ColumnThomas van Luyn

Het strand heeft niet voor niets een zee, dus ik moest maar eens leren zwemmen

Thomas van Luyn Beeld
Thomas van Luyn

Ik dacht: nou ga ik eens leren zwemmen. Je weet wel, wat die lui met speedo’s en badmutsen doen op mistige herfstochtenden in de koude Noordzee. De borstcrawl, ja. Die heb ik nooit geleerd. En om heel eerlijk te zijn: de rest van het zwemmen ook niet echt. Schoolzwemmen, dat was een beetje overleven terwijl een badmeester met een enorme haak probeerde te voorkomen dat je verzoop. Dat was de norm: niet verzuipen. Hoogtepunt was dat je mocht proberen om niet te verzuipen met je kleren aan. Dan kreeg je een diploma. Ik geloof dat ’t het enige diploma is dat ik ooit heb gehaald. Een gediplomeerd zwemmer, dat ben ik.

Maar nu komt de vakantie eraan, en wil ik niet een uitdijende hete blubber worden daar, moet ik een beetje bewegen. Een beetje dan hè? Want het wordt Frankrijk, dus warm. Hardlopen, daar moet je vóór zes uur ’s ochtends aan beginnen daar, dus dat gaat ’m niet worden. En fietsen: nee. Als u mij in Frankrijk in een strak zwart broekje op een racefiets auto’s ziet hinderen, schiet me dood, alstublieft, want dan heb ik al mijn normen en waarden verloochend.

Het moet dus zwemmen worden. Zo’n huisje heeft niet voor niets een zwembad, en dat strand heeft niet voor niets een zee. Helaas heb ik nooit meer dan een metertje of tien hoeven af te leggen, en dat is, zelfs naar mijn coulante normen gemeten, niet echt sporten. Dus ik dacht: kom, ik ben een handige jongen, er is niets dat ik niet snel oppik, ik meld me aan bij een zwemfitnessgebeuren.

Ik reserveerde een proefles, alleen heette dat een try-out en daar hadden al alarmbellen moeten afgaan. Een try-out is hoe ze het in Amerika noemen als een sporter mag bewijzen of hij goed genoeg is voor het team. Maar er had op de site duidelijk gestaan: ook voor beginners, en ik dacht: dat ben ik, een beginner.

Ik meldde mij in mijn verplichte debiel strakke broekje en verplichte debiele brilletje en verplicht extreem debiele badmutsje bij het zwembad. Dennis, de sympathieke, fenomenaal gebouwde jonge god die het woord ‘badmeester’ van nieuwe, onontdekte erotische lagen voorzag, instrueerde ons eerst een paar honderd meter vrije slag te doen, en dan...

Hola Dennis, back up the truck. Een paar honderd meter? En ‘vrije slag’, is dat niet een eufemisme voor crawlen? Wat ik niet kan?

Dennis zei dat ik dan een paar slagen vrije slag moest proberen, en dan over mocht gaan op de schoolslag. Maar wel netjes onder water uitademen, naar de bodem kijken en niet naar voren, netjes de slag afmaken en meer van die zaken die voor mij even haalbaar leken als koude kernfusie. Ik was hopeloos ondergekwalificeerd voor deze beproeving. Daartegenover stond het enorme bord voor mijn kop dat altijd weigert te erkennen dat ik iets niet kan. Dus slokte ik een uur lang liters chloor binnen, trotseerde ik kuitkrampen en miltsteken, ademde ik boven water uit en onder water in (hetgeen dus andersom bleek te moeten), alles om maar te voorkomen dat ik voor onvolwaardig werd aangezien. En zie, ik zwom het hele uur uit. Niet omdat ik het wou, maar omdat ik niet durfde te stoppen. Uit ijdelheid. Het is maar goed dat ik zo onzeker ben, anders was er van mij nooit iets terechtgekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden