Het recht op genieten

Rustig genieten van ‘de dingen des levens’ is het credo van Slow Food Internationaal. In Nederland verenigen zich de ‘slowfoodies’ rond frietkotexcursies, broodworkshops of experimentele alginaatballetjes....

Hét misverstand over ‘slow food’: dat het eten is dat urenlang op het fornuis moet staan te pruttelen. Maar dat hoeft helemaal niet, zegt Martin Woestenburg. Zelfs fastfood kan ‘slow’ zijn, aldus de voorzitter van de afdeling Slow Food Arnhem/Wageningen. Als je het maar goed doet.

En dat doen ze, de zeventien mannen en vrouwen die zijn samengekomen in de Kookplaats, het lunchrestaurant van een bedrijfsverzamelgebouw vlak bij de Rijn in Arnhem. Fastfood is het thema van deze maandelijkse clubavond. Een lid heeft garnalenkroketten en goulashkroketten van wild zwijn gemaakt. Er zijn frikadellen van rundertartaar. De kok van de Kookplaats heeft zich uitgesloofd op kroketten van ganzenvlees: ‘Het zijn wilde ganzen, dus er kan nog een kogeltje in zitten.’

Patat is er natuurlijk ook, die bakt Judith Smedes (36), case-manager van de Sociale Dienst in Arnhem, met een passie voor friet. Die liefhebberij gaat zover dat ze op haar vrije zaterdag zelfs een tijdje een frietkraam op de markt had.

Vanavond bakt ze in ossenwit met een beetje ganzenvet, zegt Smedes, terwijl ze in krijtstreepbroek achter de walmende frituurpan staat. De mayonaise wordt natuurlijk zelf geklopt.

Waarmee duidelijk zal zijn dat de interesse van slowfoodies niet is voorbehouden aan haute cuisine of buitenissigheden. Smedes was een van de organisatoren van de frietreis naar Antwerpen die de afdeling onlangs heeft gemaakt. Ze kregen een rondleiding langs friettenten, gevolgd door een lezing over de frietkotcultuur.

Slow Food is een reactie op de doorgeschoten geïndustrialiseerde voedselproductie. De beweging die twintig jaar geleden in Italië werd opgezet door een stelletje communisten die van lekker eten hielden, komt op voor het recht op genieten en het behoud van ambachtelijke, authentieke producten. Over de hele wereld heeft Slow Food sindsdien wortel geschoten. Ook in Nederland, dat ruim 1500 leden telt.

Wie dat zijn? ‘Mensen die bewust met eten bezig zijn’, zegt Jan Wolf, voorzitter van het Nationaal Coördinerend Comité (NCC) van Slow Food Nederland. Mensen zoals hij zelf, zeg maar. Wolf (58) is van beroep bouwkundige, maar van overtuiging kok. Thuis komt alleen het beste op tafel. ‘Veel biologisch. Bij de Albert Heijn kom ik bijna nooit.’

Er is wel eens een profielschets opgesteld van slowfoodies in Nederland. Die ziet er ongeveer zo uit: in leeftijd variërend van 20 tot 90, maar gemiddeld ergens halverwege de veertig. Liefhebbers en vaak ook kenners van lekker eten, kwaliteitsbewust, hoog opgeleid, opvallend veel mensen in zelfstandige beroepen, redelijk well to do, ongeveer evenveel mannen als vrouwen.

En, niet onbelangrijk, aldus Wolf, ‘mensen die ervan houden gezellige dingen met elkaar te doen.’

Gezellig is het in Hagestein, vlak bij Vianen, waar zeven mannen en vijf vrouwen zijn aangeschoven voor de gastentafel van Het Utrechtse convivium, zoals de lokale afdelingen in Slow Foodtermen heten. De plaats van samenkomst is Kokerij de Kortenburg, een prachtige kookstudio in een verbouwde boerenschuur aan de oever van de Lek.

Op het menu staat krabcocktail met komkommer, gevolgd door rauwe tonijn met lauwwarme aardappel, verse vijgen met geitenkaas, Groningse rollade van rund- en varkensvlees met aardappel, lof en bleekselderij en Italiaans citroendessert toe. Het wordt (tegen betaling van 40 euro, inclusief drank) verzorgd door de kokkin van de Kokerij, tevens Slow Foodlid.

Toetie Proost heeft zelfgemaakte alginaatballetjes van mango meegenomen, een van de laatste snufjes uit de hippe moleculaire keuken. Proost (56), die vorig jaar haar tandartspraktijk heeft verkocht, en haar man Duco Keulen, wijnhandelaar, zijn doorgewinterde culi’s.

Het echtpaar is kind aan huis bij sterrenrestaurants in binnen- en buitenland. Toetie koopt haar groente bij een boer in Maartensdijk en laat de biologische slager in Utrecht speciaal voor haar vlees twee tot drie weken extra afhangen. ‘Als je dat een keer hebt gegeten, wil je nooit meer wat anders.’

Het convivium Utrecht – in 2003 opgericht – is met een kleine tweehonderd leden een van de grootste in Nederland. ‘Maar lang niet alle leden zijn actief’, zegt voorzitter Lisette Oostveen (34), die jurist is op een notariskantoor.

Een keer in de twee maanden is er een gastentafel in een of andere eetgelegenheid. De andere maand wordt er een proeverij of excursie georganiseerd. Maar aan het hogere doel van Slow Food, de bescherming van biodiversiteit en authentieke streekproducten, is ‘Utrecht’ nog niet toegekomen. Waar het convivium Kempen-Meierij (Brabant) zich ontfermt over het Kempische heideschaap, Rotterdam opkomt voor de Schiedamse moutwijn en Den Haag voor de Westlandse druif, heeft Utrecht nog niks.

‘We hebben wel gezocht’, zegt Oostveen. ‘Maar nog niks gevonden dat voldoet aan de criteria van Slow Food.’ De eisen zijn streng. Een Slow Food-product is niet alleen ambachtelijk geproduceerd, maar ook authentiek: geworteld in regionale tradities die van generatie op generatie zijn overgeleverd.

Utrecht heeft de Sint Jansui, die al tweehonderd jaar in en rond de stad Utrecht wordt verbouwd en traditioneel met Sint Jan (24 juni) wordt geoogst. Maar een ui spreekt niet zo tot de verbeelding, vindt Oostveen. ‘Wat dat betreft is dit een lastige provincie.’

Ook Arnhem/Wageningen is nog zoekende, bekent conviviumvoorzitter Martin Woestenburg. Ofschoon er wel ideeën zijn. ‘De Gelderse blauwe, een druivensoort, zou kunnen. Of echte Gelderse worst. Maar we zijn er nog niet uit.’

De Nederlandse tak staat ook nog maar in de kinderschoenen, vergoelijkt landelijk voorzitter Wolf. Slow Food is weliswaar al meer dan tien jaar actief in Nederland, maar de meeste convivia zijn pas twee tot drie jaar bezig.

Animo is er genoeg, benadrukt hij. Op de proeverij van het Livar- en Vechtdal-varken kwamen onlangs meer dan veertig mensen af. En de workshops brood van de convivia Utrecht en Den Haag puilen uit.

Er blijft werk aan de winkel, zegt Wolf. ‘Nederland heeft een slechte eetcultuur. Bijna nergens wordt zo weinig geld aan eten besteed als hier. In de landen om ons heen liggen overal betere spullen in de winkels.’

Wolf, die sinds september 2006 voorzitter is, wil met Slow Food Nederland meer op de voorgrond treden. Zo zoekt hij samenwerking met organisaties die zich bezighouden met streekproducten en wil hij sponsors werven. Naar Italiaans voorbeeld zou hij graag een bestand aanleggen met restaurants die Slow Food-menu’s serveren en winkels die goede spullen verkopen.

Het nieuwe speerpunt van Slow Food internationaal is de ondersteuning van boeren en producenten in de derde wereld. Tijdens zijn bezoek aan Italië vorig jaar werd Wolf razend enthousiast over de derdewereldplannen. Slow Food is tegenwoordig zelfs officieel partner van de VN-landbouworganisatie FAO.

‘In Nederland zitten we vooral in de sfeer van gezellige eetclub. Daar is helemaal niks mis mee’, zegt Wolf. Maar hij juicht het toe dat de beweging steeds idealistischer trekjes krijgt. ‘Ik weet bijvoorbeeld dat het convivium Amsterdam geld heeft gedoneerd aan een Afrikaanse afdeling.’

Het is de vraag of de leden in het land dat ook zo zien. In Arnhem blijkt de Derde Wereld, tussen de ambachtelijke frieten en ganzenvleeskroketten, vooralsnog geen groot gespreksonderwerp.

Niks mis met idealisme, zegt conviviumleider Woestenburg. Maar hij vraagt zich af of Slow Food daarvoor het geschikte podium is. ‘Nu de Derde Wereld, straks slepen we de klimaatverandering er ook nog bij.’ Slow Food begon met het recht op genieten en dat moet volgens hem op de eerste plaats blijven staan. ‘We zijn geen actievoerders. We komen hier toch vooral voor het lekkere eten en de gezelligheid. Verbeter de wereld, begin bij jezelf: dat is mijn idee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden