REPORTAGE

Het Prinsengracht ziekenhuis, waar de patiënt koning was

Afscheid van 'de Gracht' Ziek zijn was bijna een feest in het Prinsengracht ziekenhuis. Deze week sluit het na 157 jaar zijn deuren. De Amsterdamse binnenstad treurt.

De verpleegdirectrice met een patiëntje van de kinderafdeling op schoot, ca. 1910. Rechts: het onderkomen van de verpleegsters tussen 1844 en 1847.Beeld Stadsarchief Amsterdam

'Iedere middag dekten we de tafel in de kamer van de patiënt met een tafellaken. We brachten het eten binnen op een dienblad, in dekschalen. We schepten op aan tafel. Op die manier uitte zich het respect voor de patiënten, en de nadruk die we legden op huiselijkheid.'

Anneke Bontekoe (79) heeft nog steeds de besliste tred van een verpleegster. Het is een van de laatste keren dat ze door de gangen van het Amsterdamse Prinsengrachtziekenhuis loopt, het gebouw met zijn gangen en gangetjes, verborgen zolderkamers, zijn door Zocher ontworpen binnentuin met de grote beuk en zijn kamers waar de patiënt als hij uit narcose ontwaakte uitzicht had op de gracht.

In december sluit na 157 jaar het enig overgebleven ziekenhuis in de binnenstad van Amsterdam; vanaf dinsdag nemen de zusters, artsen, medewerkers en zelfs de buurt uitgebreid afscheid van een geliefd instituut.

Bontekoe: 'Met Kerst leenden we een orgeltje van het Leger des Heils en gingen we zingend alle afdelingen langs. We hadden een mevrouw die toevallig altijd als december naderde ziek werd. Ze verstopte de pilletjes in haar kussensloop, zo graag wilde ze hier liggen tijdens de feestdagen.'

Beeld Stadsarchief Amsterdam

In de loop der jaren kreeg 'de Gracht', zoals de medewerkers kortweg spraken over hun ziekenhuis, de naam dat alles er kon voor de patiënt. Kenmerkend was de combinatie van netheid en nadruk op etiquette (wat doet je vader, was een belangrijke vraag aan aspirant-verpleegkundigen) met een sfeer van grote gastvrijheid.

Bontekoe was van 1956 tot 1960 leerling-verpleegkundige, in wat toen nog de Vereeniging voor Ziekenverpleging was. 'Iedere verpleegster had een paar eigen patiënten. Die haalde je bij aankomst op bij de directrice, en als ze werden ontslagen, zwaaide je ze uit bij de hoofdingang. De betrokkenheid was enorm groot, ik heb dat altijd als een voorrecht ervaren.' De verpleegkundigen hadden zo'n goede naam, dat ze desgewenst zo bij de KLM aan de slag konden als stewardess. Mannen waren pas vanaf 1978 welkom.

Het veel grotere Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam nam het 7.000 vierkante meter tellende gebouw in 1994 over. De 150 bedden van het ziekenhuis bleven, maar de verpleegafdelingen maakten plaats voor poliklinische zorg en dagbehandeling.

Vorig jaar besloot het OLVG het Prinsengrachtziekenhuis te verkopen. Een opknapbeurt werd te duur geacht. Daarmee verdwijnt een ziekenhuis dat de naam had voor de elite te zijn, maar dat beslist niet was, zegt Bontekoe. 'Ja, bekende Nederlanders lagen hier, zoals Harry Mulisch, Hans van Mierlo en Carmiggelt. Maar iedereen was welkom.'

Mannenzaal derde klasse, 1906, drie jaar nadat het Prinsengrachtziekenhuis was uitgebreid tot 65 bedden. In de eerste en tweede klasse hadden patiënten een eigen kamer.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Grote vernieuwer

Wie wil begrijpen waarom het Prinsengrachtziekenhuis zo bijzonder was, kan niet om J.P. Heije heen, zegt Bontekoe gedecideerd. De arts-dichter ('Zie de maan schijnt door de bomen', 'Ferme jongens, stoere knapen') was in de 19de eeuw de grote vernieuwer van de ziekenzorg.

'Hij zag hoe slecht ziekenoppassers in gasthuizen hun werk deden', vertelt Bontekoe. 'Daarom richtte hij de Vereeniging voor Ziekenverpleging op. Heije ontwierp samen met Leliman het gebouw aan de Prinsengracht. Daar leerden de pleegzusters voor patiënten te zorgen alsof ze thuis lagen in plaats van in een ziekenhuis. Zij leerden het unieke van zorg, echt luisteren en observeren. Heije maakt van de ziekenverpleging een vak met een menselijk gezicht.'

'Die houding is van generatie op generatie overgedragen', zegt Carlien Meijs, die in het ziekenhuis kwam werken in 1990, toen de hiv-epidemie op haar hoogtepunt was. 'Er werd hier in de tuin een concert gehouden om geld op te halen voor de bestrijding van aids. We hadden optredens van travestieten in de conversatiezaal. Wie wilde, nam zijn eigen dekens mee, zijn eigen lampjes en andere spullen om het zo huiselijk mogelijk te maken.'

Belangrijke eis aan de zusters: kunnen zingen. 'Want cabaret hoorde er vanzelfsprekend bij', zegt Meijs.

Een aantal poliklinieken verhuist naar een veel kleinere locatie aan de Spuistraat. Zo blijft het OLVG toch aanwezig in het centrum. Meijs, inmiddels manager en verantwoordelijk voor de verhuizing: 'We proberen de kleinschaligheid te behouden. Die is altijd heel belangrijk geweest voor het Prinsengrachtziekenhuis.'

Een projectontwikkelaar gaat het oude gebouw geschikt maken voor woningen, bedrijven en mogelijk opnieuw zorg.Vanavond nemen 250 oud-verpleegsters afscheid van hun Prinsengrachtziekenhuis. Uiteraard met veel zang, theater en vooral plezier.

Beeld Stadsarchief Amsterdam
Het Prinsengrachtziekenhuis tot deze week. In het gebouw komen onder meer appartementen.Beeld Cigdem Yuksel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden