ZINVOL LEVENHANS ALMA

‘Het vermogen anders te kijken, zit in iedereen’

Hoe komen we in een maatschappij die zo uitnodigt de ander te negeren of uit te sluiten met elkaar in gesprek over goed samenleven? Hans Alma, gasthoogleraar humanistiek en coach, ziet daarin de grootste uitdaging van deze tijd.

Hans Alma.Beeld Jitske Schols

Pogingen om een ­mensenleven in een ­afgerond verhaal te vatten, kunnen op haar wantrouwen ­rekenen: ‘Misschien dringt de chaos iets te vaak in mijn eigen ­leven door om daarin te kunnen ­geloven. De werkelijkheid is veel brokke­liger dan zo’n verhaal suggereert. ­Bovendien krijgt het leven er iets statisch door, terwijl juist beweging kenmerkend ervoor is. Je moet het leven niet in een mal willen gieten’.

Hans Alma, gasthoogleraar humanistiek in Brussel, kiest voor haar laatste boek een titel die beweging suggereert: Het verlangen naar zin, ‘daar zit het reiken in’. In haar boek legt de 57-jarige wetenschapper en coach uit waarom zinvol leven ‘maatschappelijk urgent’ is: ‘Er is een fundamenteel andere kijk op onze plaats in de ­wereld nodig, willen we de ecologische catastrofe afwenden.’ Ze keert zich tegen de wijze waarop de mens almaar poogt ‘de aarde naar zijn hand te zetten’. Die controle­dwang, in combinatie met een economisch systeem dat de aarde uitput, brengt ons in grote problemen. ‘We moeten het krampachtige los­laten’, is haar advies, niet in de laatste plaats aan zichzelf.

Haar boektitel valt ook hoogstpersoonlijk uit te leggen, want al decennia worstelt ze met ‘depressieve dips’. Tijdens haar jeugd in Apeldoorn, doorgebracht in een ‘gedegen, ­luthers gezin uit de middenklasse’, rebelleert ze niet. Ze probeert de ‘brave dochter’ te zijn, als kind van een introverte vader ‘die bang was te leven’ en een moeder met sterk wisselende stemmingen: ‘Wat het ene ­moment goed was, kon het volgende moment verkeerd zijn. Dat heeft een grote impact op mijn leven gehad.’ Wat wel altijd werd gewaardeerd ­waren hoge cijfers, ‘dus die kwamen er volop. Maar mijn eindexamentijd was wel een hel, want nooit had ik het idee genoeg te hebben geleerd.’

Als twintiger komt ze terecht in een ‘grote crisis’, wanneer ze op de kunstacademie in Kampen zit: ‘Wie ben ik en wat wil ik? Ik was volkomen ont­regeld en zag alleen maar de zinloosheid van het bestaan.’ Dankzij psychotherapie en de steun van haar ouders krabbelt ze op, maar ‘de zuigkracht van het negatieve’ blijft haar vergezellen.

Daar tegenover plaatst ze de ­‘trekkracht van de vitaliteit’, die blijkt uit haar niet aflatende strijdlust: ‘Ik beschik over een enorme veerkracht. Dat moet wel, dat kan niet anders’, zegt ze, met enige verbazing in haar stem. Aanvankelijk poogde ze haar demonen te verslaan ‘door te ontsnappen in mijn hoofd. Nu ben ik bij mijn zoeken naar zin juist erop gericht te ontsnappen aan dat hoofd.’ Dus legt ze nu de nadruk op het belang van creativiteit en aandacht om ‘alledaagse ervaringen te intensiveren’. Dat kan helpen bij die noodzakelijke ‘andere kijk op onze plaats in de wereld’, meent Alma.

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Het is een fundamenteel verlangen van mensen om zin te ervaren. Dat heeft te maken met vroege ervaringen van de wereld als een goede plek om te zijn: als een kind te eten krijgt, het behaaglijk warm heeft, liefde ontvangt, dan legt dat de basis om het ­leven als zinvol te kunnen ervaren. Het begin is dus lichamelijk. Later  

komen daar nieuwe ervaringen bij waardoor het goede soms achter de horizon verdwijnt. Maar altijd blijft de mens ernaar verlangen, ik zie het leven als een zoekend bewegen naar zin. Je kunt het als zinvol ervaren wanneer je je verbonden voelt met een groter geheel dat je uitnodigt tot deelname aan de wereld, op welke manier dan ook. Dat grotere geheel kan de natuur zijn, of kunst, maar het kan ook gaan over de omgang met anderen.’

Op welk moment wordt die omgang met anderen dan zinvol?

‘Dat is moeilijk in woorden uit te leggen, maar dat is als er iets gebeurt tussen mensen, als er iets resoneert. Het is wanneer je met een ander ervaart: ja, het is goed dat we samen zijn. Op dat moment doorbreek je de zelfbeslotenheid waarin we doorgaans vastzitten, alleen in onze gedachten, waardoor we niet openstaan voor de wereld om ons heen. In mijn sombere buien heb ik daar last van: ik kan dan naar iets kijken waarvan ik weet dat het mooi is, maar kan er geen contact mee maken. Ik ervaar het als grote rijkdom als het me lukt me open te stellen.’

Kunt u een concreet voorbeeld geven?

‘Ik zal iets alledaags noemen, daar zit het juist in. Als mijn vriend met veel zorg een mooie fles wijn uitkiest die bij het eten past, dan kan ik me, als ik me goed voel, openstellen voor de liefde die daaruit spreekt. In een vriendschap kan ook zo’n resonantie ontstaan, iets dat de grenzen van die vriendschap overstijgt en leidt naar het intense gevoel dat het goed is te bestaan. Dat lukt zeker niet altijd. Hoe vaak voer je niet gesprekken waar je met je aandacht niet echt bij bent, ook met je partner?’

Kunt u ook een voorbeeld uit uw werksfeer geven?

‘Als je samenwerkt, heb je vaak dat ­iedereen routinematig zijn taak doet. Maar soms heb je momenten waarop er iets ontstáát, iets waaraan je allemaal bijdraagt – een idee borrelt op, een plan waar iedereen blij van wordt, met als gevolg een flow waarin de echte creatieve ideeën vloeien. Net als dat glas wijn met mijn vriend noem ik zo’n moment een transcendente ervaring.’

Dat klinkt bovennatuurlijk.

‘Zo bedoel ik het niet. Ik heb het over een ervaring die inbreekt op je routines, die een eind maakt aan het aandachtsloze en daarmee de mogelijkheid opent grenzen te verleggen. Daardoor kun je anders gaan zien, ­zoals een kunstenaar dat kan. Ik ­gebruik graag het voorbeeld van ­Picasso, die van een fietsstuur en een zadel een stierenkop maakte. Dat vermogen anders te kijken zit volgens mij in iedereen. Het is zeker geen alledaagse ervaring, maar als het zich voordoet word ik uit de begrenzingen van mijn zelfbeslotenheid getild en ervaar ik het leven als zinvol.’

Kunnen we het simpele feit dat we bestaan niet als zinvol zien?

‘Dat vind ik wel een mooie gedachte: ik heb bestaansrecht en mag er zijn. Dat is op zich een belangrijk aspect van leven, want ik vind dat we onszelf die rust moeten gunnen. Dat lukt ­tegenwoordig lang niet iedereen, als je kijkt naar het aantal mensen dat met een burn-out of met psychische problemen kampt. Maar ik vind het toch niet genoeg, bij leven hoort ook een streven: als mens draag je de verantwoordelijkheid bij te dragen aan het leven van anderen.’

Leestip: Heilige onrust, Frits de Lange

‘In de ‘heilige onrust’ die De Lange beschrijft, herken ik wat ikzelf het verlangen naar zin noem. Hij wil de theologie weer laten beginnen bij iets dat je onvoorwaardelijk aanspreekt, want dat zet in beweging. Dat verbindt deze hoogleraar met een spiritualiteit die geaard is in ons lichamelijke bestaan. Hij weet aansprekend te schrijven over wat hij de fragiele kern van zijn geloof noemt.’

In uw boek stelt u dat zinvol ­leven zelfs ‘maatschappelijk ­urgent’ is.

‘We leven in een cultuur die erg ­gericht is op controle, waarmee we proberen ieder risico uit te sluiten en zo de chaos van het bestaan te bedwingen. En we leven in een economie die zo op efficiëntie is gericht dat we anderen vaak gaan zien als instrumenten voor ons eigen doel. Het is ook een tijd die het ons gemakkelijk maakt aan de ander voorbij te leven – we duiken in onze telefoon en kijken weg van veel zaken. Natuurlijk kun je niet alle ellende van de wereld voortdurend tot je laten doordringen, maar nu besteden we er vaak helemaal geen aandacht aan.

‘Onze versnippering van aandacht door de mobieltjes is een probleem, maar vooral de dominantie van de opvatting dat waar geld mee wordt verdiend, goed en nuttig is. Dat denken is doorgedrongen tot de zorg, het onderwijs, de universiteiten – onze aandacht wordt door het marktdenken gericht. De discussie die ik daar tegenover wil stellen is: hoe komen we met elkaar in gesprek over goed samenleven? En kunnen we de chaos van het bestaan niet ook omarmen in plaats van bestrijden? De chaos is denk ik ook een bron van creativiteit – juist in het onverwachte kan iets nieuws ontstaan.

‘Hoe komen we erachter wat de ander belangrijk vindt, als het om goed samenleven gaat? We menen zo tolerant te zijn, maar dat grenst aan onverschilligheid: doe maar wat je wilt, zolang je mij er niet mee lastig valt. Maar wanneer ga ik de ander vragen wat hij belangrijk vindt? Dat gesprek vindt zo weinig plaats. We zouden juist dat soort aandacht voorop moeten stellen. Dan gebruik je de ander niet, maar ga je zijn potentie zien.’

Tegenwoordig gaat het gesprek veelal over identiteit, wat al snel tot het bestrijden of uitsluiten van anderen leidt.

‘Ja, dat is het tweesnijdend zwaard in het denken over identiteit: het geeft houvast en biedt de mogelijkheid te verbinden, maar het is ook altijd afzetten tegen anderen. Waar je op stuit, is het probleem van de empathie – kan die zich ook uitstrekken buiten de eigen groep? Het zit diep in onze natuur om ons tot de eigen groep te richten. Maar dat kunnen we ook doorbreken, het bijbelse verhaal van de naastenliefde blijft een mooie oproep. We zijn in staat verder te kijken.

‘Dat is ook noodzakelijk, nu de ecologische urgentie onze gedeelde zorg is – we helpen de wereld naar de knoppen! Dat gedeelde belang kan helpen voorbij die mechanismes van uitsluiting te komen. Willen we de ondergang voorkomen dan zit dat niet in een windmolenpark meer of minder, maar dan moeten we fundamenteel kijken naar hoe we ons tot de wereld verhouden. Daar moeten we nu mee beginnen, dat is de maatschappelijke urgentie van mijn boek.’

Hoe kijkt u naar uw sterfelijkheid?

‘Al vanaf mijn jeugd heb ik een sterk besef van eindigheid. Ik heb nooit ­gehad, wat veel vrienden me vertellen: dat ze tot hun 40ste leefden, alsof ze het eeuwige leven hadden. Ik ben altijd doordrongen geweest van de kwetsbaarheid van het bestaan. ­Tegenover mijn eigen dood sta ik ambivalent. Soms denk ik dat het maar beter zou zijn. Niet dat ik suïcidaal ben, helemaal niet, maar op sombere momenten kan ik ernaar verlangen. De dood zie ik dan niet als afschrikwekkend, omdat ik hem verbind met de rust die ik in mijn leven vaak moeilijk te ervaren vind. Maar doorgaans voel ik een grote drang om te leven, en dan vooral zinvol te leven. Mijn ­besef van eindigheid is dan verbonden met het verlangen iets toe te voegen, is dus verbonden met de creatieve kracht. Ik zie ook wel dat ik verder kom in het leven, dankzij inzichten die ik vroeger niet had. Maar het leven kan me toch behoorlijk vaak nog overspoelen.’

Meer Zinvol Leven

Waarom kunnen we niet altijd oprecht blij zijn wanneer een ander die ons zo na is, gelukkig is of succes heeft? Het is het soort praktisch-filosofische vragen waar de Vlaamse Katrien Schaubroeck zich het hoofd over breekt‘Hoe je iets doet, is belangrijker dan wat je doet.’

Hij is strijder voor een betere jeugdzorg, dat doet hij vanuit zijn eigen (traumatische) ervaring. Dankbaar voor het leven is hij niet, zegt Jason Bhugwandass. En dat kleurt zijn dag, elke dag opnieuw.

Zie hier het overzicht van alle tot nu toe verschenen afleveringen van deze interviewserie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden