerdische kwestie en de daarmee gepaard gaande mensenrechtendiscussie.

In arren moede probeerden de Turkse ondernemers in de branche onlangs Duitsland te bewerken met pamfletten en affiches waarin omstandig werd beschreven wat voor geweldige en grootschalige veiligheidsmaatregelen waren genomen om een ongestoord bezoek aan Turkije mogelijk te maken.

Het pr-offensief werkte averechts. Toeristen willen geen attracties bezoeken onder begeleiding van veiligheidsagenten. Zo werkt dat ook in de praktijk: wie in Cappadocië zijn auto parkeert bij het plaatsje Zelve om de bizarre rotsformaties te bezoeken, treft daar twee jandarma's met machinepistolen aan, die voortdurend om zich heen loeren.

Zeki Güzel van het Tourist Office in Ürgüp schetst het verloop van dit seizoen. 'Tot half februari - toen Öcalan werd opgepakt - zag het er goed uit voor ons. In Ürgüp was zo'n 65 procent van de bedden gereserveerd. Maar toen kwam de klap: tachtig procent daarvan werd geannuleerd. Nu hebben we alleen nog af en toe wat groepsreizen. We hebben hier een aantal grote hotels, met driehonderd bedden. In al die hotels zijn hooguit 35 bedden bezet. De grote campings in de buurt van de stad zijn allemaal dicht, enkele kleintjes zijn nog wel open.'

Güzel zegt dat het seizoen totaal is verloren. De stad doet er alles aan om nu Turkse toeristen te trekken. Zo zijn er viersterrenhotels die voor vijftien dollar per nacht half pension aanbieden. Motel Ürgüp werd dit voorjaar verkocht ('Ik geloof voor de helft van de vraagprijs', zegt Güzel) en is sindsdien niet meer open geweest.

Maar niet alles is te wijten aan de PKK-leider. Güzel: 'Sinds de Golfoorlog is er sprake van een teruggang. Tot 1987 hadden we in de stad zo'n drieduizend bedden, in 1990 was dat opgelopen tot zevenduizend. Eind 1997 waren het er nog zesduizend, vooral doordat veel Amerikanen wegbleven. Veel hotels en pensions hebben om die reden de poorten gesloten, zodat het werkelijke aantal beschikbare bedden veel lager ligt. Er is nog wat: veel West-Europeanen kwamen voor het uiteenvallen van Joegoslavië met de caravan deze kant uit. Dat is opgehouden, ze vinden de route via Italië en Griekenland veel te lang.'

De campingsector is er evenzeer beroerd aan toe. Camping Göreme ('Olympic swimmingpool') is leeg, Berlin: twee tenten, Camping Dilek: vijf tenten. Çifterlik Camping in het nabijgelegen Uchisar staat leeg. In Nevsehir is Özer Camping leeg, buurman Dinler is dicht. In Ortahisar hetzelfde beeld: Paris Motel Camping is leeg. Op Kaya Camping zijn slechts een paar tentjes te ontwaren. Ürgüp de volgende morgen. Burgemeester Bekir Ödemis houdt audiëntie. Vier burgers omringen zijn bureau, dat het formaat heeft van een volwassen driebandenbiljart. Het wordt gesierd met zes telefoons. Drie vaste, drie mobiele. Ödemis is nieuw, hij werd op 18 april gekozen. Met tachtig procent van de stemmen, zegt Ismail Inal, die met zijn neefje optreedt als tolk. Dat is niet gek, want zijn Republikeinse Volkspartij (CHP) werd op dezelfde dag weggevaagd bij de parlementsverkiezingen. De burgemeester hoort geduldig de klachten aan, en is dan beschikbaar voor vragen.

'Al die verhalen over de terreur van de PKK zijn geweldig opgeblazen', betoogt Ödemis, 'het valt hier in Turkije allemaal erg mee. Maar dat neemt niet weg dat er wel degelijk sprake is van een crisis.' Het wil er bij hem niet echt in dat het gros van de toeristen is weggebleven vanwege de zaak-Öcalan. 'Er is in de hele wereld sprake van een economische crisis en dat vertaalt zich hier in het feit dat de toeristen wegblijven.'

DE BURGEMEESTER krijgt gezelschap van zijn collega Fevzi Günal uit Göreme. Ook die ziet een lichtpuntje. 'Er komen hier al honderden jaren toeristen en volgend jaar vieren de christenen de geboorte van Jezus. Samen met Unesco proberen we hier de vroegchristelijke schuilkerken te restaureren. Dat zal ongetwijfeld nieuwe toeristen trekken', zegt hij hoopvol.

Even later staan er vijf burgemeesters in de kamer, want de collega's uit Avanos, Ortahisar en Nevsehir hebben zich bij het gezelschap gevoegd. Niet voor de Volkskrant, er is gezamenlijk overleg over een gemeenschappelijke aanpak van het afvalprobleem.

De burgemeesters willen zelf ook iets kwijt. Het gaat namelijk niet aan dat Europa jarenlang de Turkse strijd tegen het PKK-terrorisme heeft genegeerd en zelfs de terroristen heeft gesteund, en nu ineens gaat piepen als de Turken rebellenleider Öcalan willen opknopen. 'Dat is meten met twee maten', zegt de man uit Göreme. 'Waarom maken jullie je zo druk om Öcalan?' Jullie zeggen toch ook niks tegen de VS, waar de doodstraf elke dag wordt toegepast, meent burgemeester Seyhan Duru van Avanos.

'Wat? Hebben ze samen gepraat?' De Australische onderneemster Ruth Lockwood valt in Göreme bijna van haar stoel als ze hoort van het vijfhoeksoverleg op het gemeentehuis van Ödemis. Het is altijd oorlog geweest tussen die van Ürgüp en die van Göreme. Vooral sinds het 'openluchtmuseum' van Göreme uit de handen van Ürgüp werd 'gered' en aan Göreme toeviel. Dus dat er contact is tussen de gemeenten mag een klein wonder heten.

Lockwood, een robuuste veertiger, runt met haar Turkse zakenpartner Ömer Tosun een klein conglomeraat. Ze hebben een hotel, een tapijt- en kelimhandel en bestieren een reisbureau. Ömer Tosun ziet met lede ogen toe hoe de andere mediterrane landen profiteren van de Turkse moeilijkheden. 'Die Grieken, Italianen en Spanjaarden lachen nu in hun vuistje.'

En altijd duikt weer het O-woord op: Öcalan, Öcalan, Öcalan. Keer op keer veroordelen Turken de Europese houding jegens hun land. Of het nu bureaucraten zijn uit Ankara of een eenvoudige terrashouder uit Göreme: Europa wil maar niet inzien dat Öcalan een buitengewoon grote schurk is die zijn straf verdient. Letterlijk iedereen heeft het over de dertigduizend doden tijdens de nietsontziende burgeroorlog in het zuidoosten.

Ruth Lockwood geeft een somber beeld van haar hotelbedrijf: 'In de zeven jaar dat wij nu draaien, beleefden we elke jaar een groei van twintig tot dertig procent. Vorig jaar stagneerde dat en mochten we onze handen dichtknijpen met vijf à zes procent. En dit jaar zitten we met een terugval van gemiddeld vijftig procent, met als uitschieter april, toen we op min zeventig zaten. Hiernaast zit een vent die net een nieuw hotel is begonnen. Hij is hartstikke gek, dat redt hij van zijn leven niet.'

Lockwood meent echter dat niet alles is toe te schrijven aan 'dat vervloekte O-woord', ofschoon de Koerdenleider zeker dit jaar een enorm effect heeft gehad op de toeristensector. Er is meer, meent zij. De Turken moeten hun toeristenindustrie drastisch herstructureren. 'Turken vinden beton het meest fantastische bouwmateriaal dat ooit is uitgevonden. Nou, dat zie je aan al die walgelijke hotels - vaak illegaal gebouwd - aan de zuidkust, waarvan er nu gelukkig heel wat leegstaan.'

Sami Agirgün is general director, zeg maar secretaris-generaal, van het ministerie van Milieubeheer in Ankara. Hij zegt dat Turkije niet in dezelfde fouten probeert te vervallen als eerder Spanje, door overal maar hoogbouw toe te staan. 'We hebben wetten die de bouw van toerismecomplexen beperken. Elk plan dat een projectontwikkelaar heeft, moet door ons worden goedgekeurd.' Maar handige zakenlui met goede relaties weten toch meer dan eens een bouwvergunning te krijgen. In de kamer van Agirgün valt het woord corruptie niet, er wordt slechts ongemakkelijk gekeken.

Achteraf kan deze crisis wel eens een zegen zijn, denkt Ruth Lockwood. De grootste fout die Turkije heeft gemaakt, is te mikken op het minder kapitaalkrachtige publiek, dat vervolgens in al die betonnen bunkers langs de zuidkust is gepropt. 'Ze hebben zichzelf gewoon uitverkocht.' En de genadeklap wordt uitgedeeld door het O-woord: Öcalan was here. Hij zit er nog steeds: op het gevangeniseiland Imrali.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden