Column Ibtihal Jadib

Het vermogen van Marokkaanse vrouwen om leed te dragen en geduldig betere tijden af te wachten is veel te lang veel te groot geweest

Enthousiast vertelde ik het aan mijn vriendin: ik wilde een boek schrijven over Marokkaanse vrouwen die vanaf de jaren zeventig naar Nederland zijn gekomen, en over de dochters die zij hier hebben grootgebracht. Iedereen kent het beeld van de mensen in lange, donkere jassen of djellaba’s die in de stad lopen, maar de verhalen die eronder schuilgaan zijn weinig bekend. De enorme afstand die die vrouwen in één generatie hebben afgelegd, wordt soms zichtbaar wanneer naast haar een dochter staat die met geblondeerde krullen en gescheurde broekspijpen van een heel andere planeet lijkt te komen dan haar gesluierde moeder. Mijn vriendin gaf me een koude douche: ‘Zo’n boek is er al. Het heet Land van werk en honing en is geschreven door Hanina Ajarai en Marjolijn van Heemstra. Je mag het wel een keer van me lenen.’

Nadat ik mijn teleurstelling had verwerkt, sloeg ik gisteravond het boekje open dat mijn demotiverende vriendin voor me had meegenomen, om het pas weer te sluiten na de laatste bladzijde. Ik begrijp niet waarom ik nooit over het boek had gehoord en vind dat schandalig ook. In een tijd waarin we naarstig zoeken naar verbinding, is het delen van elkaars geschiedenis onmisbaar. De zes vrouwen die in het boek aan bod komen schetsen een indringend beeld van de gebeurtenissen in hun leven en de migratie naar Nederland. Hun dochters beschrijven vervolgens hoe het was om een moeder te hebben die, min of meer toevalligerwijs, in dit land terecht is gekomen.

De verhalen in het boek zijn divers, waardoor zo’n beetje alle Marokkaanse migratiethema’s de revue passeren. De meeste vrouwen vertellen over een leven op het Marokkaanse platteland zonder voorzieningen als elektriciteit en stromend water. Maar er zit ook een vrouw tussen die had gestudeerd en veel reisde tussen steden als Casablanca en Meknès. De eenzaamheid die zij voelde toen ze in Nederland aankwam werd versterkt doordat zij als Arabische stedeling werd afgewezen door vrouwen van Berberse afkomst. De spanning tussen Arabische Marokkanen en Berberse Marokkanen komt meermaals terug in het boek, wat pijnlijk duidelijk maakt hoe weinig steun de verschillende migrantengroepen aan elkaar hebben gehad. En dat terwijl zij allemaal in hetzelfde schuitje zaten en elke vorm van saamhorigheid hadden kunnen gebruiken. Alle vrouwen worstelden om hun weg te vinden in een voor hen volkomen vreemd land waar zij nergens houvast leken te kunnen vinden.

Het meest indringend vond ik de beschrijving van de pijn die zoveel vrouwen met zich meetorsen. Zo was een vrouw door haar vader in de steek gelaten, overleed haar moeder op jonge leeftijd, kwam ze terecht in een wrede schoonfamilie en werd ze ondertussen vreselijk mishandeld door haar man die geen moment knipperde toen drie van hun kinderen achter elkaar stierven. Pas op haar 60ste had de vrouw de moed haar man te verlaten, maar alleen nadat haar jongste dochter dat min of meer afdwong. Dat viel me ook op uit de verhalen: hoe weinig de meeste vrouwen over hun eigen leven beschikten. Het vermogen van Marokkaanse vrouwen om leed te dragen en geduldig betere tijden af te wachten is veel te lang veel te groot geweest. Ik moest een kreet van blijdschap onderdrukken toen één vrouw in opstand kwam tegen haar man met de woorden: ‘Ik wil naar buiten als ík daar zin in heb. Alleen een koe blijft binnen.’ Ik hoop dat ze zich in de stad helemaal suf winkelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden