Het vage netwerk van de premiejager

Afgelopen week werden de Spinozapremies 2006 toegekend aan vier topwetenschappers. Ook tot hun eigen verrassing. Toch is zo’n prijs verre van een academische loterij....

Het scheelde weinig of Carl Figdor had maandag de Spinozaprijs weer net niet gewonnen. Want toen de jury aan internationaal vooraanstaande wetenschappers vroeg hoe goed die Figdor nou helemaal was, mailde er eentje terug dat dat wel tegenviel. ‘Die man heeft geen visie.’

Een fatale opmerking, normaal gesproken – wetenschappers zonder visie komen niet voor Spinozapremies in aanmerking.

Maar omdat de andere referenten zo positief waren belde jurylid Ad Bax er toch maar even achteraan. Geen visie?

Figdor bleek aan één oog blind, en aan het andere oog een afwijking te hebben van min 18. Grapje. Om maar aan te geven, zegt Figdor nu, dat sommigen de prijs misschien wel verdienen, maar om allerlei redenen toch niet krijgen.

Zelf was hij een paar jaar geleden ook al eens genomineerd, heeft hij inmiddels gehoord. ‘Maar toen kreeg ik hem niet. Behalve een kwestie van wetenschappelijke kwaliteiten is het ook een kwestie van timing, van waar je staat in je carrière, en of je onderzoek in de picture staat. En natuurlijk zit er zit altijd een menselijke component in de beslissing.’

Citaties

Maandag maakte onderzoeksfinancier NWO bekend wie de vier prestigieuze Spinozapremies van anderhalf miljoen euro dit jaar krijgen: psychologe Jozien Bensing en bioloog Ben Scheres van de Universiteit Utrecht, fysicus Jan Zaanen uit Leiden en dus Figdor, die in Nijmegen en Twente onderzoek doet naar het gebruik van afweercellen tegen kanker. Wetenschappers die originele ontdekkingen, ontzagwekkende publicatielijsten en veelvuldige citaties op hun naam hebben staan. En dus, zeggen alle betrokkenen, zijn zij verdiende winnaars.

Wat niet wegneemt dat er ook onverdiende verliezers zijn. ‘Er is echt geen meetbaar kwaliteitsverschil tussen de nummer 4 en de nummers 5 en 6’, zegt Maarten Koornneef van het Max-Planck-Plant Institute for Plant Breeding Research in Keulen, een van de twaalf juryleden. ‘Die hebben in zekere zin pech.’

Wie of wat maakt het verschil? Daarover komt geen officiële informatie naar buiten. Bijna niemand kent de verliezers. ‘De voordracht is strikt vertrouwelijk’, aldus NWO in een toelichting op de Spinozapremie. Van een geruchtencircuit is nauwelijks sprake, zegt chemicus Bert Meijer van de TU Eindhoven, winnaar in 2001. ‘Er wordt niet over gesproken. Misschien hebben sommige collega’s wel vermoedens, maar iedereen houdt die voor zich.’

De prijs komt voor de meeste laureaten dan ook als een verrassing. ‘Een donderslag bij heldere hemel’, zeggen eerdere gelukkigen als Meijer, Ad Lagendijk en Hans Clevers. En kersverse winnaar Carl Figdor: ‘Toen Peter Nijkamp (de voorzitter van NWO) mij een een week of vier geleden belde, dacht ik: hij heeft een klus voor me, een of andere commissie. O God, dacht ik, hoe kom ik hier onderuit?’ Bensing: ‘Ik had een tijdje daarvoor net een boos mailtje gestuurd omdat mijn instituut, het Nivel, niet voor een bepaalde subsidie in aanmerking zou komen. Ik dacht dat Nijkamp daarover belde. Maar dit was natuurlijk beter.’

Juist het feit dat de toekenning van de prijs, net als die van de Nobelprijs, in nevelen is gehuld, draagt bij aan het prestige ervan. Kandidaten kunnen zichzelf niet aanmelden, maar moeten (op persoonlijke titel) worden voorgedragen door een van de dertien Nederlandse rectores magnifici, of door een van de dertien voorzitters van de wetenschappelijke instanties die in Nederland de lakens uitdelen. Ieder van hen kan maximaal twee personen nomineren.

Hoeveel voordrachten er dit jaar zijn gedaan kan NWO niet zeggen – in tegenstelling tot vorig jaar. Toen waren het er 27. Sommige hoogleraren worden dubbel voorgedragen. Dat helpt. Meijer hoorde achteraf dat hij vier keer was voorgedragen, Bensing weet inmiddels dat zij door haar rector en door voorzitter Els Goulmy van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren, winnaar in 2002, is genomineerd.

Wanneer de voordrachten binnen zijn, buigt een jury van dertien mannen en vrouwen uit binnen- en buitenland zich tijdens twee vergaderingen, op een kasteeltje in de buurt van Utrecht, over de kandidaten. Volgens een lid van de selectiecommissie komt eenderde van de voordrachten op een shortlist. Voor hen benadert de selectiecommissie een aantal buitenlandse referenten, die hun oordeel moeten geven over de kandidaten. Daarna maakt de commissie de definitieve keuze.

Nooit aanprijzen

‘Prudent’, is het woord dat diverse betrokkenen gebruiken om de procedure te beschrijven. Zo houdt een jurylid zijn of haar mond als een bevriende kandidaat ter sprake komt, bijvoorbeeld iemand die dezelfde universiteit werkt. ‘Het stomste wat je kunt doen is je eigen kandidaat aanprijzen’, zegt Willem Gispen, rector magnificus van de Universiteit Utrecht, die een paar jaar geleden in de selectiecommissie zat. Ook lobbyen is uit den boze. ‘Dat werkt averechts’, denkt fysicus Ad Lagendijk, in 2001 winnaar van een Spinozapremie. ‘Het lobbyen zit hem in een goede voordracht.’

Want daar, in het begintraject, moeten de juiste keuzen worden gemaakt. Wie zijn geschikte kandidaten? Waar is de commissie gevoelig voor?

Terugkijkend op de twaalf jaar dat de prijs bestaat is duidelijk dat vooral bèta’s en medici goed scoren. Harde alfa’s en gamma’s komen, ondanks de expliciete taak die NWO zich gesteld heeft, niet makkelijk door de filters heen. ‘In de selectiecommissie merk je daar niets van’, zegt neerlandicus Henk Verkuyl, emeritus hoogleraar en vier jaar lang jurylid. Volgens hem kijken de leden met open vizier naar de verschillende disciplines. ‘Het probleem ligt bij de voordrachten. Als er bij een universiteit één grote letterenfaculteit is die het moet opnemen tegen zes of zeven bètafaculteiten, wegen de bèta’s getalsmatig een stuk zwaarder door bij de rector.’

Dat lijken de rectores te beseffen, waardoor het aantal bèta-voordrachten het aantal alfa’s ver overstijgt. Vorig jaar was de score 20-7. Van dit jaar geeft NWO geen cijfers. Bensing, de enige winnares uit de alfa-gamma hoek dit jaar: ‘Ik had nooit op de prijs gerekend. Ik dacht dat alfa’s en gamma’s nooit in aanmerking komen, ik dacht dat het altijd spannende technische dingetjes moesten zijn. De universiteit is moedig geweest mij voor te dragen.’

Rector Gispen, die daarvoor verantwoordelijk was: ‘Ik probeer elk jaar naast een bèta een alfa voor te dragen. Ik heb een goede medewerker, met wie ik samen op zoek ga naar kandidaten. We steken een hoop werk in een goede voordracht.’

Het succes van Gispen dit jaar, met twee gehonoreerde voordrachten, lijkt geen toeval. Sinds zijn aantreden heeft de Universiteit Utrecht een kwart van de Spinozapremies in de wacht gesleept. Een woordvoerder van NWO zegt dat op deze korte tijd geen statistiek mag worden gebaseerd. ‘Utrecht staat ook hoog op internationale ranglijsten , dus zou het best kunnen dat Utrecht het inderdaad goed blijkt te doen in de statistieken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden